Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De onafhankelijke aanklager Daniel Van den Henghel diende een aanklacht in bij de president Rijk Tulbagh en de Raad van Justitie. De aanklacht was tegen Alexander van Bengalen, een slaaf van landbouwer Jan Hendrik van Helsdingen. Alexander werd beschuldigd van moord in februari. De aanklager voegde twee documenten toe:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0017  


Michiel Daniel Lorich werd ondervraagd over zijn handelen van de avond ervoor. Hij bekende dat hij in een vlaag van haast en woede zijn slavin had mishandeld, wat leidde tot haar dood. Hij gaf toe dat ze hem had uitgedaagd door spullen te stelen. Hij vroeg om genade voor deze fout, die volgens hem niet met opzet was gepleegd. Dit verhoor vond plaats in Kaap de Goede Hoop op 17 november 1740 voor:

Beide heren waren leden van de Raad van Justitie. Na het verhoor werd de verklaring voorgelezen aan Michiel Daniel Lorich, die bevestigde dat alles klopte en dat hij niets wilde toevoegen of weghalen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 1015  


De slaaf Januari werd beschuldigd van diefstal. Het ging om de volgende gestolen goederen:

Fabritius was hier verontwaardigd over en zei rond 12 uur dat hij niet in een huis wilde blijven waar het zo toeging. Hierna verliet hij het huis. Er is ook sprake van een sjambok (een zweep) die werd gebruikt. De slavin werd niet vastgebonden volgens de verklaring.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 1012  


De aangeklaagde man had zijn dienstmeid Diana opdracht gegeven spullen naar de zolder te brengen. Diana ging zonder iets te zeggen naar boven. Rond 9 uur meldde de broer van zijn vrouw, Christiaan, dat Diana was overleden. De aangeklaagde stond toen op, kleedde zich aan en verliet het huis.

Tijdens het verhoor bekende de aangeklaagde het meeste, behalve dat hij:

Deze verschillen in verklaringen waren niet zo belangrijk omdat de zaak vooral ging over het ongepast straffen van de eerdergenoemde slavin. De aangeklaagde werd gevraagd welke goederen deze slavin van hem zou hebben gestolen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0987  


Een slavin genaamd Maria werd naar Eijsleben gestuurd om te vragen wat hij wilde eten. Ze kwam terug met de boodschap dat hij niet kon spreken. Eijsleben is op dinsdagavond geslagen en op vrijdagochtend overleden. Op dezelfde dag van zijn overlijden gaf hij opdracht aan de slaven Anthonij, Pedro, Piet en een kleine jongen om een graf te maken buiten het terrein richting de rivier. Eijsleben werd daar nog diezelfde dag begraven in aanwezigheid van Jan Hesselbaart.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0695  


Antonio zegt dat noch hij, noch zijn knecht opdracht heeft gegeven tot bepaalde handelingen. Hij ontkent dat de slaven dit zelf hebben gedaan. De meeste slaven zijn weggevlucht, behalve 2 of 3 van hen. Antonio ontkent ook dat hij aan de slaaf Pedro had gevraagd om snuif te halen en, toen die niet gevonden kon worden, tabak te stampen. Hij zegt ook niet aan de slaven Meij en Pedro te hebben opgedragen om de slavin Olier in het vuur te gooien. In plaats van deze orders uit te voeren, zijn de slaven één voor één weggevlucht. Antonio ontkent verder dat zijn Nederlandse knecht aanwezig was toen hij op donderdagnacht slavin Olier in het slavenhuis met een touw liet vastbinden, liet slaan en naar het grote huis liet brengen. Hij zegt dat hij haar niet heeft laten slaan en dat de knecht er niet bij was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0497  


Een slavin genaamd Antonia werd tussen 8 en 9 uur 's ochtends op een donderdag door 2 à 3 jongens gestraft. Na het slaan ging zij naar haar verblijf. Ze werd gestraft omdat ze goederen had gestolen. Antij de knecht was aanwezig toen ze werd geslagen. Hij had daarvoor aan tafel zitten drinken. Twee andere slaven, Moses en Pedro, werden ook gestraft. Er werd aan Pedro opgedragen om de andere slaven bij elkaar te roepen om te zien hoe Antonia werd gestraft.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0492  


De slaaf Philip vertelde dat hij samen met de slaaf Aron de slavin Anto Olier in de boomgaard had gevonden. Ze brachten haar naar het slavenhuis. Dit gebeurde op een donderdag rond zonsondergang. Er wordt ook gemeld dat de slavin ernstig was geslagen door haar meester op de avond of nacht ervoor. Om deze reden waren andere slaven gevlucht, maar ze waren inmiddels weer teruggekeerd. De slavin was erg verkleumd en bijna dood.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0482  


De slaaf Meij, die op het moment zelf aanwezig was, werd ondervraagd over het slaan van slavin Olier. Hij moest antwoorden wanneer hij thuis was gekomen - op donderdagochtend - en of hij nog lang bij zijn meester was gebleven nadat andere slaven waren geslagen. Ook moest hij vertellen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0481  


Antonio wist dat tussen 9 en 10 uur 's ochtends op donderdag de jongens iets deden. De slavin Olier werd geslagen omdat ze goederen had gestolen. Jan Leij zat die avond niet aan tafel om samen wijn te drinken. Zijn meester stond van tafel op en sloeg een slaaf genaamd Moses met een stok, en daarna ook slaaf Pedro. Na het slaan van deze twee slaven gaf de meester Pedro de opdracht om alle andere slaven bij elkaar te roepen om slavin Olier ook te slaan. Het is onduidelijk of dit op woensdagavond, in de nacht of vroeg op donderdagochtend gebeurde.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0480  


Schaape Craal ontmoette een slavin genaamd Flora. Hij vroeg haar om met hem te slapen. Schaape weigerde dit omdat hij dacht dat Flora een relatie had met iemand die September heette. Flora zei dat ze vroeg moest slapen omdat ze 's ochtends een boodschap moest doen in Constantia voor haar meesteres.

De volgende ochtend rond 7 uur wachtte Schaape Flora op langs de weg naar Constantia. Hij vroeg haar waarom ze bij September bleef en of ze hem weer zou accepteren. Ook vroeg hij of ze een goed woordje voor hem wilde doen bij zijn baas. Flora reageerde met scheldwoorden en dreigde zijn verzoek aan andere jongens te vertellen om hem te beschamen.

Schaape herhaalde zijn verzoek nog 3 keer, maar Flora bleef hem uitschelden. Toen pakte hij een mes uit zijn zak, hield het achter zijn rug en vroeg Flora voor de laatste keer of ze bij hem terug wilde komen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0038  


In februari (zonder exacte datum) komt Jan Hendrik van Helsdingen thuis op zijn plaats bij de witte bomen bij de Kaap. Zijn vrouw vertelt hem het volgende:

Dit verslag is opgesteld op verzoek van de onafhankelijke aanklager Daniel van den Henghel.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0025  


De gevangene zag dat het slachtoffer was overleden. Hij heeft haar toen van de weg af in een veld gelegd. Daarna is hij gevlucht, maar later gepakt en aan justitie overgedragen.

De dokters van het kasteel hebben de verwondingen onderzocht. Het slachtoffer was Flora van de Kaap, een slavin die ongeveer 4-5 maanden zwanger was. Ze vonden:

De dood kwam snel door een verwonding aan het hart. Door de hete zon en ontbinding konden de artsen geen volledige lijkschouwing doen. Dit was een dubbele moord: zowel op de slavin als op haar ongeboren kind.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0023  


Er is een slaaf aan de Kaap geweest en toen hij terugkwam bij de witte bomen, vertelde zijn vrouw hem het volgende: de avond ervoor had de gevangene aan de deur geklopt. Een slavin genaamd Eva van de Kaap zei tegen hem dat hij weg moest gaan omdat de vrouw des huizes al sliep. De gevangene ging toen naar het raam van de kamer waar de vrouw lag te slapen en sloeg daar hard op terwijl hij riep dat hij gewond was.

De vrouw stond op, stak een kaars aan en liet een paar jonge slaven roepen. Die gingen naar de gevangene toe, die kreunend op de grond lag alsof andere slaven hem verwond hadden. De vrouw liet hem naar binnen brengen en onderzocht hem. Toen ze merkte dat hij gelogen had, liet ze hem door de jongens een paar slagen geven met zweepjes. De gevangene stond op en rende naar het slavenhuis.

De volgende ochtend bleef hij op zijn slaapplaats liggen. De vrouw wilde hem laten ophalen door burger Nicolaas Mulder, maar toen de gevangene dit hoorde, ging hij snel aan het werk. Hij bleef daar tot ongeveer 11 uur 's middags, waarna hij wegging.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0018  


Philip van Malabaar, een slaaf van Jan Leij, legde een verklaring af bij het gerecht. Dit deed hij op verzoek van onafhankelijk aanklager Daniel van den Henghel. Hij vertelde dat op woensdag 6 april 's nachts zijn eigenaar hem en 4 andere slaven (Martus, December, Batjoe en Jan) had geroepen. Ze moesten een oudere slavin genaamd Olier met een stok slaan. Ze deden dit één voor één omdat hun eigenaar dit opdroeg. Olier vluchtte daarna naar de tuin. Philip en de andere slaven vluchtten uit angst ook weg. De slavin bleef de hele dag weg. De volgende ochtend kwamen Philip en de andere slaven terug. 's Avonds ging Philip water halen en zag toen Olier in de tuin zitten. Ze vroeg hem haar naar het slavenhuis te dragen omdat ze niet kon lopen. Omdat Philip dit niet alleen kon, haalde hij zijn medeslaaf Aron om te helpen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0463  


Een man genaamd Eijsleben is op een heftige manier aangevallen. Een slavin genaamd Maria werd naar het slavenhuis gestuurd om hem te vragen of hij wilde eten. Ze kwam zonder antwoord terug omdat Eijsleben niet meer kon praten. Hij is de volgende ochtend overleden aan zijn verwondingen.

De dader had Eijsleben met een rijststamper geslagen en zijn armen en benen gebroken. Het slachtoffer werd nog dezelfde dag begraven in aanwezigheid van soldaat Jan Hesselbaart.

De verdachte verklaarde dat Eijsleben had gedreigd: "Ik zal je vermoorden" nadat hij de verdachte op de grond had geworpen. Daarom had de verdachte hem met de rijststamper geslagen. De verdachte had ook gehoord dat Eijsleben had rondverteld dat de verdachte een relatie met hem had, waarop de verdachte hem had weggejaagd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0687  


De slaaf heeft 's nachts om 12 uur op zijn bed gelegen. Hij werd daar vanaf gehaald en kreeg een pak slaag. Hij moest zich klaarmaken om de volgende dag naar het strand te gaan. Hiervoor had hij al twee wagens klaargemaakt. Hij moest naar burger Jan Colijn gaan om drie jongens te vragen om mee te gaan vissen. De twee wagens werden met wat slaven naar het strand gestuurd. Toen de eigenaar daar aankwam was de slaaf er niet. De volgende dag bleek dat de slaaf een slavin genaamd Flora van de Kaap had vermoord op het pad tussen Constantie en de plaats van de eigenaar. De slaaf kwam niet meer thuis, maar werd op 18 februari gevangen genomen door een slaaf genaamd Willem, die eigendom was van oud-burgerraad P. Guilliam Heems, samen met andere jongens. De gevangene bevestigt dit verhaal grotendeels in zijn bekentenis, maar vertelt wat andere details over wat er gebeurde met zijn vrouw voor de thuiskomst van zijn eigenaar. Dit maakt voor zijn verdediging niet uit omdat hij het belangrijkste toegeeft: de moord op slavin Flora met alle bijbehorende omstandigheden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0019  


Louw de bootsman kwam 's avonds bij de ondervraagde om te vertellen dat zijn vrouw bij de bootsman van de werf was. Hij vroeg of de ondervraagde wilde dat zijn vrouw thuis kwam. De ondervraagde antwoordde dat hij haar niet had weggejaagd en dat ze mocht komen en blijven zoals ze wilde.

Later kwam de soldaat van Christoffel Fabritius, die daar logeerde. De ondervraagde ging met hem in de grote kamer rechts zitten, waar ze tot 10 uur dronken, praatten en rookten.

De soldaat Fabritius ging toen naar zijn bed om te slapen. De ondervraagde ging naar de kombuis om zijn slavin Diana te zoeken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 1007  


De tekst gaat over een incident waarbij een slaafgemaakte vrouw genaamd Diana werd mishandeld. De dader heeft haar kleren uitgetrokken en haar naakt vastgebonden met een touw dat hij van de achterplaats had gehaald. Daarna heeft hij haar een uur lang met een zweep (sjambok) geslagen.

Na het slaan heeft hij haar niet losgemaakt maar heeft hij haar, terwijl ze op de grond lag, een paar keer geschopt met zijn voeten waar muilen aan zaten. Daarbij schold hij haar uit. Diana was hierna half dood.

Toen hem gevraagd werd waarom hij dit had gedaan, antwoordde hij dat hij buiten zichzelf was geweest van woede. Daarna is hij gaan slapen terwijl hij de bijna doodgeslagen vrouw daar liet liggen. De volgende ochtend rond 6 uur was er een jongen genaamd Januarij die in het voorhuis sliep.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 1013  


De slaaf werd ondervraagd over een incident met een slavin. Hij had haar voor het vuur laten liggen om op te warmen. Hij ging daarna slapen. Later vertelden de slaven Philip en Aron dat ze de slavin in de boomgaard hadden gevonden en haar naar het slavenhuis hadden gebracht. Ze was er slecht aan toe. Toen de slaaf dit aan zijn meester vertelde, reageerde deze boos. De meester snauwde dat het niet waar kon zijn omdat de slavin niet veel slagen had gehad. Daarna joeg de meester hem weg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0483  


De landdrost meldde aan de bestuurders dat hij in april een brief had ontvangen van boer Jan Loose, die woonde bij de Kleine Palmiet Rivier over het gebergte. In deze brief stond dat burger Christoffel Eijsleben daar was overleden door slagen die hij had gekregen van Jan Loose's vrouw Maria Lubbe. De landdrost stuurde zijn vervanger om meer informatie te verzamelen en betrokkenen op te roepen voor verhoor. Naar Kaap de Goede Hoop kwamen vervolgens:

Na hun verklaringen werden Jan Loose en zijn vrouw Maria Lubbe ondervraagd door Rijk Tulbagh, de voorzitter, en de Raad van Justitie van het gouvernement.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0647  


In Kasteel de Goede Hoop werd in januari 1692 bepaald dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10715 / 0041  


In de eerste dagen van september 1692 kwam het schip Goede Hoop aan in het kasteel. De bemanning haalde het touwwerk van de bramsteng (een deel van de scheepsmast) aan land om het te gebruiken voor een boot. Ze namen ook een stuk stevig touw mee om het uit elkaar te halen voor werk.

Bij het kasteel waren mensen bezig met het drogen en opslaan van de linnen stoffen van de Compagnie. Ze begonnen ook met het uitladen van goederen uit het schip de Cauw om ze in het pakhuis van de Compagnie te brengen.

Op dinsdag 2 september was het mooi weer met een zuidoostelijk windje. Die ochtend werd een Portugese gevangene op een wagen vastgebonden van Stellenbosch naar het kasteel gebracht. Hij was eerder vrijwillig van een retourschip aan land gebleven en had sindsdien rondgezworven op het platteland. In de avond keerde de gouverneur terug naar het kasteel.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10715 / 0372  


De kolonel en eigenaar van het Regiment De Meuron had Macé aangenomen als chirurg. Macé zou echter niet als chirurg werken, maar naar Ceylon gaan om daar een verzameling natuurlijke vondsten aan te leggen en deze naar Europa te brengen. Kolonel De Meuron wilde hier zelf van profiteren. Het ging om:

Dit plan ging tegen de afspraken in. Bovendien bleek Macé een Fransman te zijn en rooms-katholiek. Dit was in strijd met de regels van het Regiment, want:

De bestuurders vonden dat de VOC was misleid en wilden niet dat mensen zonder toestemming onderzoek deden in VOC-gebieden. Ze verklaarden Macé's aanstelling ongeldig. Hij moest zonder functie of salaris terug naar Europa.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4361 / 0181  


Om het effect van mislukte oogsten te ondervangen, is vastgesteld dat wanneer de oogst aan de westzijde mislukt door gebrek aan regen, de oogst aan de oostzijde juist beter is en andersom.

Op 14 december 1792 zijn hierover de volgende maatregelen genomen:

De bakkers moesten het graan direct contant betalen. De prijs werd vastgesteld op 31 rijksdaalders per vracht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4361 / 0092  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/