Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De straf die van toepassing is op de verdachte is volgens artikel 30 van de krijgsregels de doodstraf. Dit omdat volgens dat artikel niemand zonder toestemming van zijn meerdere, overdag of 's nachts, afwezig mag zijn van zijn post. Artikel 32 zegt bovendien dat wie na het plaatsen van de wacht zijn wapen trekt, gedood zal worden. Ook artikel 3 stelt dat alle diefstallen en openbare misdaden met de dood worden bestraft. Artikel 41 bepaalt dat wie op rooftocht gaat, steelt of afperst, opgehangen en gewurgd zal worden. De krijgsregels schrijven dus voor dat dergelijke overtreders met de dood gestraft moeten worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0094 Petrus Halden was geen dominee die thuis was. Twee gevangenen hebben 8 maanden geleden afgesproken in het Ronde Bosje om te gaan werken. Ze zijn met enkele anderen van hun volk 's nachts naar zijn huis bij de Kaap gegaan. Met een grote kromme spijker hebben ze onder de wijngaard een venster opengebroken. Ze zijn naar binnen geklommen en hebben eerst een kist opengebroken. Ze vonden geen geld en probeerden toen een kabinet open te breken. De slaven van de dominee werden wakker, waardoor de inbrekers moesten vluchten. De gevangenen hebben hierna nog een zesde inbraak gepleegd op een donderdagavond. Bij een eerdere inbraak hebben ze 9 flessen arak (sterke drank) en 6 schellingen aan losse stuivers gestolen, waarvan één van de gevangenen heeft meegedronken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0127 Een soldaat bekende bij een verhoor dat hij precies wist wat zijn plicht als soldaat was. Hij probeerde iets te stelen en werd daarbij met stokken weggejaagd. Hij verloor tijdens zijn vlucht zijn degen, muts en jute zak. Hij werd gezien als een extra strafbaar persoon, niet vanwege wat hij wilde stelen, maar vanwege zijn positie als soldaat. Volgens zijn eed had hij juist dit soort misdaden moeten voorkomen en bestrijden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0093 Twee slaven van Lambert Adriaansz hielden de wacht in een tuin toen ze rond middernacht iemand hoorden langslopen. Ze gingen uit hun hutje en zagen dat een persoon wortels aan het plukken was. Toen ze riepen "Wie is daar?", antwoordde de persoon "goede vriend" en trok daarbij zijn zwaard. Hiermee verwondde hij de slaaf Sam uit Madagascar. De dader verklaarde later tijdens het verhoor op de 14e, 15e en 16e vraag dat hij zijn geplande diefstal had moeten staken omdat het donker was en hij niets kon zien. Dit verhaal werd ontkracht door de verklaringen van de twee slaven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0092 Een soldaat die eerst als matroos bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie was aangesteld, moest als soldaat dienen. Hij had 12 jaar dienst gedaan in zowel Indië als Europa. Op 27 december van het vorige jaar hield hij 's avonds wacht op de rede (haven). Hij werkte samen met een korporaal en 5 andere soldaten. Hij was in beschonken toestand en had de regels en discipline niet gevolgd, hoewel hij aangaf de krijgswetten goed te kennen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0090 De belastinginner Joan Blesius deed aangifte bij gouverneur Willem Adriaan van der Stel en de rechtbank tegen Jochem Hartman Frank uit Itzehoe in Holstein. Frank werkte als matroos voor de Oost-Indische Compagnie en deed dienst als soldaat in het kasteel. Hij zat toen gevangen. De aanklacht stelde dat veel mensen zich niet meer lieten afschrikken door waarschuwingen, bedreigingen of zelfs milde straffen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0089
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0087 In het jaar 1705 deed een rechtszaak zich voor bij Kaap de Goede Hoop betreffende het schip de Zeeland.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0081 Op het eiland van Sint Martin heeft Pieter van der Kust samen met anderen de slaaf ondervraagd. De slaaf gaf toe dat hij op Scrubisland van zijn meester was weggelopen. Hij werd met andere weggelopen slaven door de Spanjaarden meegenomen naar Porto Rico.
Daarna werd hij door de Spanjaarden naar Sint Martin gebracht. Hij werd door Franse soldaten gevangen genomen en daarna naar het Nederlandse deel van het eiland gebracht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0414 Op maandag 12 oktober 1705 werd er een rechtszaak gehouden tegen Hendrik Sieuwertsz uit Amsterdam. Hij was matroos en werd aangeklaagd door fiscaal Joan Blesius, vertegenwoordigd door Jan Brommert.
De aanklacht was dat Sieuwertsz tussen 26 augustus en 4 oktober zonder toestemming uit de matrozenkamer was weggelopen en als zwerver rond had gelopen.
De straf die werd geëist en toegewezen was:
Dit vonnis werd uitgesproken in het kasteel de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0068 Op donderdag 1 oktober 1705 werden Hans Jurgik van Coningsbergik en Jurrick Rommel van Nuremberg berecht in het kasteel van Kaap de Goede Hoop. De officier van justitie Joan Blesius klaagde hen aan omdat ze:
De verdachten zeiden dat ze zo dronken waren dat ze zich niets konden herinneren van het trekken van hun zwaarden. De Raad veroordeelde hen tot:
De uitspraak werd ondertekend door secretaris Abraham Poulle.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0067 De rechtbank heeft een conflict behandeld over een wijncontract. De aanklager leverde bewijs via een verklaring van een secretaris en een schuldbewijs. De verdachte zei dat de berekening niet goed was gedaan en verwierp de verklaring. Hij wilde de aanklacht niet ontvangen en vroeg om vrijspraak met vergoeding van de kosten. Beide partijen hebben hun zaak voorgelegd aan de raad. Na het horen van beide kanten en het rapport van de commissie, heeft de raad een besluit genomen. De rechtbank veroordeelde de verdachte om:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0065 Adriaan van Heede, luitenant in dienst van de Compagnie, eist betaling van 400 gulden met rente van Christiaan Weever, vrijlandbouwer. Balster Ann moet een borg stellen of aangeven waar het geld vandaan komt. Omdat de gedaagde niet kwam opdagen bij de Raad, wordt een nieuwe rechtszitting bepaald.
De vrijburger Stepik Vermeij eist van de vrijburger Hendrik Muller betaling van 650 gulden. Hendrik Muller ontkent deze schuld.
Dit alles speelde zich af in het Kasteel de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0063 Op 10 augustus 1702 werd een rechtszaak gevoerd in het kasteel de Goede Hoop. Het ging over een bedrag van 550 gulden dat aan de Oost-Indische Compagnie betaald moest worden. De belangrijkste personen in deze zaak waren:
Sophia Verburg was de enige erfgenaam van Jacob van Doornik en eiste bepaalde documenten op. De weesmeesters zeiden dat ze nooit vriendelijk waren benaderd over deze zaak en de boedel van Jacob van Doornik. Ze waren verbaasd dat ze voor de rechtbank moesten verschijnen. Ze legden wel de gevraagde documenten over de erfenis en boedel voor.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0062 De tweede schuldenaar zegt dat hij alleen nog het 4e deel van de laatste brandewijnbelasting aan de Compagnie schuldig is en verklaart haar te zullen beschermen tegen alle schade. De eerste schuldenaar vraagt uitstel en zegt dat hij de Compagnie zal betalen zodra mogelijk. De Raad veroordeelt de eerste schuldenaar om binnen 3 x 24 uur zijn schuld aan de Compagnie te betalen, anders volgt er gedwongen inning, plus de kosten.
Daarnaast heeft de Compagnie een zaak tegen de vrijburger Gabriel Doman, die 550 gulden schuldig is als achterstallige pachtgelden voor het tappen van Nederlandse en buitenlandse bieren. Hoewel hij niet verschijnt, veroordeelt de Raad hem om binnen 3 x 24 uur dit bedrag te betalen, anders volgt gedwongen inning, plus de kosten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0061 De VOC eiste van Gerrit Meijer en zijn borgen (mensen die garant stonden) Basson en Johannes Elzen een openstaande betaling voor wijnpacht. Ook Hendrik Mulder was hierbij betrokken. Het ging om een bedrag van 650 gulden dat binnen 72 uur betaald moest worden aan de VOC-kas in het kasteel in Kaap de Goede Hoop. Als ze niet zouden betalen, zou er direct beslag worden gelegd. De gedaagden gaven aan dat ze niet in staat waren om te betalen. Er was ook nog sprake van een bedrag van 850 gulden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0060 Op donderdag 10 september 1705 komt er een zaak voor de Raad in het Kasteel de Goede Hoop. De kassier Hendrik eist namens de Compagnie betaling van Johannes Pijthius. Het gaat om een bedrag van 4175 gulden voor het tweede vierde deel van de laatst verschenen Kaapse wijnpacht.
Pijthius zegt dat hij dit bedrag niet kan betalen en vraagt enkele weken uitstel om zijn goederen via een vrijwillige verkoping te kunnen verkopen.
De Raad besluit dat Pijthius binnen 14 dagen het bedrag van 4175 gulden moet betalen in de kas van de Compagnie. Als hij niet betaalt, volgt er directe invordering met dwang. Hij moet ook de proceskosten betalen.
In een tweede zaak eist dezelfde kassier van Stevin Vermeij een bedrag van 650 gulden voor zijn laatst verschenen derde deel. Ook hier wordt om directe invordering met dwang verzocht bij niet-betaling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0059 De voormalige pachter van de koloniale korenmolen in Stellenbosch, Roeloff Jonasz, diende op 28 mei 1705 een klacht in tegen de oud-heemraad Dirk Coetzee. De gedaagde Coetzee gaf toe dat hij water had omgeleid en gebruikt, maar alleen wanneer de molen werd onderhouden of stilstond. De Raad oordeelde dat de eiser schade had geleden door het tegenhouden van het water. Ze legden Coetzee een boete op van 200 gulden plus de proceskosten. Dit vonnis werd uitgesproken in het kasteel De Goede Hoop en ondertekend door secretaris A. Poulle.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0058 Ambrosius Sasséé, officier in dienst van de Oost-Indische Compagnie, getrouwd met Anna Sophia Verburg, vraagt om een erfeniskwestie op te lossen. Anna Sophia Verburg is de enige erfgenaam van wijlen Jacob van Doornik volgens zijn testament. De zaak speelt in het Kasteel de Goede Hoop op 10 augustus 1702. Er wordt gevraagd om:
De boete voor het niet verschijnen is 100 rijksdaalders, waarvan de helft naar de aanklager gaat en de andere helft naar de raadskamer, plus de proceskosten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0057 De eerste beschuldigde werd door de rechtbank veroordeeld om door de zwarte bewakers (Caffers) te worden gegeseld. Hij moest daarna 3 jaar lang op Robbeneiland werken voor alleen kost en inwoning. Na afloop van zijn verbanning moest hij terugkeren naar de kolonie Stellenbosch om daar te dienen. De tweede beschuldigde werd uit zijn burgerfunctie ontslagen. Hij werd ongeschikt verklaard om ooit nog een belangrijke functie te bekleden. Ook moest hij een boete betalen. De eerste beschuldigde had bekend dat hij was gevlucht toen veldwachters hem zochten. Hij vluchtte naar Bergrivier omdat hij niet door veldwachters gearresteerd wilde worden. De tweede beschuldigde ontkende alle beschuldigingen. Hij beweerde dat de eerste beschuldigde slechts 1 tot 3 dagen afwezig was geweest en dat hij ziek was toen hij werd opgeroepen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0056 Johannes Starrenburg, de officier van justitie in zijn rol als landdrost, spant een zaak aan tegen David Pannesmit, de voormalige bode van Stellenbosch. Na de rechtszaak in het kasteel De Goede Hoop worden beide gedaagden veroordeeld tot:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0055 Fredrik Coenradi spande een rechtszaak aan tegen een andere vrijburger en eiste betaling van 40¼ rijksdaalders (120 gulden en 15 stuivers). De rechtbank in het Kasteel de Goede Hoop stelde Jan Brommert en Hendrik Donker aan om de rekeningen te onderzoeken. Op 3 september 1705 behandelde de Raad met gouverneur en burgerraadsleden Claas Hendrikse Diepenauw, Nicolaas Oortmans en Hendrik Donker een andere zaak. De openbare aanklager Joan Blesius klaagde vrijburger Hendrik Meijboom en zijn vrouw Elsje aan voor beledigingen op straat tegen Hendrik Bouwman, Gabriel Doman en hun families. Elsje gaf toe dat ze de vrouw van Hendrik Bouwman voor "hoer" had uitgescholden. De zaak werd uitgesteld tot de terugkeer van een schip uit Madagascar zodat er meer getuigen gehoord konden worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0053 Maria Vitou, weduwe van Daniel Nortier, werd voor de rechtbank gedaagd om een schuld van 150 gulden en 15 stuivers te betalen. Dit bedrag was verschuldigd voor goederen die ze had gekocht op de veiling van dominee Henricus Bek. De betalingstermijn was verlopen op 15 maart. De gedaagde erkende de schuld maar zei niet in staat te zijn om te betalen. Ze bood aan de schuld met rente te voldoen zodra ze daartoe in staat zou zijn. De rechtbank veroordeelde haar tot betaling van 130 gulden en 15 stuivers. Als ze niet zou betalen, mocht er direct beslag worden gelegd op haar bezittingen. In dezelfde zitting werd Hercules du Pree, oud-raadslid van Drakenstein, gedaagd voor een schuld van 120 gulden en 15 stuivers, ook verschuldigd sinds 15 maart. Hij verscheen niet op de zitting.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0052 De rechtbank bepaalde dat de schuldenaar een bedrag van ƒ3593,12,8 moet betalen aan de eiser. Als dit niet zou worden betaald, volgde directe beslaglegging, na goedkeuring van de heer gouverneur. Dit vond plaats in het Kasteel De Goede Hoop.
In een tweede zaak tussen de eiser en Guiljam Frisnet ging het om een bedrag van ƒ250,10. Dit was een schuld die nog openstond vanaf 15 maart bij de openbare verkoping van voormalig burgerraadslid Theunis Dirksz van Schalkwijk. Na het horen van de gerechtsbode veroordeelde de rechtbank Frisnet tot betaling van dit bedrag. Bij niet-betaling zou ook hier directe beslaglegging volgen, na toestemming van de gouverneur.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0051 De aangeklaagde heeft een vrijwillige bekentenis afgelegd. Hierbij heeft zij aangegeven dat ze haar misdaad had begaan door dronkenschap. Ze vraagt om genade in plaats van een strenge straf.
De rechtbank veroordeelt beide aangeklaagden tot:
Dit vonnis is uitgesproken in het Kasteel de Goede Hoop en getekend door secretaris Abraham Poulle.
Op Donderdag 27 augustus 1705 is er een rechtszaak met de burgerraadsleden Willem Helot, Nicolaas Oortmans en Hendrik Donker. Hierbij is gouverneur W.A. van Verstel afwezig. De eiser vraagt om betaling van 3593 gulden, 12 stuivers en 8 penningen van de gedaagde landbouwer Theunis de Bruijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0050 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/