Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0741 Drie gevangenen kwamen op 9 april naar het huis van de eerste getuige Clara aan de Caeb. Ze vroegen om eten maar Clara had niets. Daarop namen twee van hen elk een kleine kom van een rek en staken die in hun zak. Toen Clara de kommen terug vroeg, werden ze boos. De eerste gevangene Frans Lodewijk Preson greep haar bij haar kleren vast, en toen ze het huis uit wilde vluchten, gooide hij haar op de grond. Met z'n drieën vielen ze haar aan.
Als bewijs zijn er:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0469 Op 31 juli 1737 verscheen voor Josephus De Grandpreez, secretaris van de rechtbank van het kasteel in Kaap de Goede Hoop, en getuigen, de soldaat Levinus Bok. Hij werkte in de tuin van de Oost-Indische Compagnie en verklaarde het volgende aan fiscaal Daniel van den Henghel:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0611 Mr. Daniel van den Henghel deed als openbaar aanklager een rechtszaak tegen de volgende slaven:
Ze werden aangeklaagd voor moord, roof, gewelddadige diefstal en het verstoren van de openbare orde. De zaak werd voorgelegd aan de voorzitter van de rechtbank Adriaan van Kervel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0211 De tuinier Willem Godschalk verscheen voor de Raad van Justitie in Kaap de Goede Hoop. Hij bevestigde 2 augustus 1737 zijn eerdere verklaring in aanwezigheid van de slavin Lena van de Kaap. Hij legde een eed af voor de raadsleden R.K. Tulbagh en M. Bergh. De secretaris I. de Grandpreer heeft dit document ondertekend en gewaarmerkt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0609 De volgende personen zijn veroordeeld:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0189 Tijdens een zoektocht naar varkens en wortels werden enkele Europese kolonisten, samen met de slaven Samboe en Joseph en de vrouwen Anna en Diana, gevangen genomen. De slaven Adam en Barkat konden ontsnappen omdat zij vooruit liepen. De slaaf Batjoe bevond zich op dat moment bij Joumat.
Deze bekentenis werd afgelegd in Kaap de Goede Hoop op 4 januari 1737 voor de raadsleden Hendrik Swellengrebel en Jan De Wit.
Dina uit Rio de Lagoa verklaarde op 8 januari 1737 dat de slaaf Aron uit Madagascar, eigendom van Barend Artois, zich bij de groep had aangesloten. Aron joeg drie vrouwen weg met zijn stok en ging daarna naar Joumat en Samboe. Bij zijn vertrek stal hij de ijzeren pot van Samboe.
Deze tweede verklaring werd afgelegd voor Cornelis Eelders en Jan De Wit, en werd ondertekend door secretaris De Grandpreez.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0327 In de administratie stonden de volgende mensen wegens overtredingen geregistreerd:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0188 In de lijst met rechtszaken uit het jaar 1737 stonden onder andere de volgende zaken:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0187 Dina van rio de Lagoa, een 25-jarige slavin van de weduwe Smiesing, vertelde aan de rechtbank van het Kasteel de Goede Hoop wat er was gebeurd. Ze sprak in gebroken Nederlands en half Portugees, op verzoek van de onafhankelijke aanklager Daniel van Den Henghel. Ongeveer 15 maanden geleden was ze met een jongen van haar volk (die eerder eigendom was van de gevluchte burger Jan meijn) weggelopen. Na wat rondzwerven kwam ze bij een zeekust waar een schip was vergaan. Daar kwamen later meer slaven bij:
De groep leefde van vis en schildpadden bij het wrak, en in het regenseizoen verplaatsten ze zich richting Vishoek. Dina werd samen met een jonge slaaf weggestuurd van de groep. Ze wilden terug naar de Kaap als ze iemand tegenkwamen die hen kon begeleiden. In het zwarte land, een gebied over de bergen, werden ze tegengehouden door de slaven Joumat, Adam, Mars en Samboe. De eerste drie slaven kregen later...
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0325 De rechtbank heeft na bestudering van alle stukken een vonnis uitgesproken namens de Staten-Generaal van de Republiek der Nederlanden. Lena van Di Caeb werd veroordeeld tot:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0108 De Landdrost meldde dat er ondanks alle pogingen geen extra bewijs gevonden was tegen de slaaf Claas van Bengalen, behalve wat er al bekend was. De zaak werd daarom voorgelegd aan de Raad. Er werd besloten de zaak onveranderd te laten totdat de Raad compleet zou zijn. Dit werd vastgelegd in het Kasteel de Goede Hoop. Het document werd ondertekend door secretaris I. de Grandpreez.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0106 Op 15 augustus 1737 kwam er een rechtszaak voor in de rechtbank van het bestuur. Aanwezig waren:
De rechtszaak ging over een slavin genaamd Pena van de Caeb die beschuldigd werd van diefstal. De aanklager presenteerde schriftelijk bewijs en een bekentenis van de verdachte.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0107 Diana van Rio delagoa, een 26-jarige slavin van burger Jacobus Marshoorn, vertelde voor de rechtbank in het Kasteel de Goede Hoop aan hoofdaanklager Daniel Van Den Henghel het volgende:
Een jaar geleden ging ze met slaaf Adam en slavin Rosetta naar de Vishoek. Daar troffen ze een groep slaven:
Later voegde slaaf Batjoe zich bij hen. Leander, Adam en Batjoe gingen naar Kaap en vertelden bij terugkomst dat ze daar brand hadden gesticht.
Enkele maanden later kwamen de slaven Alexander en Barkat bij de groep met gestolen spullen van Jan Bitsens boerderij. Ze hadden daar ook een slaaf van weduwe Ten Damma gedood met een speer. Alexander, Batjoe, Barkat, Joseph en de gewapende Leander verlieten de groep voor drie dagen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0329 Januari had tijdens het dobbelen 15 rijksdaalders verloren. Hij had de slavin Diana die het bovengedeelte bij zich had, een briefje laten maken waarin stond dat als hij zou sterven, zij 18 rijksdaalders aan zijn vrouw moest betalen. Ook had hij van zijn heer 2 stukken textiel (gingaens) en een stuk Koesje (textiel) gestolen. Dit laatste verkocht hij aan Diana voor 3 rijksdaalders. Hij vroeg haar om de textiel voor 2 rijksdaalders per stuk te verkopen. Ze verkocht 1 stuk voor die prijs, maar het andere stuk nam Januari terug en verkocht dit voor 14 schellingen aan een wasvrouw.
Hij kocht van een konstabelsjongen die bij zijn heer woonde:
Als sluwe dief probeerde hij zijn heer te misleiden door al deze goederen naar de wasvrouw te brengen, aan wie hij ook suiker en thee had gegeven. Hij wilde dat zij er een pakketje van zou maken en dichtnaaien, maar zij weigerde dit.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0446 Op 21 maart 1737 kwam de rechtbank bijeen in de ochtend. Hierbij waren aanwezig de president Adriaan van Kervel en alle andere leden. De openbaar aanklager Daniel van den Henghel had laten weten dat de slavin Dina uit Rio de la Goa was bevallen van een kind. Er was besloten om het vonnis van 31 januari uit te stellen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0032 Johan Nicolaas Suring uit Appelsteed, soldaat in het kasteel de Goede Hoop, verscheen voor de Raad van Justitie. Op verzoek van rechter Daniel van Den Henghel verklaarde hij het volgende:
Hij ging op dinsdag 9 april 's middags met de soldaten Hendrik Tieffenbarg en Prison naar het huis van een Chinees aan de Kaap. Daar kregen ze op hun verzoek eten van een slavin. Na het eten ging hij met Prison naar een andere kamer om te betalen. De slavin weigerde twee munten omdat ze niet goed waren. Suring zei dat hij geen ander geld had en dat het geld van de Compagnie was. Toen de slavin bleef weigeren, zei hij dat ze dan helemaal geen geld zou krijgen.
Hierop sloeg de slavin hem met een bezemstok. Suring pakte de stok af en sloeg terug. Enkele Chinezen kwamen tussenbeide en grepen hem vast. Hij verzette zich en toen hij op de grond viel, greep hij een van de Chinezen bij zijn haar.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0481 Een slaaf genaamd Maij van Nias, 30 jaar oud en eigendom van Alexander Coel, verscheen voor het gerecht in Kaap de Goede Hoop. Hij verklaarde op verzoek van hoofdaanklager Daniel van Den Henghel het volgende:
Deze verklaring werd afgelegd op 18 maart 1737 voor de raadsleden Christoffel Brand en Daniel Pfeil.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0441 Nadat de verklaring was voorgelezen in het Nederlands - een taal die de persoon in kwestie goed sprak en begreep - gaf deze aan het ermee eens te zijn. Hij wilde er niets aan toevoegen of weghalen. Dit werd vastgelegd in Kaap de Goede Hoop op 19 maart 1737 in aanwezigheid van raadsleden Brand en Pseil. Het document werd ondertekend door de persoon zelf, de raadsleden en secretaris De Grandpreez.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0436 De slaaf Januarij van Bengalen, 24 jaar oud en eigendom van Alexander Coel, bekende aan hoofdaanklager Daniel van Den Henghel dat hij verschillende diefstallen had gepleegd:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0433 De twee mensen werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten volgens het besluit van de rechtbank van 28 maart 1737. Dit document werd ondertekend door D.V.D. Henghel en door J.P. de Grandpreez die het ook goedkeurde.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0429 Januarij uit Bengalen en May uit Nias werden berecht voor diefstal. Januarij stal en verkocht verschillende spullen:
Om zijn diefstal te verbergen liet hij een matroos een brief schrijven waarin stond dat zijn broer uit Batavia deze spullen had gestuurd. Hij betaalde de matroos 2 schillingen voor het schrijven. Een slaaf moest deze brief en een pakket met gestolen goederen bezorgen.
De rechters vonden diefstal door dienstpersoneel een zwaar vergrijp. Ze veroordeelden Januarij tot een zweepstraf, brandmerking en 6 jaar dwangarbeid in de ketting. May kreeg een straf met een zweep en moest 2 jaar in de ketting werken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0427 De ambtenaar Daniel van den henghel deed aangifte bij rechter Adriaen van Kervel in Kaap de Goede Hoop tegen twee slaven van Alexander Coel:
Januarij werd beschuldigd van huisdiefstal. Hij misbruikte het vertrouwen van zijn eigenaar toen diens vrouw ziek en afwezig was. Toen hij spullen uit de kamer moest halen, stal hij:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0425 Hij gaf gestolen goederen aan een slavin genaamd Diana, die eigendom was van onderkoopman Abraham Dekker. Hij vroeg haar deze goederen te verkopen. Ze wilde wel helpen, behalve met de neteldoeken. Toen hij later 6 rijksdaalders nodig had en Diana de goederen nog niet had verkocht, nam hij ze weer van haar af. Hij verkocht ze aan een tweede persoon, aan wie hij 15 rijksdaalders schuldig was door gokken. Deze tweede persoon gaf de goederen door aan iemand anders om te verkopen. Terwijl Diana de goederen nog had, liet Januarij een brief opstellen waarin stond dat als hij zou sterven, Diana 18 rijksdaalders aan zijn vrouw moest betalen. Ook stal hij van zijn werkgever twee stukken gingans (een soort stof) en een soes. De soes verkocht hij aan Diana voor 3 rijksdaalders. Hij vroeg haar de gingans voor 2 rijksdaalders per stuk te verkopen. Ze verkocht er één, maar Januarij nam het andere stuk weer terug.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0426 De openbare aanklager beschuldigde een aantal mensen van misdrijven. De verdachten waren:
Ze werden aangeklaagd voor:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0017 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/