Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Cornelis Gerlings, notaris te Haarlem, verklaarde dat er op 24 april 1860 en volgende dagen om 10 uur een veiling zou worden gehouden. Dit gebeurde in het sterfhuis van Cornelia Lijdia Tindal, weduwe van generaal-majoor Henricus Roijen, aan het Donkere Spaarne in Haarlem (wijk 1, nummer 603). De veiling werd gehouden op verzoek van de executeur-testamentair Leonard Jean Tindal, majoor van de rijdende artillerie te Leiden. De makelaars Engesmet en Sarlet uit Haarlem zouden de volgende zaken verkopen:
Deze zaken maakten deel uit van de erfenis van de overledene.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 18 / 0303 De tekst beschrijft een juridisch document uit 16 juni 1857. Abraham Elias Hooglandt, een koopman uit Amsterdam, treedt op als gevolmachtigde voor verschillende personen:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701676 / 534 De tekst beschrijft een juridische gebeurtenis waarbij erfgenamen van Cornelia Lijdia Tindal (weduwe van Henricus Roijen) de nalatenschap verdelen. Cornelia Lijdia Tindal overleed op 28 maart 1860 in Haarlem. De erfgenamen zijn:
Belangrijke betrokkenen bij de afhandeling zijn:
Het testament werd opgesteld op 30 november 1859. De nalatenschap is volledig afgehandeld: alle legaten zijn uitgekeerd, schulden zijn betaald en successierechten zijn voldaan. De nalatenschap bevat 3000 gulden in contanten.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 18 / 0162 Een erfenis werd verdeeld tussen verschillende mensen:
De totale erfenis bedroeg 3543,50 gulden. Alle betrokkenen verklaarden tevreden te zijn met de verdeling. De kantonrechter keurde de verdeling goed, vooral met het oog op de belangen van de minderjarigen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701642 / 164 De notaris Cornelis Gerlings heeft in zijn kantoor in Haarlem een akte opgesteld in aanwezigheid van twee getuigen: Adam van Dort Junior uit de Anegang en Jacobus Antonius de Bellefroid, schoenmaker uit de Paadlaarstee. De akte is ondertekend op 1 september 1860.
George August Baron Tindal, gepensioneerd kapitein ter zee en buitengewoon adjudant des Konings wonende te Maastricht, machtigt Abraham Elias Hooglandt, koopman te Amsterdam, om zijn belangen te behartigen in de nalatenschap van Lydia Cornelia Tindal. Zij was de weduwe van generaal-majoor Henricus Broyen, die aan het Spaarne in Haarlem woonde en daar op 28 maart is overleden.
Hooglandt krijgt de volgende bevoegdheden:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701642 / 165 Wilhelm Johannes Elsenhorst was makelaar in Haarlem. Hij handelde namens Marie Louise Tindal, weduwe van kolonel Pisuisse, die in Maastricht woonde.
Marie Louise Tindal gaf volmacht aan Abraham Elias Hooglandt, een koopman uit Amsterdam, om haar zaken te behartigen. Dit ging om de erfenis van haar zus Lijdia Cornelia Tindal, weduwe van generaal-majoor Henricus Roijen, die op 28 maart aan het Spaarne in Haarlem was overleden.
Hooglandt kreeg toestemming om:
Dit document werd getekend in Maastricht op 8 april 1860 en geregistreerd in Haarlem op 3 september 1860.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 18 / 0166 In deze juridische akte uit 31 maart 1860 geeft Jonkheer Leonard Jean Tindal, majoor der Rijdende Artillerie en kamerheer des Konings wonende te Amersfoort, volmacht aan Coleman Albertus van der Elst Albertuszoon, ambtenaar bij de gemeente Haarlem. De volmacht betreft het behartigen van zijn belangen in de nalatenschap van zijn zuster Lydia Cornelia Tindal, weduwe van Henricus Roijen. Zij woonde in Haarlem en overleed daar op 28 maart 1860. Van der Elst krijgt toestemming om:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701642 / 167 Op woensdag 28 mei 1873 kon de gemeenteraadsvergadering van Amsterdam niet doorgaan omdat er te weinig leden aanwezig waren volgens artikel 48 van de Gemeentewet. Burgemeester Mr. C.J.A. den Tex was voorzitter.
Er waren 19 leden aanwezig:
Enkele raadsleden hadden zich afgemeld:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2982743 / 191 Een grafruimte in Schoten bij Haarlem (kadastraal bekend als sectie B nummer 262) werd op 29 oktober 1859 overgedragen. Het graf met nummer 172 lag op het zuidelijke deel van de algemene begraafplaats van Haarlem en werd gewaardeerd op 25 gulden.
De totale waarde van 3543,50 gulden werd als volgt verdeeld onder de erfgenamen:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701642 / 163 Het document beschrijft de verdeling van een erfenis die bestaat uit:
De totale waarde van 3543,50 gulden wordt als volgt verdeeld:
Het eigendom van de grafruimte is verkregen via een transport getekend te Haarlem op 29 oktober 1859, geregistreerd op 1 november 1859 en overgeschreven op 3 november 1859.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 18 / 0163 Constantia Maria Antonia Tindal, echtgenote van kapitein Casper Willem Joseph Blom van het 6e Regiment Infanterie in Grave, heeft op 19 mei 1852 haar testament laten opmaken bij notaris Stephanus Petrus Antonius de Bruijn in Grave. In dit testament:
Bekijk transcriptie NL-HtBHIC / 7128 / 257 / 0115 Het Herengrachtboek bleek een nuttig naslagwerk op het gemeente-archief van Amsterdam. Een voorbeeld: bij onderzoek naar Henry Tindal in Amsterdam in 1843 werd duidelijk dat zijn moeder Helena Jeanette Hartkamp, weduwe van Ralph Dundas baron Tindal, van 1839 tot 1845 op Herengracht 555 woonde.
Ook voor onderzoek naar bezoeken van Andersen aan Amsterdam in 1866 en 1868 was het boek waardevol. Hij verbleef toen op Herengracht 366 en 284.
Het manuscript met indexen van H.F. Wijnman is aan het gemeente-archief geschonken. Tot 31 maart 1977 konden leden het boek tegen gereduceerde prijs kopen:
Bestellingen konden worden gedaan bij de Stadsdrukkerij aan het Weesperplein 6.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 3586478 / 7 Dit is een beschrijving van een erfenis uit een nalatenschap. Het totale bedrag was 130.554 gulden en 31 cent. De erfenis werd in 7 gelijke delen verdeeld onder:
Ralph Dundas Hooglandt trad op als gemachtigde voor George August Baron Tindal. Het eerste deel van zijn erfenis bestond uit 122 gulden en een Oostenrijkse obligatie.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 16 / 0539 Op 28 april 1908 werd in Haarlem een document geregistreerd door E. Vas Visser-Tindal. Het ging om een eigenhandig geschreven en ondertekend testament. De registratiekosten waren 80 cent.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4748990 / 308 In dit testament legt de testatrice vast dat zij haar bezittingen nalaat aan haar dochter Maria Louisa Pisuisse (geboren Tindal) en haar kleinkinderen. Als Maria Louisa bezwaar maakt tegen deze regeling, krijgt ze alleen het wettelijk minimum en gaat de rest naar haar kinderen. De rente hierover wordt beheerd door bewindvoerders.
Als bewindvoerders worden benoemd:
Het testament is opgemaakt te Haarlem in de Koningstraat op 26 november 1856 in aanwezigheid van twee getuigen:
Het document is geregistreerd te Haarlem op 50 juni 1857.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701659 / 369 Deze tekst blijkt een lijst van verkochte goederen te zijn met hun kopers en prijzen. Hier volgt een overzicht van de belangrijkste elementen:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 18 / 0307 Mr Willem van der Vliet was aangesteld als toezichthoudende voogd over minderjarigen door de kantonrechter in 's-Gravenhage op 17 augustus 1864. Hij werd beëdigd door de rechter in Amsterdam op 26 augustus 1864. Op 19 april 1843 trouwden Maria van der Vliet en Jonkheer Willem Frederik Tindal buiten gemeenschap van goederen. Maria bracht in:
Op 11 januari 1844 ontving Maria de erfenis van haar vader. Maria overleed op 5 augustus 1864 in 's-Gravenhage. Van 31 augustus tot 3 oktober 1864 werd een inventaris opgemaakt door notaris Johannes Bervoets. Maria was ook erfgenaam van 1/12 deel van de nalatenschap van David Michiel Vollenhoven, die op 22 februari 1853 in Delft overleed. Zijn vrouw Arnoldina Bomen behield het vruchtgebruik. Bijna alle bezittingen die Maria had ingebracht bij het huwelijk waren bij haar overlijden verdwenen. Het huis aan het kanaal in 's-Gravenhage en de inboedel werden openbaar verkocht. Jonkheer Willem Frederik Tindal betaalde daarvan de schulden. In april 1865 verliet hij Haarlem zonder volmacht achter te laten. Hij liet 4.206 gulden en 93,5 cent achter zonder verantwoording af te leggen. Jonkheer Willem Jan Cornelis Ridder Huyssen van Kattendijke uit 's-Gravenhage werd door de kantonrechter in Haarlem aangesteld.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701567 / 275 Op 18 april 1878 kwamen de schepen brik Courier en brik de Haai aan bij de hoofdplaats van de sultan. De schepen stonden onder leiding van kapitein Quitt van Oraans Houckgeest en kapitein Quitt Stavenisse de Brauw. Ze konden geen grote vloot sturen vanwege onder andere de Bali-expeditie.
Er werd een brief overhandigd met een waarschuwing tegen zeeroverij. De sultan kreeg 3 dagen de tijd om aan kapitein Quitt van Oraans Houckgeest schriftelijk te beloven dat hij de zeerovers onder zijn onderdanen zou tegenhouden. Ook moest hij de gevangenen vrijlaten, waaronder de broer van de sultan van Batjan.
Op 19 april werd de brief door oud-ambtenaar van Dungen Gronovius naar de sultan gebracht en aan hem overhandigd in de Roema Bidjar (raadszaal).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 5921 / 0122 Op 28 mei 1868 kwamen bij de notaris Dirk Hendrik van Zutphens in Haarlem de volgende personen samen:
De kinderen waren:
Deze kinderen waren de erfgenamen van hun overleden moeder Maria van der Niet, die getrouwd was met jonkheer Willem Frederik Tindal. Zij had in haar testament van 19 april 1843, opgesteld bij notaris Johannes Commelin in Amsterdam, haar man benoemd als mede-erfgenaam voor een kwart van haar nalatenschap.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701567 / 274 Op 20 april 1858 werd in Haarlem een document ondertekend door W. Kaptin, Hekaplijn, J. Dekker, Jitsema, W. Elsenhort, H. van der Steeg en notaris C. Gerlings. Het document werd geregistreerd voor een bedrag van 2 gulden en 21 cent, inclusief 38% extra kosten. De ontvangst werd bevestigd door D.F. Crommelin.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701676 / 342 Op 7 januari 1831 verschenen voor notaris Jacobus van Riemsdijk in Almelo de volgende personen:
De meesten van hen waren landbouwers uit de gemeente Tubbergen, wonend in verschillende buurtschappen zoals Mander, Fleringen, Vasse en Reutum.
Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 0122 / 27 / 0004 De notaris Jacobus van Riemsdijk registreerde op 21 januari 1824 in Almelo dat:
Vervolgens werd op 26 januari 1824 vastgelegd dat:
Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 0122 / 20 / 0009 Hermen Meijer en zijn vrouw Aaltjen Wolters erkennen een schuld van 1100 gulden aan de hooggeboren heer Adolph Frederik Lodewyk, Graaf van Rechteren Limpong. Ze beloven dit bedrag terug te betalen op 26 januari van elk jaar, na een opzegtermijn van een half jaar. Tot die tijd betalen ze 4% rente per jaar, met de eerste betaling op 26 januari 1825.
Als zekerheid voor deze lening geven Hermen Meijer en Aaltjen Wolters de volgende stukken grond in de gemeente Wierden als onderpand:
Ze verklaren dat deze stukken land hun eigendom zijn en vrij zijn van andere hypotheken.
Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 0122 / 20 / 0010 De tekst gaat over een boedelverdeling. Cornelis Vreeswijk, kastelein uit Montfoort, was voogd over de minderjarige kinderen van wijlen Adrianus Vreeswijk en wijlen Julie Françoise Tindal. Deze voogdij werd vastgelegd op 13 juni 1856. De erfgenamen waren:
Ze erfden van hun moeder/grootmoeder Helena Jeanetta Hartkamp, weduwe van generaal Raph Dundas Baron Tindal. Zij woonde aan het Donkere Spaarne in Haarlem en overleed op 10 juni 1857. Het testament was opgesteld op 16 mei 1851 in Amsterdam door notaris Fredrik Willem Fabius. Er kwam een aanvulling op 26 november 1856 in Haarlem. De boedelbeschrijving vond plaats op 26 en 27 juni 1857. Er werd erfbelasting betaald over een legaat van 4.000 gulden aan Johanna Geurdina Tindal, weduwe van Paul Benoit. De roerende goederen werden verkocht voor 5.416 gulden. Abraham Elias Hooglandt en George August Baron Tindal werden aangesteld als beheerders van het erfdeel van Marie Louise Tindal, weduwe van kolonel Hendrik Jan Willem Pisuisse. Dit erfdeel was bestemd voor haar huidige en toekomstige kinderen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 16 / 0535 Julie Françoise Tindal, getrouwd met Adrianus Vreeswyk, ondertekende een schuldverklaring in Montfoort op 14 mei 1851 voor een bedrag van 3.000 gulden waarover geen rente betaald hoefde te worden.
Op basis van de beurskoersen van 7 december 1857, gepubliceerd in de Staatscourant van 13 en 14 december 1857, werden de volgende Oostenrijkse staatsobligaties gewaardeerd:
De totale waarde van deze effecten, inclusief opgebouwde rente, bedroeg 15.993,75 gulden.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701676 / 536 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/