Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Op 31 juli 1737 verklaarde de tuinier Willem Godschalk voor Josephus de Grandpreez, secretaris van de rechtbank van het kasteel in Kaap de Goede Hoop, het volgende:
Op zaterdag 27 juli om 17:00 uur kwam hij na zijn werk terug in zijn verblijf. Daar trof hij zijn collega Levinus Bok aan. Deze vertelde hem dat er kort daarvoor een stuk linnen van de Compagnie was gestolen dat in de tuin te drogen had gehangen. Ook vertelde Bok dat de slavin Lena van de Kaap op de zolder was geweest, waar ze niets te zoeken had.
Godschalk kreeg argwaan en stuurde Lena, die bij het vuur zat, naar de zolder. Toen hij met haar meeging, zag hij daar een in tweeën gescheurd stuk linnen op de vloer liggen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0607 In de tekst worden de volgende slaven en hun eigenaars genoemd:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0016 De slavin Clara van Java nam de vlucht uit huis samen met de Chinees Oanko. Oanko was na het lawaai naar binnen gekomen en kreeg een klap op zijn hoofd van een soldaat. De Chinees werd vervolgens door 3 soldaten achtervolgd.
Dit is verklaard op het secretariaat van het kasteel aan de Kaap de Goede Hoop op 12 april 1737. Het werd vertaald van Portugees naar Nederlands, in aanwezigheid van de klerken Joachim Nicolaus van Dessin en Hendrik Emanuel Blankenberg als getuigen.
Later verscheen Clara van Java opnieuw voor de Raad van Justitie. Haar verklaring werd voorgelezen en ze bevestigde deze volledig. Dit gebeurde in aanwezigheid van de soldaten Frans Lodewijk Prison, Johan Nicolaus Cuering en Hendrik Tieffenbach.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0496 Op dinsdag 9 van de lopende maand om 3 uur 's middags kwam Clara van Java, een slavin van de Chinees Pantsiauko, met het volgende verhaal:
Terwijl haar baas lag te slapen, kwamen er 3 soldaten binnen die ze wel kende maar van wie ze de namen niet wist. Ze vroegen om eten. Toen ze zei dat ze geen eten had:
Ze schreeuwde hard, waardoor Pantsiauko wakker werd en haar kwam helpen. De soldaten sloegen hem met een stuk hout op zijn hoofd. Hij begon hevig te bloeden en viel op de grond. Kort daarna stond hij weer op.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0495 In Kaap de Goede Hoop werd op 12 april 1737 een verklaring afgelegd op het gerechtsgebouw. Dit gebeurde in aanwezigheid van klerken Joachim Nicolaus van Dessin en Adriaan van Schoor als getuigen, met Willem Pool als tolk.
Op 24 april 1737 verscheen de Chinese man Tantsiauko voor de Raad van Justitie. Hij bevestigde zijn eerdere verklaring en wilde er niets aan toevoegen of vanaf halen. Hij verklaarde in aanwezigheid van drie soldaten:
De verklaring werd afgenomen door raadsleden R. Tulbagh en M. Bergh en ondertekend door secretaris J. de Grandpreez.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0492 De Chinees Pantsiauko gaf de volgende verklaring aan de onafhankelijke officier van justitie Daniel van Den Henghel, vertaald van Maleis naar Nederlands:
Afgelopen dinsdagmiddag lag Pantsiauko thuis op een rustbank te slapen. Hij werd wakker door het geschreeuw van zijn slavin Clara. Hij zag dat 3 soldaten, die hij wel kende maar van wie hij de namen niet wist, Clara aan het slaan waren. Toen hij opstond om haar te helpen, sloeg 1 van de soldaten hem zo hard met een stuk hout op zijn hoofd dat het hout in tweeën brak. Pantsiauko viel bloedend op de grond. Hij stond meteen weer op en verliet zijn huis om naar de officier van justitie te gaan om aangifte te doen. Onderweg werd hij door dezelfde soldaat achtervolgd en geslagen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0491 Lena van De Caab werd aangeklaagd wegens diefstal. Lourens Welsing, een matroos, werd aangeklaagd voor desertie. Maij van Nias, een slaaf, werd aangeklaagd voor huisdiefstal. Marthinus van Bergen, een matroos, werd aangeklaagd voor desertie. Matthijs Rousson, ook een matroos, werd eveneens aangeklaagd voor desertie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0193 De getuige vertelde dat men Abraham op zijn bed legde. October en Moses legden een zwaar blok tegen het bed en het lichaam van Abraham zodat hij er niet uit zou vallen. Daarna hoorde de getuige dat Abraham 3 keer om het kleine meisje Anna riep. Anna kwam niet omdat ze al sliep, net als de anderen. De getuige zag dat Abraham tegen de bedplank schopte. Deze kwam los waardoor Abraham met zijn benen tussen de plank en het bed vast kwam te zitten. Zijn hoofd en linkerarm hingen over de rand. De getuige maakte toen de jonge Laurens wakker om Abraham goed neer te leggen. Laurens deed dit direct en ging weer slapen, net als de getuige. Tegen de ochtend maakte de getuige Laurens opnieuw wakker.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0893 In het slavenhuis was er ruzie tussen verschillende slaven. De kleine Leander schold Abraham uit voor 'hond' en 'dief'. Toen iemand Leander vroeg waarom hij dat deed, pakte hij een stuk brandhout om te slaan. De baas kwam kijken wat er aan de hand was. Leander zei alleen dat hij tegen Abraham praatte, waarna de baas weer wegging. Later bracht iemand een porseleinen schaal met kerrie voor Abraham, maar hij wilde niet eten. De schaal werd op een kist bij zijn slaapplaats gezet. Abraham viel van zijn slaapplaats op de kist, waarbij de schaal brak. Daarna viel hij met zijn hoofd naar beneden op de grond. De slaven Moses en October hielpen hem toen weer overeind.
De andere aanwezige slaven waren:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0891 De getuige vond na terugkomst in de keuken van haar baas de slaaf Kees, de slavin Starim Sara, de moeder van de getuige Anna en de slaaf Abraham. Abraham stond op de grond met vastgebonden handen. Kees gooide het touw waarmee Abraham gebonden was over een balk en trok hem omhoog. De getuige waarschuwde Kees dat hij Abraham's arm eraf zou kunnen trekken. Kees antwoordde dat hij dit deed omdat Abraham zijn moeder had willen vermoorden met een mes. Toen haar baas binnenkwam en zag hoe Abraham omhoog was getrokken, berispte hij Kees en vroeg waarom hij dit deed en wie hem hiervoor toestemming had gegeven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0890 Op 12 juni 1737 deed Flora van de Caeb, een 27-jarige slaafgemaakte van oud-heemraad Johannes Groenewald, een verklaring voor secretaris Daniel Godfried Carnspek van Stellenbosch en Drakenstein. Ze vertelde dat op 1 januari 1737 haar eigenaar Johannes Groenewald een geit had laten slachten. Ze moest het vlees voor het personeel klaarmaken door het te braden en te koken, behalve de borststukken die ze voor haar eigenaar en zijn vrouw moest inzouten. Ze kookte een deel van het vlees en braadde de bouten in de oven. Ze legde het vlees in een grote tinnen schaal en bracht die naar het slavenhuis. Haar eigenaar gaf de slaven een emmer wijn en beloofde nog een emmer als de eerste op was. Daarna vroeg ze toestemming om weg te gaan en ging ze naar het land van boer Albert.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0889 Jan van Ellewe, de gerechtsbode, heeft 'ja' geantwoord op wat hem gevraagd werd. Hij liet weten dat hij bereid was informatie te delen als men hem zou vertellen waar die informatie nodig was. Hij ondertekende dit als zijn officiële verklaring.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0886 Op 11 juni 1737 vroeg gerechtsbode Jan Van Ellewe namens Johannes Groenewald aan vervangend landdrost Carel Christof Coenits in Stellenbosch of hij wilde getuigen over wat hij had gezien en gehoord. Het ging om een gebeurtenis waarbij een dienstmeid genaamd Sara van de Kaap iets had verteld in het bijzijn van Groenewald en Coenits. Deze Sara had toen huilend haar verhaal gedaan, nadat ze was gestuurd met een boodschap van landdrost Pieter Lourensz. Als Coenits niet wilde getuigen, zou Groenewald gedwongen zijn om via juridische weg zijn getuigenis af te dwingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0885
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0880 Abraham trok zijn mes uit zijn zak en schold Anna uit voor heks en hoer. Hij dreigde haar te doden. De getuige zag dit gebeuren en sloeg Abraham 3 keer met een stok op zijn rug. Abraham trok de stok uit zijn handen, greep hem bij zijn haar en gooide hem tegen de deur. De slavin Anna riep toen naar de vrouw des huizes dat Abraham Stoffel sloeg. De tante van de getuige kwam toen naar de keuken en riep om jongens om Abraham vast te binden. Toen liet Abraham los. De vrouw des huizes zag dat de jongen er woest uitzag met schuim rond zijn mond en verliet bang de keuken. Abraham ging ook de keuken uit en schold de getuige uit. Toen de getuige zei dat hij alles aan zijn oom zou vertellen, antwoordde Abraham dat hij daar niet bang voor was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0879 Op 8 juni 1737 verscheen voor notaris Josephus de Grandpreez in het kasteel van Kaap de Goede Hoop de 16-jarige burger Christoffel Groenewald uit Stellenbosch. Hij legde een verklaring af op verzoek van de boeren Johannes Groenewald en Jan Verbeek. Hij verklaarde dat op 1 januari van dat jaar drie jongens van de eerste verzoeker, genaamd Abraham, Leander en Kees, 's middags zonder toestemming naar de boerderij van weduwe Robbers waren gegaan. Abraham kwam alleen terug en werd door een slavin genaamd Cara gevraagd waar de andere twee jongens waren. Abraham antwoordde brutaal dat het haar niet aanging. Daarna ging hij het huis binnen waar hij:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0877 De beschuldigden komen tot de conclusie dat ze moeten worden vrijgesproken van de onterechte aanklacht. Ze vragen om een rechtvaardige behandeling. Als het tot een rechtszaak komt, eisen ze vergoeding van de kosten en schade. Dit document is ondertekend door I.s Groenewald en Jan Verbeek in Kaap de Goede Hoop op 4 juli 1737. Het document is bevestigd door secretaris P.C. de Grandpreez.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0876 De slaaf Abraham heeft ernstige misdaden gepleegd tegen de burger Christoffel Groenewald. Jan Verbeek werd door Abraham aangevallen, waarbij Abraham hem in zijn benen beet en worstelde. Verbeek moest Abraham met een stok slaan om los te komen. Uiteindelijk kon Verbeek alleen van deze brutaliteit bevrijd worden met hulp van een andere persoon.
De verdediging vraagt om de bijgevoegde documenten (A, C, D, F) te onderzoeken, en specifiek document D te vergelijken met document G van de aanklager. Ze stellen dat deze vergelijking de tegenstrijdigheden vanzelf zal aantonen en dat de documenten van de aanklager verward en chaotisch zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0875 De landdrost moest erkennen dat er een rapport is gemaakt over de dood van de slaaf Abraham. De landdrost had toestemming gegeven om hem te begraven.
De landdrost wil niet tegen zijn geweten ingaan. De verklaringen genoemd in de stukken C tot G zijn van slaven afkomstig en worden als onbetrouwbaar gezien. Een dienaar mag namelijk niet tegen zijn meester getuigen. Als getuigen zich zelf zouden aanbieden om te getuigen, zouden ze als verdacht worden beschouwd.
De eiser wordt verweten dat hij de wetten en regels niet begrijpt. De eiser heeft onhandig opgestelde documenten ingediend. De ondervragingen genoemd in de stukken H en I worden goedgekeurd door de gedaagden, hoewel ze slecht zijn opgesteld.
Als het recht niet zou toestaan om tegen slavengetuigenissen in te gaan, zouden slaven steeds brutaler worden. Bij alle inwoners zijn er dagelijks voorbeelden van slechtheid en brutaliteit door slaven. De verklaring genoemd in stuk K is niet relevant voor dit proces, tenzij de eiser eerst bewijst dat een slaaf niet gestraft mag worden voor weglopen en andere overtredingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0873 Een chirurg heeft een verklaring afgegeven over een overleden slaaf genaamd Abraham. De chirurg constateerde dat er problemen waren met het geslachtsdeel van de slaaf, mogelijk door een geslachtsziekte. Ook meldde de chirurg dat er kneuzingen waren op zijn lichaam, van zijn lendenen tot aan zijn voeten.
Er wordt echter getwijfeld aan deze verklaring omdat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0872 De schrijver beschrijft hoe rechters moeten oordelen. Ze moeten rekening houden met:
De verklaring van chirurgijn Jan Cats is gunstig voor de gedaagden. Hij verklaart dat hij bij de overleden slaaf Abraham alleen verwondingen aan de long heeft gevonden. Hierdoor concludeert men dat Abraham niet is overleden aan de slagen die hij had verdiend door zijn brutale gedrag, maar waarschijnlijk door dronkenschap en een val van een koe. Er was geen dodelijke verwonding.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0871 Er was een rechtszaak tussen de oud-heemraad Johannes Groenewald en burger Jan Verbeek aan de ene kant en J.P. Lourensz aan de andere kant. Lourensz was landdrost (een soort burgemeester en rechter) in het dorp Stellenbosch.
De zaak ging over:
De verdediging beweert dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0869 De slaaf Abraham gedroeg zich brutaal tegen de slavin Anna. Hij noemde haar beledigende namen. Een andere slavin, Sara, waarschuwde hem dat de baas eraan kwam. Abraham reageerde daarop dat hij niet om de baas gaf en dat hij wilde sterven. Vervolgens probeerde hij met een tang een stuk vlees onder de neus van Anna te duwen. Dit werd verhinderd. Toen de vrouw van de eigenaar het lawaai hoorde, gaf ze opdracht om Abraham stil te krijgen en naar het slavenhuis te sturen. Abraham weigerde dit met grove beledigingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0878 De soldaat vertelde dat hij bij een slavin genaamd Lena een stuk gescheurd linnen had gevonden. Toen hij haar vroeg waar ze dat vandaan had, smeekte ze hem eerst om haar niet te slaan. Ze vertelde dat ze het linnen in de tuin had gekregen van soldaat Wolf, die daar op wacht stond bij het drogende wasgoed.
Hij heeft toen Lena naar beneden gebracht en haar enkele slagen met een stok gegeven. Daarna riep hij zijn collega Levinus Bok, die in de kamer ernaast was. Hij gaf Lena aan hem in bewaring. Vervolgens ging hij dit melden aan de hoofdtuinier. Die rapporteerde het aan de commissarissen, waarna Lena opgesloten werd in het gebouw.
Dit werd vastgelegd op het secretariaat van het kasteel De Goede Hoop, in aanwezigheid van klerken Adriaen van Schoor en Gerardus Johannes van Noorden als getuigen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0608 Ernst Steeger's slaaf Tamboe uit Madagaskar (30 jaar), Coenraad Groff's slaaf Joseph uit Mallabar (40 jaar), Frans Hendrik Mark's slaaf Januari uit Bengalen (26 jaar), Gijsbert Verweij's slavin Anna uit Madagaskar (40 jaar), weduwe Smiessing's slavin Dina uit Rio de Lagoa (25 jaar) en Jacobus Marshoorn's slavin Diana uit Rio de Lagoa (26 jaar) hebben vrijwillig bekend aan de Raad van Justitie dat:
Anna uit Madagaskar ongeveer 50 à 11 jaar geleden samen met de slaven Amil en Schipio was weggelopen van Gijsbert Verweij's boerderij in de Tijgerberg. Ze kwam toen in de Vishoek waar ze een groep weggelopen slaven aantrof:
Toen ze een plek vrijmaakten voor een hut, vond Anna menselijke botten. Leander vertelde dat dit de overblijfselen waren van drie weglopers.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0333 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/