Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De officier van justitie diende een aanklacht in tegen twee gevangenen:

Ze werden beschuldigd van ontsnapping en diefstal. Claas van Batavia gaf toe dat ze strafbaar waren. Er was ook een vijfde gevangene, Dina, maar haar straf werd uitgesteld tot na haar bevalling.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0024  


De rechtszaak eindigde met verschillende straffen voor diverse gevangenen:

Na de executies werden de lichamen naar het galgenveld gebracht. De lichamen van Camboe, Anna, Dina en Diana werden op raderen gelegd. De lichamen van Joseph en Januarij werden opnieuw opgehangen en achtergelaten voor de vogels. Alle gevangenen moesten ook de proceskosten betalen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0023  


De gerechtelijke uitspraak gaf aan dat de gevangenen ter dood gebracht moesten worden op de plaats waar men gewoonlijk straffen uitvoerde in naam van de Staten-Generaal van de Nederlanden. De eerste gevangene, Pamboe uit Madagaskar, werd veroordeeld om vastgebonden aan een kruis geradbraakt te worden zonder de mogelijkheid van gratie. Hij moest op het kruis blijven liggen tot hij zou sterven. Daarna zouden de tweede en derde gevangene, van wie één Joseph heette, volgen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0022  


Het ging om een zaak waarbij een groep gewapende mensen de rust en orde in het hele land verstoorde. Het gerecht had de geëiste doodstraf en de vrijwillige bekentenissen van de gevangenen bestudeerd. De Raad had ook alle andere relevante zaken overwogen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0021  


Op donderdag 31 januari 1737 kwam de rechtbank bijeen onder leiding van president Adriaan van Kervel. Ook aanwezig waren alle andere leden en drie burgerraadsleden. De officier van justitie Daniel van den Henghel diende een aanklacht in tegen:

De verdachten bekenden schuld en hielden vast aan hun eerder afgelegde verklaringen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0019  


De volgende personen waren gevangenen vanwege moord, roof en geweld:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0020  


De slaaf Nias en burger Jan Colijn werden in juli gevangen genomen en voor de rechtbank gedaagd vanwege wegloopgedrag en samenzwering. De rechtbank heeft hun bekentenissen gelezen en beoordeeld, samen met de officiële aanklacht die burger Heufke Pieter tegen hen had ingediend.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10937 / 0052  


Er was in [datum niet genoemd] een rechtszaak waarbij Sabiel van Mallabaar, een slaaf van de vermoorde boer Hercules du Pree, terechtstond. Hij werd beschuldigd van:

Johannes Needer trad op als tijdelijk openbaar aanklager. De verdachte gaf een bekentenis en de aanklager vroeg om een uitspraak. Beide partijen zagen af van verdere bewijsvoering.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10937 / 0107  


Op donderdag 16 oktober 1738 was er een bijeenkomst waarbij Hendrik Swellengrebel als voorzitter aanwezig was, samen met alle leden en drie burgerraadsleden. De onderkoopman Jodeese en drie andere partijen moesten wachten tot alle stukken gelezen waren in een zaak tegen Fortuijn, een lijfeigene uit rio de lagoa. Deze Fortuijn was eigendom van landbouwer Andries Hesselbaart en zat op dat moment gevangen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10937 / 0099  


Exellic werd op het justitieplein gestraft. Zijn buik werd met het moordwapen opengesneden en zijn ingewanden werden verbrand. De as werd in zee gegooid. Hierna werd zijn hoofd afgehakt en zijn lichaam in 4 delen gesneden. De delen werden naar de galg buiten de stad gebracht. Daar werden ze, samen met het hoofd dat op een pen werd gezet, tentoongesteld zodat vogels eraan konden pikken. Hij moest ook de gerechtskosten betalen. Dit vonnis werd vastgelegd in het Kasteel de Goede Hoop en ondertekend door secretaris J. de Grandpreez.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10937 / 0098  


De echtgenote van de gevluchte burger Pieter Van den Heemert werd op 4 plekken ernstig verwond. De dader ging daarna naar een andere plek waar hij zichzelf met hetzelfde mes in zijn buik stak. Hij was daarna niet meer in staat om nog meer kwaad te doen of te vluchten. De Raad vond dat deze afschuwelijke moord snel en streng bestraft moest worden. Alijma Van boegis, ook bekend als Fortuijn, werd daarom veroordeeld namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10937 / 0097  


Een slaaf kwam stilletjes uit de keuken de galerij in terwijl de mensen aan tafel wilden gaan. Hij stak zijn meester verraderlijk met een groot mes in de linkerborst. Terwijl iedereen in paniek wegvluchtte, pakte onderstuurman Harf Braak van het schip Voorduijne een stok om zichzelf en de vrouw van Wiltschut te beschermen. De slaaf dook onder een stoel door en verwondde de stuurman ernstig in zijn linkerzij. Daarna viel de slaaf een vrije zwarte vrouw aan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10937 / 0096  


Op 10 oktober 1738 vond er 's middags een buitengewone vergadering plaats in Het Kasteel de Goede Hoop. Aanwezig waren de voorzitter Hendrik Swellengrebel en alle leden, behalve Jacobus Moller en Cornelis Eelders die verhinderd waren. De vergadering werd ondertekend door secretaris J.J. de Grandpreez.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10937 / 0094  


Op een dag sloeg een slaaf genaamd Alijma (ook bekend als Fortuijn) de vrouw van zijn eigenaar. De slaaf was eigendom van stuurman Stephanus Wiltschut, die tijdelijk geen loon ontving. Die ochtend had Wiltschut de slaaf met een zweep geslagen omdat hij het wasgoed niet goed had gewassen. De slaaf had een vrouw die hem daarop had berispt. Toen kwamen Nicolaas dis Heijning, Philip Rudolf de Savoije en de tijdelijke aanklager Johannes Needer samen met de secretaris naar het huis van Wiltschut om onderzoek te doen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10937 / 0095  


Een lijst met veroordeelde slaven en hun straffen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10937 / 0158  


Op donderdag 19 juni 1738 in de ochtend vond een rechtszitting plaats in aanwezigheid van president Hendrik Swellengrebel en alle leden, inclusief drie burgemeesters. De onderkoopman Johan diende een aanklacht in. De aangeklaagden waren:

De beschuldigden hielden vast aan hun eerder afgelegde bekentenissen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10937 / 0051  


De slavin Lijs van de Caab en de Hottentotse vrouw Anna, die bij Jan Louw Jacobsz woonden, zagen de verdachte bij de rivier een teef misbruiken. Toen ze hem aanspraken op zijn gedrag, reageerde hij agressief. Hij riep wat ze te maken hadden met wat hij deed en wat ze daar kwamen gluren. Hij raapte een steen op en gooide die naar hen, waarna ze naar huis vluchtten.

Dit blijkt uit de verklaringen van beide vrouwen, die als document A en B zijn bijgevoegd. De verdachte heeft in zijn ondervraging (document C) het meeste toegegeven, maar ontkent dat hij de daad volledig heeft uitgevoerd omdat de hond te klein zou zijn geweest. De aanklager stelt dat dit excuus hem niet kan vrijpleiten van de volledige straf voor sodomie.

De verdachte heeft namelijk in zijn ondervraging bekend dat hij:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10933 / 0064  


De rechtbank veroordeelde de verdachte op 4 november 1734 tot de doodstraf. Het vonnis hield in dat:

Het vonnis werd ondertekend door Daniel van den Henghel en bevestigd door secretaris De Grand.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10933 / 0339  


Volgens meerdere rechtsgeleerden, waaronder Mr. Simon van Leeuwen, werden in de 17e eeuw vee-dieven voor de eerste keer al met de dood gestraft door ophanging. Dit werd bevestigd in besluiten van de Staten van Holland van 16 december 1595 en 19 maart 1614.

Veediefstal kwam in die tijd veel voor. De straffen werden strenger om anderen af te schrikken. Het over een omheining klimmen om vee te stelen werd even zwaar bestraft als het openbreken van een stal, omdat er in die tijd geen andere manier was om schapen te beschermen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10933 / 0338  


De slaaf Valenteijn ontvluchtte zijn verblijf. Om gemakkelijker te kunnen vluchten, deed hij afstand van een gestolen schaap door het op de grond te gooien. De twee schapen werden teruggegeven aan de eigenaar. De gevangene heeft zich schuldig gemaakt aan: Deze groep weggelopen slaven veroorzaakte veel problemen door: Het weglopen van slaven kwam zo vaak voor dat alleen een streng voorbeeldstraf dit zou kunnen stoppen. De schaapsdiefstal werd gezien als zijn zwaarste misdaad, en omdat hij meerdere misdaden had gepleegd, zou zijn straf zwaarder uitvallen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10933 / 0337  


Op 2 november 1734 werd een document ondertekend met een 'X' als merkteken van Jan van Rosjum. Dit gebeurde in aanwezigheid van secretaris P. de Grandpreez. In de kantlijn tekenden de commissarissen H. Swell Engrebe en R. Tulbagh. Het document werd bekrachtigd door secretaris De Grandpreez.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10933 / 0332  


Daniel van den Henghel, onafhankelijk officier van justitie, diende een aanklacht in bij gouverneur Ian de La Fontaine en de rechtbank van Kaap de Goede Hoop. De zaak ging tegen Kingsa, een slaaf uit Madagascar die eigendom was van de Oost-Indische Compagnie. Kingsa werd beschuldigd van:

Het bewijs was sterk omdat Kingsa had bekend en hij was gepakt met het gestolen schaap op zijn rug.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10933 / 0335  


Op 12 april 1734 verklaarde de gerechtsbode Arnoldus Schephausen voor secretaris Josephus de grandpreez van de Raad van Justitie van Kaap de Goede Hoop het volgende:

Deze verklaring werd afgelegd in aanwezigheid van klerk Johannes Henricus Blankenberg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10933 / 0195  


Op 22 april 1734 werd aangedrongen dat de beschuldigden veroordeeld zouden worden om door de matrozen op de scheepswerf gestraft te worden met een zweep. Het vonnis werd ondertekend door Bo D. Henghel en de secretaris P. de Grandpreez.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10933 / 0193  


Op woensdag 8 kwam in de smederij Jacob Scheffer (de baas) samen met gerechtsbode Arnoldus Schephausen bij smid Philip Stief. De baas vroeg Stief waarom hij niet kwam waar hij moest zijn. Stief antwoordde dat hij zou komen.

Toen de baas de werkplaats binnenging, hoorde hij de smid klagen over de schafttijd. De baas zei dat hijzelf ook moest werken en sloeg de smid enkele keren met een stok. Daarop sloeg Stief zijn baas Scheffer met een gloeiend brandijzer in het gezicht, waardoor deze achterover viel.

Hoewel Stief beweerde dat hij zich alleen verdedigde en dat Scheffer gewond raakte door op een speer of ander ijzer te vallen, was het tegendeel duidelijk te zien:

Dit werd gezien als een ernstige zaak omdat een ondergeschikte zich niet mocht verzetten tegen zijn meerdere.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10933 / 0191  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/