Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De slaaf Coridon werd naakt op de grond gelegd en werd door Jambok en Adrij 20 keer geslagen. Daarna werd hij vastgebonden aan een paal bij de schaapskooi. Ook Coridon werd naakt uitgekleed en door Atrij met een zweep geslagen. Coridon werd vrijgelaten maar Ceijlon bleef vastgebonden aan de paal. Ceijlon werd vervolgens nog twee keer met een zweep geslagen. Ceijlon verstopte zich vanwege de pijn, maar ging na 8 dagen naar heemraad Pieter Pienaar om te vragen of deze een goed woordje voor hem wilde doen. Pienaar stuurde twee van zijn zonen namens Ceijlon naar huis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0445  


Coridon was bij een zoutpan toen hem werd gezegd dat hij moest wachten tot de gedaagde thuis zou komen. Omdat Coridon geen paard kreeg, wilde hij niet wachten en ging terug naar de zoutpan. Daar vertelde hij aan Ceylon dat hun baas niet thuis was. De slaven besloten toen naar huis te gaan zonder zout mee te nemen. Toen de gedaagde thuis was gekomen, vroeg hij aan Ceylon hoeveel zout ze hadden gekregen. Ceylon antwoordde ongeveer 1 pond. De gedaagde vroeg waarom ze het zout niet hadden meegebracht, waarop Ceylon antwoordde dat het te zwaar was om te dragen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0443  


Ceylon en zijn slaven Coridon en Emme gingen naar de zoutpan aan de andere kant van de Kaffer Kuils rivier, ongeveer 6 à 7 uur van hun woonplaats. Omdat de pan vol water stond, konden ze maar ongeveer één mud zout verzamelen. Ceylon stuurde Coridon naar huis om:

De eigenaar was echter niet thuis maar was uit wandelen. De thuisgebleven slaaf heette Januari of Den Pelt.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0442  


Op 8 januari diende Jan Willem Cloppenburg, president van de Raad van Justitie, samen met Joachim Fred Mentz, de officier van justitie uit Swellendam, een rechtszaak tegen Daniel Lombaard. De aanklacht betrof:

Het bewijs bestond uit:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0441  


De rechtszaak op het Kasteel de Goede Hoop op 2 november 1769 werd voorgezeten door Jan Willem Clopenburg, met alle leden aanwezig. De aanwezige heren waren Joachim van Plettenberg, Hendrik van Prehn, Dirk Westerho, Luder Hemmij en Tobias Christiaan Gronnenkamp, samen met 3 burgerraadsleden. De zaak betrof een geschil tussen de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Rassmund Faber, tegen landman Jan Barend van Blercq.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0051  


De rechter heeft een doodvonnis uitgesproken. De veroordeelde moest eerst worden geradbraakt (alle botten gebroken). Daarna werd zijn hoofd afgehakt en op een staak gezet tegenover het lichaam. Het dode lichaam werd naar de plaats van executie buiten de stad gesleept. Daar werd het hoofd weer op een staak gezet en het lichaam op een rad gelegd. Het moest daar blijven liggen tot het door weer en wind en vogels was vergaan. De veroordeelde moest ook de gerechtskosten betalen. Dit vonnis werd uitgevoerd namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0050  


De politieagent is geroepen om een dader te zoeken. De dader had zich volgens de kinderen eerst verstopt op een bed waar twee kinderen lagen. Hij had tegen het oudste meisje gezegd dat hij boos was en dat ze stil moest zijn en hem niet mocht verraden, anders zou hij haar keel afsnijden. Het kind dat "moeder" had geroepen werd door hem bij de nek gepakt en hij zette een mes op haar keel, maar deed verder geen kwaad.

Daarna ging de dader naar het bed waar de vermoorde vrouw had geslapen en waar nog twee kinderen lagen. Hij verstopte zich onder het matras. Het meisje vertelde dit stilletjes en toen er een voet onder het matras uitstak werd de dader ontdekt en gepakt.

De oudste zoon vertelde dat de moordenaar al voor de komst van de politieagent een mes tegen zijn hals had gezet. Later werd ontdekt dat de moordenaar een ladder tegen het bovenraam had gezet en de achterdeur van de bakkerij van buitenaf had geblokkeerd met draagstokken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0048  


De officier van justitie vertelt dat Joachim van Plettenberg een moord heeft gepleegd. De dader had zichzelf ook verwond aan zijn hals. Door deze verwonding moest hij gedragen worden door de slaaf van Abraham van Ceijlo, die eigendom was van burger Hendrik de Waal. Ze moesten voorzichtig zijn omdat de verwonding erger kon worden voordat hij zijn straf kon krijgen.

De dader had bij het huis van zijn werkgever de moord bekend tegenover raadsleden. Dokter Coenraad Helsen verklaarde dat de verwondingen die de dader zijn vrouw had toegebracht dodelijk waren. Twee knechten, Jurgen Vorster uit Tweebruggen en Jan Pieter Roozendeal uit Groot Elberoode, waren aanwezig als getuigen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0046  


Op 28 september 1789 vond er een vergadering plaats in het Kasteel de Goede Hoop. Jan Willem Cloppenburg zat de vergadering voor. Alle leden waren aanwezig behalve majoor Hendrik Prehn die ziek was. Ook de burgerraadsleden Hendrik Oostwald Muller en Jacob van Rheenen waren aanwezig. Er werd besloten om een Hottentot genaamd Prins naar Robbeneiland te sturen. De posthouder van het eiland kreeg de opdracht om Prins goed in de gaten te houden. De secretaris C.L. Keethling ondertekende dit besluit.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0045  


Jacobus had zijn 3 slaven Loth (van Madagascar), Hoesaar (van Sambouwa) en Gedult (van de Kaap) wakker gemaakt. Hij vroeg hen om hun medeslaaf April (van Batavia) vast te binden. April had de sleutel van de wijnkelder weten te pakken en was betrapt terwijl hij wijn stal. De slavin Lea (van de Kaap) lag te slapen in de achterkamer van het voorhuis. Dit gebeurde op 19 juni. April's lichaam was eerst begraven maar later weer opgegraven voor onderzoek.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0482  


De slavin Lea van Kaap de Goede Hoop, die eigendom was van burger David Theron, legde een verklaring af voor secretaris Christiaan Ludolph Neethling op 1 juli 1769. Dit gebeurde op verzoek van de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Lucas Sigismundus Faber.

Ze verklaarde dat ze ongeveer 10 dagen eerder wakker werd van geschreeuw toen ze in de achterkamer lag te slapen na het avondeten. In het voorhuis zag ze hoe de slaaf April op de grond werd vastgehouden. Hij werd geslagen met zweepjes door haar eigenaar en diens zoon Jacobus.

De verklaring werd afgelegd in aanwezigheid van getuigen Jochem Hendrik Borgwedel en Frederik Wilhelm Allemann.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0493  


De beklaagde was door de kamer en gang naar de hal gevlucht. Haa volgde hem via de keukendeur en verwondde hem met een mes in het donker. Hij zei dit gedaan te hebben omdat hij voortdurend ruzie had met slavin Rebecca en haar niet langer kon verdragen. Na het toebrengen van de verwonding ging de beklaagde naar de bovenverdieping en verstopte zich onder een bed waar kinderen lagen te slapen. Een tijdje later werd hij daar gevonden door mensen die te hulp waren geschoten. Op dat moment verwondde hij zichzelf in zijn hals met een tweede mes dat hij bij zich had.

Dit is bekend geworden aan de Kaap de Goede Hoop op 28 september 1709 voor Adriaan van Schoor en Jacobus van Rcheenen, leden van de edelachtbare Raad van Justitie.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0546  


De slaaf Ceylon werd op de grond gelegd en vastgebonden. De slaaf Arij hield zijn handen vast, terwijl de slavin Rosetta en de jonge slaaf Coridon zijn voeten vasthielden. Daarna werd Ceylon met een zweep (jambok) op zijn rug, achterlichaam en benen geslagen tot hij bloedde. Zijn eigenaar liet tussendoor zout op Ceylon's rug smeren. Het slaan werd daarna meerdere keren herhaald. De eigenaar zei tegen Ceylon: "Al sla ik je dood, dat maakt niet uit, want je bent mijn slaaf." Nadat Ceylon weer was opgestaan, sloeg de eigenaar hem zelf ook nog met de zweep.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0470  


Op 6 juli 1769 werd een verklaring afgelegd aan de onderkoopman en landdrost van Swellendam, Joachim Frederik Mentz. De slaaf Ceijlon, eigendom van burger Daniel Lombaar, legde een verklaring af samen met de slaaf Coridon en slavin Emma. Dit gebeurde op een ochtend waarvan de exacte datum niet meer herinnerd werd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0454  


De beschuldigde had de slaven Ceijlon en Coridon nog diezelfde avond teruggestuurd om zout te halen. Toen deze slaven bij de zoutpan kwamen, had Ceijlon ongeveer 2 emmers en Coridon 1 emmer zout in hun pakken gedaan. De rest van het zout brachten ze naar het huis van landbouwer Nicolaas Hansz van Rensburg om te bewaren. Toen ze terugkwamen, werd de beschuldigde boos omdat hij hen had opgedragen een halve mud zout mee te nemen. Toen de slaven antwoordden dat het zout te zwaar was, liet de beschuldigde Ceijlon door de slaaf Arij en slavin Emma uitkleden en met de handen kruislings over elkaar vastbinden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0444  


De slaaf Abraham van Ceijlon had van tevoren het pennenrek klaargezet en de deur van de kombuis vergrendeld, waar hij en slavin Rebecca gewoonlijk sliepen. Hij deed dit om ongestoord zijn misdaad te kunnen plegen. Abraham heeft nog gezegd dat zijn meesteres hem nooit kwaad had gedaan. De aanklager eiste daarom dat Abraham van Ceijlon onmiddellijk zou worden veroordeeld en naar de gebruikelijke plaats voor executies zou worden gebracht. Daar zou hij aan de beul worden overgedragen, op een kruis gebonden worden en op 8 verschillende plekken met gloeiende tangen worden geknepen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0049  


Op 21 september 1708 's ochtends kwam de rechtbank bijeen in het Kasteel de Goede Hoop. Jan Willem Clopenburg was voorzitter. Christiaan Konnen Tobias was afwezig en werd vervangen door burgerraadslid Rend. Oostwald Muller. De landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Lucas Sigismundus Faber, had een zaak aangespannen tegen de Hottentot Prins. Deze werd beschuldigd van sodomie. De bewijsstukken waren eerder al door de leden bekeken en werden nu op tafel gelegd. Dit alles gebeurde op kosten van Theron.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0044  


Op het landkantoor van Stellenbosch en Drakenstein leverde landschapsbestuurder Lucas Sigismundus Thber een aanklacht in tegen burger David Akeron. De aanklacht, met 5 bijlagen, ging over mishandelingen die Akeron had gepleegd tegen zijn slaafgemaakte jongen genaamd April uit Batavia. Na het lezen van de aanklacht werd besloten dat de zaak geschikt kon worden. Wel moesten de slaafgemaakte jongens Loth uit Madagascar en Sloesaar uit Sambouwa verkocht worden om nieuwe problemen te voorkomen. Bij de verkoop werd als voorwaarde gesteld dat ze nooit meer onder het gezag van Theron, zijn vrouw of kinderen mochten komen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0043  


De koloniale bestuurder heeft opdracht gegeven om de Buijs te ondervragen over bepaalde zaken. Hoewel de Buijs via een gerechtsbode was opgeroepen om te verschijnen voor de commissarissen van de raad, kwam hij niet opdagen. De bestuurder vroeg daarom toestemming om de Buijs gevangen te nemen, of anders een passende beslissing van de raad. Na zorgvuldige overwegingen heeft de raad besloten dat de bestuurder de Buijs moet dagvaarden en een formele aanklacht moet indienen over zijn wangedrag.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0042  


De districtsambtenaar van Swellendam rapporteerde over een geweldsincident in de Lange Kloof. Jan de Buijs de Jonge, een boer, had een Khoikhoi-man genaamd Caper zodanig mishandeld dat deze de volgende nacht overleed. Het lichaam werd begraven met hulp van vier andere Khoikhoi-mannen: Swartebooij, Jacob, Trom en Lielpetter. Toen de ambtenaar hiervan hoorde, ging hij naar het huis van Jacobus de Buijs om de Khoikhoi-man Jacob te ondervragen over dit incident.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0039  


Toen de man voor wat zaken naar de Koebergen was gereden, werden zijn vrouw, hun 5 kinderen en een jonge slavin genaamd Martha vermoord. De twee Europeanen hadden volgens gewoonte in de bakkerij geslapen. Rond 12 uur 's nachts werden ze gewekt door de slavin Rebecca, die in de keuken sliep. Zij klopte op de deur en riep: "Pieter, Pieter, kom er is geweld in huis!"

De twee Europeanen wilden snel door de keuken naar voren lopen maar ontdekten dat de deur was vergrendeld. Ze riepen naar slavin Rebecca om de deur te ontgrendelen. Met een brandende kaars liepen ze daarna naar voren, waar ze de vrouw des huizes in het bloed op de grond bij de voordeur vonden. Toen ze haar optilden vroeg de man: "Hoe komt dat mevrouw Loo?" Waarop zij antwoordde: "Dat heeft de jongen gedaan, o God, o God, mijn arme kinderen." Direct daarna stierf ze en legden ze haar weer neer. Kort daarna kwamen enkele buren en ook de tweede [persoon].

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0047  


De misdadiger werd aan de beul overgedragen. Hij kreeg een strop om zijn nek en werd bij de galg tentoongesteld. Daarna werd hij aan een paal vastgebonden en met een mes boven zijn hoofd kreeg hij zweepslagen op zijn blote rug en werd hij gebrandmerkt. Voor de rest van zijn leven werd hij in kettingen op Robbeneiland vastgezet om zonder betaling voor de Oost-Indische Compagnie te werken. Hij moest ook de juridische kosten betalen.

Dit vonnis werd uitgesproken in het kasteel de Goede Hoop op 16 juni 1768 en werd uitgevoerd op 16 juli 1768.

Het document was ondertekend door:

Het bevel tot uitvoering werd goedgekeurd door R. Tulbagh.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0472  


In 1 jaar tijd gebeurde het volgende:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0473  


Rond 21:30 uur ging de beschuldigde naar boven met een brandende kaars. Hij kleedde zich tot op zijn hemd uit om te gaan slapen op het bed op de bovenste galerij. Ook de slaven Alexander, Frans, Fortuijn en Juli gingen naar hun slaapplaatsen boven. De beschuldigde ging even later weer naar beneden met de brandende kaars, zogenaamd om te plassen. Hij wilde eigenlijk hetzelfde doen met het vastgebonden teefje als wat het reuen-hondje eerder had gedaan. Hij pakte het hondje op onder zijn arm, met in zijn andere hand de kaars, en ging een open houthok binnen. In het houthok legde hij de kaars op de grond en knielde neer. Hij:

Na een lange tijd werd hij betrapt door de slaven Juli, Alexander, Frans en Fortuijn die vanaf het slavenverblijf toekeken. Toen Juli hem riep wat hij daar deed, liet hij geschrokken of beschaamd het teefje los. Kort daarna ging hij weer naar boven naar bed.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0474  


Deze historische gerechtelijke tekst gaat over een rechtszaak waarin een verdachte wordt beschuldigd van het plegen van onnatuurlijke seksuele handelingen met een hond. De openbare aanklager baseert zijn zaak op:

De aanklager geeft aan dat hoewel de daad zwaar strafbaar is, er verzachtende omstandigheden zijn die mogelijk kunnen leiden tot een mildere straf dan gebruikelijk. Het doel zou vooral moeten zijn om de verdachte te verbeteren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0475  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/