Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Op 22 mei 1710 werd een slavin genaamd Marie onderzocht en voor de eerste keer verbonden. Ze was mishandeld door haar eigenaar Pieter Bekker. De chirurgijn Justus Penning behandelde haar gedurende 30 dagen twee keer per dag tot ze volledig genezen was. Er werd een zalfje en een laxeermiddel gebruikt. De totale kosten voor de behandeling bedroegen 12 rijksdaalders en 3 stuivers. Het document werd ondertekend in Kaap de Goede Hoop op 16 juli 1710 door Justus Penning en G. Chibault.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10996 / 0081  


Op 25 april 1710 speelde zich het volgende af in en rond Stellenbosch:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10996 / 0078  


Op 11 mei 1710 legde een slavin genaamd Wille Marij van Ceylon, eigendom van Pieter Bekker, een verklaring af voor de heemraden van Stellenbosch en secretaris Jan Maheu. Ze vertelde dat kort na Pasen haar meester Pieter Bekker, samen met knecht Matthijs Sraal en een slaaf genaamd Frans, haar drie dagen achter elkaar mishandelde omdat ze een pan niet goed had schoongemaakt. De mishandelingen bestonden uit:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10996 / 0069  


Een slavin werd onderworpen aan gruwelijke mishandelingen. Deze bestonden uit:

Dit blijkt uit meerdere getuigenverklaringen en bekentenissen, waaronder die van de opzichter. Omdat een deel van deze ernstige misdaad is bekend, wordt de dader schuldig geacht aan het geheel.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10996 / 0089  


De tekst beschrijft hoe een aangeklaagde man 2 overleden slaven illegaal in zijn tuin heeft begraven. Dit was tegen de wet omdat voor een begrafenis toestemming nodig was. De man heeft dit bekend in zijn bekentenis. Hij en zijn knecht Matthijs Craas hebben samen ook een slavin genaamd Marie van Zeijle ernstig mishandeld. Dit deden ze omdat zij bij de fiscaal (aanklager) een aangifte wilde doen over een moord die de eerste aangeklaagde zou hebben gepleegd op een Khoikhoi (vroeger 'Hottentot' genoemd).

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10996 / 0088  


Op 27 juni 1710 werd een man ondervraagd over gebeurtenissen op 25 april in het huis van Jan Roux van Blous. Hij had daar tegen een slavin verschillende uitspraken gedaan in aanwezigheid van Caas Elbertsz en Steeven ter Blanche. Hij wees daarbij op zijn ellebogen en zei:

Toen hem verder werd gevraagd over zijn jongens, zei hij dat God zijn jongens had weggehaald. Hij vertelde dat de jongens hem hielpen met brood verdienen, maar dat de dienstmeid een plaag in zijn huis was. Over de dood van Andries Gousch zei hij niets te weten en dat hij in het bos was. Hij wist ook niet of Steeven Gousch aanwezig was toen Andries Gousch stierf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10996 / 0043  


De aanklager vraagt om Pieter Bekker zwaar te straffen omdat hij de wet heeft overtreden en alle grenzen van redelijkheid heeft overschreden. Hij eist de volgende straffen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10996 / 0092  


In het jaar 15 december 1707 werd in het Kasteel de Goede Hoop een uitspraak gedaan. De rechters vonnisten dat de slaven Aaron en twee andere slaven:

Dit vonnis werd getekend door:

Het vonnis werd 17 december 1707 uitgevoerd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0103  


Die dag ontmoeten vier ontsnapte slaven een Europeaan in de groene kloor in het veld. Hij had een geweer en twee holsters bij zich. Ze vroegen hem om water, waarop hij hen naar een fontein bracht. Na het drinken vroeg Augustijn om een pijp tabak. Ze gingen in het veld zitten en rookten om de beurt de pijp. De Europeaan, die erg moe was en moeilijk kon lopen, vroeg hen rustig vooruit te gaan. Augustijn viel de man toen aan. Aaron van Matthijs Wigman volgde en samen gooiden ze hem op de grond. Titus sprong ook bovenop hem om hem beter vast te kunnen houden. Augustijn, Anthonij en anderen hadden messen meegenomen. Anthonij sleep deze eerst op een grote steen en gaf messen aan Augustijn, Aaron en Titus. Met een mes in zijn eigen hand viel Anthonij de Europeaan aan. Hoewel de man smeekte om zijn leven en beloofde hen niet te zullen vangen of beledigen, begon Augustijn hem bij zijn keel te verwonden. Aaron, Titus en Anthonij sneden en staken hem met hun messen in zijn lichaam.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0064  


Marie van Madagascar bekende dat een jongen was vermoord. De jongen van hun baas kreeg een opgerolde zakdoek in zijn mond van Augustijn, zodat hij niet kon roepen. Augustijn sneed de keel van de slapende jongen door met een mes en rukte zijn strottenhoofd eruit. Met vier jongens werd het lichaam aan de benen door de bosjes gesleept.

De reden voor deze moord was dat ze schaapdieven waren. Ze wilden eerst de jongen doden en daarna schapen stelen. Ze waren bang dat de jongen wakker zou worden tijdens het stelen. Ze hebben uiteindelijk geen schapen meegenomen omdat ze mensen of Hottentotten zagen, waarna ze zich verstopten in de bosjes.

Dit werd vastgelegd in het Kasteel de Goede Hoop op 11 november 1707. Jan Brommert en C. Botma, leden van de raad, waren hierbij aanwezig. Marie van Madagascar deed deze bekentenis vrijwillig, zonder dwang of dreigementen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0037  


De slaaf van de burger Johannes Herske, genaamd Abraham, werd wakker toen ze dichterbij kwamen. Hij wilde opstaan om naar zijn schapen te kijken. Ondertussen hadden Augustijn, Grote Aaron, Titus en Antonij, op voorstel van Augustijn en in aanwezigheid van Grote Marie, samen besloten om:

Augustijn viel als eerste de slaaf Abraham aan en greep hem bij zijn haar. Grote Aaron trok zijn benen onder hem vandaan waardoor hij achterover op de grond viel. Titus en Antonij kwamen er ook bij, terwijl Grote Marie toekeek. Ze hielden zijn handen vast. Titus rolde zijn zakdoek op en gaf die aan Augustijn om in Abrahams mond te stoppen zodat hij niet kon schreeuwen.

Terwijl de slaaf door de vier moordenaars werd vastgehouden, pakte Augustijn, als leider van de moordenaars, zijn mes en sneed Abrahams keel door. Blijkbaar nog niet tevreden hiermee, trok Augustijn ook nog het strottenhoofd uit de keel en gooide het op de grond.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0014  


Ze vertelt dat ze bij de Rode Bloem in de Kloor zijn geweest. Ze zijn toen met het gezelschap van de Windberg daar naartoe gegaan. De jongen van Matthijs Wigman was erbij. Ze hadden die nacht verschillende spullen meegenomen:

De jongen Augustijn had een bajonet bij zich, en Anthonij van der Linden had een grote platte kaas meegebracht. Ze zijn tot de volgende maandag gebleven. Ze zegt niet te weten of er brandewijn is gehaald.

Ze vertelt dat de jongen van haar meester Augustijn wat geld in een wit zakje en een koperen tabaksdoos van de vermoorde jongen van Heufke had genomen nadat ze hem de keel hadden doorgesneden. De jongens hebben dit onderling verdeeld.

Dit gebeurde op maandagmiddag rond 16:00 uur. Ze stond er 2-3 stappen vandaan. Matthijs Wigman zijn jongen bond de benen van het slachtoffer vast. De jongen van Fredrik van der Lind, Anthonij, hield de handen vast. De slaaf van Matthijs Wigman is twee keer brandewijn gaan halen bij Lambert van Hoff.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0036  


De slaaf van Matthijs Wigman, van assistent Baarsenburg, had gestolen kleding en brandewijn meegenomen. Ze gingen 's nachts door tot over de rug van de Windberg in de kloof, waar ze de rest van de nacht verbleven.

De volgende zondag gingen Augustijn, Grote Aaron, Titus, Antonij en Grote Marie stiekem naar beneden. Jannetje, Kleine Aaron en Kleine Marie volgden op afstand met de bagage. De 5 gevangenen passeerden de Zouterivier bij de palen. Dit gebeurde niet in de namiddag zoals Grote Marie, Jannetje en anderen beweerden in hun verhoor, maar tegen de avond zoals Augustijn en Grote Aaron verklaarden in hun verhoor. Dit laatste wordt als meer waarschijnlijk gezien.

De slaven Augustijn, Grote Aaron, Titus, Antonij en Grote Marie vervolgden hun weg totdat ze uiteindelijk in het open veld rond de Zouterivier gingen slapen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0013  


De aanklager beschrijft hoe 8 gevangenen een zeer ernstige misdaad hebben begaan. Vooral 4 jongens (Auguste, Groote Daron, Titus en Anthonij) waren hierbij betrokken. Ze hadden samen met 2 kinderen van Groote Marie en Kleine Marie een plan gemaakt. Op een zondagnacht, ongeveer 10 weken geleden, zijn ze weggelopen van hun meesters. Ze wilden naar het eiland Madagascar vluchten. Hiervoor hadden ze van hun meesters het volgende meegenomen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0012  


Een jonge lijfeigene genaamd Aaron van Coutchin, ongeveer 10-11 jaar oud en eigendom van burger Mighiel Leij, heeft een verklaring afgelegd voor de rechtbank. Hij vertelde aan openbaar aanklager Joan Blesius dat hij ongeveer 5-6 weken geleden op een zondagavond door Augustijn en Marie onder doodsbedreigingen was overgehaald om met hen en Titus weg te lopen.

De groep vluchtelingen bestond uit:

Ze vluchtten eerst voorbij de Roode Bloem en bij dageraad naar de kloof van de Windberg. Rond 16:00 uur gingen ze naar de Soute Rivier. Augustijn, Titus, de andere Aaron, Anthonij en Marie liepen voorop. Aaron van Coutchin, Jannetje en de andere Marie volgden langzaam met de bagage. Die avond staken ze bij de zalen de Soute Rivier over. Daar hoorde Aaron van Coutchin de voorlopers vertellen dat ze onderweg een jongen hadden vermoord, waarvan hij zelf niets had gezien of geweten. Ze bleven ongeveer 14 dagen weg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0063  


De 8 gevangenen hadden grote platte stenen in hun zakken gestopt. Ze gingen naar een Europese man. De eerste 4 gevangenen hadden besloten om hem te doden. Bij een fontein had de man om water gevraagd. Augustijn vroeg de man om een pijp tabak, die hij kreeg. De 4 oudere jongens rookten deze om de beurt op terwijl ze op de grond zaten. De Europese man laadde zijn geweer terwijl ze erbij waren. Augustijn, Titus, Antonij en een andere grote jongen vielen hem aan waardoor het geweer afging zonder iemand te raken. De 4 jongens gooiden de Europese man op de grond, waarbij Antonij zijn benen vasthield. De Europese man smeekte voor zijn leven en beloofde hen te laten gaan en niet te arresteren. Titus pakte dezelfde doek die ze eerder bij de schaapherder hadden gebruikt en gaf deze aan Augustijn, die hem in de mond van de Europese man stopte zodat hij geen geluid kon maken. De gevangen slavin Jan, die samen met kleine Marie en kleine Aar op afstand stond, riep naar Augustijn om de man te laten gaan toen ze het gejammer van de overmeesterde Europeaan hoorde.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0098  


Hij verklaarde dat hij Augustijn had geroepen om mee te doen aan hun wrede handeling. Maar hij wilde dat niet zien omdat hij bang was. Toen riep hij zijn bazin Marie, die gretig naar hem toe kwam. Hij ging samen met Jannetje en anderen, plus Marie en twee kinderen, vooruit weg. Toen hij omkeek zag hij duidelijk dat Augustijn het geweer ophief en de mishandelde man nog een klap gaf.

De 4 slaven die de man hadden vermoord, kwamen later samen met slavin Marie vertellen dat ze:

Daarna gingen ze met 8 slaven en slavinnen plus 2 kinderen naar Saldanhabaai. Daar werden ze door de posthouders van de Compagnie gearresteerd en naar de Kaap gebracht, waar ze aan justitie werden overgedragen.

Deze bekentenis is afgelegd in het Kasteel de Goede Hoop op 11 november 1717, voor de heren Jan Brommert, Cornelis Botma en Hendrik Donker, leden van de raad.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0065  


De slavin Jannetje heeft beschreven hoe Augustijn een touw van Titus heeft gepakt en dit om de nek van een Europeaan heeft gedraaid. Augustijn heeft vervolgens met een mes de keel van het slachtoffer doorgesneden. Het slachtoffer werd door Anthonij onder zijn voeten weggeschopt waardoor hij achterover viel. Toen het slachtoffer opstond heeft Anthonij hem met een mes in zijn bil gestoken. Augustijn en Matthijs Wigmans Aaron hebben daarna met hun messen de buik van het slachtoffer opengesneden. Jannetje is toen met haar spullen weggelopen. Ze zag dat de jongens de ingewanden, een been en een hand hebben weggegooid. Na deze moord heeft Augustijn met zijn bebloede mes vijgen gesneden en opgegeten. Toen Jannetje zei dat hij zijn mes moest afvegen, antwoordde hij dat hij het bloed ook wel wilde drinken. Ze hebben het vermoorde lichaam achtergelaten en zijn naar de Saldanhabaai gegaan. Daar werden ze door de bewakers opgepakt en naar de Kaap de Goede Hoop gebracht, waar ze werden overgedragen aan justitie.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0083  


De rechtbank heeft het volgende besloten voor 8 gevangenen, na het horen van hun eigen bekentenissen en het zien van de bewijsstukken: De volgende personen werden veroordeeld:

De lichamen van deze 5 veroordeelden moesten daarna naar het galgenveld gesleept worden en op een rad tentoongesteld blijven tot ze door vogels waren opgegeten. Ook werden Jannetje en Kleine Marie veroordeeld.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0102  


De aangeklaagde Jannetje van de Kaap heeft de beschuldigingen bevestigd nadat deze haar voorgelezen waren. Ze vulde aan dat het Europese slachtoffer, die op de grond lag, smeekte om zijn leven. Hij beloofde dat hij hen niet zou laten arresteren of beschadigen. Jannetje riep toen dat er mensen aankwamen om de man los te laten, hoewel er niemand was. De slavin Marie, eigendom van Hendrik Meijboom, klapte in haar handen tijdens de moord en riep lachend "Augustijn bon" (wat betekent "Augustijn is goed"). Jannetje bleef bij haar bekentenis en wilde niets toevoegen of weglaten. Dit werd vastgelegd in het Kasteel de Goede Hoop op 14 november 1707, voor de raadsleden Brommert en Donker.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0084  


Augustijn stond daar met Jannetje en de kleine Marie. Tijdens een gruwelijke gebeurtenis klapte de kleine Marie in haar handen en riep naar Augustijn dat het goed was. Ze hebben een Europese man ernstig mishandeld om te voorkomen dat hij herkend zou worden. Ze wilden dat mensen zouden denken dat een wild dier hem had gedood.

Na deze wrede moord lieten ze het verdeelde lichaam achter in het veld. Augustijn sneed met zijn bebloede mes wat vijgen en deelde die uit. Jannetje vroeg hem waarom hij zijn mes niet schoonmaakte. Hij antwoordde dat hij het bloed wel wilde drinken om sterk te worden.

De 8 gevangenen gingen daarna met 2 kleine kinderen naar de Saldanhabaai. Daar werden ze opgepakt door bewakers van de Compagnie en enkele Hottentotten. Na enkele dagen, toen Jannetje hoorde dat ze naar de Kaap gebracht zouden worden, bekende ze beide moorden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0100  


Dit is een rechtszaak van Joan Blesius, de onafhankelijke officier van justitie van het district, tegen 8 gevangen slaven en slavinnen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0011  


Een slavin genaamd Marie van Madagascar, die eigendom was van de vrije burger Mighiel Leij, werd ondervraagd door de rechtbank van het kasteel de Goede Hoop. Ze was ongeveer 18 tot 20 jaar oud.

Marie verklaarde dat ze was overgehaald om weg te lopen door enkele jongens van haar meester. Ze zouden naar Portugees gebied gaan. De volgende slaven waren bij de ontsnappingspoging betrokken:

De ontsnapping vond plaats op een zondagavond, ongeveer 5 tot 6 weken voor deze ondervraging.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0035  


Het verhaal gaat over een slavin genaamd Jannetje van de Caab, die eigendom was van Elias Kina. Ze werd ondervraagd door de rechtbank in het kasteel over haar weglooppoging.

Een jonge slaaf genaamd Aaron, die bij Matthijs Wigman hoorde, had haar overgehaald om 's nachts rond 1 uur weg te lopen. Het plan was om naar Madagascar en daarna naar Bengalen te gaan. Aaron had haar verteld dat haar moeder en andere slaven hen zouden opwachten bij de Zoute Rivier.

De volgende slaven waren ook betrokken bij de ontsnappingspoging:

Dit alles gebeurde tussen zondag en maandag, ongeveer 5 weken voor het verhoor. Jannetje was naar schatting 16 of 17 jaar oud.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0079  


Titus gaf een bonte zakdoek aan Augustijn, die deze in de mond van het slachtoffer stopte om hem stil te houden. Augustijn en de persoon die bekende staken met messen naar de keel van de Europese man. Anthonij werd geschopt door het slachtoffer en viel achterover. Hij werd boos en stak het slachtoffer in zijn bil terwijl Augustijn zijn keel doorsneed. Grote Marie hield op bevel van Augustijn de handen van het slachtoffer vast terwijl Titus op hem zat. Jannetje, Kleine Marie en Kleine Aaron stonden op afstand. Jannetje riep dat er mensen aankwamen, maar dit was niet waar. Augustijn zei dat hij niet bang was, ook al zouden er 3 of 4 mensen komen. Na de moord:

Augustijn verwondde zichzelf toen zijn mes brak. Kleine Aaron was bang en keek samen met Jannetje en Kleine Marie van een afstand toe. Kleine Marie klapte in haar handen en riep naar Augustijn dat het goed was. Ze verminkte het lichaam zo erg zodat het niet herkend zou worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0059  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/