Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De eerste gevangene ging de kamer binnen en stal 7 rijksdaalders en 2 schellingen uit de open lessenaar van zijn baas terwijl de tweede gevangene in de kombuis stond. Door dronkenschap weet de eerste gevangene niet zeker of hij 1 of 2 schellingen aan de tweede gevangene gaf, maar de tweede gevangene bekent dat hij 1 schelling heeft ontvangen van het gestolen geld.
Tijdens de diefstal kwam de compagniesslavin Lijs binnen. Ze zag de eerste gevangene in de kamer en vroeg wat hij daar deed. Hij antwoordde dat hij daar wilde slapen. Kort daarna vluchtten beide gevangenen met het gestolen geld naar het Nieuwe Land.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0245 Twee slavinnen genaamd Trijntje en Cler hebben aan hun bazin bekend dat Floroe meerdere keren de achterdeur heeft opengemaakt zodat Mensink bij Trijntje kon komen om seks met haar te hebben. Trijntje vertelde dat wanneer de bazin boven at of bezoek had, zij Mensink binnenliet die zich verstopte in het afdak waar Trijntje sliep.
Op een keer toen de bazin boven zat en Mensink weer was binnengelaten, moest hun andere slavin Flora peper uit het afdak halen. Mensink hoorde iemand komen en vluchtte in een ondergelopen kelder. Flora riep geschrokken "O god wat is daar!", maar Mensink stelde haar gerust. Flora deed daarna haar werk zonder de bazin iets te vertellen.
Later bekende Trijntje alles. Mensink droeg toen blote benen, een kabaaij (soort jas) en een doek om zijn hoofd. Hij leende later Trijntje's kabaaij omdat die van hem nat was geworden. Enige tijd later kreeg Trijntje een jongetje. De tweede nacht na de bevalling, tussen 12 en 1 uur, hoorde ze gerommel bij het raam van haar kamertje. Ze deed het raam open en Mensink vroeg wat haar bazin van het kind zei. Trijntje antwoordde dat volgens de bazin het een halfbloed kind was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0722 Een vrouw ontdekte dat haar slaaf Carel en slavin Flora bij het huis van Mensink omgang hadden. Via hen kwam Mensink te weten wat er in haar huis gebeurde. De moeder van Mensink was blij toen ze hoorde dat de vrouw ziek was en gaf Carel een glas bier. De slaaf Gerrit vertelde aan Carel dat hij slavin Trijntje moest waarschuwen dat er iets nog niet klaar was, maar dat hij het de volgende dag zou brengen. Die nacht rond 1 uur hoorde de vrouw op zolder, waar Trijntje sliep, geritsel dat doorging tot even na de nachtwacht. De vrouw ging naar boven en zag door een gat dat Mensink:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0731 Een persoon ontkent een meisje seksueel lastig te hebben gevallen. Hij geeft wel toe dat hij:
Hij ontkent dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0334 De santri van Cirabon werd ondervraagd door de rechtbank op verzoek van openbaar aanklager Willem van Putten. De vragen werden vertaald tussen Maleis en Nederlands.
Santri van Cirabon verklaarde:
Echter, Paris, Jannis en slavin Ombo verklaarden dat de Javaan santri:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0591 De slavin Trijntje verklaart onder ede dat alles wat eerder gezegd is de waarheid is. De jonge Gerrit had haar een mes en peperkoek naar de gevangenis gebracht. Hij vertelde haar dat zijn baas had gezegd dat als haar mevrouw haar zou verkopen, hij haar weer terug zou kopen. Toen Gerrit voor de derde keer met haar in de gevangenis wilde spreken, heeft Koopman dit verhinderd.
Dit werd vastgelegd in het Kasteel de Goede Hoop op 18 november 1712, in aanwezigheid van secretaris Daniel Gebault en commissarissen Jan Swellengrebel en Hendrik Bannan.
Bij een nadere ondervraging voegde Trijntje toe dat Isaacq bij haar aan het venster van de grote kamer is geweest toen zij niet naar buiten kon. Ze weet niet of het een hand van een van de geëxecuteerde personen aan de galg was, en Gerrit heeft haar dit ook niet verteld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0764 Mensink stuurde eerst zijn dienstmeid Trijntje naar haar om te vertellen dat ze haast moesten maken voordat hun bezittingen zouden worden gescheiden. Mensink liet zijn zoon Carel een weulter (ladder) tegen het huis zetten. Daarna lieten zijn knechten Isaacq en Gerrit daar een ladder tegenaan zetten. Via deze ladders kwam hij op haar zolder. Ze spraken af dat Trijntje een waarschuwing zou geven wanneer Mensink weer zou komen, met de belofte haar niets aan te doen. Ze had inmiddels door dat alles was uitgekomen. Toen Trijntje hoorde dat Mensink zou komen, was alles voorbereid met getuigen in de herberg Flora. Nadat de deuren en ramen gesloten waren, werd een jongen van Mensink genaamd Gerrit via een kelderraampje gewaarschuwd dat er mensen in huis waren die hem wilden betrappen. Hierdoor mislukte het plan die avond. Nadat Trijntje alles aan de rechter had bekend, werd ze door justitie opgepakt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0732 Op 22 juli 1713 legde Margaretha Hoefnaegel, weduwe van Albert Barentsz te Gildenhuyse, een verklaring af voor secretaris Daniel Thibault van de Raad van Justitie. Dit deed ze op verzoek van de onafhankelijke officier van justitie Cornelis van Beaumont. Ze verklaarde dat:
Ook Elsele Meyer, echtgenote van burger Hendrik Gildenhuyse, verklaarde dat ze die dag in de kamer kwam waar de kast stond en daar slaaf Mael bij de kast aantrof.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0239 Op 27 januari 1713 verschenen voor Daniel Nhibault, secretaris van de rechtbank van dit district, in aanwezigheid van getuigen Jurriaan Bronswinkel (hoofdchirurg) en Jan Casper Rigter (apotheker), beiden in dienst van de Compagnie. Op verzoek van waarnemend officier van justitie Willem van Putten verklaarden zij het volgende:
Jan Casper Rigter was in november (precieze dag onbekend) 's avonds bij het huis van Elisabeth Lingelbagh, de vrouw van het geschorste gemeenteraadslid Willem Menssink. Zij klaagde over vreselijke pijnen door haar hele lichaam. In haar ontlasting had ze iets vreemds gevonden. Rigter zag haar uit een nachtspiegel met ontlasting een klein pakketje halen dat volgens hem bestond uit iets dat op haar leek en iets dat op gras leek. Bronswinkel was later die avond ook aanwezig.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0817 De metselaar Andries gaf een valse sleutel aan een slavin. De slavin Stora gebruikte deze om het kistje van haar meesteres open te maken. Ze stal er 5 zakdoeken uit en gaf die aan Andries. De jongen Gerrit, die voor brouwer Mensink werkte, gaf door een raam van de grote kamer poeder aan Trijntje. De ondervraagde persoon zegt dat hij dit heeft gezien en het poeder heeft weggegooid omdat hij bang was er ziek van te worden. Ook gooide hij een glas bier weg dat hij van Gerrit had gekregen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0809 Op 19 november 1712 werd in het kasteel De Goede Hoop een verhoor afgenomen over Trijntje, een slavin. Het ging over een gebeurtenis waarbij ze een jongetje had gekregen. De zaak draaide om:
Het document is ondertekend door Daniel Thibault als secretaris en door Jan Swellengrebel en Hendrik Bauman als gemachtigden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0769 De volgende gebeurtenissen vonden plaats:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0474 De gevangene vertelt dat ze om 23:00 uur naar een huis zouden gaan om in te breken via een raam en de vrouw des huizes te vermoorden. Op een nacht hoorden ze geluid in het huis en zijn ze teruggegaan. De gevangene zou een teken geven door een gat in het dak wanneer de kust veilig was.
Andries klom op het dak en vroeg waarom hij was teruggekomen. De gevangene antwoordde dat hij alleen met slavin Clora naar buiten was gestuurd. Ze vulden twee emmers water, waarin Andries een soort poeder gooide. Toen de gevangene het water wilde weggooien, werd dit verhinderd door Andries.
Op weg terug naar huis met het water werd de gevangene gevolgd door Andries tot aan het huis van Sint Bergsted. Andries keek hem na tot aan de deur van zijn meesteres' woning. Kort daarna werd Andries gearresteerd.
De derde gevangene, Gerrit, werd door brouwer Menssink overgehaald om niets te zeggen tijdens zijn eerste verhoor bij de commissarissen, zelfs al zou hij sterven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0682 Gerrit van Tutukorijn, een slaaf van de weduwe Rutgerts Meussink, werd ondervraagd door de rechtbank van het gouvernement. De ondervraging werd gedaan op verzoek van de aanklager Willem den Staaf.
De slaaf verklaarde het volgende:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0767 Cathijs van Alsoo ternaten, ongeveer 45 jaar oud, die als lijfeigene toebehoorde aan boer Jan van Ceijlon, heeft in gevangenschap zonder dwang bekend dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0195 Jameetje vertelde tegen zijn baas dat zij samen met Jan Hendrik Saij op een kind had gepast. Ze vroeg om een gratis glas bier. De baas vroeg of ze niet al betaald was voor het oppassen, waarop Jannetje 'ja' antwoordde. Daarna zei ze: "Wil je me nu geen bier geven? Je hebt me wel twee jaar gebruikt, en nu zul je mijn achterste niet meer hebben."
Er wordt ook gesproken over een slavin van het Nieuw Land die meerdere keren op verzoek van de baas is geroepen, en die vervolgens naar de kamer ging. Ook wordt er verwezen naar een slaaf genaamd Carel die eigendom was van Jus d'on Lingelbagh.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0744 Pantrij was in de logie aanwezig met enkele compagnieslaven. Pantrij vertelde dat hij vrij was en dat de compagnieslaven moesten weglopen. Hij zegt niet te weten wie het buskruit en de kogels heeft geregeld en wie deze naar Constantia heeft gebracht. Hij zegt dat hij nooit eerder op Constantia is geweest. Pantrij en Lampi hebben de voorraden geregeld en samen met enkele anderen naar Constantia gebracht. Hij ging met een slavin op de dag van vertrek naar Constantia. Onderweg ontmoetten ze Lampe, waarmee ze verder naar Constantia gingen. Bij aankomst op Constantia vond hij niemand daar.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0484 De slaaf Isaac werd op 6 december 1712 ondervraagd in het kasteel De Goede Hoop. Bij deze ondervraging waren aanwezig secretaris Daniel Gibault en de commissarissen Jan de la Fontaine en Hendrik Bouman. Dit was zijn derde verhoor, op verzoek van officier van justitie Willem van Zutten. De slaaf Isaac ontkende dat hij een werktuig had gegeven aan de slavin Flora om de kasten en lessenaar van haar meesteres open te maken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0745 Hij kreeg van zijn baas blauwe pakketjes met poeder en doodsbeenderen, die op verzoek van Mensink waren gemaakt. Deze moest hij aan Trijntje geven die het moest mengen in het eten van haar juffrouw.
Hij weet niet wat er in het bier zat dat hij aan Trijntje tijdens haar kraambed bracht, en later aan Carel gaf om te drinken. Dit bier had hij in opdracht van zijn baas aan Carel gegeven en was vergiftigd.
Er wordt gevraagd of hij in opdracht van zijn baas op een avond in het donker een hand heeft gevild, en of hij die aan Trijntje heeft gegeven met de opdracht deze aan het hoofdeinde van haar juffrouw's bed te begraven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0798 Mensink had een afspraak met Trijntje om elkaar te ontmoeten in een goot tussen twee huizen. Ze hadden daar meerdere keren lichamelijk contact. Hij vroeg haar of hij 's nachts bij haar in huis mocht slapen. Trijntje antwoordde dat dit lastig was omdat ze in de kamer voor het bed van haar mevrouw sliep. Mensink beloofde haar iets te geven om haar mevrouw in slaap te brengen. Hij gaf haar een bundeltje met:
Hij zei dat ze dit aan het voeteneinde van het bed van haar mevrouw moest leggen. Trijntje deed dit. Later werd zo'n zelfde bundeltje gevonden. Die avond kwam Mensink door het raam naar binnen en had contact met haar. Dit ging een tijd zo door. De mevrouw hoorde op een nacht geluiden. De volgende dag liet ze een slavin in de Flora in de keuken slapen en Trijntje in het voorhuis. Ze zag meerdere keren Mensink en zijn slaven rond het huis lopen. Op een nacht werd de mevrouw wakker van een open en dichtgaand raam en blaffende honden. Toen ze Trijntje riep wat er aan de hand was, zei deze dat er niets was. De volgende nacht sloot de mevrouw Trijntje op in een afdakje om te slapen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0721 Willem Mensink gaf een wortel aan Trijntje. Het schraapsel van deze wortel zou ervoor zorgen dat ze niet van hem kon wegblijven. Mensink vertelde dat hij dit gebruikte tegen zijn vijanden, hoe sterk ze ook waren. Als ze hem maar aankeken, moesten ze hun haat laten varen. Trijntje bekende later dat zij:
Mensink kwam op een dag langs en vroeg of wat hij had gestuurd al onder het hoofdeinde van het bed was begraven. Ze antwoordde dat dit lastig was vanwege de bakstenen onder het ledikant. Gerrit had gezegd dat het ook goed was als het buiten het huis werd begraven. Trijntje kon volgens haar verklaring de pijn bij mensen sterker of minder maken. De poeders werden dagelijks door de jongens van Mensink gebracht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0730 Isaac en Trijn hebben bij een verhoor een verklaring afgelegd over een huid die van buiten was meegebracht. Ze gaven aan dat ze wisten waar die huid vandaan kwam en waarvoor het afgestroopte en bewerkte vel gebruikt is. Ze hadden eerst gezwegen omdat hun baas hen streng verboden had hierover te praten, zelfs als ze zouden sterven of opgehangen worden. Na het werk werd het vel aan hun baas Menssiuk gegeven, die het in zijn kamer bewaarde.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0799 De verdachte zegt dat zijn baas de hand van buiten had gebracht. Zij moesten stil blijven over wat zijn baas met het afgestroopte en bewerkte vel had gedaan, zelfs als ze zouden sterven of opgehangen worden. Isaac en Trijn hadden hem dit aangeraden, omdat ze dan vrij zouden zijn. Na het werk heeft de verdachte het vel aan de genoemde persoon gegeven en in zijn kamer verborgen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0801 Dit tekstfragment gaat over een strafzaak waar iemand een brouwer en een vrouw genaamd Trijn of Trijntje bij betrokken waren. Het lijkt erop dat er instructies zijn gegeven over het begraven van een hand onder vloerstenen. De brouwer ontkent specifieke instructies te hebben gegeven over waar de hand begraven moest worden. Later werd een eerdere bekentenis voorgelezen en de verdachte bevestigde dat deze waarheidsgetrouw was, zonder dat er wijzigingen nodig waren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0802 Isaac en Trijntje hebben de gevangene aangemoedigd om een bekentenis om te draaien en te ontkennen. Toen de gevangene vorige donderdag voor de rechtbank verscheen, heeft hij alles ontkend. De gevangene verklaart nu dat hij toen juist de waarheid heeft bekend. Hij had vooraf niet met Trijntje gesproken over deze zaak. Isaac en Trijntje hebben hem dit aangeraden. De gevangene houdt vast aan zijn verklaringen omdat deze de waarheid bevatten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0803 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/