Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Johan moest Anna Sophia van Elve dagvaarden om persoonlijk voor de rechter te verschijnen in Cabo de Goede Hoop. De rechtszaak vond plaats op 11 november 1798. De zaak werd ondertekend door I.N.P. Van Lynden op 28 oktober 1790.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0664 De onafhankelijk aanklager Johan Nicolaas Heeren van Lijn diende een zaak in tegen Anna Sophia van Elve, de vrouw van Johannes Oostendorp die hoofdschutter was bij de Oost-Indische Compagnie. De zaak betrof een geval van mishandeling bij het Kasteel de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0711 Anna Sophia Elve, echtgenote van de hoofdschilder van de Verenigde Oost-Indische Compagnie Johannes Oostendorp, diende een rechtszaak in bij het gouvernement. De president van de Raad van Justitie was Johannes Isaac Rhenius. De aanklager was hoofdaanklager Johan Nicolaas Steeven van Lijnden. De zaak ging over mishandelingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0727 De advocaat Johan Andreas Pruter vroeg in naam van de gedetineerde Jan Enslin aan Willem Kolver, de bestuurder van Stellenbosch en Drakensteijn, om over 14 dagen te reageren op het antwoord in de rechtszaak tussen Hendrik Lodewijk Bletterman en de gedetineerde Jan Enslin. Daarna werd een verklaring van de fiscaal voorgelezen over mishandelingen door Anna Sophia van Elve, de vrouw van brandmeester Johannes Oostendorp.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0432 Johan Nicolaas Steeven van Lynden had een rechtszaak tegen de onderkoopman Ian fredrik Kirsten. Anna Sophia van Elve, de vrouw van hoofdschilder J.I. Oostendorp, kon volgens hem in een gewoon proces worden ontvangen. Er werd een lijst getoond van weggelopen dienaren van de Compagnie.
Andere rechtszaken werden gevoerd tussen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0423 De oud-secretaris van de kolonie Graaff-Reinet, Jan Jacob Fredrik Wagener, handelde namens Anna Sophia van Elve, de vrouw van Johannes Oostendorp, een schilder van de VOC. Hij reageerde op een antwoord dat 2 weken eerder was ingediend.
De onafhankelijke fiscaal (openbaar aanklager) Johan Nicolaas Steeven van Linden trad op tegen burger Pieter Schrein. Omdat Schrein niet was verschenen, verzocht de aanklager om uitstel van 14 dagen en een tweede oproep.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0076 Johan Nicolas Steven van Lynden deed verslag over vrijgelaten slaven waarbij geen illegale goederen zijn gevonden. Jacob Pieter Deneys werd aangesteld als tijdelijk officier van justitie en nam plaats in de raad. Er waren verschillende rechtszaken:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0425 Op 3 november 1790 kwam er een rechtszaak tegen een slaaf genaamd Ontong van Mallabaar. Hij had rond 9 uur 's ochtends de slavin Maria van Bengalen, die eigendom was van opperdokter Hendrik Le Sueur, aangevallen in de Gravestraat bij het slavenverblijf. Maria droeg op dat moment een klein kind. Ontong bracht haar met een mes dodelijke verwondingen toe en sneed haar buik open. Volgens de dokter was de kans groot dat Ontong zou sterven voor hij gestraft kon worden.
De rechtbank besloot dat Ontong:
Bij deze rechtszaak waren aanwezig rechter Johannes Izaak Rhenius en de raadsleden Smits, Scheyer, Bonnenkamp en van Echten. Afwezig waren aanklager Johan Nicolaas Steven van Lynden en de heren Rönnekamp, van der Riet, Flek en Truter. De secretaris was W.J. van Ryneveld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4354 / 0450 De kapiteinvrouw Anna Sophia van Elve, echtgenote van Johannes Oostendorp, werd aangeklaagd voor het mishandelen van een meisje. De oppermeester Leeuwer onderzocht het slachtoffer en vond sporen van zware mishandeling over haar hele lichaam. De soldaat Fredrik Doring, die bij Oostendorp woonde, bevestigde deze mishandelingen in een verklaring. De officier van justitie, I.N.S. van Lynden, vroeg op 28 oktober 1790 toestemming om Anna Sophia van Elve voor de rechtbank te dagen. Later besprak raadslid Carel Mappa, samen met de heren De Wiet, Van der Riet, Flek en Piuter een andere rechtszaak tegen sergeant Hans Caspar Hofmeister. Gouverneur Cornelis Jacob van de Graaff weigerde het vonnis te ondertekenen en besloot de zaak naar Batavia te sturen. De raad besloot kopieën van de documenten te bewaren en de originelen aan de gouverneur terug te geven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4354 / 0449
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0744 In deze gerechtelijke zaak verzoekt Willem Kolver namens de gevangene Eusliu om een kopie van documenten om over 14 dagen te reageren op een eerder stuk. De gevangene verklaart dat hij een kind had, dat ernstig verzwakt was door gebrek aan voedsel. Jan Breugeman tekende een verzoek, ingediend op 28 oktober 1790. Johannes Andreas Truker reageert namens de fiscale dienst dat zij niet kunnen instemmen met het verzoek vanwege de duidelijkheid van de feiten. Een tweede zaak betreft een klacht over mishandeling van een slavenmeisje genaamd Alida van Batavia. Zij verscheen op 11 oktober in het gevangenhuis om te klagen over wrede behandeling door Anna Sophia Elve, de vrouw van brandmeester Johannes Oostendorp. Johan Nicolaas Steven van Lynden, de onafhankelijke fiscaal, behandelde deze zaak, evenals:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4354 / 0448 Op het Kasteel de Goede Hoop verscheen hoofdaanklager Johan Nicolaas Steven van Lijnden voor de rechters. Hij klaagde pachter Johannes Paulus Iksteen aan. Iksteen had het Ronde Bosje en de Valsbaai in pacht. De aanklacht was dat hij zich niet aan de regels had gehouden. In het pachtcontract stond namelijk dat een pachter geen drankhuizen mocht openen zonder eerst schriftelijke toestemming van het bestuur te krijgen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0743 Op 17 maart 1791 werd in de rechtbank een verslag ingediend door I.S.F. Wagenaar over een zaak die ging over de dood van een slavin. Er werd onderzocht wie verantwoordelijk was voor haar overlijden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0742 De beschuldigde laat weten dat haar slaven nooit een rechtszaak hebben aangespannen of straf hebben gekregen. Verder klaagden slaven dat hun meesteres hen had geslagen, maar bij onderzoek bleek dat er geen sporen van geweld op hun lichaam te zien waren. De beschuldigde denkt dat degenen die haar in het geheim beschuldigen dit niet in het openbaar durven te zeggen of kunnen bewijzen. Ze vraagt de rechters te oordelen of enkele slagen met een zweep als mishandeling gezien kunnen worden volgens de wet. Ze vindt dat ze al genoeg gestraft is doordat ze haar slavin heeft moeten verliezen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0741 De beschuldigde vrouw werd al zwaar gestraft door het verliezen van haar slavin en hoefde daarom geen extra geldboete te betalen. Er gingen geruchten rond over haar wrede behandeling van haar slaven. Het spreekwoord 'wee de wolf die in een slecht gerucht staat' was op haar van toepassing. Ze had hier al gevolgen van ondervonden toen haar slavin Rachel per ongeluk een lantaarn brak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0740
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0739 De verdachte heeft haar slavin Aletta met een zweep (sjambok) geslagen vanwege een diefstal. Deze slagen veroorzaakten striemen en rauwe plekken op het lichaam van de slavin. Deze straf wordt gezien als mishandeling. Daarvoor wordt een hoge geldboete geëist.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0738 De aangeklaagde vrouw blijft volhouden dat zij het recht had om haar slaaf Aletta te straffen. Ze verdedigt dit door te stellen dat:
Ze heeft daarom direct toegegeven wat ze heeft gedaan, omdat ze ervan overtuigd was dat haar handelen rechtmatig was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0737 Er was een incident waarbij een slavin werd vastgehouden en geslagen met een zweep (sjambok). De eigenaar gaf toe dat dit eerder was gebeurd. Dit was anders dan wat eerder werd beweerd over het neerleggen van de slavin. De lijkschouwing toonde ook striemen in het gezicht van de slavin. Deze verwondingen konden niet zijn ontstaan als de slavin was neergelegd en vastgehouden zoals eerder werd beweerd. De striemen waren waarschijnlijk ontstaan door een worsteling, niet door een geplande mishandeling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0736
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0733 De soldaat die eerder gestraft was, zegt dat het fout was dat hij met de zweep was geslagen. De straffen hoorden volgens hem bij de militaire tucht. Net zoals zweepslagen met een 'jambok' (een zweep) thuis hoorden bij de huishoudelijke straffen voor bedienden. Over de uitleg van de Indische wetten merkt men op dat het in het belang van de Eiser is om mishandeling breed te interpreteren. Zonder de betekenis van woorden te verdraaien, moet men onder mishandeling iets anders verstaan dan enkele slagen met een zweep. De Eiser negeert in zijn antwoord alles wat hem niet uitkomt en probeert met valse redeneringen te bewijzen dat de straffen aan de slavin Aletta mishandeling waren. Om dit te bewijzen, beroept hij zich op de medische en onderzoeksrapporten waaruit zou blijken dat de straffen die Aletta kreeg nooit als huishoudelijke straf gezien kunnen worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0731 De verdediging stelt dat de verdachte niet al te lang zou moeten wachten op een rechtszaak. De rechter heeft hier over een kleine zaak beslist. De rechter denkt dat de verdachte een te ruim beeld heeft van huiselijke straffen. De verdediging zegt juist dat de rechter huiselijke straffen te beperkt ziet. De rechter rekent ook enkele slagen met een zweep tot mishandeling. Deze zweepslagen zijn gegeven aan een slavin vanwege een overtreding. Men vraagt zich af wat mensen zouden zeggen van iemand die beweert dat een soldaat van zijn kameraad slechts één hemd heeft gestolen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0730 De rechtszaak stelt dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0729 De beschuldigde (verweerder) is zeer verbaasd dat de aanklager (eiser) niet verrast is dat de verdachte een straf aan haar slaaf Aletta uit Batavia heeft gegeven als een huishoudelijke correctie. Er waren bij de aanklager veel klachten binnengekomen over de wrede manier waarop zij haar slaven behandelde. Volgens de beschuldigde klopt dit verhaal helemaal niet.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0728
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0638 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/