Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Albert Gerrits van Goor uit Hoogeveen maakte op zijn verzoek een geheim testament op bij notaris Hendrik van Sante te Hoogeveen in de provincie Drenthe. Bij dit testament, gedateerd 15 februari 1867, verklaart hij het volgende:
Het testament werd ondertekend in aanwezigheid van getuigen Hendrik Jacob Rothuijs en Cornelius Huisman. De registratiekosten bedroegen 34 gulden en 22,5 cent.
Bekijk transcriptie NL-AsnDA / 0114.45 / 30 / 0477 De slaaf heeft zich uit vrije wil aangesloten bij de opstandelingen. Hij is meegegaan naar de plantage Bestendigheid, waar ze van plan waren de directeur Redegeld te vermoorden. Deze was echter al gevlucht. De slaaf Adje van de koffieplantage Dankbaarheid en Ian gingen het huis binnen op zoek naar wapens. De verdachte volgde hen en stal drie pakjes tabak.
Vervolgens gingen ze naar plantage 's-Gravenhagen. Daar waren de slaven bezig om hun meester Vincent Conradi en zijn familie in veiligheid te brengen op een jacht. Adje, die samen met Amoe een van de leiders was, probeerde met zijn geweer de vlucht te verhinderen. De opzichters Pieter en Samson stonden met andere gewapende slaven klaar om de rebellen tegen te houden.
Adje en opzichter Pieter schoten op elkaar. Pieter werd in zijn hoofd geraakt en overleed enkele dagen later aan zijn verwondingen. Adje werd gevangen genomen en onthoofd. De verdachte vluchtte terug naar zijn plantage waar hij later werd gearresteerd.
Hoewel de gevangene niet een van de aanstichters was van de opstand, heeft hij vrijwillig meegedaan. In een goed bestuurde kolonie kan dit niet worden getolereerd en moet dit streng worden bestraft als voorbeeld voor andere slaven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.05 / 169 / 0720 Op 10 december 1772 werden er 3 wisselbrieven uitgeschreven in Suriname voor de plantage Marrienburg. De bedragen waren:
Deze wisselbrieven moesten 6 weken na vertoning betaald worden door Jaal J. Redegelt & Company aan Harman van de Poll & Company in Amsterdam. Op 9 april werd genoteerd dat de wisselbrieven niet geaccepteerd werden.
Op 26 mei 1773 heeft notaris Isaac Pool in Amsterdam, samen met getuigen Ryk Everts Junior en Johannes Adrienis Pantan, namens Harman van de Poll & Company protest aangetekend tegen de weigering tot betaling door Redegelt & Company.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1486106 / 420 Dit lijkt een pagina uit een oud telefoonboek van Amsterdam. Het bevat allerlei bedrijven, winkels en personen met hun adressen, telefoonnummers en beroepen. Enkele opvallende bedrijven zijn:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 3676957 / 446 Er zijn verschillende brieven en verzoeken binnengekomen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3835 / 0301 Een lijst werknemers is aangenomen, waaronder:
Daarnaast werden 12 soldaten aangenomen voor 6 jaar (enkelen voor 8 jaar) tegen 17 gulden per maand. Deze groep bestond uit ambachtslieden zoals een tuinman, zilversmit, jurist, handelaar, knoopenmaker, metselaar, kapper en kleermaker.
Het schip vertrok uit Texel onder leiding van Johan George Vogel op 17 oktober 1786.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.05 / 438 / 0013 Op 5 augustus 1769 werd een betalingsovereenkomst gesloten. De koper moest een bedrag van 65.000 guldens binnen 6 jaar betalen. Het bedrag moest jaarlijks worden overgemaakt met de eerste beschikbare schepen. Er was een optie om eerder af te betalen als de koper dat wilde.
Johan Christian Gossekij en zijn echtgenote Johanna van der Weg stelden zich borg voor hun zoon. Als hun zoon niet op tijd zou betalen, zouden zij direct het openstaande bedrag voldoen. Hiervoor stelden ze hun persoonlijke bezittingen als onderpand. Ze legden dit vast bij het gerechtshof.
Dit document beschreef ook afspraken over jaarlijkse betalingen, de producten op de plantages en enkele slaven. Jan Redegeld was de verkopende partij.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 741 / 0151 Pieter Rijdenius, een koopman uit Amsterdam, was directeur van een zakelijke overeenkomst voor de plantage Twijfelagtig in de kolonie Suriname. Hij leende 200.000 gulden aan Johannes Adolph Esser, waarbij de plantage als onderpand diende. Dit werd vastgelegd in een akte op 25 augustus 1769. De plantage lag aan de linkerkant van de Cottica-rivier, tussen de plantages Klein Hoop en l'Arantar.
Rijdenius kwam erachter dat de plantage in beslag was genomen op verzoek van J. Dames en J. Smit, die gemachtigd waren door Jan Reedegeld. De plantage zou in maart 1780 worden verkocht. Rijdenius was van mening dat de verkoop alleen kon doorgaan als zijn hypotheek op de plantage gerespecteerd zou worden. Hij besloot daarom bezwaar te maken bij het bestuur van Suriname.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 86 / 0689 Jan Arnold Nering Bogell, drossaard (bestuurder) van de heerlijkheid en ban van Wisch in de provincie Gelderland, verklaart dat Jan Redegeld bij hem is langs geweest. Deze persoon heeft een verklaring afgelegd namens zichzelf en zijn vrouw Anna Eijkman (eerder weduwe van Jacob Rosewint).
Redegeld heeft alle eerdere volmachten ingetrokken, en in het bijzonder:
In plaats daarvan geeft hij een nieuwe volmacht aan Jan Smit, raadslid van het Hof van Civiele Justitie in de kolonie Suriname. Smit krijgt de opdracht om:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 739 / 0219 Op 31 mei 1768 sloten G. Kransvanger en J. Redegeld een overeenkomst, bemiddeld door C.W. van den Iever en J. Venendaal. De afspraak hield in:
Het document werd ondertekend op plantage Lavantuur en op juli 1768 geregistreerd door F. Sterck en G. Felbrigh.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 721 / 0372 Op 31 juli 1771 zijn er meerdere zaken behandeld:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.03 / 61 / 0129 De rechter veroordeelde mensen tot het betalen van 338 gulden plus kosten. Carel Michael, de rechtsdienaar, had Jan van Engbrink, Elia de Feer en Jan Hendrik Linde opgeroepen om te helpen bij het openen van een koffer. Advocaat Speelman vertegenwoordigde Johan Linde en diende een verzoek in. Na overleg werd besloten dat de koffer naar het fort gebracht zou worden en daar geopend zou worden in aanwezigheid van getuigen en een beëdigd persoon. Advocaat Speelman vertegenwoordigde ook Imanuel Horscht in een beledigingszaak tegen Anthonij Proschand. Advocaat Abbersetz, die Proschand verdedigde, vroeg om bewijs. Verder behandelde het hof een zaak over twee wisselprotesten waarbij Jan Jolij, getrouwd met Christina Redegeld, een vordering had van 925 gulden, 19 stuivers en 14 penningen tegen Carel Michael vanwege wisselbrieven die door zijn vrouw waren getrokken op Pieter Pama uit Amsterdam.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.05 / 87 / 0137 Op Jacobus Broekhuizen werd in het bijzonder koloniale gerechtshof bij de vesting Nassau op 25 juni 1782 de doodstraf geëist. Hij zou:
Zijn vrouw Johanna zou de proceskosten moeten betalen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.21 / AB.3.82 / 0146 De neger Mars van plantage Overyssel, eigendom van Johan Ulric Straub, heeft op 6 december vroeg in de ochtend zonder toestemming van directeur Gilles Nobus zijn werk verlaten. Hij ging naar de koffieplantage de Dankbaarheid. Daar ontmoette hij opzichter Carel en de slaven Jan, Claas en George van zijn plantage, samen met andere gewapende slaven. Deze groep had kort daarvoor de tuinman van die plantage, Weymsmeur, op gruwelijke wijze vermoord. Ze hadden zich met geweld meester gemaakt van:
Mars zag het vermoorde lichaam van de tuinman bij aankomst liggen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.21 / AB.3.82 / 0147 De slaaf Mars van plantage Overijssel, eigendom van I.U. Straub, werd aangeklaagd door fiscaal Jacobus Broekhuijzen. Mars, een slaaf van de Sokko-stam, heeft zonder dwang bekend dat hij op donderdag 6 december vorig jaar 's ochtends vroeg zonder toestemming van zijn directeur Gilles Nobus is weggegaan naar koffieplantage de Dankbaarheid.
Daar trof hij bij het woonhuis:
Deze groep had kort daarvoor de tuinman van de Dankbaarheid op gruwelijke wijze vermoord. Ze hadden zich met geweld meester gemaakt van:
Mars zag het vermoorde lichaam van de tuinman bij de modderpoel liggen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.21 / AB.3.82 / 0148 Een slaaf heeft niet meteen gealarmeerd wat hij had gezien op de plantage, maar verbleef in plaats daarvan bij de opstandelingen. Hij ging met hen mee naar plantage de Bestendigheid, waar ze van plan waren de directeur Redegeld te vermoorden. Deze was echter al gevlucht. Enkele opstandelingen, vooral een slaaf van koffieplantage d'Dankvaarheit en een slaaf genaamd Jan, gingen het huis in op zoek naar wapens. De verdachte volgde hen en pakte drie pakjes tabak, die volgens hem door Jan aan hem waren gegeven. De opstandelingen gingen vervolgens naar plantage 's Gravenhaagen. Daar waren de slaven bezig om hun meester Vincent Conrad en zijn familie in veiligheid te brengen op een jacht. Een van de leiders van de opstandelingen, de slaaf Adje, probeerde samen met Amoe dit te verhinderen. Adje werd tegengehouden door de opzichters Pieter en Pampson en andere gewapende slaven van de plantage. Toen ze hem beletten op hun meester te schieten, schoten Adje en opzichter Pieter op elkaar. Pieter werd door Adje in het hoofd geraakt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.21 / AB.3.82 / 0149 Op 2 september 1774 voeren verschillende schepen langs het fort. Het ging om:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3432 / 0301 Op 25 september 1616 rond 7 uur 's avonds verscheen Geertruijdt Leijsen, weduwe van Adriaen van Nieuwlandt, wonend in de Zijlsteeg in Amsterdam, voor notaris Jacob Westfrisius. Ze was ziek maar helder van geest. Ze maakte haar testament op.
Ze liet aan haar zuster Janneken Loijsen, weduwe van Gelis Linckart, een grofgreinen vlieger (een soort jurk) na met Franse boordsels.
Ze verklaarde dat ze haar drie kinderen - Guilliam, Adriaen en Jacob van Nieuwlandt - bij hun huwelijk elk hun deel had gegeven. Voor de oudste zoon Guilliam had ze de meeste kosten gemaakt. Hij kreeg een extra legaat van 72 Carolus gulden, op voorwaarde dat hij vreedzaam zou meewerken aan de erfverdeling. Als hij zou protesteren, zou hij dit extra bedrag verliezen.
De drie zonen (of hun nakomelingen) erfden al haar bezittingen in gelijke delen, waaronder:
Ze bepaalde dat er geen openbare verkoping mocht plaatsvinden. De erfgenamen moesten de bezittingen onderling verdelen door loting. Eerst moesten alle schulden worden betaald.
Als getuigen waren aanwezig Jan Linies (kaffawerker) en Egbert Jansen (kleermaker).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 701687 / 25 Dit is een erfenisinventaris uit 27 februari 1673 na het overlijden van Cors Jan Buijck in Amsterdam op Kattenburg. De inventaris werd opgemaakt in aanwezigheid van zijn weduwe Abigael van Nieuwlandt en andere erfgenamen.
De inventaris bevat:
Abigael van Nieuwlandt verklaart dat zij bij haar huwelijk 4125 gulden heeft ingebracht. Dit geld heeft Cors Jan Buijck gebruikt om zijn schulden af te betalen. Er wordt verwezen naar hun huwelijkscontract van 27 februari 1658 en een testament van 21 mei 1667.
In Naarden staat nog wat huisraad dat gezamenlijk eigendom was. De erfgenamen Cornelis Rademaker, Isaack Stangeniete en Cornelia Buijck behouden hun rechten op de erfenis volgens de huwelijkse voorwaarden.
De inventaris is opgemaakt op 20, 23 en 25 februari 1673 in bijzijn van getuigen Johannes Boots en Gerit Vermaten.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 605104 / 185 Op 27 en 28 oktober 1670 werd in Amsterdam een overeenkomst gesloten tussen verschillende partijen:
De partijen kwamen tot een verdeling van de huisraad en bezittingen die Jan Mauritsz en Lijsbeth Meijers tijdens hun huwelijk hadden verzameld. De kinderen en erfgenamen van Jan Mauritsz kregen de volgende bezittingen:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 605104 / 41 Deze lijst van rekeningen en kosten beschrijft de uitgaven rond de dood van Joris van Nieuwlandt en zijn vrouw Anneke de Klerck, die in de Oude Kerk begraven liggen. De belangrijkste uitgaven waren:
De erfenis was belast met een borgsom van 500 gulden voor Eunica Brandolfus ten behoeve van mevrouw Cloppers. De begrafeniskosten omvatten:
De totale kosten bedroegen 216 gulden en 19 stuivers. De erfgenamen verklaarden dat ze alles eerlijk hebben opgegeven en beloofden nieuwe zaken die nog bekend zouden worden later toe te voegen.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 605104 / 40 De tekst beschrijft een juridisch document uit 16 juli 1692 uit Amsterdam. Het bevat de volgende belangrijke punten:
De rest van de tekst bevat een alfabetische lijst van verschillende aktes en testamenten met bijbehorende paginanummers.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1175181 / 378 Dit is een lijst van zeelieden met hun geboorteplaatsen en bijbehorende geldbedragen. De belangrijkste personen en plaatsen zijn:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1102 / 0736 Het document bevat een lijst met verschillende soorten rechtshandelingen en administratieve procedures uit een historisch archief. De belangrijkste personen en handelingen waren:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2320297 / 443 Dit is een lijst van functionarissen of ambtsdragers in de periode van 1630 tot en met 1649. De volgende personen worden genoemd:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937397 / 4 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/