Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De gouverneur Wilhem Adriaan en de raad hebben geprobeerd partijen te verzoenen, maar dit lukte niet. Het geschil bleef bestaan. De raad veroordeelde de gedaagde om het contract na te komen of de eiser tevreden te stellen, inclusief de proceskosten. Dit vond plaats in het Kasteel de Goede Hoop.
Op donderdag 6 augustus 1705 behandelde men de zaak tegen Jacob Janse van Schermer en Jan Brommert. De nieuwe ambtenaar Joan Vlesius legde hiervoor eerst zijn eed af. De zaak was aangespannen door Jan Willemsz uit Den Haag.
Twee matrozen in dienst van de Oost-Indische Compagnie werden veroordeeld om:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0049 De vrijlandbouwer Jan Mulder klaagt de vrijlandbouwer aan Drakensteijn Theunis de Bruij aan vanwege een contract dat ze voor 1 jaar hadden afgesloten over de huur van een boerderij. De Bruij kon het contract niet nakomen omdat hij zijn boerderij moest verkopen om schulden te betalen aan de weeskamer en de veilingmeesters.
De vrijlandbouwer Fredericus Coeuradi klaagt de vrijlandbouwer Leendert Able van Weijbelinge aan voor de betaling van 722 gulden en 5 stuivers in Kaapse valuta voor voorgeschoten geld en verteringen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0048 Op donderdag 30 juli 1703 werd in het kasteel van de Kaap de Goede Hoop een rechtszaak behandeld. In deze zaak stonden de volgende personen tegenover elkaar:
De zaak ging over een boerderij aan de Liesbeekse Rivier die voor 1600 gulden was verkocht. Ook was er een huis in Kaap geruild. Weever erkende de schuld maar zei niet te kunnen betalen. De rechtbank veroordeelde hem tot betaling van 1600 gulden en het overdragen van de eigendomspapieren van de boerderij. Ook moest hij de proceskosten betalen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0047 De eiser heeft geantwoord dat de gedaagde borg is gebleven voor zijn overleden zoon Christiaan Cotzee. De gedaagde is getrouwd met de schoondochter (weduwe) van de eiser en heeft daarmee een grote schuld overgenomen. Deze schuld probeert hij af te betalen zodra mogelijk. De eiser staat ook borg voor 3000 gulden, maar niet volgens de beweerde belofte van zeven maanden, omdat die schuld ook door de zoon van de eiser is gemaakt en deel uitmaakt van het totaalbedrag van 8000 gulden. De gedaagde vraagt daarom om de eis van 1600 gulden af te wijzen met proceskosten. De rechtbank heeft beide partijen gehoord en besloten de eis af te wijzen omdat:
De eiser moet de proceskosten betalen. Dit vonnis is uitgesproken in Kasteel de Goede Hoop en ondertekend door Am Pould.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0046 Op het Kasteel de Goede Hoop diende vrijburger Jan Totzee een verzoekschrift in tegen vrijburger Valentijn Cleenveld. Totzee wilde dat zijn borgsom van 3000 gulden werd verlaagd. Deze borgsom had betrekking op een bedrag van 8000 gulden bij de weeskamer. Cleenveld had beloofd 3000 gulden af te lossen uit een bedrag van 3200 gulden dat hij zou ontvangen voor de verkoop van zijn oude huis. Dit was niet gebeurd.
De raad besloot dat de eisers zich moesten wenden tot de fiscaal voor verdere behandeling van de zaak, vanwege de grote laster en beledigingen door de gedaagden. De proceskosten zouden later bepaald worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0045 Op basis van een vrijwillige bekentenis werd de veroordeelde naar de gebruikelijke plaats voor het uitvoeren van doodvonnissen gebracht. Daar werd hij door de beul met een touw aan de galg gehangen tot de dood erop volgde. Het lichaam moest aan de galg blijven hangen buiten de stad, tot het door vogels en wind volledig vergaan zou zijn. De kosten van het vonnis moesten door de Raadkamer betaald worden. Dit vond plaats in kasteel Goede Hoop.
Op donderdag 9 juli 1705 waren aanwezig:
Er was een rechtszaak over beledigingen. De aangeklaagde ontkende de beschuldigingen, maar de vrouw van de aangeklaagde gaf toe dat ze tegen de vrouw van de tweede aanklager had gezegd: "Ik kom niet uit zo'n gemeen geslacht als jouw moeder."
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0044 Op zaterdag 6 juni 1705 kwam een rechtszaak voor. De aanklagers waren luitenant Adriaan van Oik, landdrost Pieter Reede en winkelier Willem Robbertsz. De aangeklaagde was Gerraad Hendrik Donker.
De aanklager presenteerde een vrijwillige bekentenis van de beschuldigde, die een dag eerder in de gevangenis was afgelegd zonder marteling. De zaak ging over geweldpleging en een poging tot het onteren van een vrij geboren Europees meisje genaamd Hilletje Smits op de openbare weg.
De beschuldigde gaf toe wat hij had gedaan, maar zei dat hij dronken was geweest. Hij vroeg om genade. De Raad heeft naar het rapport geluisterd van de commissarissen voor wie de beschuldigde in de kamer was verschenen, en heeft alle stukken en documenten grondig bestudeerd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0043 Pieter Jansz van Minwee moet een bedrag van 408 gulden betalen. Dit geld was bedoeld als erfenis van zijn vrouw aan haar kinderen. Hoewel hij de schuld erkent, zegt hij dat hij momenteel niet kan betalen en vraagt uitstel. De rechtbank veroordeelt hem toch tot het betalen van het volledige bedrag plus de proceskosten.
De uitspraak werd gedaan in het Kasteel de Goede Hoop en werd ondertekend door Poulle, die hiervoor bevoegd was verklaard. De zaak werd behandeld op zaterdag 9 juli.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0042 De rechtbank veroordeelde een slaaf van eigenaar Isaacq Schrijver uit de streek Coromandel. De slaaf genaamd Jacob had een jong meisje van Europese afkomst, Hilletje, die 14 jaar oud was, aangevallen. Dit gebeurde 's avonds in Jonkershoek bij Stellenbosch. Hij had haar tussen 10 en 11 uur vastgehouden.
Hij heeft dit misdrijf drie keer bekend, zonder dat hij gedwongen werd door pijn of dreiging. De straf die werd opgelegd was:
Dit vonnis werd uitgesproken in het Kasteel de Goede Hoop door de tijdelijke burgerraad Claas Hendriksz Rost.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0041 Deze zaak gaat over de veroordeling van soldaat Jans Jurgen Luttie van 20 jaar, die werkte als veewachter voor de Oost-Indische Compagnie. Hij heeft op zaterdag 23 mei rond 9 uur 's ochtends de kist van zijn collega soldaat en wagendrijver Jan Overhuijsen opengebroken en daar een zakje geld uit gestolen. Hij werd veroordeeld tot:
Dit vonnis werd uitgesproken in het Kasteel de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0040 Op 4 juni 1705 werd een rechtszaak gehouden tegen Robbert Jansz van Helvoetsluijs, een 43-jarige matroos van de Oost-Indische Compagnie. De aanklager was Joan Blesius.
De aanklacht was dat Robbert Jansz op 23 mei tussen 19:00 en 20:00 uur een gewelddadige aanval had gepleegd op schipper Martinus van Eijk van het schip Oestgeest. Hij had de schipper:
De verdachte beweerde zich hier niets van te herinneren en zei dat als hij dit had gedaan, het door dronkenschap moest zijn geweest.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0039 De rechtbank heeft de gedaagde veroordeeld tot het vergoeden van schade aan de eiser. De gedaagde werd beschuldigd van het opstoppen van water in een rivier. Hij beweerde dat hij dit alleen deed als de molen in reparatie was of als de molensteen gescherpt moest worden. Hij zei ook dat hij nooit gewaarschuwd was door de eiser of door de landdrost en heemraad.
Het hof bepaalde dat:
De uitspraak werd gedaan in het Kasteel de Goede Hoop en ondertekend door Poulle.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0038 Op 28 mei 1705 in het fort De Goede Hoop in de Kaapkolonie kwam de volgende rechtszaak voor:
Willem Corsse, een voormalige pachter van de kolonie's korenmolen, klaagde Dirk Coetzee aan. De aanklacht was dat Coetzee het water uit de rivier had omgeleid naar zijn wijngaard wanneer er water nodig was voor de molen. Hierdoor kon de molen vaak niet draaien en leed Corsse een verlies van 400 gulden op zijn pacht.
De rechtbank bestond uit:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0037 De gedaagde bekent een schuld te hebben van 1187 gulden, maar zegt dat hij dit momenteel niet kan betalen. Hij vraagt uitstel en biedt aan om in de toekomst het bedrag met rente te betalen. De eiser claimt dat hij zelf geld heeft geleend dat hij binnen enkele dagen moet terugbetalen. De zaak wordt daarop afgesloten zonder verder bewijs.
De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot het betalen van 1187 gulden plus de proceskosten. Dit vonnis werd uitgesproken in het Kasteel de Goede Hoop.
De vrijburger Jan Costsee heeft een eis ingediend met betrekking tot een kapitaal van 8000 gulden, waarvoor een andere vrijburger borg staat. Dit vanwege Valentijn Kleenveld die achterstand heeft in zijn betalingen. De gedaagde ontkent achterstand te hebben in kapitaal of goederen. Hij verklaart een vrije handelaar te zijn die zijn geld gebruikt voor zijn huishouden. Hij eist dat de eis wordt afgewezen met proceskosten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0035 De rechter veroordeelt de gedaagde om aan de eiser 100 rijksdaalders te betalen, zonder dat hier later nog een geschil of rechtszaak over gevoerd mag worden. De rechtszaak vindt plaats in het Kasteel de Goede Hoop. De vrije burger Pieter Lens is eiser tegen de vrije landbouwer Balthazer Christiaan Weever uit Drakensteijn. De gedaagde moet een bedrag van 1600 gulden betalen. Een tweede rechtszaak betreft de vrije burger Johannes Pijthius als eiser tegen de vrije burger Gerrit Meij als gedaagde.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0034 De rechtszaak gaat over een huurconflict. De gedaagde was in een huis gaan wonen omdat er geen andere huurders waren. Hij wilde het niet leeg laten staan. Nadat dominee uit het huis was vertrokken, had de gedaagde het huis gerepareerd. De eigenaar had de gedaagde echter op brutale wijze ontslagen als zijn gevolmachtigde en had de vrijburger Steven Vermeij uit Batavia als nieuwe gevolmachtigde aangesteld. Vermeij weigerde deze functie. Het huis en de tuin waren vervallen omdat er een jaar lang niemand naar had omgekeken. De gedaagde biedt aan 6 rijksdaalders per maand te betalen voor de periode dat hij er woonde. De eigenaar eist echter 20 rijksdaalders per maand omdat de gedaagde een ambachtsman was die zijn beroep in het huis uitoefende. De gedaagde geeft toe dat hij 16,5 maand in het huis heeft gewoond, maar vindt 20 rijksdaalders per maand een onredelijke eis. Hij houdt vast aan zijn aanbod van 6 rijksdaalders per maand. Beide partijen leggen de zaak voor aan de Raad ter beoordeling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0033 De vaandrig Ambrosius klaagt aan en doet een eis over een huurkwestie met Abraham Poulle in Batavia. De zaak draait om het volgende:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0032 Op 22 mei 1705 verschenen voor de Raad van Justitie in het Kasteel de Goede Hoop:
De zaak betrof een aanklacht over een geweldsmisdrijf tegen een 14-jarig meisje van Europese afkomst genaamd Hilletje. Het incident vond plaats tussen 22:00 en 23:00 uur op de openbare weg in Jan de Jonkershoek bij Stellenbosch. Omdat de verdachte bleef ontkennen, werd besloten om over te gaan tot marteling voor nader onderzoek.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0036 In deze rechtszaak had Henrik Jansz een conflict met Jacob de Coetzee over het gebruik van water uit de Pipier en een wijngaard. Het tweede vonnis bij verstek werd verleend omdat Coetzee niet was komen opdagen na een eerder vonnis op 7 mei. De zaak ging ook over het vereffenen van rekeningen tussen beide partijen. Na onderzoek van de wederzijdse rekeningen werd Coetzee veroordeeld om 153 gulden te betalen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0031 In de rechtszaak tegen Hendrik Roodenburg, een vrijlandbouwer, eist men betaling van 67,75 rijksdaalders. Dit bedrag is voor aankopen gedaan op een publieke verkoping door Theunis Dirksz van Schalwijk (oud-burgerraad) en Jan Harmensz van Maarsenbroek. De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van dit bedrag plus kosten. Bij niet-betaling wordt directe invordering toegestaan, na goedkeuring van de gouverneur. Ook wordt vermeld dat Roeloff Jonasz, de voormalige pachter van de compagniemolen in Stellenbosch, en Dirk Coetzee, een oud-heemraad, betrokken zijn bij deze zaak. De uitspraak werd gedaan in het Kasteel de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0030 Op 2 april 1701 vond er een rechtszaak plaats in het Kasteel de Goede Hoop. Er waren twee zaken:
De zaak werd behandeld in aanwezigheid van secretaris Willem Corssenaar en A. Poulle trad op als griffier.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0018 Jan van der Brugge heeft zonder toestemming een half vat wijn aan Engelse mensen verkocht. De rechtbank in het Kasteel de Goede Hoop heeft hiervoor de volgende straf opgelegd:
Van der Brugge ontkende deze verkoop, maar de rechtbank geloofde hem niet omdat de politiedienaar en zijn helpers hadden gezien dat Engelsen het vat wijn naar het strand droegen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0014 Johannes van Los, heer van Weinsberg, Millen en Stein kreeg in 1411 een nieuw leen van de graaf van Loon. Dit leen bestond uit een burcht en rechtsgebied van Stein met bijbehorende:
Er was één uitzondering: een toren of poort tussen de voorste brug bij de ingang van de vesting. Die hoorde bij het gebied van Valkenburg.
In 1422 nam Jacoba de Los, dochter van Heinsberg, samen met haar voogd Goswin de Kommen het leen over in Curingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11358 / 0268 In deze periode worden verschillende bestuurlijke kwesties behandeld:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3466 / 0025 Het bestuur besloot dat de provincies geld moesten betalen voor de marine-uitrusting van dit jaar. Dit was nodig om ontslagen scheepspersoneel te kunnen betalen en problemen te voorkomen. De aanklager van Brabant kwam met een verzoek over een rechtszaak tegen Barbara van Scherpenzeel over het dorp Mierlo. Hij had de zaak verloren en vroeg 2 maanden uitstel om in hoger beroep te kunnen gaan. Dit werd toegestaan. Willem van Heuckelom, luitenant-generaal van de infanterie, diende een verzoek in. Ondanks dat hij nog steeds niet betaald was door Nijmegen, was hij toch naar het leger gegaan aan het begin van de laatste veldtocht. Dit deed hij omdat hem betaling was beloofd. Hij vroeg nu om die belofte na te komen. Er werd besloten dat de heren van Welderen en anderen dit verzoek zouden onderzoeken en er verslag over zouden uitbrengen. Er werd ook een verzoek gelezen van de kerkenraad en de hervormde gemeente van Waere.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 649 / 0172 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/