Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


Op 2 november werden verschillende officiële documenten behandeld, waaronder:

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510578 / 258  


Op 26 september 1632 verscheen voor notaris Nicolaes Jacobs een zekere Toenis Gerijtsz. Deze woonde eerst in Embderland maar woont nu in Aelsmeer in Waterland. Hij was op dat moment in Amsterdam. Als gemachtigde van Gerrit Toenisz van Sesscher, die in Banster Schans woont, droeg hij zijn rechten over aan Bitter Dapper uit Deventer. Het ging om een recht dat Gerrit Toenisz hem had gegeven op 26 oktober 1627. Dit betrof het recht om van Vastman uit Eeffe Gesscher in de buurtschap Rueren een bedrag van 40 rijksdaalders te ontvangen voor een kindsdeel van zijn vader. Toenis Gerijtsz verklaarde dat hij hiervoor volledig betaald was. Bitter Dapper kreeg nu het volledige eigendom en kon als vertegenwoordiger handelen zoals hij wilde. De overdracht werd gedaan in aanwezigheid van getuigen N de Barg en Daniel Uijgen.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937273 / 222  


Henrick Jansz, een zuivelverkoper van ongeveer 34 jaar oud, zat met anderen te drinken. Op 15 februari verschenen Jan Jansz Bitter, een herbergier van ongeveer 6 jaar oud, en Jan Cornelisz Ruijch, een sleutelmaker van ongeveer 29 jaar, beiden burgers van deze stad. Ze legden een verklaring af op verzoek van Annetgen Jans, de vrouw van Ghijsbert Henricksz. Ze was een linnenhandelaar in de stad.

Jan Jansz Bitter verklaarde dat ongeveer 9 weken geleden Ghijsbert Henricksz naar zijn huis kwam. Ghijsbert gaf voor de grap een klap op het hoofd van Arent Henricksz (ook wel 'Zuipuit' genoemd). Wiggert Pietersz, bijgenaamd 'Jaag de Duivel', die bij Arent was, zei toen: "Hoe laat je je slaan?" Hij gaf Arent een mes.

De herbergier probeerde Arent uit de kamer te krijgen. Later kwam Wiggert Pietersz weer bij Ghijsbert en vroeg waarom hij zich liet slaan. Hij eiste het mes terug van Arent en zodra hij het had, sloeg hij Ghijsbert op het hoofd. Omdat Ghijsbert dronken was, raakten ze in gevecht. Wiggert kreeg een steek in zijn buik en stierf 17 dagen later.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937227 / 67  


Deze tekst bevat 2 juridische documenten uit de 17e eeuw:

  1. Een document van 3 april 1632 waarin Antoni Koelaert verklaart dat hij voor 3304 gulden en 2 stuivers aan Hendrik van Tweenhuijsen 2 schepen verkoopt:
    • Een schip van Jisp dat 1100 gulden kostte
    • De schepen liggen bij Calais of Lissabon en moeten naar Belle-Île-en-Mer varen
    • Koelaert mag binnen 2 jaar en 3 maanden de schepen terugkopen voor hetzelfde bedrag
  2. Een document van 10 december 1632 waarin Lourens Bitten van der Marsch uit Aalsmeer, erfgenaam van zijn vader Mr. Marten Bitter, toestemming geeft aan Cornelis Del om:
    • Te onderhandelen met de erfgenamen van Mari Rouwers
    • Een geschil over een rentedocument op te lossen
    • Beslissingen te nemen alsof hij zelf aanwezig was
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510578 / 245  


De testateur (iemand die een testament maakt) legde vast dat Maria Reijnst, weduwe van Niclaes du Gardin, zijn huis erft dat staat aan de Koningsgracht in de stad, samen met meubels en andere bezittingen. Hij legde ook verschillende legaten (erfenissen) vast:

Er zijn specifieke voorwaarden vastgelegd over hoe het geld beheerd moet worden door de weeskamer (instantie die erfenissen voor minderjarigen beheert) en hoe het moet worden doorgegeven aan volgende generaties.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510357 / 364  


Bitter, een ongetrouwde dochter, verklaarde op 14 oktober 1638 in Amsterdam voor notaris Jacob Jacobs namens het sterfhuis van haar vader Jan de Bitter en alle erfgenamen dat zij van Clara van den Broeck, dochter van Arnout van den Broeck, 364 gulden en 16 stuivers had ontvangen.

Dit bedrag was eerder in 1580 kwijtgescholden op bepaalde schuldbrieven die Jan de Bitter had van Arnout van den Broeck. Hoewel Clara van den Broeck dit bedrag niet verplicht was te betalen, deed zij dit toch omdat:

Clara van den Broeck stelde als voorwaarden dat:

Bitter beloofde Clara van den Broeck en haar erfgenamen te beschermen tegen alle claims en het bedrag terug te betalen als er nog onbetaalde schuldeisers zouden verschijnen. Ze deed afstand van haar vrouwelijke voorrechten en het recht om als borg op te treden.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937293 / 363  


Op 28 oktober 1647 schreef het bestuur van 's-Hertogenbosch een antwoord op een brief van 2 oktober over een verzoekschrift van Harmen de Bitter. Ze legden uit dat De Bitter niet de waarheid sprak toen hij beweerde dat hij aan alle regels had voldaan. Pas op 24 oktober had De Bitter officieel afstand gedaan van zijn aanspraken op het Geesthuis, terwijl dit al veel eerder had gemoeten volgens besluiten van 20 mei 1645 en 28 februari 1647. Op 29 oktober besloot het stadsbestuur dat De Bitter zijn functie terug kon krijgen zodra:

Dit was nog niet gebeurd omdat rentmeester Zueris weigerde garant te staan voor De Bitter's werk voor de komende twee jaar. Zijn oude garantie zou over 10 weken aflopen op 16 januari 1646. Op 30 oktober 1647 reageerde G. van Hamel op een besluit van 2 oktober over een verzoek van hoogschout Bergaigne. Van Hamel legde uit dat hij eerder alleen had gereageerd op een expliciet verzoek van Bergaigne van 17 augustus, dat hem op 29 augustus was doorgegeven.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11877 / 0600  


Op maandag 9 december 1641 rond 2 uur 's middags maakte Agneta de Bitter (dochter van Jan) haar testament op bij notaris Jacob Jacobs. Ze was gezond van lichaam en geest. Ze herriep al haar eerdere testamenten, waaronder die van 23 mei van dat jaar.

Ze legde het volgende vast:

De rest van haar bezittingen verdeelde ze in 5 gelijke delen onder:

  1. De kinderen van Geertruijd de Bitter (dochter van haar broer Jacques)
  2. De kinderen van Cornelia de Bitter (dochter van haar broer Balthasar)
  3. Lucia de Bitter (dochter van haar broer) en haar kinderen
  4. Constantia de Bitter (dochter van haar broer) en haar kinderen
  5. De kinderen van Agneta de Bitter (dochter van haar broer)

Ze bepaalde dat Geertruijd, Cornelia en Agneta tijdens hun leven alleen de jaarlijkse rente mochten ontvangen. Hun kinderen kregen het kapitaal pas na de dood van hun moeders en als ze getrouwd of volwassen waren. Als executeurs benoemde ze Wolfert Gerritsz van Diemen en Jacob Aernoultsz van Erp.

Het testament werd ondertekend in aanwezigheid van getuigen Jan van de Velde, Jacob Somer en Josias Wijbo.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937300 / 614  


Harmon de Bitter zorgde voor problemen in de stad. Hij was weggelopen terwijl zijn advocaat de zaak probeerde te vertragen. De commissarissen wilden de zaak snel afhandelen op basis van een eerder ingediend verzoekschrift.

Er werd besloten dat de heren op vrijdag de twaalfde rapport moesten uitbrengen. Beide partijen konden dan hun standpunten toelichten.

Castel Medrigo uit Brussel vroeg een reispas aan voor Michiel de Salaman, die als vertegenwoordiger van de koning van Spanje zou onderhandelen over een algemeen vredesverdrag. Hij zou met een klein schip naar Spanje reizen en tegen 1 oktober terugkeren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 89 / 0087  


Er kwam een brief binnen van het Admiraliteit-bestuur uit Amsterdam, geschreven op 10 januari, met twee bijlagen. Dit was een antwoord op een brief van 31 december. Ze konden geen betaling doen aan Frederica van Voorst, weduwe van Ernst van Dunewalt en erfgenaam van Overste Schenck. Dit paste niet bij hun taken, vooral omdat deze zaak niets met oorlog op zee te maken had.

Huygens en Donia (terwijl Cats afwezig was) hadden gesproken met Steijncalenfelts, de commandant van het garnizoen in Maastricht, over de voogden van de heer van Schinne in het land van Valkenburg. Huygens werd gevraagd hierover met Zijne Hoogheid te overleggen.

De vertegenwoordigers van 's-Hertogenbosch waren op 14 januari 1637 gekomen vanwege de eisen van Herman de Bitter. Volgens het besluit van 18 november 1644 hadden ze drie keer overlegd met Schrasser, Van der Camer en Roorda. Ze verzochten om:

Dit omdat ze al lang moesten wachten, wat veel geld kostte. Herman de Bitter was intussen vertrokken en zijn advocaat probeerde de zaak te vertragen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3204 / 0046  


Op 18 februari 1921 kwamen de volgende personen samen bij notaris Gerrit Wolzak Hendrikszoon in Haarlem, in aanwezigheid van plaatsvervangend kantonrechter Pieter Tjeenk Willink:

Het doel was het verdelen van de gezamenlijke bezittingen uit het eerste huwelijk tussen Gerrit Brander en Hilletje Cats. Hilletje Cats, die geen beroep had en in Schoten woonde, was op 22 december 1919 overleden.

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209698 / 161  


Elie Guerain, onderofficier bij de 12e batterij Veldartillerie in Haarlem, verscheen voor notaris Cornelis Gerlings. Hij gaf een volmacht aan Hendrik van Meurs, schoenmaker uit Nijmegen, om:

Dit document werd opgesteld in Haarlem op het kantoor van de notaris in aanwezigheid van getuigen Adam van Dort Junior (borstelmaker) en Gerrit Oostwald (kleermaker), beiden uit Haarlem. Het document werd ondertekend op 10 april 1836 en geregistreerd op 11 april 1836.

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6700779 / 374  


In 1774 werd de grond van Juffrouw Algonda Nicols, weduwe van Willem Cleven, in Doveren verhuurd. Een vierde deel van een weiland kostte 5 gulden per jaar.

De volgende schulden en vorderingen werden vastgelegd:

Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1729794 / 145  


Albertus Mantinghe Cleveringa, notaris in Appingedam, verklaart dat op 18 augustus 1855 om 14:00 uur, op verzoek van Fredericus Martinus Cleveringa (koperslager uit Appingedam) en de erfgenamen van wijlen Johannes Adriani Cleveringa (voormalig winkelier uit Appingedam), in het Gouden pand te Appingedam de volgende zilveren voorwerpen worden verkocht:

Deze aangifte is gedaan volgens artikel 63 van de wet van 18 september 1852 (Staatsblad nummer 178). De aangifte is gedaan op 2 augustus 1855 en gecontroleerd door de controleur van het kantoor van waarborg der gouden en zilveren werken te Groningen op 3 augustus 1855. Van der Voort heeft vastgesteld dat alle zilverwerk correct gestempeld was en er geen rechten betaald hoefden te worden.

Bekijk transcriptie NL-GnGRA / 86 / 66 / 0232  


Op 2 van deze maand werd bij het waarborg kantoor voor goud en zilver in Groningen een verkoping gehouden volgens deze voorwaarden:

  1. Na toewijzing is de koper direct verantwoordelijk voor het gekochte
  2. De koopsom moet binnen 3 maanden betaald worden bij notaris in Appingedam, plus 5% extra. Bij late betaling geldt 5% rente per jaar
  3. Bieders blijven aan hun bod gebonden en moeten indien gevraagd direct een borg stellen
  4. Bij meerdere kopers zijn ze samen verantwoordelijk voor de betaling
  5. Items onder 1 gulden moeten direct betaald worden plus 5%
  6. Verrekening van schulden tussen koper, borg en verkoper is niet toegestaan

De volgende personen kochten items:

Bekijk transcriptie NL-GnGRA / 86 / 66 / 0234  


Albertus Muntinghe Cleveringa, notaris in Appingedam, verklaarde op 7 augustus 1855 een openbare verkoping te willen houden. Deze verkoping zou plaatsvinden op 8 augustus 1855 om 14:00 uur in het Gouden Pand te Appingedam.

De verkoping werd gehouden namens:

De erfgenamen waren:

De verkoping betrof roerende goederen, waaronder zilverwerk. Fredericus Martinus Cleveringa trad op als toeziend voogd over de minderjarige Albertus Muntinghe Cleveringa.

Bekijk transcriptie NL-GnGRA / 86 / 66 / 0233  


In Hasselt in Overijssel waren minimaal 2 infanteriecompagnieën nodig. Deze moesten niet alleen de doorgang door de stad bewaken, maar ook elke 2 dagen aflossingen regelen:

De Staten van Overijssel zouden indien nodig zorgen voor de huisvesting en verlichting van deze troepen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 731 / 0249  


Cornelis Perlings, notaris in Haarlem, heeft een testament opgesteld voor Helena Kanobut Netta Hartkamp, weduwe van baron Tindal. Zij woonde in de Koningstraat.

Zij verklaart haar eerdere testament, opgesteld door notaris Frederik Wilhelm Fabius in Amsterdam, te handhaven voor zover niet strijdig met dit nieuwe testament. Ze voegt het volgende toe:

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701659 / 368  


Op 31 maart verscheen Pieter Fiers Sz. in 's-Gravenhage voor een notaris.

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701654 / 34  


Er is een akte opgesteld in Haarlem op 22 januari 1858. Hierbij waren aanwezig:

De kinderen zijn van Marie Louise Tindal en haar overleden echtgenoot Hendrik Jan Willem Pisuisse, die op 18 mei 1857 in Maastricht overleed. Hij was gepensioneerd kolonel. De voogdij is vastgelegd in Maastricht op 8 juni 1857.

Ook aanwezig was Lijdia Cornelia Tindal, echtgenote van gepensioneerd generaal-majoor Henricus Roijen.

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 16 / 0533  


Het document beschrijft een notariële akte uit Haarlem waarin verschillende personen worden genoemd:

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 16 / 0534  


Op 8 januari 1611 in 's Gravenhage werd een document opgesteld over verschillende zaken betreffende Nederlands-Indië. Het gaat over:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 1345 / 0117  


Deze gegeven tekst kan niet op een zinvolle manier worden samengevat omdat het een onbegrijpelijke reeks tekens, getallen en mogelijke namen lijkt zonder duidelijke context of betekenis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 3299 / 0660  


De koning heeft toestemming gegeven om de analytische memorie over de kaart van Baron van Herfelden van Hinderstein op kosten van de staatskas te laten drukken. De heer Tindal heeft hiervoor drie voorstellen gedaan:

Er is nog onduidelijkheid of de directeur van de Landsdrukkerij via het Ministerie moet worden aangeschreven, of dat het voldoende is om Tindal te machtigen voor het drukken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 1364 / 0399  


De schuldenaar Johannes Bernardus Loethoff, schipper uit de Gierstraat in Haarlem, leent 200 gulden van Maria Nederkoorn, weduwe van Adrianus van den Berg. Ze werkt als inbrengster bij de Stadsbank van Lening in Haarlem. Wilhelm Johannes Elsenhorst, kandidaat-notaris en makelaar uit de Anegang in Haarlem, vertegenwoordigt haar. Het geld wordt direct overhandigd in aanwezigheid van de notaris en getuigen. Loethoff moet:

Het geleende bedrag moet worden terugbetaald bij overlijden van de schuldenaar of schuldeiseres. Vervroegd aflossen mag na 3 maanden vooraf waarschuwen. Als onderpand geeft Loethoff zijn huis met erf in de Frankenstraat in Haarlem, wijk 3, nummer 792. De akte is opgemaakt in Haarlem op 25 april 1860 door notaris Cornelis Gerlings, in aanwezigheid van getuigen Adam van Dort Junior uit de Anegang en Jacobus Antonius de Bellefrord, schoenmaker uit de Paarlaarsteeg. De akte is geregistreerd op 27 april 1860.

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701642 / 299  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/