Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Pieter de Wandel, een lintwever die woonde op de Prinsengracht in Amsterdam, had schulden bij Nicolaes van Heuvel, een koopman. Om zijn schuld af te betalen, gaf hij de volgende goederen aan Van Heuvel:
Het meeste garen was al in bezit van Van Heuvel, behalve de laatste 50 pakken. De Wandel beloofde deze op maandag naar de blekerij van de weduwe van Gillis Jansz in Bloemendaal buiten Haarlem te sturen. De totale waarde van alle garen was 2022 gulden.
Deze overeenkomst werd vastgelegd op 27 oktober 1635 bij de notaris Jacob van Zwieten.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937417 / 340 Op 12 september 1698 kwam Willem Aertsz van den Brink bij notaris Joannes Boots in Amsterdam. Hij was een volwassen jongeman die ging vertrekken als adelborst op het schip 'de drie kroonen' naar Oost-Indië voor de VOC (kamer Amsterdam).
Hij gaf een machtiging aan zijn zus Maria van den Brink, die in Amsterdam woonde, om:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2320305 / 624 Dit is een lijst met juridische handelingen waarbij de volgende personen betrokken waren:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965507 / 703 Op 30 augustus 1660 verscheen Dirck vander Corgen, handelaar in deze stad, bij notaris Adriaen Lock. Hij droeg een wissel over van 300 rijksdaalders aan Lucas Aertsz, ook een handelaar hier. De wissel was van Hans Wilmso van Rooij als acceptant en Willem Nesselraet als uitgever, geschreven in Kopenhagen op 26 april van dat jaar.
Lucas Aertsz had Dirck vander Corgen al betaald met een andere wissel van hetzelfde bedrag. Vander Corgen verklaarde dat hij geen rechten meer had op de wissel.
Op 20 augustus 1660 ging notaris Adriaen Lock met Dirck Duijsent, handelaar, naar Jacob Baeckman, een handelaar uit Bordeaux in Frankrijk. Baeckman antwoordde op een eerder bericht van 16 augustus dat Duijsent hem 700 gulden schuldig was voor proceskosten. Dit geld had al 14 jaar geleden betaald moeten zijn. Omdat Duijsent niet betaalde, had Baeckman beslag laten leggen op zijn goederen in Bordeaux.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965441 / 98 De getuige vertelt dat na een gevecht een gebroken degen buiten voor de deur in het water werd gegooid. De 4e getuige had een bont en blauw geslagen gezicht, een gewonde binnenlip en er kwam veel bloed uit zijn neus en mond. De 3e getuige hoorde dat 2 van de 6 personen broers waren met de naam De Neufville en dat een ander Hendrik heette.
Dit gebeurde in Amsterdam in aanwezigheid van Joannes Vermeulen en Paulus Drossaart. Het document werd ondertekend door:
Deze verklaring gaat over verwondingen toegebracht aan Huijbers Jansz en Arend Steenbergen door Cornelis Wertsz Lijnbaan, een korendrager, op 29 mei 1712.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 701702 / 710 Gerrit van Nordel, meerderjarige zoon van wijlen Wijnant Gerrits van Nordel (die stoelmaker was in Amsterdam), verklaarde bij de notaris Jacob de Winter dat hij kennis had genomen van de lijst met bezittingen en schulden die zijn vader en zijn stiefmoeder Maijke Wijnants samen hadden. Deze lijst was opgemaakt op 24 december 1672 en 5 januari 1673. Omdat hij zag dat zijn vaders nalatenschap meer schulden dan bezittingen bevatte, besloot hij de erfenis te weigeren. Hij deed dit in Amsterdam in januari 1673.
Daarna volgt een lijst met verschillende inventarissen uit het register, waaronder die van:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 605104 / 132 Op 18 september 1692 was er tussen 14:00 en 15:00 uur een aardbeving die schoorstenen en gevels beschadigde. Op 11 augustus werd vanwege de oorlog het beeld van Maria van Laken naar de kerk van het Groot Begijnhof gebracht. Het bleef daar tot 8 november.
In de nacht van 3 op 4 februari 1694 vermoordde soldaat Alexander la Guerre op de Vismarkt in de herberg 'Schild van Vlaanderen':
Hij werd op 12 februari op de markt zwaar gestraft en geëxecuteerd. Op 4 oktober arriveerde de op één na grootste klok van Sint-Goedele in Brussel vanuit Antwerpen. Deze werd op 23 november in de toren gehesen.
Op 11 januari 1695 kwam Theresia Cunigunda (geboren in 1676), de hertogin van Beieren, naar Brussel. Ze was dochter van koning Johannes III Sobieski van Polen en getrouwd met Maximiliaan Maria Emanuel.
Op 28 april was er een grote brand in Wavre waarbij 300 huizen, de parochiekerk en het Karmelietenklooster afbrandden. Op 1 juli belegerden koning Willem III van Engeland en de hertog van Beieren de stad Namen. Deze gaf zich op 4 augustus over.
Maarschalk De Villeroi bombardeerde Brussel van 13 tot 15 augustus. Hierbij werden meer dan 4000 huizen en 15 kerken beschadigd. Peeter van der Haeghen ruimde het puin op voor 200.000 gulden.
Bekijk transcriptie kronieken / 366840 / 141 Trijntje van de Velde, wonend in de Eelaa, heeft op verzoek van Ferdinand van Collen (de hoofdofficier en heer van Tersteijn en Tienhoven) het volgende verklaard: Zij werd op 12 of 13 juli opgeroepen bij de vrouw van Jacob Meijn. Daar trof ze deze vrouw ziek aan. De vrouw vertelde dat Olivier Sereez, die met zijn gezin schuin tegenover hen woonde, haar een paar dagen eerder ernstig had geslagen. De vrouw van Jacob Meijn was toen 3 à 4 maanden zwanger en kreeg door deze mishandeling een miskraam. Trijntje van de Velde heeft de vrouw onderzocht en kon bevestigen dat er inderdaad sprake was van een miskraam. De vrouw van Jacob Meijn heeft hier nog lang last van gehad en moest het bed houden. Deze verklaring werd afgelegd in aanwezigheid van getuigen Johannes Verog en Paulus Drossaart. Ze werd op 15 september 1715 officieel bekrachtigd door notaris W. Dubaij.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 612698 / 33 De tekst gaat over een erfeniszaak uit de 18e eeuw. De testateur Jeronimo van Dilsen overleed op 11 oktober 1718. Twee van zijn erfgenamen overleden later:
Als executeurs van de erfenis waren aangesteld:
Op 20 maart 1741 werd Zacharias Zylmans aangesteld als administrateur van de erfgoederen. Op 3 augustus 1762 werd beslag gelegd op de erfenis onder zijn beheer. Op 17 september 1762 volgde een dagvaarding voor de schepenen van de stad. De rechtszaak werd beslist op 31 januari 1766. De eisers Jacob Dull en Jan Fredrik Sibmacher kregen elk een vijfde deel van de erfenis toegewezen, onder voorwaarde dat zij borg zouden staan voor eventuele andere erfgenamen die zich nog zouden melden.
Na het overlijden van Anna Cornelia Tollius op 24 januari 1725 ging haar deel van de erfenis naar haar zussen Johanna van der Son en Maria Tollius. Ook was er een legaat van 6.000 gulden voor Hendrik van der Burgh.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1486088 / 274 Op 23 januari 1751 verscheen voor notaris Hermanus van Heel in Amsterdam Jacobus van de Velde. Hij was de zoon van Jabbas, een bekende notaris. Sara van de Velde had in haar testament van 6 september 1726, samen met haar man Hendrik Athins opgesteld bij notaris Isaac Beukelaar, hem tot erfgenaam benoemd.
Bij de verdeling van de nalatenschap op 28 september 1742 voor notaris Johannes Beukelaar kreeg hij een obligatie. De opbrengst hiervan moest worden gedeeld met zijn tantes Hester, Susanna, Sara en Adriana van de Velde, en Maria van Dijk (dochter van Johanna van de Velde). Hester van de Velde en Maria van Dijk waren al overleden, en later stierven ook Susanna, Sara en Adriana van de Velde, zoals vastgelegd op 15 en 18 januari 1751.
Jacobus van de Velde verklaarde deze obligatie te verkopen aan Albert Sephanus Greve, commissaris van de monstering voor de provincie Overijssel, wonend in Kampen. De obligatie was:
De verkoper bevestigde dat hij de koopsom had ontvangen en beloofde de koper te vrijwaren van alle aanspraken. De akte werd ondertekend in aanwezigheid van getuigen Isaac Brouw en Jacob Hartenberg.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 604610 / 127 Er wordt een lijst met bezittingen gegeven van een overleden persoon. De belangrijkste items waren:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1529198 / 323 Op 9 april 1661 verklaarde Joris van Nieuwlant, een 34-jarige kistenmaker uit Amsterdam, dat Lucas Claesz rond kerst twee jaar eerder een huis had gekocht. Hij vroeg Lucas Claesz of hij er kon blijven wonen omdat zijn huur afliep. Het huis bleek eigenlijk gekocht te zijn voor een weduwe. De vrouw van Lucas Claesz kwam later de huur innen omdat zij kosten had gemaakt bij de koop. Daarna kwam de vrouw van de eigenaar ook om huur te vragen, maar die was al betaald. Ze zei dat toekomstige betalingen aan haar man gedaan moesten worden omdat het hun huis was. Op diezelfde dag verscheen Janneke vande Kercke, vrouw van Arent Tollenaer, om te verklaren dat haar vader David van de Kercke haar in zijn testament twee keuzes had gegeven:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1936892 / 43 Op 1 september 1633 om ongeveer 11 uur 's ochtends verschenen voor notaris Jacob van Zwieten in Amsterdam het echtpaar Jan Hendrikszoon Koning en Geertruijd van Nieuwlandt. Ze waren gezond van lichaam en geest en wilden hun testament opstellen.
De belangrijkste punten uit het testament:
Als getuigen waren aanwezig Philips Engebrecht en Abraham Bosch.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937431 / 164 Geertruijd Goijsen, wonend in de Breedtstraat in Amsterdam, lag ziek in bed maar was nog helder van geest. Ze stelde op een dag in juni 1623 haar testament op voor notaris Jacob Westfrisius.
Ze verklaarde eerst haar eerdere testament van 25 september 1616 ongeldig. In het nieuwe testament bepaalde ze dat:
Als getuigen waren aanwezig Gerrijt Harmens Gijselaer en Juriaen du Guardijn.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 701689 / 219 De testatrice (degene die een testament maakt) bepaalt hoe haar nalatenschap onder haar kinderen verdeeld moet worden. Ze heeft 3 zonen: Guiliam, Adriaen en Jacob van Nieurlandt. Ze krijgen ieder een gelijk deel van de erfenis.
Er zijn belangrijke voorwaarden aan verbonden:
Ze verklaart ook dat ze eerder beelden van gegoten metaal heeft verkocht die ze van haar zwager had gekregen. De opbrengst heeft ze zelf gebruikt en met hem verrekend.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 701689 / 220 Op 24 januari 1635 om ongeveer 3 uur 's middags verscheen voor notaris Jacob Westfrisius in Amsterdam de eerbare Lijsbeth Goijvertz. Zij was de weduwe van Nicolaes van Louruhout en woonde aan de Groene Burgwal. Ze was gezond van lichaam en helder van geest. Ze wilde haar testament maken omdat ze besefte dat de dood onvermijdelijk is maar het moment ervan onzeker.
Lijsbeth Goijvertz herriep eerst alle eerdere testamenten, in het bijzonder het testament dat ze op 17 januari 1634 had laten maken bij notaris Adriaen Nieuwlandt in Beverwijck.
Bij het maken van dit nieuwe testament waren Antonie la Croix en Jan Reijersen aanwezig als getuigen.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 701682 / 184 Joos Triest had de hoogste positie binnen een lijst van 13 schepenen. Andere belangrijke schepenen waren Nicolaes Sersanders, Philips Wijts, Charles de Hellijn, Jooris de Seclijn, Philips de Lamotte en Pieter vander Vichte. Jacques van Breuseghem was dokter. De laatste schepenen in deze groep waren Jan Baptista van Roijen, Frederick Nieuwlandt, Laureijns van der Haghen, Frederick Galle en Maximiliaen van Auweghem.
Een tweede groep van 13 schepenen werd geleid door Gillis van der Meere, gevolgd door Jacques Borluijt en Jan Borluijt. Ook Emanuel van Cortewille, Cornelis de Tuijtere, Francois de Vuldere, Guilliaume de Cnuijt, Francois Baert, Andries de Baviere, Adriaen de Jonghe, Jan van de Vijvere, Christiaen van den Dendere en Michiel Bosman behoorden tot deze groep.
De ontvangers waren Emanuel Ballet, Jan Exstijl en Jan de Ruddere.
Op 19 mei 1641 werd de Zweedse generaal Johan Bannier ziek naar Halberstadt gebracht. Voor zijn dood benoemde hij Leonaer Torstenson als nieuwe generaal van het Zweedse leger. Hoewel Bannier had gepocht dat hij de keizer en vorsten zou verjagen tijdens de Rijksdag in Regensburg, gebeurde het tegenovergestelde. Kort voor zijn dood werd hij door keizerlijke troepen zo ingesloten dat hij en zijn mannen zich ternauwernood konden redden door over de rivier de Sala te vluchten.
Bekijk transcriptie kronieken / 205783 / 27 Op 10 mei 1673 heeft Jan Hendricksz Koninck, wonend in de Haerlemmerstraat bij de Brouwerstraat in Amsterdam, samen met zijn vrouw Geertruijd van Nieuwland een testament opgesteld. Jan Hendricksz Koninck was op dat moment ziek. Ze verklaarden dat:
Ook heeft Jan Hendricksz Koninck een bedrag van 3000 gulden nagelaten aan Juffrouw Anna Berckhoven, die woonde in herberg De Vergulde Posthoorn op de Zeedijk bij de Wijdesteeg in Amsterdam.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 607643 / 55 Zodra mogelijk moest het schip vol rijst geladen worden volgens de papieren. Er moesten 130 vaten goede rijst aan boord komen. Het fluitschip "de Patiëntie" zou nog een tijd moeten wachten voordat het zijn volledige lading zou hebben. Dit kwam omdat veel van de lading in Karwal (havenstadnaam) moest worden aangevuld en er daar maar weinig transportschepen beschikbaar waren. De koopman Adriaen van Nieuland kreeg opdracht om zoveel mogelijk transportschepen uit Krangel te huren voor het laden. Dit zou moeilijk worden omdat Trangebare op dat moment werd afgesloten door de troepen van de grote Adigaar (lokale heerser). Niemand kon de stad in of uit. Adriaen van Nieuland zou hier later uitgebreider over rapporteren.
De situatie in Tegenepatnam ging over de problemen met de heer (naam niet genoemd).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1214 / 0588 De koopman Adriaen van Nieulandt stuurde op 22 november 1655 een brief aan de opperkoopman Pieter van der Merckt. Daarnaast schreef hij op 4 december 1655 een uittreksel aan dezelfde persoon.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1210 / 0170 Baron van Wassenaer heeft op 25 november 1704 beschermingsbrieven gekregen van de keurvorst van Beieren voor verschillende gebieden, waaronder:
De ontvanger Vrybergen vraagt vanuit Middelburg op 12 december een gratis paspoort aan voor intendant le Rats.
Het admiraliteitscollege van Amsterdam bericht op 2 januari over het vervoer van nieuwe soldaten naar Portugal of Engeland.
De Raad van State meldt op 2 januari over de verplaatsing van verschillende regimenten:
Het verzoek van kolonel Graaf Pieter de Nylle om zijn cavalerieregiment uit Huy te verplaatsen wordt afgewezen.
De regimenten van Fagel en Holsteyn-Norburgh worden verplaatst:
Hertog Charles Rudolph van Wirtembergh, generaal van de Deense troepen, vraagt om betaling van achterstallige betalingen.
Luitenant-generaal van Heuckelom klaagt over wanbetaling en vraagt om een oplossing.
Luitenant-generaal Fagel vraagt vanuit Tomar op 31 oktober vergoeding voor verloren uitrusting.
Er wordt overlegd of het regiment van Graaf van Nylle in Huy moet blijven of naar Luik moet verplaatsen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3760 / 0014 Op 24 november 1621 verschenen voor de bestuurders van de West-Indische Compagnie enkele mensen die voor zichzelf en hun mede-investeerders toestemming vroegen om met het schip 'de Dolfijn', onder leiding van schipper Adriaen Sends, te mogen varen binnen het gebied van de West-Indische Compagnie om daar zout te verzamelen. Deze toestemming werd verleend onder bepaalde voorwaarden en met borgstelling. Dit werd vastgelegd in Middelburg en ondertekend door Cornelis Ccunelaer Puthorno.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.01 / 42 / 0055 Voor notaris Michael van Tilborgh in de vrijheid Oosterhout verschenen:
Zij vertegenwoordigden ook Cornelia Ruth Jacobs van Dongen, hun nicht. Allen waren kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Adriaan P. van Soon. Ze verklaarden dat ze verkocht hadden aan Willem Antonij Comen, wonend onder Inneke, 40½ roede uit 18 lopende roede hooiland. Dit land lag in De Werk onder de vrijheid Oosterhout en werd gedeeld met Willem P. van Spreeuwel en Antonij Adriaan Oomen.
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1912135 / 9 Jacob Lamberts, een schipper uit Haarlem, moet 600 gulden betalen. Hiervoor werd Johan van Eijcken, een advocaat uit Rijswijk, gemachtigd door Gerrit van Loot, een koopman uit Amsterdam. Van Eijcken mocht een klein schip in beslag nemen om de schuld te innen.
Eerder had Jan Jacobsz Cranendonck 600 gulden geërfd van zijn grootmoeder volgens haar testament van 22 januari 1653. Dit bedrag kreeg hij van drie voogden:
Deze betaling werd goedgekeurd door het stadsbestuur van Amsterdam op 16 november 1655 en officieel vastgelegd op 6 december 1655 in het bijzijn van getuigen Jan de Wael en Guilliam Laurens. De notaris was Frans Wtenbogaert.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1936867 / 160 Dit is een lijst van juridische handelingen uit een oud register. De volgende personen komen er in voor:
Het document bevat verschillende soorten transacties en juridische handelingen zoals:
De bedragen variëren van 2 tot 100 gulden.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510377 / 247 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/