Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Joer Venhorst werd opgeroepen door de gildebode om te verschijnen bij de gildevergadering. Hij moest zich verantwoorden voor twee zaken:

Venhorst weigerde eerst te komen en zei dat hij niets met het gilde te maken had. Bij een tweede oproep kwam hij wel, maar liep direct weg toen hem werd verteld dat het hele gilde over hem klaagde. Het gilde legde hem een boete op van 3 tonnen bier voor het inhuren van vreemde leidekkers van buiten de stad Venlo. Toen de gildebode dit kwam meedelen, wilde Venhorst hier niet naar luisteren en stuurde hem weg.

De gildemeesters hebben zich daarop tot de stadsbestuurders gewend om hun rechten te verdedigen. Dit document is ondertekend op 24 november 1720 door gildemeesters Jacobus Lybende en A. Homus.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11548 / 0411  


Jan Venhorst had niemand in de stad kunnen vinden om zijn dak te maken. Peter Homas was buiten de stad aan het werk bij Jacobus Leurs. Hermanus Mechielsen had beloofd te helpen na zijn andere klanten. Henricus Jacobs was niet gevraagd, maar zou wel hebben geholpen. Ook Docus Fontein was niet gevraagd, maar zou bereid zijn geweest te helpen. Toen Docus Fontein hoorde dat Jan Venhorst vreemde dakdekkers had ingehuurd die geen lid waren van het gilde, ging hij naar het huis van Venhorst. Hij verbood het werk en zei dat de vreemde dakdekkers moesten stoppen, wat zijn recht was als gildelid. Hierop ontstond er een gevecht waarbij:

Fontein heeft dit voorgelegd aan het dakdekkersgilde en vroeg om zijn rechten te beschermen tegen deze gewelddadige aanval.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11548 / 0410  


Johannes Venhorst diende een verzoek in bij het gerechtshof. Er was een geschil met Richard (overleden) en Willem Thyssen. De zaak liep op 29 september 1778 en ging over een betaling aan Thyssen door Venhorst in Venlo. Het hof besloot dat Venhorst de betaling kon aanvechten via de gewone rechtbank. Op 4 februari 1788 werd het advies ondertekend door:

Op 8 oktober 1787 kwam er een brief van ambassadeur van Dedem uit Belgrado over de nalatenschap van Adries.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11615 / 0468  


Dit gaat over een oude zaak waarbij een aantal belangrijke documenten moest worden getoond:

Als deze stukken er niet meer zijn, moeten Maria Geertruid Hoedemaker (weduwe van Herman ten Cate) en Sijbrand ten Cate uitleggen:

Maria Geertruid Hoedemaker moet ook het bleekboek en de balans over 1820 laten zien van de blekerij op de Van Lachems Bleek. Samen met Hendrik ten Cate Hoedemaker en Helmich van Heek moet ze verklaren of er nog andere documenten over de fabriek bestaan die nog niet zijn geïnventariseerd.

Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 0122 / 14 / 0203  


Jaspar Roelogh, de rentmeester van de belastingen in Brabant in het gebied van Loon, moest geld uitbetalen aan zijn collega. Het ging om 5000 pond voor:

Op 17 september 1576 werd dit besluit genomen in Brussel. Op 19 september 1576 hebben de drie staten van Brabant op verzoek van markies van Havrech besloten dat Jaspar Roelofs nog eens 1000 pond moest uitbetalen aan de troepen van de markies.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 1 / 0010  


Dit is een lijst van verkochte spullen op een openbare verkoping in Zwartsluis. De voorwerpen werden verkocht door notaris J. J. Freistuh. Onder de kopers waren:

De verkoping werd bijgewoond door getuigen Harre van Erken en Hendrik Pormal, beide scheppers uit Zwartsluis. Na voorlezing werd het document ondertekend door Koop Huisman en de notaris.

Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 0122 / 2061 / 0010  


Op 17 april 1713 schrijft men een brief vanaf de oostkust van Java. Het schip 'Huijsduijnen' is teruggekeerd en het schip 'Vosmaar' zal binnenkort vertrekken. Op 1 en 3 april zijn er brieven en zegels aangekomen van 23 maart.

Het eerste schip gaat terug met:

Meester-knecht Wouter van Malsem keert ook terug. Het schip 'Vosmaar' zal binnen 3 tot 8 dagen volgen met moerbalken en de resterende planken. Daarna blijven er in voorraad:

De brief is ondertekend door Christoffel Walling in Tegal op 17 april 1713.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 7791 / 0049  


Op 9 februari 1825 verscheen voor notaris Jacob Dykmans in Schiedam Antony Scheffers, voormalig brandersknecht, nu zonder beroep. Hij maakte zijn testament op met de volgende bepalingen:

Het testament werd opgemaakt in het huis van Antonij Beek, waar Scheffers woonde. Als getuigen waren aanwezig: Johannes Henricus Hulscher (brandersknecht), Martinus Rynbende Pieterszoon (kolenmeters), Jan Bezemers Ary'szoon (loodgieter) en Hendrik van den Meij (timmermansknecht). Scheffers kon niet schrijven, dus alleen de notaris en getuigen ondertekenden het document.

Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 5532749 / 16  


Een vrouw heeft in haar testament bepaald dat:

Ze benoemt Janneken Geeloffs en Veertien Essens, haar nichten, tot erfgenamen. Als een van hen overlijdt, gaan hun delen naar hun kinderen. Haar man Jacob Martsz krijgt levenslang het vruchtgebruik van alle nagelaten goederen. Als iemand hier bezwaar tegen maakt, verliest die persoon zijn erfenis, die dan naar Jacob Martsz of zijn erfgenamen gaat.

Het testament is opgemaakt in aanwezigheid van getuigen Barent Hendrixsz (blikmaker) en Elbert IJckesz (kuiper).

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510362 / 66  


Op 14 juli 1637 werden er een aantal schuldbewijzen besproken. Deze waren eerder in bewaring gegeven door Anneken Lamberts aan Jannes vanden banden, een inwoner van de stad. De schuldbewijzen waren:

Na het overlijden van Anneken Lamberts moesten deze papieren worden overhandigd aan haar neef Jan Hendrixsz. Hij zou hiervan 200 gulden ontvangen, en Anneken Jans zou 100 gulden krijgen. Jan Hendrixsz uit Achtoop in het Sticht van Munster heeft deze documenten ontvangen. Jan Hendrixsz, een bakker uit Merx bij Schagen, stelde zich borg voor eventuele claims die later zouden kunnen ontstaan.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510362 / 67  


Dingenum Ruijsz moet aan zijn dochter Geertien Dingenums 3000 Carolus gulden betalen als zij volwassen wordt of gaat trouwen. Hij geeft daarvoor als onderpand zijn rechten op de bezittingen van Stijltien Willems en al zijn andere huidige en toekomstige bezittingen. Als extra zekerheid zijn Catick Cornelisz (oom van Geertien) en Cornelis IJsbrantsz (oom van Dingenum) borg gaan staan. Dit is afgesproken met hulp van de bemiddelaars Welen Willemsz (oom van Aeffien Willems) en Cornelis IJsbrantsz. De overeenkomst is vastgelegd door een notaris in aanwezigheid van de getuigen Teunis Lambertsz Resinck en Steven Gonbent. Dingenum Ruijsz mag alle goederen houden die volgens het huwelijkscontract zijn ingebracht en die hij nu gebruikt. Hij moet:

De erfenis van grootvader, waar grootmoeder nu vruchtgebruik van heeft volgens het testament, blijft onverdeeld. Ieder behoudt daar zijn rechten op, maar grootmoeder mag het haar leven lang gebruiken of tot ze hertrouwt. Dit geldt alleen als ze niet meer aan haar andere kinderen geeft dan ze aan Aeffien Willems en Dingenum Rijn heeft gegeven.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510347 / 164  


Op 21 juni 1641 verschenen voor notaris Palm Mathijsz:

Op 20 juni 1641 verscheen voor dezelfde notaris:

Hij verklaarde van Jacob Martsz, voormalig bakker en weduwnaar van Giert Jans, alle erfenisgelden ontvangen te hebben volgens het testament dat op 24 juli was opgesteld. Ttacot Martsz bevestigde dat de erfenis, inclusief kleding, volledig was afgehandeld. Er werd beloofd geen verdere claims te maken op deze erfenis.

Als getuigen waren aanwezig: Teunis Lambertsz Resinck en Stenen Convent.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510347 / 163  


Op 10 augustus 1805 maakten diverse eigenaren in Curaçao een lijst van weggelopen slaven die zich bij de Engelsen hadden aangesloten:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.01.28.02 / 183 / 0394  


Dit is een administratieve lijst van uitgaven uit Curaçao in de maand juni en juli 1805. De belangrijkste uitgaven waren:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.01.28.02 / 179 / 0254  


Het rapport meldt dat ze niet kunnen voldoen aan de vraag voor 4000 zalpeten omdat er geen voorraad is. De peperoogst was dit jaar slecht. Gouverneur-generaal Mossel heeft slechts 181776 eenheden kunnen inladen. Daarnaast worden er verscheept:

Met dit schip reist artillerist Jan de Waal uit Scheveningen mee, voor wie ze de soldijrekeningen vragen. Bij de compagnie van kapitein Koch en Weerman en het detachement artilleristen van luitenant Ducaoe zijn de volgende personen gebleven:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10027 / 0266  


De transportlijst toont 28 mannelijke militairen die verplaatst werden. Deze mannen kwamen uit verschillende plaatsen:

Enkele belangrijke namen op de lijst waren:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3857 / 1120  


Op 19 december 1791 vertrokken er militairen vanuit het kasteel in Batavia met twee verschillende schepen:

Met het schip Horssen naar de kamer van Delft:

Met het schip De Standvastigheid naar de kamer van Rotterdam:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3916 / 0213  


Deze tekst gaat over de erfenis van Jacob Martsen en de verdeling van zijn bezittingen op de Bredestraet en de Vloogburgh. Hij heeft de volgende bepalingen opgesteld:

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 701686 / 81  


Op 6 september 1624 verschenen Adriaen Douwens, een schaapscheerder, en Cornelisgen Claes voor notaris Jacob Westfrisius in Amsterdam. Ze maakten toen hun testament op. In dit testament stond dat:

Het testament werd ondertekend in het huis van de opstellers bij de Heilige Wegepoort, in aanwezigheid van getuigen Salomon Exel en Harmen Jansen.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 701686 / 82  


Op 4 september 1624 om 7 uur 's avonds verschenen voor notaris Jacob Westfrisius in Amsterdam Jacob Martsen, bakker en burger van de stad, en zijn vrouw Gierte Jans. Jacob Martsen was ziek maar zat op een stoel, terwijl Gierte Jans gezond was. Ze waren beiden helder van geest.

Het echtpaar maakte hun testament op omdat ze beseften dat de dood onvermijdelijk is. Ze bevalen hun zielen aan bij God en hun lichamen aan de aarde.

Jacob Martsen verklaarde dat hij nog het moederlijk erfdeel beheerde van zijn dochter Hendrickien Jacobs, die hij had met zijn eerste vrouw Marrijtgen. Dit erfdeel bedroeg 1600 Carolus gulden. Als betaling van dit bedrag en met instemming van zijn huidige vrouw Gierte Jans, kende hij aan zijn dochter de helft van een huis toe.

Als getuigen waren aanwezig Gerrijt Harmens Gijselaer en Jacob Jansen Hoe.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 701686 / 80  


Deze tekst beschrijft een militaire vloot met verschillende schepen en hun bemanningen. De belangrijkste punten:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11143 / 0245  


De Staten van Holland en West-Friesland hebben op 17 november 1672 een commissie uitgegeven. Hierin werd Mr. Jacob vander Graeff, raadslid en oud-schepen van de stad Gouda, benoemd om namens hen aanwezig te zijn bij de vergadering van de Staten-Generaal. Hij moest daar:

Op 2 november 1672 werd in Groningen een brief besproken van 1 november 1672 over het aanhouden van 100 hervormde officieren die onder andere compagnieën dienst zouden doen tegen een passende vergoeding.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11143 / 1037  


Op 5 februari 1665 schreef ambassadeur Jacob Boreel een brief uit Moskou over onenigheid met Zweedse ambassadeurs over drinkgewoontes. Hij beloofde binnenkort om een nieuwe audiëntie te vragen.

Op 23 maart 1665 werd een bericht gestuurd over het versterken van compagnieën met 39 soldaten, een sergeant en een tamboer. Dit werd ondertekend door Aeret van Blaumont namens de Staten van Holland en West-Friesland.

Er was correspondentie met de koning van Polen, Johannes Casimirus, die de vriendschap met de Verenigde Provinciën wilde versterken. Hij stuurde een vertegenwoordiger die vertrouwd was met de gewoontes van het land.

Jacob Bonser, raadslid van Gouda, werd voorgedragen om vanaf mei de plaats in te nemen van Gerridt Cincq in het Admiraliteitscollege van Amsterdam.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11133 / 0234  


Jeremias Lukijn en zijn vrouw Anna Maria van der Heijden verschenen voor notaris David Doornick in Amsterdam. Anna Maria was, samen met haar broer, erfgenaam van haar overleden vader Pieter van der Heijden de Oude (zilversmit in Hanau, Duitsland) en haar moeder Maria de Waijer. Ze gaven een volmacht aan Anna Maria's broer Pieter van der Heijden om:

Ook hadden ze recht op een erfenis van Anna Torekens, de weduwe van Pieter de Waijer, hun grootmoeder van moederskant.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965059 / 557  


Op 3 januari 1651 kwamen verschillende bestuurders bijeen, waaronder D'Erveth, Bronckhorst, Wemmel en anderen. De notulen van de vorige dag werden doorgenomen en goedgekeurd.

Op 4 januari 1651 werd een verzoekschrift behandeld van Chenrick van Hillensberch, oud-burgemeester van Mastricht. Hij had eerder een rechtszaak gewonnen tegen Pieter de Bert, Hendrik van den Broeck en Lodewijk Loijens, die toen bestuurders waren van Mastricht. Ondanks een uitspraak in zijn voordeel kon hij zijn geld niet krijgen. Hij vroeg toestemming om beslag te leggen op de persoonlijke bezittingen van de veroordeelde bestuurders. Dit verzoek werd doorgestuurd naar Andree voor advies.

Er kwam ook een brief binnen van 28 december over het verlagen van de rente op leningen van admiraliteitscolleges van 6,25% naar 5%. Johan Compostel, algemeen ontvanger van het admiraliteitscollege in het noorderkwartier, had in zijn rekeningen van 1649 nog steeds het oude rentepercentage en makelaarskosten opgenomen, twaalf maanden na het nieuwe besluit.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 108 / 0010  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/