Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
In deze overeenkomst werd vastgelegd dat:
- de schuldenaar zich moest houden aan de administratie van de Naamlooze Vennootschap Hanze bank. Een door de bank goedgekeurd uittreksel uit hun boeken gold als bewijs van de hoogte van de schuld, tenzij het tegendeel kon worden bewezen;
- de kosten voor het opstellen van deze akte en het officieel bekendmaken ervan bij de schuldenaar voor rekening kwamen van de persoon die de overeenkomst tekende (de comparant).
De heer Roelof Klarinus Berends, kantoorbediende uit Rotterdam, bevestigde namens de Hanze bank dat hij deze afspraken en voorwaarden accepteerde.
Alle betrokkenen kozen het kantoor van de notaris als officiële plek voor verdere afhandeling. De akte werd opgemaakt in Haarlem op de datum die bovenaan vermeld stond, in aanwezigheid van de heren François Wilhelm Johan Tethof (kantoorbediende uit Beverwijk) en Giljam Lokerse (kantoorbediende uit Haarlem) als getuigen. Na voorlezing tekenden alle partijen, inclusief de notaris.
De akte werd geregistreerd in Haarlem op 4 mei 1820 in deel 27, bladzijde 92 (achterkant), vak 5, over 3 bladzijden zonder doorverwijzingen. De ontvanger noteerde een betaling van 1 gulden en 50 cent (€1,50) voor de registratiekosten.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209601 / 137
Heer van Balen had een stuk grond in
Gemeente dat bij het kadaster bekendstond als Sectie G, nummer 1068, met een oppervlakte van 88 centiare. Hij gaf dit als onderpand (hypotheek) aan de
Hanze Bank onder de volgende voorwaarden:
-
Heer van Balen draagt al zijn rechten op de hypotheek over aan de Hanze Bank. Hij mag niets doen met deze hypotheek (zoals het opheffen ervan) totdat hij zijn volledige schuld aan de bank heeft afbetaald.
-
Als Heer van Balen zijn schuld niet betaalt na een aanmaning, mag de Hanze Bank de hypothecaire vordering (het recht op de grond) publiekelijk verkopen volgens de lokale regels en artikel 1201 van het Burgerlijk Wetboek. Met de opbrengst betaalt de bank eerst de schuld, rente en kosten. Het eventuele overschot gaat naar Heer van Balen.
-
Als Heer van Balen zijn afspraken niet nakomt of iets doet wat tegen de regels is, is hij meteen in gebreke. Er hoeft geen extra waarschuwing gegeven te worden.
-
Heer van Balen geeft de Hanze Bank toestemming om namens hem de schuld op te eisen en te innnen, en om de verbonden goederen (de grond) te verkopen als hij niet betaalt. De bank mag alles doen wat Heer van Balen zelf ook zou mogen doen als eigenaar van de hypotheek.
Deze afspraken zijn gebaseerd op een eerdere leningsovereenkomst van
25 februari 1920, opgemaakt door kandidaat-notaris
N. J. Hoeflake als vervanger van de notaris.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209601 / 136
Karel van Balen heeft een officiële schuldbekentenis getekend. Hierin staat dat als hij het geleende geld (de hoofdsom) of de rente niet op tijd betaalt, de geldschieter het onderpand
onherroepelijk mag verkopen. Met de opbrengst hiervan worden dan de schuld, de achterstallige rente en de kosten afbetaald.
Karel van Balen gaat akkoord met deze afspraken, inclusief de hypotheek (het onderpand). Voor eventuele problemen kiest hij het kantoor van de tijdelijke bewaker van dit document als zijn
vaste woon- of verblijfplaats (domicilie).
De akte is opgesteld in
Haarlem op de datum die bovenaan staat. Aanwezig waren:
Zij fungeerden als getuigen en kenden alle betrokkenen, inclusief de waarnemend notaris.
Na voorlezing tekenden
Karel van Balen, de getuigen en de notaris de akte direct. Er werd een kleine fout gecorrigeerd (een doorgehaalde letter op regel 8 van pagina 4).
De notariële kosten bedroegen
1 gulden en 50 cent (voor 20 foliopagina’s, een vierde deel en rechtstaks). De ontvanger,
Meulier (ingenieur in
Heemstede), noteerde op
25 februari 1920 het bedrag
433/4.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209619 / 161
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209667 / 39
Deze tekst beschrijft een lening met een hypotheekovereenkomst uit het verleden. Hier volgt een samenvatting in modern Nederlands:
- De lener (schuldenaar) moet de kosten van verzekeringen (zoals brandverzekering) betalen. Als er brandschade is, krijgt de geldschieter (schuldeiser) het verzekeringsgeld in plaats van het beschadigde pand, maar behoudt nog wel recht op eventuele restschuld.
- De lener moet alle belastingen en lasten van het onderpand (bijvoorbeeld een huis) op tijd betalen en hiervan bewijs (kwitantie) tonen bij het betalen van de rente.
- Als het onderpand vrijwillig verkocht wordt, blijft de hypotheek gewoon bestaan (er vindt geen "zuivering" plaats).
- De hele lening (hoofdsom) en de rente moeten direct betaald worden in de volgende gevallen:
- als het onderpand (deels) in beslag genomen, verkocht of met andere rechten belast wordt (behalve een hypotheek);
- als het gebouw (deels) afbrandt;
- als de lener failliet gaat of om schuldsanering (boedelafstand) vraagt;
- als de lener de rente niet op tijd betaalt;
- als de lener een van de andere afspraken niet nakomt;
- als de lener overlijdt tijdens de looptijd van de lening;
- als de woning onbewoonbaar wordt verklaard.
- Als een van bovenstaande situaties zich voordoet, is de lener automatisch in gebreke (er hoeft geen officiële waarschuwing of ingreep te komen).
- Als de lener de hoofdsom of rente niet betaalt, mag de geldschieter het onderpand openbaar verkopen om de schuld, rente en kosten te betalen.
Koelof Klarinus Berends, een kantoorbediende uit
Haarlem, nam deze overeenkomst namens de geldschieter aan.
De lener koos als
vaste woonplaats voor juridische zaken het kantoor van de tijdelijke bewaker van deze akte.
De akte werd opgemaakt in
Haarlem op de datum bovenaan vermeld, in aanwezigheid van:
De akte werd direct na voorlezing ondertekend door alle betrokkenen en de notaris.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209658 / 55
De lening had de volgende voorwaarden:
Als extra zekerheid voor de lening gaf de schuldenaar een
hypotheek (een soort onderpand) op:
Daarnaast waren er extra afspraken:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209658 / 54
Deze overeenkomst gaat over de verkoop van een stuk grond met de volgende afspraken:
- Op de verkochte grond mogen geen gebouwen of gewassen worden geplaatst die schade, gevaar of overlast kunnen veroorzaken, tenzij de Raad van Beheer van de Naamloze Vennootschap Binnenlandse Exploitatie Maatschappij van Onroerende Goederen in Haarlem hier eerst schriftelijk toestemming voor geeft.
- De verkoper is alleen verantwoordelijk voor het leveren van de exacte oppervlakte die is afgesproken. Als er minder grond blijkt te zijn, is dat voor risico van de koper.
- De koper mag meteen gebruikmaken van de grond en is vanaf nu verantwoordelijk voor alle belastingen en kosten die daarmee samenhangen.
- De kosten voor deze akte en de levering van de grond worden gelijk verdeeld tussen koper en verkoper.
De verkoop vond plaats in
Haarlem op een niet nader genoemde datum, in aanwezigheid van:
De grond is verkocht voor
15.000 gulden, contant betaald door de koper. De verkoper bevestigt het geld te hebben ontvangen en staat vanaf nu alle rechten op de grond af aan de koper.
Extra afspraken:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209619 / 157
Op
25 februari 1820 verscheen
Karel van Balen, een broodbakker uit
Haarlem, bij
Nicolaas Jan Hoeflade, een kandidaat-notaris die inviel voor notaris
Jan Arnold Wilkens. Bij deze afspraak waren ook getuigen aanwezig.
Karel van Balen verklaarde dat hij een stuk grond met gebouwen had verkocht aan
Cornelis Johannes Roosen, een machinist die ook in
Haarlem woonde. Het ging om:
- een windelhuis (een gebouw waar windmolens werden gemaakt of gerepareerd),
- een pakhuis,
- een bovenwoning,
- en een stuk grond (erf).
Dit alles stond op de kaart getekend als nummers 50, 50.a en 50 en lag aan de
Schoterweg in
Haarlem. Volgens het kadaster (de officiële registratie van grond) was het perceel bekend als sectie G, nummer 1068, met een oppervlakte van 88 centiare (ongeveer 880 m²).
Karel van Balen had dit stuk grond gekregen via een eerdere akte. Op
30 september 1811 was er een overschrijving gemaakt bij de hypotheekbewaarder in
Haarlem. Deze overschrijving was gebaseerd op een verkoopakte die al op
31 juli 1811 was opgesteld door notaris
Loeff, die toen in
Haarlem werkte. De grond
en de gebouwen waren toen al eigendom van
Karel van Balen geworden, omdat hij ze had laten bouwen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209619 / 156
Op
13 maart 1808 verklaarde
Everhard Wildebier, die op dat moment op het punt stond om van de kolonie naar
Amsterdam te vertrekken, dat hij de volmacht die hij en zijn broer
Gerard Wildeboer op
23 januari 1808 hadden ondertekend, nog steeds geldig achtte. Deze verklaring werd officieel vastgelegd door een beëdigde ambtenaar en getuigen.
Vervolgens benoemde
Everhard Wildebier opnieuw zijn andere broer,
Cornelis Dildeboer (die in de kolonie woonde), als zijn officiële vertegenwoordiger.
Cornelis Dildeboer kreeg hiermee de volledige bevoegdheid om namens
Everhard Wildebier – zowel privé als in zakelijke aangelegenheden – op te treden.
Deze volmacht omvatte het recht om:
- alle zaken en handelingen te regelen, zowel juridisch als zakelijk, alsof Everhard Wildebier zelf aanwezig was;
- rekeningen te controleren, af te handelen en af te sluiten;
- geld dat Everhard Wildebier privé of zakelijk te goed had, op te eisen en in ontvangst te nemen;
- schulden die Everhard Wildebier privé of zakelijk had, te betalen na overleg;
- kwitanties (bewijzen van betaling) te geven of te vragen;
- namens Everhard Wildebier voor de rechter te verschijnen;
- bij geschillen of weigeringen juridische stappen te ondernemen, zoals het inschakelen van een advocaat;
- voor alle soorten rechtbanken (hoog of laag) op te komen, zowel als eiser als als verdediger;
- officiële aankondigingen, dagvaardingen en protesten in te dienen;
- verzoeken, verweerschriften en andere juridische documenten in te dienen;
- vonnissen en afspraken aan te vragen, deze te laten uitspreken en indien nodig uit te voeren;
- in hoger beroep, herziening of cassatie te gaan en dit tot het einde toe te volgen – of hiervan af te zien;
- namens Everhard Wildebier eden af te leggen;
- schikkingen te treffen, onderhandelingen te voeren en compromissen te sluiten;
- arbitrale (bindende) uitspraken te aanvaarden of hiertegen in beroep te gaan;
- beslagen op personen, geld of goederen aan te vragen of deze weer op te heffen;
- in beslag genomen, gearresteerde of geëxecuteerde gelden vrij te geven;
- indien nodig, waarborg (borgsom) te stellen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 614 / 0407
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0323
Op 1 juni 1808 werd een officiële koopakte opgesteld in Nederland. Hierin gaf een vertegenwoordiger van het handelshuis van Jan & Theodore van Marsvels drie mannen in Suriname volmacht om namens hen op te treden:
Deze drie mannen mochten samen of apart (als een of twee afwezig of overleden waren) de volgende taken uitvoeren:
Beheer en controle van plantages:
- De plantages Gustafsthal, Brouwershaven en Carelsburgh overnemen en beheren.
- Toezicht houden op gebouwen, land, slaven, vee, werknemers en alle andere zaken op de plantages.
- Zorgen dat alles op de plantages goed verliep en de regels werden nageleefd.
Financiële zaken:
- Goederen en benodigdheden ontvangen die vanuit Nederland of elders werden gestuurd om de plantages draaiende te houden.
- De opbrengsten (zoals gewassen) verzamelen en deze naar Nederland of andere plaatsen in Europa verschepen, tenzij lokale verkoop in Suriname voordeliger was.
- Als verscheping niet mogelijk was, mochten ze de producten in Suriname verkopen of ermee doen wat het meest winst opleverde.
- Jaarlijks een overzicht (inventaris) en financiële verantwoording sturen naar het handelshuis in Nederland.
- Wissels (een soort betaalopdrachten) uitschrijven op naam van het handelshuis om kosten te betalen.
- Salarissen uitbetalen aan werknemers en andere uitgaven voor de plantages doen.
Rechtelijke en administratieve taken:
- Van eerdere beheerders van de plantages een financiële afrekening en verklaring eisen.
- Deze rekeningen controleren, goedkeuren of aanvechten en eventuele fouten laten herstellen.
- Geld vorderen dat het handelshuis nog tegoed had en betalen wat het handelshuis verschuldigd was.
- Indien nodig, voor de rechter optreden (zowel als eiser als verdediger) in zaken over de plantages.
- Alle wettelijke termijnen en procedures volgen.
Woon- en werkvoorwaarden:
- Zelf op een van de plantages wonen als directeur, met vrijheid om een geschikte plantage te kiezen.
- Het gebruikelijke directeurssalaris ontvangen, inclusief een toelage voor de zoon van de directeur (zoals toen gebruikelijk was).
Al deze taken mochten ze uitvoeren in ruil voor een normale vergoeding (provisie) voor hun werk.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0320
Caatje van Heyne, een vrije vrouw in
Paramaribo, maakte op
1801 haar testament bekend. Hierin gaf ze volmacht aan haar uitvoerders (de mensen die haar nalatenschap regelen) en aan
Earenfried Gottlick Petri voor specifieke taken. Ook de laatste overlevende uitvoerder en de voogden over haar minderjarige erfgenamen kregen volledige bevoegdheid, zoals het voeren van rechtszaken namens hen.
Ze sluit in haar testament uit dat de
Nieuwe Wees- en Boedelkamer (een organisatie die wezen en nalatenschappen beheert) of andere soortgelijke instanties in de kolonie zich met haar nalatenschap mogen bemoeien. Dit geldt ook voor eventuele weesmeesters op de plaats waar ze komt te overlijden of waar haar goederen of minderjarige erfgenamen zich bevinden.
Daarnaast bevestigde
Caatje de verkoop van haar huis en erfpacht op de hoek van de
Breestraat in
Paramaribo. Deze verkoop was eerder gedaan door
Cornelis Wildeboer namens haar aan
Mejuffrouw Schuurveld, geboren
den Wyl, volgens de afgesproken voorwaarden. Ze verklaarde deze verkoop volledig goed te keuren.
Het testament werd voorgelezen en door een beëdigd vertaler,
Daniel Fernandes, in het
Negerengels (een creoolse taal) uitgelegd aan
Caatje. Zij bevestigde dat dit haar laatste wil was en wilde dat het na haar dood zou worden uitgevoerd, minstens als een
codicil (een aanvulling op een testament).
Ten slotte verklaarde
Caatje dat haar bezittingen minder dan 15.000 gulden waard waren. Het document werd ondertekend in het bijzijn van twee getuigen:
Jacob d’Aron Cessurun en
Samuel Isaak Labadie, die bevestigden dat ze
Caatje goed kenden. De notaris,
de Kosgezworen Clercq, stelde het document officieel vast.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 88 / 0118
In
Haarlem verschenen op
23 en 30 september 1805 voor notaris
Willem Arnoldus Haselaar de volgende personen:
Deze drie partijen waren samen eigenaar van vier plantages in
Suriname:
- Bergendaal
- Bovenrivier
- Breukelerwaard
- De Arrier Commewijne
Henri Zacharie op Couderc en
Joanne Marie Couderc (samen met
Etienne Couderc) bezaten elk voor 1/9 en samen dus voor 1/3 deel.
Joan Raye bezat ook 1/3, en de erfgenamen van de
barones van Lindau bezaten het laatste 1/3 deel.
Al jaren lieten
Henri Zacharie en
Joanne Marie Couderc (met
Etienne) toe dat de kas, het correspondentiekantoor en de administratie van de plantages volledig werden beheerd door een of meer beheerders, aangesteld door
Joan Raye en de erfgenamen van de
barones van Lindau (die samen 2/3 deel bezaten). Nu wilden
Henri Zacharie en
Joanne Marie Couderc dit veranderen.
Joan Raye ging hiermee akkoord, maar wilde geen schijnbare scheiding van belangen.
Er werd afgesproken dat, zodra dit document in
Suriname aankwam:
- de kas, het correspondentiekantoor en alle bijbehorende papieren van de plantages (inclusief het 2/3 deel van Joan Raye en de erfgenamen) overgedragen zouden worden;
- de beheerders van Joan Raye deze zaken zouden overdragen aan nieuwe beheerders, aangesteld door Henri Zacharie en Joanne Marie Couderc;
- de administratie over de plantages niet zou veranderen voor het deel van Joan Raye en de erfgenamen.
Als nieuwe beheerders werden in volgorde benoemd:
- Pierre Gabriel Labadie Rouleau;
- bij zijn overlijden, afwezigheid of weigering: Albert Taccollon;
- bijzelfde omstandigheden: M. Jean Planteau;
- bijzelfde omstandigheden: F.C. de Sutter;
- bijzelfde omstandigheden: Cornelis Wildeboer.
Deze beheerders moesten na ontvangst van dit document het kantoor en de kas overnemen van
Joseph Donatius Justus Thijm (of diens opvolger), die op dat moment het kantoor en de kas beheerde in
Suriname. Alle eerdere afspraken die hiermee in strijd waren, werden ingetrokken.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974985 / 443
Op
4 augustus 1802 ging
Oltman Gehrels, een koopman uit
Amsterdam, naar notaris
Jan Hendrik Zilver. Hij gaf officieel toestemming aan twee mannen om namens hem te handelen:
Dit document werd later, op
22 februari 1803, bevestigd door notaris
Heystek in
Amsterdam, in aanwezigheid van de getuigen
Hendrik van Greuninge en
Willem Gerrit van Nes. Het werd geregistreerd en voorzien van een zegel van 48 stuivers. Notaris
Zilver bevestigde de overeenkomst met het origineel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 756 / 0344
In deze tekst wordt een overeenkomst beschreven waarin drie mannen, Arnoldus Laurens Kerkhoven, Ioannes Casparus de Sutter en Cornelis Wildeboer, de verantwoordelijkheid krijgen om een plantage in Suriname te beheren namens de eigenaren (de "Constituanten").
De drie mannen krijgen de volgende taken en bevoegdheden:
- Zij mogen borgstellingen regelen en garanties geven.
- Zij mogen een woonplaats in Suriname kiezen.
- Zij mogen de plantage vertegenwoordigen in alle zaken, zowel binnen als buiten de rechtbank.
- Zij mogen alles doen wat de eigenaren zelf zouden kunnen of moeten doen als ze aanwezig waren.
- Zij mogen anderen aanstellen om hen te helpen, zolang er altijd minstens twee beheerders actief zijn.
- Als een van de drie mannen (behalve Arnoldus Laurens Kerkhoven) wegvalt, moet Kerkhoven ervoor zorgen dat er twee nieuwe beheerders komen.
- De Wees- en Onbeheerde Boedelskamer in Suriname en de Curator ad lites (een soort rechtsbijstander) worden uitgesloten van deze afspraken.
De beheerders moeten:
- Regelmatig verslag doen aan de eigenaren en hen op de hoogte houden.
- Belangrijke zaken eerst met de eigenaren overleggen voordat ze beslissingen nemen.
- Bij spoedzaken mogen ze wel direct handelen, maar ze moeten de eigenaren daarna informeren.
De verdeling van de beloning voor het beheer is als volgt:
Alle eerdere afspraken over dit beheer worden met deze overeenkomst ongeldig verklaard.
De overeenkomst is opgesteld in Amsterdam op een niet genoemde datum, in aanwezigheid van de getuigen Jacob Wilhelm Lange en Samuel Anthonij Buchner. De notaris is E. M. Dorper.
De overeenkomst is goedgekeurd en geregistreerd op 9 november 1808 door Guicnels, een ambtenaar.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0256
Op 22 mei 1825 werd in Amsterdam een document geregistreerd met nummer 17. Er werd een bedrag van 7 gulden en 6 cent betaald, plus 1 gulden en 46 cent voor kosten. Het document bestond uit 2¼ bladzijde zonder doorverwijzingen. Het was ondertekend door Abbema.
Een afschrift van dit document kostte extra. De notaris Willem van Homrijgh bevestigde dit.
Drie notarissen in Amsterdam, waaronder Willem van Hamrigh (bij wie de akte was opgesteld en ondertekend), verklaarden op 28 mei 1825:
- Willem van Hamrigh was een officiële notaris in Amsterdam.
- Alle akten die door hem waren opgesteld en ondertekend, waren geldig, zowel in Amsterdam als daarbuiten.
Deze verklaring werd ondertekend door de notarissen J. Baak, Johannes Wilhelmus Cramer en J.P. Klinkhamer.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 926 / 0497
In deze tekst uit 1808 geven een aantal eigenaren (de Heren Comparanten) opdracht aan beheerders (administrateurs) om hun plantages in Suriname te beheren. De belangrijkste punten zijn:
-
De beheerders krijgen de taak om de boedel (bezittingen) van overleden beheerders te controleren, rekeningen na te kijken en goed of af te keuren. Ze mogen ook naar de rechter stappen als dat nodig is, bijvoorbeeld om schulden te innnen of rechtszaken te voeren.
-
Ze mogen contracten afsluiten, schikkingen treffen en afspraken maken die in het belang zijn van de eigenaren.
-
De beheerders mogen personeel aannemen en ontslaan, zoals blanken (Europese werknemers) en tot slaaf gemaakten, en goederen bestellen die nodig zijn voor de plantages.
-
De opbrengsten (zoals koffie) van de plantages Mohentebo, Klein Bellevrie en de helft van Oud Bellevie moeten worden verzonden volgens de instructies van Francois Taijspel Jansz. Hij bepaalt ook met welke schepen de goederen worden vervoerd. Voor koffie hebben ze een voorkeur voor schepen die alleen koffie laden.
-
Tijdens de oorlog (die op dat moment gaande is) mogen de beheerders 10% van de opbrengst houden als vergoeding voor hun werk. Ze hoeven de goederen niet direct naar Nederland te sturen.
-
Na de oorlog moeten alle producten weer naar Francois Taijspel Jansz in Nederland worden gestuurd. Hij geeft dan aan hoeveel provisie (vergoeding) de beheerders krijgen, zodat ze wisselbrieven (een soort betaalmiddel) kunnen trekken voor dat bedrag.
-
Jaarlijks moeten de beheerders verslag doen aan Francois Taijspel Jansz over hun werk. Ook moeten ze lijsten opsturen van benodigde goederen, zodat die op tijd besteld kunnen worden.
-
De eigenaren willen dat alleen hun aangestelde beheerders de plantages beheren. De Wees- en Onbeheerde Boedelskamer in Suriname (een instantie die wezen en onbeheerde erfenissen beheert) mag geen zeggenschap hebben over deze plantages.
-
De eigenaren mogen de beheerders via brieven opdrachten geven, ook voor juridische zaken. Deze brieven hebben dezelfde kracht als officiële, notariële documenten.
De afspraken zijn op 15 november 1808 in Amsterdam vastgelegd door notaris W. van Homrigh, in aanwezigheid van getuigen Hendrik Jacobus ten Sijthoff en Anthonie Bruntinck. De tekst is later goedgekeurd door I. Heydorn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0262
Op 27 april 1808 kwamen Janiel Bousquit en Francois Puijpel Iansz (curatoren voor Maria de Wit en haar overleden man Leidort Simon de With) bij notaris Willem van Homrigh in Amsterdam. Zij waren eigenaar van de plantages Mopentibo, Klein Bellevrie en de helft van Oud Bellevue in Suriname.
Zij trokken eerdere volmachten in en stelden nieuwe beheerders aan:
De beheerders moesten de plantages goed onderhouden en in het belang van de eigenaren besturen. Als er maar één beheerder overbleef, mocht deze tijdelijk een vervanger aanwijzen, tot de curatoren een nieuwe regeling troffen. De beheerder van Mopentibo moest in Paramaribo wonen.
De beheerders kregen ook de opdracht om rekening en verantwoording af te leggen aan de curatoren en om van vorige beheerders een financieel overzicht te eisen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0260
Op
15 maart 1808 ging
Ioseph Eima, een weduwnaar uit
Amsterdam, naar notaris
Willem van Homrigh. Hij was door zijn overleden vrouw,
Sara Clasina Lemmers, aangesteld als uitvoerder van haar testament, dat ze samen op
11 november 1775 hadden laten opstellen bij notaris
Willem Decker.
Ioseph Eima trok alle eerdere volmachten in die hij en zijn vrouw eerder aan iemand in
Suriname hadden gegeven. Hij stelde nu zijn zoon,
Willem Hendrik Eijma, aan als zijn nieuwe vertegenwoordiger.
Willem Hendrik Eijma was raadsheer bij het hof van civiele rechtspraak in
Suriname en woonde daar.
De volmacht gold specifiek voor het beheer van het derde deel van de erfenis van
Sara Clasina Lemmers in twee plantages:
Ephrata en
Lemmerskamp, beide gelegen aan de
Collica-rivier in
Suriname, tussen de plantages
Geertruidenberg en
Nieuwe Eendragt.
Willem Hendrik Eijma mocht namens zijn vader:
- de plantages beheren en de producten naar Nederland sturen;
- personeel aannemen en ontslaan;
- slaven, paarden, vee en andere benodigdheden kopen;
- rekeningen controleren, goedkeuren of betwisten, en betalingen doen of ontvangen;
- juridische stappen ondernemen, zoals procederen, vonnissen uitvoeren of in hoger beroep gaan;
- borg stellen, schikkingen treffen en compromissen sluiten;
- alles doen wat nodig was voor het beheer van de plantages, alsof Ioseph Eima zelf aanwezig was.
Als
Willem Hendrik Eijma zou overlijden of om een andere reden zijn taak niet meer kon uitvoeren, zou deze volmacht automatisch vervallen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0258
-
Op 10 januari 1778 stuurden de commissarissen een brief naar de kapitein van het schip Willem Zeelandus van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Ze bevalen hem om met de kano’s alle handelaren, militairen en arbeiders (trains volkeren) aan wal te zetten. Hun bagage zou later door een schipsbode worden gebracht. De volgende personen kwamen met kano’s aan wal en meldden zich in het hoofdkasteel:
Handelaren en assistenten: Albertus Houtenhuijs, Jacobus van Rhijn, J.H. Nauman, Pieter Brinkman, Willem van Spall, Sipke Holwida, Jacob Buijs, Abraham van Reuysenburg, Pieter Woortman, Janz. Frans van Ingen, W.C.C. Huirdecoper, Jan Willem Kerkhoven, Jacobus Johannes Raukens.
Militairen: 1 sergeant, 2 korporaals, 1 cadet en 4 soldaten.
Arbeiders: 1 oppermeester, 2 huistimmermannen, 1 smid.
De commissarissen Willem Gerrit Woortman en Pieter Heeden vertrokken naar het VOC-schip. Het wachtwoord voor die dag was Arregijn.
-
Op 11 januari 1778 ontvingen ze een bericht van de commissarissen aan boord van het VOC-huursschip Willem Zeelandus. Daarin stond dat de VOC-goederen aan boord in goede orde waren en waarschijnlijk zo ook in Nederland waren ingeladen. De brief was ondertekend door Cornelis Appel en Voogt van Dalmina. Verder:
- De godsdienstoefening was zoals gebruikelijk gehouden.
- Een VOC-bode bracht een lading brandhout van Chama naar de rivier.
- Het wachtwoord was Leuwaerden (Leeuwarden).
-
Op 12 januari 1778:
- Vier Engelse heren kwamen met een hangmat onder Engelse vlag van benedenstrooms en bezochten het hoofdkasteel. Na de maaltijd vertrokken ze weer stroomopwaarts.
- Een VOC-boot voer met een lading tabak van de rivier naar Accra.
- Het wachtwoord was Zutphen.
- Een Nederlands schip, de Haast U Langzaam, onder kapitein Van Kakom uit Middelburg, kwam voor anker. De kapitein ging met een sloep aan wal en meldde zich in het hoofdkasteel.
- Een grote kano met een blanke persoon passeerde op weg stroomafwaarts.
- Het wachtwoord was Leerdam.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 987 / 0072
Pieter Woortman, de directeur-generaal, en de Raad in
Elmina ontvingen een brief (nummer 98) van het schip
Ernstfette. Sinds de laatste brief aan de directeur-generaal op
5 mei hadden ze nog extra instructies gegeven:
- Louis Samuel Pammel Menet, de algemene gevolmachtigde van de Afrikaanse Littekens (vermoedelijk een organisatie of handelscompagnie), moest Hermanus Zomma een bedrag van 430 pond betalen namens de directeur-generaal. Dit was bedoeld voor een bepaalde zaak (de details hiervan zijn onduidelijk).
- Ook moest er iets geregeld worden voor Jan Willem Kerkhoven, die met het schip Willem Zeeland meeging. De schipper van dit schip was Egbert Jouw. Kerkhoven werkte als assistent voor de Algemene Rekening (een soort financiële administratie) en stond genoteerd in de monsterrol (bemanningslijst) voor Gurinaam (vermoedelijk bedoeld: Suriname).
- Daarnaast werd onverwacht het schip Salp genoemd, onder leiding van schipper Christiaan Hart. Aan boord bevonden zich de financiële boeken ("quincaasche boeken") van de eerste 6 maanden van het jaar 17... (het jaartal ontbreekt).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 66 / 0125
- Godlieb Kerjzer van Lielauw (soldaat) kreeg tussen 1 maart 1770 en december 1779 regelmatig betalingen van de Hoofd-Officieren der Militie:
- 1 maart 1770: 10 gulden en 12 stuivers.
- 1 mei 1770: 15 gulden en 1 stuiver.
- 1 juli 1770: 39 gulden.
- 1 september 1770: 14 gulden en 51 stuivers.
- 1 november 1770: 63 gulden en 12 stuivers.
- 31 december 1770: 7 gulden en 10 stuivers.
- 31 december 1779: 76 gulden.
- Jacob Batteram (metselaar en soldaat) ontving op 31 december 1770 12 gulden en 10 stuivers.
- Jelner Albert Frederik kreeg tussen 1 maart 1770 en december 1779 betalingen van de Hoofd-Officieren der Militie:
- 1 maart 1770: 14 gulden.
- 1 mei 1770: 10 gulden en 26 stuivers.
- 1 juli 1770: 12 gulden en 10 stuivers.
- 1 september 1770: 15 gulden en 13 stuivers.
- 1 november 1770: 18 gulden en 7 stuivers.
- 31 december 1770: 13 gulden en 71 stuivers.
- 31 december 1779: 76 gulden en 10 stuivers.
- Frederik Joachim Smitt ontving op 31 december 1770 12 gulden en 10 stuivers en later op 31 december 1779 76 gulden en 10 stuivers van de Hoofd-Officieren der Militie.
- Een ongenoemde soldaat kreeg tussen maart 1770 en december 1779 betalingen, met als laatste bedrag 68 gulden en 10 stuivers.
- Er werden uitbetalingen gedaan voor levensmiddelen en huisvesting:
- Maart 1780: Magazijn van Vivres betaalde 6 gulden en 5 stuivers voor 6 broden (bonnummer 43).
- 31 december 1779: Magazijn van Vivres betaalde voor 12 maanden garnizoensgeld (loon voor militaire huisvesting) vanaf 1 januari 1779.
- 8 september 1779: Magazijn van Vivres betaalde voor 11 weken en 8 dagen garnizoensgeld vanaf 1 januari 1779 (bonnummer 34).
- Een soldaat genaamd Graats vertrok op 5 november 1773 per schip Leven naar Mijn Brandwine onder kapitein J.I. Gnetke en later op het schip Maria in 1779. Hij verdiende 6 gulden en 5 stuivers per maand.
- Op 6 februari 1780 werd 6 gulden en 3 stuivers betaald door het Eerste Militie Magazijn van Vivres voor brood (bonnummer 44).
- Een soldaat uit Neurenberg verdiende 6 gulden en 5 stuivers per maand. Op 31 december 1779 kreeg hij 8 gulden voor 2 maanden en een creditnota van 1 gulden en 75 stuivers.
- Een soldaat en metselaar genaamd Bras verdiende 30 gulden per maand en kreeg 200 gulden voor 2 rantsoenen (extra voedselvoorraad).
- Johan Hendrik Wagener (soldaat uit Lurinaamen) ontving tussen maart 1770 en december 1779 betalingen van de Hoofd-Officieren der Militie, met bedragen variërend van 10 gulden en 12 stuivers tot 76 gulden en 13 stuivers.
- Johan Gottfried Glauke van Kranckfurth kreeg tussen 1777 en 1779 betalingen van de Hoofd-Officieren der Militie, met bedragen tot 560 gulden.
- Johan Gottlieb Kleindien ontving tussen 1770 en 1779 betalingen van de Hoofd-Officieren der Militie, met bedragen variërend van 10 gulden en 12 stuivers tot 76 gulden.
- Fredrik Christian Mensche van Neustadt kreeg tussen 1770 en 1779 betalingen van de Hoofd-Officieren der Militie, met bedragen variërend van 10 gulden en 12 stuivers tot 76 gulden en 18 stuivers.
- Een soldaat genaamd Jooren verdiende 6 gulden en 5 stuivers per maand. Op 31 december 1779 kreeg hij 1 gulden en 75 stuivers voor garnizoensgeld.
- Een soldaat en metselaar kreeg 30 gulden per maand en 200 gulden voor 2 rantsoenen. Op 31 december 1779 werd 560 gulden betaald voor garnizoensgeld en rantsoenen.
- Jooren Franck (soldaat) verdiende 6 gulden en 5 stuivers per maand. Op 31 december 1779 kreeg hij 76 gulden voor garnizoensgeld.
- Op 31 december 1779 werden betalingen gedaan voor brood en garnizoensgeld door het Eerste Militie Magazijn van Vivres en het Commissarissen Militie Magazijn van Vivres.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.03 / 477 / 0177
De tekst is een lijst van namen uit een historisch document, waarschijnlijk een belastingregister of bevolkingslijst. Hier volgt een overzichtelijke weergave van de personen met hun relatie of status, waar bekend:
- Apostool, ook bekend als Chatrina Johanna Sansen, weduwe van Deenen.
- Pieter van J. (onvolle naam).
- Albinus, C. (vermoedelijk een afkorting voor een titel of beroep) Daniel Fred=k (onvolle naam).
- D. Baert (voornaam onbekend).
- Johanna Berkhoff, weduwe van Pieter.
- Braspot Junior, Frans (onvolle gegevens).
- Boisguyon, Louis George.
- Parios, C. (titel/beroep) Jebsuak Seman de (onvolle naam).
- Brandon, Rachel Pareyra, weduwe van de Barios.
- Belapart, Trancois, C:S: (titel/beroep).
- Berton, Johanna Maria, weduwe van Jan Woudenbergh, leeftijd: 37 jaar.
- Elisabeth ampent (onvolle naam), nu Lobre.
- Puitz, Helena Anthornette, C:S: (titel/beroep).
- Curtius, George, C:S: (titel/beroep).
- Idem (zelfde als vorige, naam onbekend).
- Laosta, David Fielles.
- Drotkman, Jan Hend=k (onvolle naam).
- De vrije, E. Jacoba.
- Dieulefit, Francois.
- Dumarin, Marc Anthoine.
- Langhade, Pierre, leeftijd: 63 jaar.
- Eliaser, Salomon Jacob, leeftijd: 2 jaar.
- Ewijk, Hendrik van, leeftijd: 34 jaar.
- A in Jucks, Reinhold Godfried, leeftijd: 147 (mogelijk een fout, kan 47 zijn).
- Transz, Jacob, C:S: (titel/beroep), huwelijksvoorwaarden: 131.
- Grissellie, Jean Daul, leeftijd: 45 jaar.
- Greeber, Jacob Godlief, C:S:, huwelijksvoorwaarden: 265.
- Idem (zelfde als vorige, naam onbekend), huwelijksvoorwaarden: 225.
- R Hoffman, Johan Coenraed, leeftijd: 6 jaar.
- Fansen, C: Swerus (onvolle naam), leeftijd: 61 jaar.
- Hagg, Lourens Jurgen, leeftijd: 174 (mogelijk een fout, kan 74 zijn).
- Saager, Arent des.
- Julein, Anna, nu Onwaater, C:S:, huwelijksvoorwaarden: onbekend.
- Jost, Susanna, nu Koning, C:S:.
- Jssurum, Moses, C:S:, leeftijd: 5 jaar.
- Koning, Jande, leeftijd: 80 jaar.
- Koning, Jacob Wessels.
- Knoffel, Jan Fredrik, leeftijd: 97 (mogelijk een fout, kan 37 zijn).
- Kulenkamp, Porthea Maria, C:S:, leeftijd: 161 (mogelijk een fout, kan 61 zijn).
- Kling bijl, Hendrik, C:S:, leeftijd: 209 (mogelijk een fout, kan 59 of 29 zijn).
- Lewerck, Johannes J, C:S:, leeftijd: 135 (mogelijk een fout, kan 35 zijn).
- Lijsner, Gerrit, C:S:, leeftijd: 155 (mogelijk een fout, kan 55 zijn).
- Lemmers, Nicolaas, C:S:, leeftijd: 161 (mogelijk een fout, kan 61 zijn).
- Lemmers, Johanna Geertruyda, C:S:, leeftijd: 231 (mogelijk een fout, kan 31 zijn).
Opmerking: De leeftijden en huwelijksvoorwaarden zijn soms onwaarschijnlijk hoog, wat kan duiden op fouten in het originele document of typografische vergissingen.
C:S: kan staan voor een beroep, titel of burgerlijke staat (bijvoorbeeld "civiele staat" of "burger").
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 30 / 0007
Op
18 juni 1838 meldde
Jacob Koppel, gemeente-ontvanger in
Apeldoorn, namens notaris
C.E. Oreurs uit
Ewetto (volgens een officiële volmacht uit
18 juni 1828) dat er een openbare verkoop zou plaatsvinden.
De verkoop stond gepland op
19 juni 1838 om 15:00 uur bij de weduwe
Hendrik van der Linde, herbergier in
Wilp. De verkoop betrof brandhout dat lag op de plek waar het eerder groeide. De verkoop werd aangevraagd door:
Op
19 juni 1838 om 15:00 uur leidde notaris
Pauw Peraam Crours uit
Twello (kwartier
Arnhem, provincie
Gelderland) de verkoop bij de weduwe
Van der Linde in
Wilp, in aanwezigheid van getuigen en de vier eerder genoemde mannen.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1389 / 0376
Op 19 juni 1824 meldde de notaris Meneer P. L. Franxs uit Zwolle dat hij een openbare veiling zou organiseren. Deze veiling zou plaatsvinden op 23 juni 1824 om 13:00 uur in de herberg van Evert Jan Brink in Twello. De veiling was aangevraagd door:
Op 23 juni 1824 om 15:00 uur startte Meneer Bunre Paronm Franxs, notaris in Twello (onder het kwartier Arnhem, provincie Gelderland), de openbare veiling. Deze vond plaats in de herberg van Evert Jan Brink in Twello, met dezelfde groep aanvragers als getuigen. Tijdens deze bijeenkomst werden verschillende vissen openbaar geveild onder specifieke voorwaarden.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1375 / 0325
Vorige paginaVolgende pagina