Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Het betreft een rechtszaak over een moordzaak. De verdachte Daniel Dikkop had zijn slachtoffer Lamprecht gewurgd met een riem. Daniel Dikkop bleef eerst op de plaats delict en deed alsof hij nergens van wist, zeggende dat hij vee aan het hoeden was. Door zijn schuldige geweten vluchtte hij echter, maar werd na 3 dagen 's nachts opgepakt bij het huis van Lamprecht. De landdrost van Stellendam, Constant van Kult Onkruydt, heeft de aanklacht ingediend. De Raad van Justitie, namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden, heeft Daniel Dikkop ter dood veroordeeld. Hij zou worden overgedragen aan de beul om opgehangen te worden op de gebruikelijke plaats van terechtstelling.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0239  


De slaaf Damon verklaarde aan de rechtbank in Kaapstad dat hij op 26 oktober 1786 ontdekte dat de Hottentot Daniel was weggelopen. Voordat Daniel verdween had Damon hem gevraagd of hij een andere slaaf had gezien. Daniel antwoordde dat hij niemand had gezien, maar suggereerde dat die persoon misschien door een tijger was gedood tijdens het zware onweer van dinsdag. Damon meldde dit meteen aan zijn eigenaar. Bij terugkomst ontdekte Damon dat er 10 rijksdaalders uit zijn kist waren verdwenen.

Deze verklaring werd afgelegd voor de Raad van Justitie, met aanwezigheid van de heren Salomon van Echten en Johannes Smuts. De secretaris C. van Aerssen bekrachtigde dit document. Op 27 oktober 1786 werd de verklaring aan Damon voorgelezen, die bevestigde dat alles correct was opgeschreven.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0237  


Cornelis Snijman en Sebastiaan Rothman hebben verklaard dat Daniel Dikkop, toen hij naar Zwellendam werd gebracht en op de plaats van Rothman kwam, aan hen heeft bekend dat hij:

Deze verklaring is afgelegd aan de Kaap de Goede Hoop op 26 oktober 1786, voor de heren Salomon van Echten en Johannes Smuts, leden van de Raad van Justitie. De verklaring is ondertekend door secretaris C. van Aerssen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0235  


Op 28 november 1786 in Kaap de Goede Hoop erkende de verdachte voor commissieleden Johannes Martinus Horak en Andries van Sittert van de Raad van Justitie dat hij wist dat hij fout was en straf verdiende. De klerk R. J. van der Riet was hierbij aanwezig.

Op 13 december 1786 verscheen de Hottentot Daniel Dikkop voor de commissieleden van de Raad van Justitie. Na het voorlezen van zijn eerdere ondervraging bevestigde hij dat alles de waarheid was en dat er niets aan toegevoegd of weggelaten hoefde te worden. Dit gebeurde in het bijzijn van commissieleden W. F. van Reede van Oudshoorn en J. M. C. Hletterman en veldwachtmeester Johan Christiaan Lamprechts.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0233  


De verdachte had geweten dat het slachtoffer onbeschermd zou zijn. Hij viel haar van achteren aan met een steen, waardoor ze bewusteloos op de grond viel. In plaats van daarmee tevreden te zijn, sloeg hij haar op haar achterhoofd, voorhoofd en nek. Daarna bond hij een riem om haar hals en sleepte haar naar een huisje tot ze dood was.

Dit blijkt uit zijn antwoorden tijdens het verhoor. De rechtbank concludeert dat de verdachte met voorbedachte rade handelde. In de wet staat dat zelfs iemand die een persoon alleen verwondt met de bedoeling te doden, als moordenaar veroordeeld moet worden. Gezien alle omstandigheden is hier sprake van moord met arglist.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0227  


De verdachte verklaart dat hij een voorstel deed aan haar dienstmeid Catrijn, maar toen zij dit weigerde, heeft hij haar met een steen op het hoofd geslagen. Toen ze op de grond lag, heeft hij haar nog 3 slagen gegeven met zijn vuist.

De dienstmeid heeft na de slag met de steen niet meer gesproken, behalve dat ze zei "moet mij dood slaan". Hij geeft toe dat hij wist dat hij kwaad had gedaan, maar zegt niet te hebben geweten dat moord met de dood bestraft wordt. Hij rechtvaardigt dit door te zeggen dat zulke moorden vaak ongestraft blijven en dat Europeanen Hottentotten doodschieten zonder gevolgen.

Er wordt hem gevraagd naar:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0232  


HTML-formatted text:

Een jonge man werd beschuldigd van moord. Hij was verliefd geworden, maar toen zijn liefde werd afgewezen werd hij erg kwaad. Hij liet zich door woede meeslepen en deed iets onmenselijks. De jonge leeftijd van de dader kan als verzachtende omstandigheid worden gezien, omdat jonge mensen hun gevoelens vaak moeilijk kunnen beheersen. Vooral als ze teleurgesteld worden in hun verwachtingen, kunnen ze onredelijk handelen.

De misdaad zelf en de omstandigheden waren duidelijk gepland. De dader gebruikte een steen en een riem als moordwapens. Volgens rechtsgeleerde Carphovius zijn dit typisch werktuigen die wijzen op een vooropgezet plan om iemand te doden. De dader handelde niet in een plotselinge opwelling of uit ruzie, maar ging na overleg verraderlijk naar de plek van de moord.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0226  


De verdachte van der Noord beweerde van niets te weten omdat hij buiten was om vee te hoeden. Zijn schuldige geweten moet hem echter geen rust hebben gegeven, want hij vluchtte kort daarna. Omdat hij door zijn vlucht verdacht werd, is hij 3 dagen later 's nachts bij Leempregts opgepakt en overgedragen aan justitie. Alle omstandigheden rond de misdaad zijn onderzocht. De mishandeling van slavin Catrijn door de verdachte lijkt de enige oorzaak van haar vroegtijdige overlijden. Ook al had hulp van buitenaf haar misschien kunnen redden, de verdachte wordt gezien als de enige oorzaak van haar dood. Daarom zou hij de doodstraf moeten krijgen. Voor het bepalen van de straf moet rekening worden gehouden met:

De reden voor de doodslag lijkt te zijn dat de slavin Catrijn weigerde te voldoen aan de slechte eisen van de verdachte.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0225  


De tekst beschrijft een situatie waarin een slavin een kind had dat ongeveer 9 maanden oud werd. Het kind is overleden nadat het in het vuur was gekropen en zijn been had verbrand. Voor het overlijden waren er striemen op de billen van het kind gezien, die waren aangebracht door de vrouw des huizes met een lat. Andere slaven zeiden tegen de moeder dat ze blij mocht zijn dat het kind dood was, omdat ze geen moment rust had gehad.

Ongeveer 14 dagen na de bevalling had haar eigenaar Conradi opnieuw seksueel contact met haar gehad, totdat ze zwanger werd van haar huidige kind. Conradi dwong haar te zeggen dat het kind van een medeslaaf Iongo uit Madagascar was. Conradi en zijn vrouw hadden haar opgedragen een relatie te hebben met Iongo, maar zij koos in plaats daarvan een andere slaaf genaamd Abraham uit Bengalen.

Na de bevalling moest ze van Conradi tegen zijn vrouw zeggen dat het kind van een overleden metselaar Gerrit van der Blijk was, maar de vrouw van Conradi geloofde dit niet. Ongeveer 2 weken na de bevalling kreeg de slavin een knobbel in haar borst.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0030  


Een persoon had een slavin genaamd Jannetje geslagen. Hij beweerde dat hij haar alleen had geslagen omdat ze brutaal was tegen zijn vrouw. Hij zou haar eerst met een kweepeertak hebben geslagen. Toen deze brak, pakte hij een zweep (sjambok) om haar verder te slaan. De officier van justitie geloofde niet dat slechts enkele slagen met een kweepeertak en wat zweepslagen zulke ernstige verwondingen konden veroorzaken. Jannetje had over haar hele lichaam, van schouders tot benen, open wonden. Iedereen die haar zag toen ze ging klagen, vond het verschrikkelijk. De officier van justitie stelt dat de dader liegt over wat er gebeurd is. Hij vindt dat het verhaal van de slavin Seennetje veel geloofwaardiger is. Hij meent dat hij aan de rechtbank heeft bewezen welke misdaden de dader heeft gepleegd en welke straffen daar bij horen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0046  


De gerechtelijke medewerker verscheen voor de Raad van Justitie in het bestuur van Kaap de Goede Hoop. Hij vertegenwoordigde de landdrost van Swellendam, Constant van Nult Onkruydt, in een strafzaak tegen de Hottentot Daniel Oikkop.

Daniel Oikkop werkte op een veeboerderij van boer Hendrik van der Wat aan de Brakke Rivier. Hij werkte daar samen met twee slaven: Damen uit Bengalen en Catharina uit Batavia.

Ongeveer 3 maanden geleden, toen Damen zoals gewoonlijk wekelijks naar de woonplaats van Van der Wat was gegaan om eten te halen, probeerde Daniel Oikkop Catharina te verkrachten. Toen zij weigerde:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0223  


De slavin Jannetje van de Kaap heeft een verklaring afgelegd bij de Raad van Justitie. Deze verklaring werd aan haar voorgelezen in aanwezigheid van de burger Hendrik Memeling, die gemachtigd was door Fredrik Hendrik Conradi. Dit gebeurde in Kaap de Goede Hoop op 10 mei 1785. Omdat Jannetje niet kon schrijven, heeft ze een kruisteken gezet. Dit werd bevestigd door A.L. Bletterman, G.S. Cruywagen en Joh Smits.

In december 1783 kwamen twee jongens en een dienstmeid van burger Fredrik Hendrik Conradi naar Swellendam om een klacht in te dienen. De slavin werd naar het huis gestuurd, waar ze liet zien dat ze zwaar mishandeld was. De dienstmeid vertelde dat haar baas Conradi wilde dat ze zou zeggen dat het kind van Cornelis van Eeden was. Fredrik van Eeden bracht de slaven naar Jacobus Boota.

Dit werd vastgelegd in Bassemans pat op 29 juni 1783 door Cornelia van Deventer, de vrouw van Fredrik Jacobus.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0035  


Jas verklaart dat het touw in zijn zak zat en niet om zijn lichaam. Hij zegt dat die jonge persoon biltong (gedroogd vlees) en een schapenstaart had meegenomen. Hij zegt dat het een spantouw is waarmee hij de koeien melkt. Hij bevestigt dat:

De beestenwachter bevestigt dat Jas honderden meters Damon tegemoet is gegaan toen deze terugkwam. Ook wordt bevestigd dat ongeveer 3 maanden eerder Damon naar de woonplaats van zijn meester was gegaan om eten te halen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0230  


Op 24 maart 1787 was er een buitengewone vergadering in Kaap de Goede Hoop. Aanwezig waren de belangrijke heren:

De zaak ging tussen de landdrost aan de ene kant en Fredrik Hendrik Conradi en zijn vrouw Elisabeth Rossouw aan de andere kant. De rechtbank zou een uitspraak doen op basis van de door beide partijen ingediende stukken. Deze zaak was eerder op 22 maart 1787 ingediend, ondertekend door G. Exter.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0772  


Het bestuur van Kaap de Goede Hoop oordeelde namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden dat:

Dit vonnis is uitgesproken op 24 maart 1787 en eerder vastgesteld op 18 januari 1787. Het document is ondertekend door secretaris C. van Aerssen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0773  


Op 29 maart 1787 werd een bijzondere vergadering belegd in de ochtend. Pieter Hacker en Johannes Izaak Rhenius waren voorzitters. Alle leden waren aanwezig behalve de heer van Oudshoorn die ziek was. De officiële klerk Ryno Johannes van der Riet presenteerde een verklaring namens de landdrost van Swellendam, Constant van Nult Onkruijdt.

Elisabeth Rossouw, de vrouw van burger Fredrik Hendrik Conradi, had op 5 juni 1783 een verzoekschrift ingediend. Ze had hiervoor een juridische machtiging van haar man. In het verzoekschrift stonden beledigende en onbehoorlijke uitdrukkingen. Er werd gesteld dat de landdrost niet als een eerlijk gezagsdrager functioneerde.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0774  


De corporaal Beyseld werd betrapt op fraude en bestraft met zweepslagen en opsluiting in de kazerne. Hij kreeg een merkteken op zijn arm dat hij nog steeds draagt. De burgers Visage en Antonisz hebben zichzelf strafbaar gemaakt door smokkelwaar in hun huis toe te staan.

De inspectie was niet uitgevoerd op basis van een simpel vermoeden, maar was gebaseerd op:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0770  


De gezworen klerk van de landdrost van Graaff-Reinet rapporteerde het volgende: Morits Herman Otto Woeke, landdrost van de kolonie Graaff-Reinet, meldde dat op 26 november van het vorige jaar 34 Hottentotten waren weggelopen van de burgers Pieter en Stephanus Venter en Hendrik Kruger, die achter de Renosterberg woonden. De Hottentotten hadden 8 geweren met kruit en lood meegenomen.

De lokale bewoners hadden een gewapende groep achter de weglopers aangestuurd, maar deze had niets bereikt. De weglopers hielden zich schuil in het veld. Op 3 december reden de burgers Albertus Viljon en Barend Jansz van de plaats Zeekoeigat (gelegen achter de Sneeuwberg) naar een stuk land van burger Jan Viljon om water te leiden naar een stuk korenveld. Bij hun terugkomst bij de Paardevallei werden ze plotseling aangevallen door deze weglopers, die zich achter een oude stenen kraal hadden verstopt. Er werd op hen geschoten. De aanvallers werden aangezien voor Bosjesmannen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0763  


Johannes Litzel, een soldaat van de Oost-Indische Compagnie, werd beschuldigd van crimineel gedrag. De zaak werd behandeld door de Hoge Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden. De klerk Rijno Johannes van der Riet beheerde de zaken voor de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman. Het geval werd voorgelegd aan de presidenten Pieter Hacker en Johannes Izaak Rhenius en de raad van justitie van het gouvernement. De soldaat vroeg om genade en moest in de rechtszaal om vergiffenis vragen voor zijn gedrag. Hij werd berispt en moest de proceskosten betalen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0760  


De vertegenwoordiger van de Land-drost van Zwellendam deed verslag over het volgende: Een Hottentot genaamd Heijntje dit Plooij werd gearresteerd door Adriaan Jonker in het district Zwellendam. Heijntje bekende meteen dat hij geld had ontvangen van gestolen goederen van burger Sebastiaan Rotman. Dit geld kreeg hij van de weduwe van Hendrik de Plooij, die woonde aan de andere kant van de Gous rivier in het oude Niqua Land. Jonker stuurde de gevangene naar Zwellendam, waarna de Land-drost hem doorstuurde. De zaak werd voorgelegd aan:

De Hottentot gaf tijdens zijn verhoor een geloofwaardige verklaring af over de gebeurtenissen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0741  


De raad heeft een rechtszaak behandeld. Na het bestuderen van de documenten van beide partijen heeft de raad namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden de eis van de openbare aanklager tegen de verdachte afgewezen.

De raad nam ook aanstoot aan de ongepaste uitdrukkingen die advocaat Jacobus van Leeuwen tijdens het proces tegen de openbare aanklager had gebruikt. Daarom werd Van Leeuwen veroordeeld tot het betalen van alle proceskosten.

Dit vonnis werd uitgesproken in Kaap de Goede Hoop op 18 januari 1787 en officieel bekendgemaakt op 25 januari. Het document werd ondertekend door secretaris C. van Aerssen.

Bij deze zaak waren betrokken:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0740  


Op 18 januari 1787 vond er een buitengewone vergadering plaats. De raad besprak twee rechtszaken:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0738  


Op donderdag 11 januari 1787 werd er 's ochtends een vergadering gehouden. Aanwezig waren de vertrekkende voorzitter Pieter Hacker en alle leden, behalve de nieuwe voorzitter Johannes Izaak Rhenius en van Reede van Oudtshoorn. De eerste was afwezig vanwege andere bezigheden en de laatste door ziekte.

De tijdelijke officier van justitie Gabriel Exter presenteerde een lijst van werknemers van de VOC die in het afgelopen jaar hun werk hadden verlaten en waren weggelopen. Hij vroeg of deze weggelopen personen officieel konden worden opgeroepen om voor de Raad te verschijnen, zoals voorgeschreven door het bestuur in Indië.

De Raad besloot dat deze weggelopen personen via openbare aankondiging (door klokgelui) zouden worden opgeroepen. Ze kregen 4 weken de tijd om voor de Raad of haar afgevaardigden te verschijnen om zich te verantwoorden voor het weglopen. Als ze niet zouden komen, zouden ze worden gestraft volgens de geldende regels.

Dit document werd opgesteld aan de Kaap de Goede Hoop en ondertekend door secretaris C. van Aerssen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0737  


De slaaf Waardien Firman van Batavia (ongeveer 35 jaar oud) vermoordde een andere slaaf, Lena van Batavia. Hij deed dit op donderdag 15 november in de keuken, waar Lena met het kind van haar meesteres aan het spelen was. De reden voor de moord was dat ze regelmatig ruzie hadden omdat Waardien niet altijd geld aan haar wilde geven nadat ze seksueel contact hadden gehad.

Waardien stak Lena drie keer met een mes, waarbij één steek in haar rechterzijde tussen de vijfde en zesde rib haar long trof. Een arts stelde vast dat deze verwonding dodelijk was. Lena liep nog een paar stappen de straat op voordat ze dood neerviel. Waardien werd direct door zijn meesteres vastgehouden en daarna aan het gerecht overgedragen.

De rechtbank stelde vast dat zo'n bewuste moord in een land waar recht en gerechtigheid gelden, gestraft moet worden als afschrikwekkend voorbeeld voor anderen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0662  


De slaaf genaamd Sirreman verscheen voor de Raad van Justitie in Kaap de Goede Hoop op 26 november 1787. De raadsleden Carel NaDa en Johannes Snit ondervroegen hem. De vertaler Zondk Matthyssen en secretaris Van Aarssen waren ook aanwezig. Op 27 november 1787 werd de verklaring voorgelezen aan Sirreman, die bevestigde dat alles correct was opgeschreven. Hij wilde niets toevoegen of weghalen. De verklaring werd ondertekend door Sirreman (met een kruismerk), de vertaler en de beëdigde klerk A J Vdsuit. Ook CoMappa en Johannes tekenden als commissieleden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0661  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/