Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Op een ochtend ging een persoon zich misdragen in het huis van Andries Brinck. In een kamer waren op dat moment de vrouw van Andries Brinck, haar jongere zus en een dienstmeisje genaamd Malata. De dader ging de kamer binnen met een kwaadaardig gezicht en deed de deur op slot. De vrouw van Brinck zag dit en vluchtte met haar zus uit het raam. Het dienstmeisje Malata kon niet snel genoeg ontsnappen. De dader hield haar vast en verwondde haar licht met een schaar op twee plekken in haar hals. Na wat worstelen kon Malata ook door het raam ontsnappen, waarna de dader het raam sloot. Andries Brinck was op de dorsplaats en hoorde geschreeuw. Hij ging naar huis en toen hij hoorde wat er was gebeurd, ging hij met een stuk hout naar het raam van de kamer waar de dader nog was. Toen hij het raam opentrok, zag hij dat de dader een geladen geweer had dat in de kamer stond. De dader richtte dit twee keer op de borst van Brinck.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0744 De machthebbers onderzochten het volgende rechtszaak uit de koloniale periode. Het betreft een aanklacht door landdrost Pieter Lourensz tegen Hoemaar, die van het eiland Bugis kwam en slaaf was van burger Andries Grove. Hoemaar werkte bij Andries Brinck op diens landgoed in Riebbeek Kasteel toen de misdaad werd gepleegd op 22 januari. De rechtszaak werd voorgezeten door Rijk Tulbagh, president van de Raad van Justitie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0743 Op 28 mei 1739 werd in het kasteel de Goede Hoop een vonnis uitgesproken en op 30 mei uitgevoerd. Het vonnis werd ondertekend door:
De secretaris D.G. Carnspek was aanwezig en H. Swellengrebel gaf toestemming voor de uitvoering. De veroordeelde kreeg een brandmerk en moest 10 jaar geketend dwangarbeid verrichten voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie zonder loon. De veroordeelde moest ook de gerechtskosten betalen. De raad wees verdere eisen van de aanklager af.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0742 De slaaf Fortuijn van Rio de Lagor, die ongeveer 30 jaar oud was en werkte voor landbouwer Jan Cellier, heeft vrijwillig bekend aan de rechtbank. Op 31 oktober 1738 was hij met zijn meesters zoon Gabriel Russouw en andere slaven garst aan het snijden op het land. Toen Fortuijn naar een nabijgelegen rivier wilde gaan om water te drinken, beval Gabriel hem om aan het werk te blijven en het water door een andere slaaf te laten halen. Fortuijn luisterde niet en ging toch naar de rivier. Bij terugkomst ging hij garven (bundels) binden in plaats van garst snijden. Toen Gabriel dit zag, beval hij Fortuijn opnieuw om garst te snijden. Toen Fortuijn dit weigerde, dreigde Gabriel hem te slaan. Hierop haalde Fortuijn zijn mes tevoorschijn en hield dit in zijn hand gericht tegen zijn meesters zoon.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0739 Pieter Lourensz vroeg om een verklaring van burger Andries Brink, die voldoende oud was. Deze verklaarde dat op 22 januari 's ochtends, toen hij op zijn boerderij bij Riebeeks Kasteel op de dorsvloer stond, hij zijn vrouw hard schreeuwend door het raam van de kamer naar buiten zag springen. Een van haar zussen volgde haar. Brink pakte een stuk hout en ging er naartoe. Bij het huis aangekomen sprong ook een van zijn slavinnen door het raam en deed het raam dicht. Brink deed het raam open en zag binnen een slaaf genaamd Hoemar, die eigendom was van zijn schoonvader Andries Grove. Deze slaaf richtte twee keer een geladen geweer op Brink's borst. Brink weet niet meer hoe vaak de slaaf daarna nog op hem richtte. Brink stootte de slaaf met het stuk hout, waardoor deze een paar stappen achteruit deed.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0751
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0750 In het VOC-hospitaal is in de nacht van 11 op 12 mei een diefstal gepleegd. Een patiënt die daar verbleef heeft verschillende goederen gestolen uit een kist die naast zijn bed stond. De kist stond met het slot tegen de muur. Hij zag een stuk van een hemdrok uit de kist steken en toen hij die wilde pakken, merkte hij dat de scharnieren van de kist los waren. Hij maakte gebruik van deze gelegenheid door het verzegelde deksel aan de achterkant op te tillen.
De gestolen goederen waren:
De dief verstopte de tabak in zijn eigen kist, de bonte hemden in een gangetje en de overige goederen onder zijn kleding.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0631 De eerste verdachte heeft in het begin van februari 's nachts samen met de tweede verdachte, die op wacht stond, ingebroken bij het houtmagazijn. Hij klom over de zijmuur via een stapel klinkers die tegen de binnenmuur stond. Met een plank die hij daar vond, klom hij op het dak. Hij maakte een gat in het dak en liet zich naar binnen zakken. Daar stak hij een kaars aan en opende verschillende pakken.
Dit was niet de eerste keer. Eerder hadden ze al vier zakken met linnen gestolen, ongeveer 100 stukken in totaal. Het grootste deel hiervan werd verkocht aan de timmerman in het VOC-hospitaal. De rest verkocht de tweede verdachte bij de kade.
In januari hadden ze afgesproken om linnen te stelen uit het VOC-magazijn. De tweede verdachte had speciaal aan zijn officieren gevraagd om 's nachts de wacht te mogen houden bij het magazijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0625 Over hoe dieven bestraft moesten worden volgens de wetten en regels waren er verschillende bepalingen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0606 De soldaat Michel Herda van Sarengotta, 34 jaar oud, verscheen voor de raad van justitie van het Kasteel de Goede Hoop. Op verzoek van onderkoopman Johannes Needer, die tijdelijk als aanklager optrad, bekende hij het volgende:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0551 Op 24 maart 1739 werd er een vergadering gehouden in Kaap de Goede Hoop. Hierbij waren aanwezig:
De secretaris heeft de notulen en rekeningen ondertekend.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0550 In februari 1739 verscheen Lijsbeth van de Caab voor de raadsleden N. Heijning en C. Brand van de Raad van Justitie van het kasteel de Goede Hoop. Haar eerdere bekentenis werd haar voorgelezen en ze bleef bij haar verklaring. Ze wilde slechts één ding toevoegen: de twee stukken linnen had ze niet van een matroos gekocht. In plaats daarvan had ze in totaal 4 stukken wit linnen en 6 stukken rode dobbelsteen (een soort stof) gekregen van soldaat Michiel Herda, bij wie ze enige tijd verbleef. Herda zei dat hij deze goederen van matrozen had gekocht.
Toen ze met Herda sprak over diefstallen die waren gepleegd in het houthok en in de tuin van de VOC, antwoordde hij dat "dat zwarte gespuis" dat gedaan moest hebben. Lijsbeth verklaarde in het bijzijn van Herda dat dit alles de waarheid was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0549 Op 9 april 1739 werd door J. Needer een juridisch verzoek ingediend. Hij vroeg aan de rechters om de verdachte te veroordelen tot marteling, zoals dat in die tijd gebruikelijk was. De reden hiervoor was dat de verdachte was gevlucht, wat gezien werd als een teken van schuld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0545 Een getuige (deposant) zegt dat een verdachte hem steeds naar de kombuis (scheepskeuken) joeg. De getuige zag dat de verdachte 's nachts het huis uit ging en pas bij zonsopgang terugkwam. Als de verdachte dan thuiskwam, was zijn kleding vies, alsof hij in het zand had gelegen. Als de verdachte wegging, liet hij de voordeur open en gaf opdracht deze open te laten. Toen iemand de deur een keer sloot, sloeg de verdachte de getuige.
Dit bewijst dat de verdachte zowel overdag als 's nachts geen goede dingen deed. Hij joeg deze jongen steeds weg naar de kombuis zodat die niet kon zien wat er in huis gebeurde. Als de verdachte het linnen gewoon eerlijk had gekocht, hoefde hij niet bang te zijn voor huisgenoten. Het lijkt er sterk op dat hij het linnen van de Compagnie zelf heeft gestolen of heeft meegeholpen met stelen. Dit blijkt ook uit zijn eigen tegenstrijdige verklaringen over het linnen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0537 Het gaat over een verklaring waarin een zekere Smith op vraag 29 antwoordde met 'ja'. Hij was 's nachts wachtpost geweest samen met een verdachte. Er wordt vermoed dat de verdachte, alleen of met anderen, ingebroken heeft om makkelijker diefstal te kunnen plegen onder Smith's wacht.
Men denkt dat ze vooraf hadden afgesproken dat als de diefstal zou uitkomen, Smith zou zeggen dat hij het gestolen linnen van de verdachte had gekregen. De verdachte zou dan weer kunnen beweren dat hij het van willekeurige mensen had gekregen, wat geloofwaardig was omdat er dagelijks allerlei mensen bij zijn huis kwamen eten, zowel van de werf, het kasteel als van schepen.
Dat de verdachte 's nachts afwezig was, blijkt uit een verklaring van de slaaf Leander. Leander was voor ongeveer 5 maanden verhuurd aan de verdachte om hem als kok te dienen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0536
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0534 De dienstmeid Elisabeth kocht gestolen linnen met de verdachte. Ze had afgesproken dat ze dit linnen voor zijn rekening zou verkopen. Ze had er meer geld voor gekregen dan soldaat Johan Christiaan Smith. Als dit ontdekt zou worden, moest ze volgens afspraak zeggen dat ze het van een onbekende matroos had gekocht. Elisabeth was dus een heler.
Johan Christiaan Smith zou volgens de verdachte twee keer linnen hebben gekocht van onbekende matrozen. Maar tijdens zijn verhoor ontkende Smith dit. Hij verklaarde dat hij 91 stuks linnen van de verdachte had gekregen en voor hem had verkocht. Als hij meer geld kreeg dan de afgesproken prijs, kocht hij voor die winst ongeveer 34 stuks voor eigen rekening. Deze stukken werden later in zijn kist gevonden. Deze handel duurde van januari tot februari.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0533 De beschuldigde bekent nog 52 geldeenheden schuldig te zijn aan de timmerman voor de totale aankoop. Toen het linnen bij hem werd afgeleverd, had hij niet genoeg geld en haalde het resterende bedrag bij timmerman Andries Luder.
Soldaat Jan Christiaan Smith verkocht het overgebleven linnen bij de Kaap voor 8 schellingen per stuk, waarvan hij 6 schellingen kreeg. De beschuldigde heeft alleen 6 rode en 3 witte stukken linnen aan Lijsbet, de dienstmeid van boekhouder Martinus Heems, gegeven en verder niets verkocht behalve aan de timmerman.
Toen raadsleden zijn huis kwamen doorzoeken, heeft hij samen met soldaat Smith 4 of 5 stukken linnen die van Smith waren in een zak rijst verstopt vlak voor de justitie aankwam. Tot slot verklaart hij dat de verkopers van het linnen niet in zijn huis maar voor zijn raam stonden en dat hij het daar kocht, meestal tussen 10 en 11 uur 's avonds.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0531 Commissarissen uit de stadsraad gingen naar de werf van de Compagnie. Daar werden alle timmerlieden en matrozen opnieuw opgesteld. Deze werden aan de gedaagde en Johannes Christiaan Sniet getoond om aan te wijzen van wie zij het linnen hadden gekocht. Ze wezen toen twee mensen aan, maar dat was helemaal onjuist. Deze mensen hadden niets te maken met het stelen van het linnen. Bij onderzoek werd de aanklager door de equipagemeester verteld dat een van de twee beschuldigde mensen ten tijde van de diefstal helemaal niet bij de Kaap was, maar op een schip in de haven. Ook over de andere persoon hadden ze het mis.
De gedaagde had alleen maar uitvluchten gezocht om deze mensen te beschuldigen. Daarom liet de aanklager hem ook gevangen zetten. Toen hij daarheen werd gebracht, probeerde hij aan de rechtspraak te ontsnappen en vluchtte. De gerechtsdienaren achterhaalden hem echter snel weer.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0528 Op een dag heeft Johan Christoffel Smit linnen publiekelijk verkocht langs de huizen. Hij gaf aan dat hij deze van Michiel Herda had gekregen om voor diens rekening te verkopen. De aanklager was niet tevreden met dit antwoord en vroeg aan de gezaghebber om Smit vast te houden totdat de bekende handelaar, Herda, ondervraagd kon worden. Dit werd toegestaan.
Vervolgens werd Herda van zijn woonhuis in Kaap gehaald. Voor de commissarissen en andere raadsleden werd hem gevraagd hoe hij aan dit gestolen linnen kwam. Hij antwoordde brutaal dat hij het samen met soldaat Johan Christoffel Smit had gekocht van enkele timmerlieden en matrozen van de werf. Hij voegde toe dat hij deze personen wel zou herkennen als hij ze zag, maar kon op dat moment hun namen niet noemen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0527 In december werd ontdekt dat er was ingebroken via het dak van het houtmagazijn van de Oost-Indische Compagnie. Daar waren enkele stukken textiel gestolen uit pakken die daar waren opgeslagen van verongelukte schepen.
Uit pak nummer 803 waren 29 stuks Carriderry's gestolen.
Begin januari was er weer ingebroken, nu in het tuinhuis van de Compagnie. Daar werden gestolen:
In februari was er een derde inbraak, weer via het dak van het houtmagazijn. Toen werd er gestolen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0524 De officier van justitie Johannes Needer diende een rechtszaak in bij de president Hendrik Swellengrebel en de Raad van Justitie. De zaak was tegen de soldaat Michiel Herda, die gevangen zat op beschuldiging van diefstal. De rechtszaak begon begin 1732.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0523 Uit de rechtbank van het kasteel in Kaap de Goede Hoop werd aan de veroordeelde Hendrik Pothooven zijn eigen verklaring voorgelezen. Hij bevestigde dat alles juist was en wilde niets toevoegen of weghalen, behalve dat het waar was dat toen Thans Dollink zijn billen liet zien, hij naar diens geslachtsdeel had gegrepen. Dit werd vastgelegd in Kaap de Goede Hoop op 16 maart 1739 voor raadsleden J. Moller en P.R. de Savoije. De verklaring werd ondertekend door de ondervraagde en secretaris J. de Grandpreez.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0522 Op 27 januari werd er een ondervraging gedaan over gebeurtenissen met bandieten. Christoffel de Koning en Frans Dollink waren daarbij betrokken. Later bleken er in totaal 6 bandieten op het eiland te zijn. Een tamboer (trommelaar) werd ondervraagd over geruchten die de ronde deden. De tamboer ontkende direct betrokken te zijn bij de gebeurtenissen, maar gaf aan dat hij er alleen over had horen vertellen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0520 Het gaat over dat een slavin genaamd Elisabeth een bekentenis heeft gedaan. Een soldaat genaamd Smith beweert dat hij met de beschuldigde samen het linnen heeft gekocht. De aanklager kan hier nog niets zeker over zeggen, omdat soldaat Smith eerder verklaarde dat iemand hem had gezegd dat hij de man had gevonden van wie hij het linnen had gekocht. De aanklager denkt dat dit verzonnen is, omdat soldaat Smith en de beschuldigde waarschijnlijk samen wel wisten wie de echte dief van de gestolen goederen was. Het valt de aanklager op dat soldaat Smith verschillende keren aan sergeanten heeft gevraagd om 's nachts wacht te mogen houden bij het houtmagazijn van de VOC. Daar lag het linnen opgeslagen en werd 's nachts bewaakt tegen dieven. Smith was bijna altijd één van de wachters. Zijn officieren stonden dit toe omdat hij zei dat hij overdag handel dreef in Kaap.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0535 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/