Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Op 9 februari 1705 verscheen Aagje Rijxe, vrouw van boer Jacob Aartsen Brouwer, voor Jan Mahieu, secretaris van de landdrost en heemraden in Stellenbosch. Ze verklaarde dat haar man haar tijdens hun huwelijk vaak heeft mishandeld en gedreigd heeft haar te doden. Hij heeft ook meerdere keren gezegd dat als ze zou vluchten, hij haar zou opsporen en het huis waar ze was in brand zou steken.

Deze verklaring werd afgelegd in aanwezigheid van heemraad Guiljam du Toit en oud-heemraad Dirk Coetsee. Het document werd ondertekend door allen in de secretarie van Stellenbosch.

Op 10 maart 1705 in het kasteel De Goede Hoop herhaalde Aagje Rijxe haar verklaring op verzoek van landdrost Pieter Robbertsz. Ze bevestigde onder ede haar eerdere verklaring tegenover leden van de Raad van Justitie, Bergh en Willem van Putten. Het document werd mede ondertekend door eerste klerk Willem Helet.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0201  


Een vrouw vertelde dat Jacob Aartzen Bra een wapen afvuurde op haar borst. Ze wist niet of het wapen geladen was. Toen Jacob een kruithoorn pakte, vluchtte ze het huis uit. Ze bevestigde dat dit de waarheid was en wilde dit met een eed bevestigen. Dit gebeurde in aanwezigheid van Heemraad Pieter van Ho Bijl en Jacobus de Groot als getuigen. Het document werd ondertekend door de getuigen en secretaris Jan W hieu in het huis van Pieter van der Bijl.

Later verscheen dezelfde vrouw voor afgevaardigden van de Raad van Justitie. Op verzoek van Pieter Robbertz, de provinciale landdrost, bevestigde ze haar eerdere verklaring. Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop op 10 maart 1705. Het document werd ondertekend door W. Helot (eerste klerk), O. Berg, Willem van Putten en anderen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0198  


Op haar sterfbed verklaarde Aagie Rijesen onder ede het volgende:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0200  


Tanhonko, Teepecke en anderen hebben gestolen kleding en linnen in twee bundels verstopt toen het licht begon te worden. Ze hebben dit begraven onder oud riet in een sloot achter het Kasteel. Ze hebben onder andere: De twee sitsen en het geld, samen met het zilver, zijn naar de loge gebracht waar iedereen zijn deel in zijn eigen kist bewaarde. Op zaterdag avond wilde Tanhonko al zijn deel van het geld hebben. Dit werd geweigerd uit angst dat de diefstal en inbraak dan ontdekt zou worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0170  


Theewinko, Theepeko en Tanhonso gingen om 11 uur 's avonds naar het huis van weduwe Klein om te stelen. Tanhonko bleef op zijn post. Ze maakten met een ijzeren stang van een kruiwagen een gat in de muur bij het fort, onder het venster. Tanhonso ging naar binnen. Ze stalen 108 rijksdaalders, bestaande uit Spaanse munten, ducatons en ander groot en klein Nederlands geld. Het geld zat in 2 zakken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0160  


Teepeko en Tamtanko hebben samen met Thanhonko elk 2 flessen arak en 3 schelling gekregen. De overige 5 flessen zijn door andere Chinese bandieten opgedronken. Teepeko bevestigt hiervan meegedronken te hebben.

Ongeveer 8 maanden geleden hadden Teepeko en Tamtanko, samen met Thanhonko, afgesproken bij het rode bosje om te werken. Van daaruit zijn ze naar de Kaap gegaan met de Chinezen Teesje, Quepaijko en Thesanko om een diefstal te plegen.

Ze zijn naar het huis van dominee Petrus Kalden gegaan. Via Teesje, die het aan de knecht van de dominee had gevraagd, wisten ze dat de dominee niet thuis was maar op zijn landgoed verbleef.

Vervolgens zijn de verdachten samen met Banhonko, Quepaijko, Teesje en Thesanko naar het huis van dominee Kalden gegaan. Onder de wijngaard hebben ze met een grote kromme spijker een venster opengebroken. Teesje, Thanhonko en Tamtanko zijn naar binnen geklommen. Teesje heeft een kist opengebroken maar vond geen geld. Toen ze bezig waren met een kastje open te breken, werden de slaven van de dominee wakker. Alle 6 zijn ze gevlucht naar de woning van Besanko, waar ze zich hebben verstopt tot de volgende dag.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0138  


Teepeko en Tamtanko bekennen samen met anderen verschillende diefstallen te hebben gepleegd:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0136  


De Chinezen Teepeko en Tamtanko hebben samen met handlangers ongeveer 4 jaar lang diefstallen en inbraken gepleegd in Batavia. Ze hielden dit zo lang verborgen dat het hun beroep werd. Dit blijkt uit hun eigen bekentenissen:

  1. Ongeveer 4 jaar geleden brak Teepeko samen met de Chinese gevangene Teesje rond 11 uur 's nachts in bij het huis van Joannes Pithius. Ze klommen over de tuinmuur en maakten met een grote spijker een gat in de zijmuur. Ze stalen:
    • 2 dekens
    • 4 kussens
    • een lap stof
    • 5 vadem fijn linnen
  2. Ruim 2 jaar geleden braken Teepeko, Teesje, Tamtanko, Quepaijko en Thezanko in bij het huis van de Franse bakker Jaques Bicheu. Teesje maakte een gat in de muur van het afdak. Tamtanko en Teesje gingen naar binnen en samen stalen ze:
    • 3 grote en 2 kleine rollen tabak
    • iets van zilver
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0134  


Joan Blesils, de openbare aanklager van het Gouvernement, heeft een aanklacht ingediend bij gouverneur Wilhem Adriaan van der Stel en de rechters. De aanklacht is tegen 7 Chinese gevangenen: Teepeko, Tamtanko, Thanhonko, Teesje, Quepaijko, Tampeanko en Tesanko. Hij richt zich vooral op de eerste twee genoemden, Tamtanko en Teepeko.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0133  


De rechtbank veroordeelde de beschuldigde. De uitspraak werd gedaan in het Kasteel de Goede Hoop op 2 april 1705. De rechters waren Willem Adriaan van der Stel, Samuel Elsevier, Pieter Bergh, Adriaan van Reede, Johannes Swellengrebel, Willem van Putten en K.J. Slotsboe. Het vonnis werd ondertekend door griffier Abraham Poulle. De uitspraak werd uitgevoerd op 17 april 1705, bevestigd door secretaris Daniel Boulle.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0132  


De Raad van Justitie heeft het vonnis bestudeerd van de onafhankelijke rechter Joan Blesius, die handelde namens zijn functie. De Raad heeft gekeken naar de bekentenissen van de gevangene, die 3 keer vrijwillig zijn verklaring heeft herhaald. Na zorgvuldig overleg hebben ze namens de Staten-Generaal van de Nederlandse Republiek besloten dat beide gevangenen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0131  


Er zijn 2 gevangenen die samen met anderen een inbraak hebben gepleegd. Ze hebben de volgende dingen gedaan:

Dit was één van de 6 inbraken die de gevangenen in 4 jaar tijd pleegden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0129  


Op 29 januari zijn de daders uit hun werk weggegaan. Die nacht tussen 29 en 30 januari zijn ze over het pannendak en langs het rieten dak en een kleine muur naar beneden geklommen. Ze kwamen op de openbare weg terecht. Met hun medeplichtige gingen ze naar het huis van de vrije burger Dirk Jacobsz Mol. Zijn huis stond één huis verwijderd van het fort. Een van hun medeplichtigen brak een raam open met een grote kromme spijker. Deze persoon klom naar binnen en maakte licht met een stuk doek. Daarna werd de deur geopend voor de tweede dader. Ze braken samen een kast open en haalden er spullen uit. Deze werden in twee dekens gewikkeld en aangegeven aan de eerste dader, die op de stenen brug de wacht hield. Ze vonden geen geld en probeerden toen een kist open te maken. Omdat de kist te zwaar was, moesten ze die met z'n allen optillen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0128  


Ongeveer 2 jaar geleden kwamen twee verdachten van het Vissershok naar de Kaap. Ze braken in bij een stal van de Compagnie en gingen naar het huis van de weduwe Klein. De verdachten braken daar bij het kasteel onder het raam in met een kruiwagenas. Ze stalen er:

Uit angst om ontdekt te worden lieten ze de linnen buiten op het strand liggen. Ze verdeelden de buit met hun handlangers. De tweede verdachte pleegde ongeveer 8 à 9 maanden geleden ook een inbraak bij de vrijburger Gerrit Meijer.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0126  


Teepeko (45 jaar) en Tamtanko (36 jaar) waren Chinese bandieten die gevangen zaten. Ze bekenden zonder marteling of dreiging dat ze, hoewel ze eerder al verbannen waren door het Indische bestuur, de volgende misdaden hadden gepleegd:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0125  


De zoon van de vertelster, Jacobus Stijn, kwam op een ochtend heel vroeg naar haar bed. Hij had een hoed gevonden. Het was een mooie hoed, versierd met zilver. De moeder zei tegen haar zoon dat hij de hoed moest ophangen omdat de eigenaar waarschijnlijk wel zou komen. Jacobus ging toen naar buiten om zijn paard te zadelen. Even later kwam hij weer binnen en vertelde dat Ulrig Traan was gekomen die zei dat het zijn hoed was. De moeder zei dat hij de hoed dan maar terug moest geven. Daarna zijn Ulrig Traan en Jacobus ieder hun eigen weg gegaan. De vertelster heeft de hoed daarna nooit meer gezien.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0122  


Maria Lozee, de vrouw van vrijburger Paul Heijns, en Jan Baptist Poigne van Aath, een bewakingscorporaal, hebben beiden een verklaring afgelegd voor de Raad van Justitie. Ze deden dit op verzoek van de fiscaal Joan Blesius. Ze verklaarden dat op donderdag 22 deze maand rond 9 uur 's avonds soldaat Ulrig Traan, die gestationeerd was bij Riebeeks Casteel, te paard bij het huis van Maria Lozee kwam. Hij was erg overstuur en zei "moeder moeder, kom hier eens, ik heb je wat te zeggen". Hij vertelde dat hij zijn geweer was kwijtgeraakt en vroeg of hij zijn paard daar mocht stallen. Dat werd toegestaan. Nadat Ulrig Traan zijn paard had gestald, vertrok hij meteen. Het was toen 9 uur. Daarna ging de tweede getuige (Poigne van Aath) naar zijn post bij het kasteel.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0121  


Op 3 februari 1705 werd in het Kasteel de Goede Hoop een verklaring afgelegd. Deze werd ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0119  


Ulrig Traan uit Hamburg, 29 jaar oud, was soldaat in dienst van de Oost-Indische Compagnie en gestationeerd bij Riebeeks Casteel. Op verzoek van openbaar aanklager Joan Blesius legde hij een verklaring af. Op vrijdag 23 januari 's ochtends ging hij naar het huis van burger Burgert Pietersz om zijn paard op te halen dat daar meestal stond. Toen hij het paard daar niet vond, ging hij naar het huis van burger Paul Heijns, waar hij de dag ervoor had zitten drinken. Nuchter vroeg hij aan Jacobus Steijn (de zoon) naar zijn paard en een hoed. Jacobus Steijn gaf hem de hoed. Traan haalde toen de zilveren band en het zilveren versiersel van de hoed af en stak deze in zijn zak. Hij vond zijn paard achter op het erf en reed ermee weg naar zijn post. Onderweg verloor hij de hoedband en het zilveren versiersel. Hij gaf toe dat hij de avond ervoor dronken was geweest.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0113  


Op 5 januari 1705 hebben getuigen een verklaring afgelegd in het Kasteel de Goede Hoop. Ze vertelden dat Jochem werd aangevallen met stokken, waarbij hij zijn wapen, muts en jutezak moest achterlaten toen hij vluchtte. De verklaring werd ondertekend door de raadsleden Willem van Putten en H.J.N. Boo, samen met de getuigen en klerk Abraham Poulle. De secretaris Noulle heeft dit bevestigd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0106  


Parkat uit Macassar en Sam uit Madagascar, slaven van de burger Lambert Adriaansz., verklaren het volgende voor het gerecht op verzoek van de zelfstandige aanklager Joan Blesius:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0105  


Jochem Hartman Frank uit het plaatsje Itzehoe in Holstein werkte eerst als matroos en later als soldaat in dit fort.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0104  


Een soldaat werd ondervraagd over zijn afwezigheid bij de militaire wachtpost. Hij heeft rond 11 of 12 uur 's nachts zonder toestemming van zijn officier de wachtpost verlaten. Hij nam zijn wapen en een lege jute zak mee en ging naar de tuin van Lambert Adriaans bij het Rode Hek. Zijn plan was om groente, fruit of andere gewassen te stelen als niemand hem zou tegenhouden. Op de vraag wat hij precies heeft gestolen, antwoordt hij dat hij niets heeft meegenomen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0099  


Jochem Hartman Frank uit Itsehoe in Holstein werd ondervraagd door de Raad van Justitie van het Kasteel de Goede Hoop. De ondervraagde was 42 jaar oud. De officier van justitie Joan Blesius stelde de vragen.

Jochem Hartman Frank vertelde dat hij:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0097  


De autoriteiten overdenken een straf voor de beklaagde. Ze overwegen de zwaarste straf om anderen af te schrikken. De aanklager vraagt om de volgende straffen:

De rechters mogen ook een andere passende straf opleggen als ze dat beter vinden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0095  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/