Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De slaaf Titus, die gewoonlijk in de keuken sliep, was op handen en voeten naar de verdachte gekropen. Toen de verdachte hem opmerkte, waarschuwde hij Titus dat hij een mes had en dat er een ongeluk zou gebeuren. Titus pakte de verdachte toch vast. De verdachte duwde Titus weg in een hoek en probeerde door het raam te ontsnappen. Toen Titus de verdachte bij zijn voeten vastgreep tijdens het klimmen, besloot de verdachte naar Titus te steken om weg te kunnen komen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10972 / 0325 De slagwerker (comparant) vertelt dat Titus was neergevallen. Daarna was hij door de boer Willem van Wijk naar diens kooi gebracht. De slagwerker zegt die avond geen verwonding bij Titus te hebben gezien. De volgende ochtend zag de slagwerker dat Titus meerdere steekwonden had:
Titus had toen aan de slagwerker verteld dat Julij de slagwerker had willen steken. Toen Titus dit probeerde te voorkomen, werd hij door Julij neergestoken. Kort daarna overleed Titus aan zijn verwondingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10972 / 0321 Rosina Heek werd geroepen door haar mevrouw om een kaars aan te steken, maar ze bleef uit angst in haar bed zitten. Even later kwam de mevrouw naar de kombuis. Ze gaf Rosina een kaars om aan te steken. Toen zag Rosina dat Titus midden in de kombuis stond. Titus zei tegen zijn baas dat Julij hem had gestoken. Rosina had niet gezien dat Titus zijn hand tegen zijn onderbuik hield. Wel zag ze dat Titus voor de voeten van zijn baas op de grond viel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10972 / 0320 Rosina heeft op het fort het Kasteel de Goede Hoop een verklaring afgelegd in aanwezigheid van de getuigen Johan Adolph Kúuhe en Nicolaas Cruijwagen. Na het voorlezen van haar verklaring wilde ze niets veranderen aan de tekst, maar voegde toe dat haar kleren waren gestolen door Sul (de beschuldigde). De verklaring werd ondertekend door de getuigen en C.L. Neethling, de secretaris.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10972 / 0322 De slaaf Julij van Ternaten, eigendom van landbouwer Stephanus Kuun, ongeveer 35 jaar oud, legde een verklaring af voor de Raad van Justitie. Dit gebeurde op verzoek van de landdrost van Swellendam, Joachim Frederik Mentz. Julij woonde op de boerderij van zijn eigenaar, die lag tussen de Breederivier en de Riviersonderend. Rosina bevestigde deze verklaring met haar handtekening in het Kasteel de Goede Hoop op 17 juli 1772. De getuigen waren:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10972 / 0323 De onderkoopman en landrechter van Swellendam, Joachim Frederik Mentz, diende een aanklacht in bij de Raad van Justitie. Deze aanklacht was gericht tegen Julij van Ternaten, een slaaf van landbouwer Stephanus Kuur. Julij werd beschuldigd van het doden van een medeslaaf genaamd Titus. De bekentenis van de gevangene werd ondersteund door 4 verklaringen, die als bewijsstukken A tot K werden bijgevoegd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10972 / 0299 De verdachte probeerde te vluchten toen iemand hem wilde vangen. Hij waarschuwde aan Titus dat hij een mes bij zich had en dat er een ongeluk zou gebeuren. Titus negeerde deze waarschuwing en pakte de verdachte vast. De verdachte duwde Titus in een hoek en probeerde door het raam te klimmen. Toen Titus hem bij zijn voeten greep tijdens het klimmen, stak de verdachte hem 3 keer met het mes. Titus riep om hulp naar zijn meester. De verdachte ontsnapte door het raam. Toen de meester met een geweer in de kombuis kwam en een kaars liet aansteken, was de verdachte al gevlucht. Titus stond in het midden van de kombuis met zijn hand op zijn verwondingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10972 / 0301
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10972 / 0310 Christiaan Hendrik Hoijer legde een verklaring af in Kasteel de Goede Kaap. De verklaring werd afgenomen in aanwezigheid van klerken Nicolaas Cruijwager en Menso Blankstein als getuigen. Het document werd ondertekend door de betrokkene en secretaris C.L. Veethling. Later werd de verklaring opnieuw voorgelezen aan Christiaan Hendrik Hoijer in aanwezigheid van de slaaf Juli. Hoijer bevestigde dat alles waar was en dat er niets toegevoegd of weggehaald moest worden. Dit gebeurde op 17 juli 1772 in het bijzijn van commissarissen A.V. Schoor en H.O. Muller.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10972 / 0318 De slaaf Titus probeerde een andere slaaf te vangen die in de kombuis via het raam was binnengekomen. Deze persoon had samen met de slavin Rosina in de kombuis geslapen. De binnendringer was naar de broodkist gegaan en had daar een stuk brood uit gepakt. Hij zat gehurkt bij een paal met een mes in zijn hand het brood te eten. Titus probeerde hem van achteren te grijpen door op handen en voeten naar hem toe te kruipen. De binnendringer waarschuwde Titus dat hij een mes had en dat er ongeluk zou gebeuren als Titus hem zou proberen te vangen. Hoewel Titus op dat moment de enige wakker was in het huis, probeerde hij toch de persoon te pakken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10972 / 0330 Een maand geleden had de slaaf Rosina ruzie gehad met de beklaagde. Hij was kwaad geworden en weggelopen naar het veld. De volgende avond kwam hij terug om eten te halen. Hij sneed met zijn mes het vastgebonden keukenraam open en klom naar binnen. In de keuken vond hij een stuk brood in de broodkist dat hij bij een paal opat. Toen kwam er een oude slaaf.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10972 / 0324 Op 16 juli 1772 legde de slavin Bosina, eigendom van boer Stephanus Kuun, een verklaring af voor secretaris Christiaan Ludolph Neethling van de rechtbank. Ze deed dit op verzoek van de landdrost van Swellendam, Joachim Frederik Mentz. Ze verklaarde het volgende: Ongeveer een maand eerder was de slaaf Juli weggelopen van de boerderij van zijn eigenaar, die lag tussen de Breede Rivier en de Rivier Zonder Einde. Bosina wist niet waarom hij was weggelopen. De volgende dag rond 8 uur 's avonds lag Bosina te slapen op haar slaapplaats in de keuken. In een sluimering hoorde ze de oude slaaf Titus, die ook in de keuken sliep, schreeuwen: "Baas, baas, help mij, Titus vermoordt!"
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10972 / 0319 De slaaf April werd vastgebonden en naar het huis van zijn eigenaar, de slavenhouder Theron, gebracht. Daar werd hij op de grond gegooid. Theron sloeg hem met een ossenzweep en zijn zoon Jacobus sloeg hem met een paardenzweep over zijn hele lichaam, rug, buik en gezicht. Na deze mishandeling bleef de jongen bewusteloos op de grond liggen. Omdat hij te zwak was om te lopen, werd hij naar de kombuis gedragen waar hij de volgende avond overleed. Toen Theron hierover werd ondervraagd, vertelde hij een andere versie van het verhaal. Hij vertelde dat April die avond in de kelder was samen met drie andere jongens, die waarschijnlijk weggelopen slaven waren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0483 De Landdrost schrijft aan de edelachtbare heer Jan Willem Cloppenburg, president, en de raad van justitie van het gouvernement. Een zoon van burger David Theron, die in Drakenstein woont, kwam op 21 juni bij de Landdrost met een verzoek. Een slaaf genaamd April uit Batavia was plotseling overleden op de woonplaats van zijn vader. De zoon vroeg toestemming voor de begrafenis van het lichaam. De Landdrost stemde hiermee in omdat hij niet wist van enige mishandeling. De volgende dag bracht burger Anthonij Caldeijer twee slaven van Theron naar de Landdrost. Caldeijer had deze slaven dichtbij het dorp Stellenbosch gevangen genomen omdat hij dacht dat het weglopers waren. De slaven klaagden over de behandeling van de overleden slaaf April.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0481 Op 24 april 1802 verklaarde Cathrijns Hollentottin voor het gerecht van het gouvernement, in bijzijn van de secretaris I. Neethling, de getuigen Jochem Hendrik Borgweedel en Fred. Willem Ailemann, dat haar eerdere verklaring correct was voorgelezen en dat ze daarbij bleef. Ze wilde niets toevoegen of weghalen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0475
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0459 De slaveneigenaar heeft de grenzen van toegestane straffen ver overschreden. Hij vroeg van zijn slaven Chijlon en Coridon onmogelijke taken. Ze moesten een halve mud zout dragen van de zoutpan naar huis, een tocht van 6 à 7 uur. Toen Chijlon en Coridon minder zout meebrachten (ongeveer 2 emmers voor Coridon en 1 emmer voor Chijlon), liet de eigenaar hen uitkleden en met een zweep (sjambok) slaan. Door de pijn vluchtte Chijlon en vroeg Pieter Pienaar om voor hem te bemiddelen bij zijn eigenaar. De eigenaar wilde hier niet aan meewerken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0450 Sjeenebok liep twee keer weg en werd geslagen. Na die slagen liet Sjeenebok zijn werkgever los. De aangeklaagde ontsnapte door de wonden die hij had opgelopen. Na 8 dagen rondzwerven ging hij uiteindelijk naar landbouwdienaar Pieter Pienaar. Pienaar vroeg aan de aangeklaagde of hij was weggelopen. De aangeklaagde antwoordde: "Nee baas, mijn baas wilde dat ik een halve mud zout van de zoutpan zou dragen. Dat kon ik niet omdat het te zwaar was. Daarom heeft mijn baas mij geslagen. Ik vraag u of u een goed woordje voor mij wilt doen." Pieter Pienaar stuurde de aangeklaagde samen met zijn twee zonen, wiens namen de aangeklaagde niet kent, naar huis terug.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0458 De eigenaar zegt dat een slaaf gehoorzaam moet zijn aan zijn meester. De slaaf Ceijlon had volgens hem te weinig zout meegenomen en had daarom straf verdiend. Ceijlon was weggelopen en werd pas na 8 dagen door de zonen van Pieter Pienaar teruggebracht. De eigenaar vindt dat hij het recht heeft om zijn slaaf naar eigen inzicht te straffen, omdat elke eigenaar zijn slaven mag straffen voor hun misdragingen zonder dat hij daar verantwoording voor hoeft af te leggen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0449
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0457 Een slaaf genaamd Ceijlon zat 's nachts met een ketting om zijn nek vast in huis en overdag op de werkplaats met een ketting aan zijn been aan een paal. Hij moest riemen stampen in een rijstblok. Hij kreeg soms slagen met die riemen. Na 3 dagen ging Ceijlon weg nadat men zijn kettingen losser had gemaakt omdat zijn benen waren opgezwollen. Hij ging naar de aanklager en deed zijn beklag over de situatie. De opperchirurgijn Nelson onderzocht hem en vond zowel verse als oude littekens over zijn hele lichaam, veroorzaakt door zweepslagen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0448 Een groep mensen werd gevraagd hoeveel zout ze hadden gekregen. Ze antwoordden ongeveer een mud (oude inhoudsmaat). Hun meester Lombaar vroeg waarom ze het zout niet hadden meegebracht. Ze antwoordden dat het te zwaar was om te dragen. Lombaar gaf aan Van den Pelt en Coridon opdracht om de volgende dag naar de zoutpan te gaan en elk een half mud zout mee naar huis te brengen. Van den Pelt vulde één emmer en Coridon twee emmers in hun zakken. De rest van het zout brachten ze naar het huis van landbouwer Nicolaas Rensburg. Toen ze thuis kwamen bij Lombaar, vroeg hij hen waarom ze niet zoals opgedragen elk een half mud hadden meegebracht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0456 Een slaaf werd door Ianuarij, Hosetta en Coridon vastgebonden aan handen en voeten. Brij sloeg hem met een zweep (stjambok) op zijn rug, achterlijf en benen tot hij bloedde. Tijdens het slaan wreef Brij tot twee keer toe zout in de wonden. Hij zei tegen de slaaf dat deze naar Pieter Pienaar moest gaan om voor hem te pleiten. Hij waarschuwde de slaaf om niet meer onder zijn ogen te komen als hij zou weglopen. Brij sloeg met zijn vinger op tafel en zei dat als hij wilde slaan, hij niemand om toestemming zou vragen, zelfs niet de gouverneur. Hij voegde toe dat het hem niet uitmaakte als hij de slaaf zou doodslaan, omdat de slaaf zijn eigendom was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0447
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0455 De slaaf Ceijlon was niet thuis toen hij gezocht werd. De eigenaar had aan de slaaf Innuarij opdracht gegeven om Ceijlon aan een paal op het erf vast te binden met een ketting om zijn nek als hij thuis zou komen. De zonen van Pienaar hadden gevraagd om Ceijlon niet meer te slaan omdat hij al genoeg was geslagen, maar toch werd hij vastgebonden. Toen de eigenaar 's avonds thuiskwam, liet hij Ceijlon losmaken en naar binnen brengen. Vrij de Broek trok zijn kleren uit waardoor hij naakt was, en moest op de grond gaan liggen met zijn handen vastgebonden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10969 / 0446 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/