Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Uit het onderzoek van de hoofdartsen van het kasteel bleek dat het slachtoffer de volgende verwondingen had:
De wonden waren niet dodelijk. De artsen konden niet vaststellen of de dood werd veroorzaakt door de verwondingen of door het drinken van koud water met een verhit lichaam. Het slachtoffer lag urenlang naakt op de grond in de kombuis tot 's morgens 6 uur. Daarna ging ze naar de zolder waar ze rond 9 uur dood werd gevonden door de broer van de vrouw van de verdachte. Het is niet zeker of ze zout water heeft gedronken, omdat de getuige Januari dit niet heeft vermeld in zijn verklaring. De rechter moet nu bepalen welke straf de verdachte verdient voor deze mishandeling van zijn slavin. Als de slavin direct was overleden tijdens de mishandeling, zou het als doodslag worden beschouwd. Ook al was ze zijn eigendom, de verantwoordelijkheid voor haar dood is even groot als bij het doden van een Europeaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0989 Hij verklaart dat hij boos op haar was geweest omdat ze het volgende had gestolen:
Dit gebeurde op de donderdag voordat ze stierf. Hij ontkent dat hij de dienstmeid opnieuw heeft vastgebonden of geslagen nadat getuige Fabritius het huis had verlaten, hoewel een tweede getuige dit vanuit de deuropening gezien zegt te hebben. Hij verklaart dat hij haar vooral heeft geslagen vanwege de diefstal, maar ook omdat ze hem zou hebben geprovoceerd.
Hij verliet het huis toen zijn zwager hem vertelde dat de dienstmeid was overleden. Hij deed dit omdat hij zeer bedroefd was om drie redenen:
Hij vraagt of zijn vergrijp tegen deze dienstmeid met genade bekeken kan worden, omdat hij het niet met opzet heeft gedaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0988 De gedaagde werd kwaad en gooide dingen door de kamer. Hij zei dat het zijn slavin was en dat de diefachtige hoer het verdiend had. De getuige ging naar het huis van burger Jochem Jurriens, rond middernacht
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0986 De getuige verklaart dat er een zeeman genaamd Lourens Staf op bezoek was. Na diens vertrek nodigde de verdachte de getuige uit voor een glas wijn. Ze gingen samen naar binnen en dronken wijn. De getuige bleef tot na de klok van 10 uur, soms in de kamer, soms rondlopend in het huis. De verdachte schold en vloekte voortdurend op zijn vrouw. De getuige stelde voor dat de verdachte zou gaan slapen omdat het al na 10 uur was. De verdachte ging weg en de getuige ging in de grote kamer rechts liggen rusten. Na korte tijd kwam een dienstmeid van de verdachte bij hem binnen vallen, roepend om hulp. Daarna kwam een slaaf genaamd Januarij die de meid weer meenam. De meid kwam nog een tweede keer binnen roepen om hulp. De getuige stond toen op en ging naar de keuken waar hij de verdachte met Januarij zag staan. Toen Januarij de meid wilde slaan, pakte de getuige de zweep uit zijn handen en ging naar de grote kamer.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0985 Op zaterdag 8 oktober om 7 uur 's ochtends zag de eerste getuige de vrouw van Michiel Daniel Lourich in de keuken zitten. Bij navraag vertelde ze dat haar man de kamerdeur had afgesloten. Terwijl de getuige zich in zijn slaapkamer aankleedde, kwam Lourich uit zijn kamer. In de hal vroeg zijn vrouw of ze naar buiten mocht. Hij verbood dit, maar toen ze toch opstond en zei dat ze wegging, schopte hij haar tegen haar achterwerk en schold haar uit. Ze verliet toen met haar kind het huis. De getuige vertrok ook en kwam rond 6 uur 's avonds terug. Hij trof toen bootsman Lourens Staf aan in de kamer bij Lourich. Staf probeerde de vloekende Lourich tot bedaren te brengen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0984 De hooggeplaatste ambtenaar (de fiscaal) Daniel van den Henghel diende een aanklacht in bij de president Reijk Tulbagh en de rechtbank van het bestuur.
De aanklacht was tegen burger Michiel Daniel Lourich voor het mishandelen van zijn slavin genaamd Diana.
Bij de aanklacht werden de volgende bewijsstukken ingediend:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0983 Op 2 juni 1740 werd uitgelegd dat een doodslag die gepleegd werd in een woede-uitbarsting, niet gestraft moest worden met de gewone doodstraf. Dit gold alleen voor woede die ontstond nadat iemand beledigd werd door een ander. In zo'n geval zou de woede een reden zijn om niet de normale straf te geven. De beschuldigden, J Loose en Maria Lubbe, vonden dat hiermee de ongegronde eis van de aanklager voldoende was weerlegd. Ze bleven bij hun eerder gegeven antwoord en conclusie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0771 De landrechter Pieter Lourensz heeft aanklachten ingediend bij de president Reijk Tulbagh en de rechtbank van het kasteel in Kaap de Goede Hoop tegen verschillende lijfeigenen en slaven:
Deze personen zijn gevangen genomen en aangeklaagd in een strafzaak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0775 In een rechtszaak op het Kasteel de Goede Hoop werd een document ingediend door burger Jan Loose en zijn vrouw Maria Lubbe als gedaagden. Dit was gericht aan de president Rijk Tulbagh en de Raad van Justitie. De zaak was tegen landdrost Pieter Lourensz, die als aanklager optrad. Het document was een antwoord op een aanklacht van 24 maart van dat jaar. De gedaagden verdedigden zich tegen de beschuldiging dat ze een onwaar verhaal hadden geschreven over wat er was gebeurd met burger Christoffel Eijsleben. Ze hielden vol dat hun verslag de waarheid was over wat er echt was gebeurd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0763 Het gaat over een gerechtelijke zaak waarin Pieter Lourensz als officier van justitie optreedt tegen de burger Jan Loose en zijn vrouw Maria Lubbe Os. De zaak werd voorgelegd aan Rijk Tulbagh, president van de Raad van Justitie in kasteel de Goede Hoop.
De zaak draait om de dood van Christoffel Eijsleben, die op zaterdag 7 maart van het vorige jaar 's nachts bij het echtpaar was gekomen. Hij bleef daar tot maandagochtend, waarna hij vertrok onder het uiten van beledigingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0751 Op 17 februari 1740 legde Pieter Hansz een verklaring af voor Daniel Godfried Carnspek, secretaris van de Raad van Justitie in het Kasteel de Goede Hoop. Hij deed dit op verzoek van boer Jan Loose. Hansz verklaarde het volgende:
In 1739 kwam Christoffel Eijsleben naar de plek waar Hansz als knecht werkte voor Jacobus Blanckenberg. Na wat gepraat te hebben vroeg Eijsleben of hij 20 rijksdaalders kon lenen omdat hij dat geld dringend nodig had. Hansz zei dat Eijsleben het geld moest vragen aan zijn baas P. Lafebre, waar hij toen als knecht werkte. Eijsleben antwoordde dat hij zijn baas niet om een gunst wilde vragen. Toen Hansz zei dat hijzelf het geld niet had, suggereerde hij dat Eijsleben naar Jan Loose zou gaan voor hulp. Eijsleben reageerde hierop grof en zei dat zodra hij een vrij man zou zijn, hij Jan Loose zou wegsturen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0743 Op 19 februari 1740 legde de oud-raadslid Paul Gijsbert Lafebre een verklaring af voor secretaris Daniel Godfried Carnspek van de Raad van Justitie. Dit deed hij op verzoek van landbouwer Jan Loose.
Lafebre verklaarde dat in 1738 een zekere Christoffel Eijsleben als knecht bij hem werkte op zijn leenboerderij over de berg aan de Hooge Craal. Eijsleben had sinds 1736 bij hem gewerkt en bleek hem op verschillende manieren te hebben:
Eijsleben had onder andere een paard en geweer, die van Lafebre waren, verkocht aan landbouwer Ernst Redeker. Hij deed alsof deze spullen van hemzelf waren en verkocht ze voor:
Eijsleben probeerde dit geld (60 rijksdaalders) achter te houden. Een slaaf lichtte Lafebre hierover in. Lafebre sprak Eijsleben hierop aan en dwong hem op 11 september 1738 een briefje af dat Eijsleben van Redeker had gekregen als bewijs van de schuld voor het paard en geweer.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0739
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0725 De tekst is een liefdesbrief waarin een geheime minnaar een getrouwde vrouw een bericht stuurt. Hij vraagt haar hem te laten weten wanneer haar echtgenoot van huis is. Dan wil hij langskomen. Hij kan niet langer wachten. Hij wil niet dat zij verdacht wordt door haar man, dus stuurt hij een flesje met kamfer-brandewijn. Als dekmantel schrijft hij in een andere brief dat hij in zijn been heeft gesneden.
De minnaar vraagt via een bediende om een nacht bij haar te kunnen slapen. Als haar man weg is hoeft ze niets te sturen, dan kan ze de bediende gewoon naar huis sturen.
Een ander briefje bevat de tekst: "Jan Los durf je nog met je hoer" (tweemaal herhaald). Het is ondertekend door een geheimschrijver.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0719 Op 11 november 1739 verscheen voor Daniel Godfried Carnspek, secretaris van de rechtbank in het gebied, de burger Casper van Nos. Hij legde een verklaring af op verzoek van landdrost Pieter Lourensz.
Van Nos vertelde dat hij enige tijd geleden op de boerderij van Jan Loose was geweest, gelegen over de bergen aan de Palmietsrivier. Daar trof hij de boeren Marthinus Van Staeden en Cornelis Van Tonderen aan, samen met Hesselbaart, een knecht van raadslid Gijsbert La febre.
Hij zag daar Christoffel Eysleben bloedend aan zijn hoofd en benen op de grond liggen. Eysleben gaf geen geluid. Loose vertelde dat zijn vrouw Eysleben had geslagen omdat deze geweld had gebruikt in hun huis tegen haar. In de namiddag reed Van Nos naar huis terwijl Eysleben nog steeds op de grond lag. Hij is niet dichtbij Eysleben geweest en heeft niet met hem gesproken.
Van Nos verklaarde dat hij bereid was deze verklaring onder ede te bevestigen als dat nodig zou zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0715 Op 11 november 1739 verscheen voor secretaris Daniel Godfried Carnspek de soldaat Johan Theodorus Hesselbaart, die tijdelijk werkte voor raadslid Gijsbert Lafebre. Op verzoek van landdrost Pieter Lourensz verklaarde hij het volgende: Begin maart, vermoedelijk 10 maart, kreeg hij via een klein Hottentots meisje een briefje van burger Jan Loose met het verzoek naar diens boerderij te komen. Bij aankomst vond hij Christoffel Eijsleben op het erf liggen, wiens hele lichaam onder het bloed zat. Binnen trof hij de burgers Martinus van Staeden en Cornelis van Tonderen aan, die net waren aangekomen. Jan Loose vertelde hem dat hij Christoffel Eijsleben de toegang tot zijn huis had ontzegd vanwege bepaalde geruchten. Toen Eijsleben toch kwam, had de vrouw van Loose een bezemsteel gepakt en hem daarmee geslagen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0707 Er wordt een lijst van verkopingen opgesomd door verschillende landbouwers uit Eijsden:
Daarna volgt een lange lijst van kleine verkopen, voornamelijk in Oost, met bedragen tussen 1 en 4 gulden aan verschillende personen waaronder:
De verkoping eindigt met enkele grotere transacties:
Het totaalbedrag van alle verkopen komt uit op 601 gulden.
Bekijk transcriptie NL-MtRHCL / 09.009 / 9161 / 0337
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0706
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0697 De boer Jan Loose werd ondervraagd. Het was deel van een officiële ondervraging door de rechtbank.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0698 De schrijver vertelt over een gevecht waarbij hij en zijn vrouw betrokken waren. Zijn vrouw werd aangevallen en greep een rijststamper. De schrijver vocht met zijn kreupele handen en wist de aanvaller neer te slaan. De aanvaller dreigde de vrouw 'door haar moeder te jagen'. Ze lieten hem voor de deur liggen. De schrijver stuurde twee jongens naar Groenberg om Esaias Meyer en Groenberg te halen. Groenberg was naar de Kaap vertrokken en Esaias Meyer zei dat zijn vrouw ziek was. De jongens kwamen zonder iemand terug. 's Ochtends vroeg reed de schrijver naar Martignes van Staaden om het voorval te vertellen. Hij vroeg ook of de aanvaller dronken was geweest, wat werd ontkend. Toen de schrijver van huis vertrok, zat de aanvaller te schrijven. De schrijver dacht dat zijn benen gebroken waren, maar dat bleek niet zo te zijn. Terwijl de schrijver weg was, had de aanvaller zich met behulp van een amandelboom opgericht, wat de vrouw vanuit de voordeur kon zien.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0701 Hij haalde hem van het huis op omdat hij bij Lafeber geroepen was. Er ontstond een woordenwisseling waarbij zijn vrouw een bezemstok nam. Hij sprong op zijn paard en reed weg terwijl hij scheldwoorden riep. Hij dreigde dat hij niet zou rusten tot één van hen dood was. Dit werd gehoord door een slavin. Daarna reed hij met zijn spullen naar Martijnus van Staden waar hij die nacht verbleef.
Op dinsdagavond de 10e rond 8 of half 9 hoorden ze iemand te paard aankomen, wat ze merkten aan het blaffen van de honden. Hij stapte af bij de deur en kwam naar de voordeur. Zijn vrouw ging naar buiten om te kijken. Ze zag hem in het licht van het vuur. Zijn vrouw pakte een bezemstok en vroeg wat hij wilde en of hij wilde weggaan. Ze sloeg hem, maar hij weerde de slag af. Ze vielen beiden op de grond waarbij hij riep dat hij haar zou vermoorden en zijn duim op haar keel zette. Toen hij "Maat hij vermoordt mij" hoorde, kwam hij met een geweer naar buiten. Hij had hem kunnen doodschieten maar kon er niet bij komen zonder zijn vrouw mogelijk te raken. Hij legde zijn geweer neer en sloeg hem met zijn vuist.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0700 De belastingambtenaar Jnbependent heeft een antwoord ingediend. Eijssche heeft hierop gereageerd met een kopie van de notulen van 1 juli 1740. Daarna volgde een tweede reactie. Een kopie van het vonnis dat op 21 juli 1740 werd geveld en op 28 juli werd uitgesproken, is bijgevoegd. Eylf heeft hiertegen beroep aangetekend. Volgens de notulen van 4 augustus 1740 vraagt de belastingambtenaar om zijn beroep tegen het eerste deel van het vonnis te behandelen bij de Raad van Justitie van het kasteel in Batavia. Hij verzoekt ook om de processtukken te controleren en naar Batavia te sturen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0553 Op 19 augustus 1740 werd in het Kasteel de Goede Hoop een verzoekschrift geregistreerd en ondertekend door de volgende personen van de Raad van Justitie:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0554 De stadsbestuurder Pieter Lourensz klaagde de burgers Jurgen Jansz Scholman en Louis Nel aan bij de rechtbank van het kasteel in Kaap de Goede Hoop. Dit gebeurde omdat 5 slaven van Scholman een andere slaaf genaamd Juli zo ernstig hadden mishandeld dat hij daaraan overleed. Scholman had op 26 december gemeld dat Juli zichzelf had verwond door met zijn hoofd tegen een speerhaak te slaan, waaraan hij zou zijn overleden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0555 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/