Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De slaaf Alexander verscheen voor de Raad van Justitie van het gouvernement. Hij werd ondervraagd door landvoogd Jacob Voet. Alexander was eigendom van landbouwer Hansjes.
Alexander vertelde dat hij:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10999 / 0035 Een groep weggelopen slaven werd ondervraagd over hun activiteiten. Het betrof slaven van verschillende eigenaren:
Bij verhoor verklaarde Aaron dat hij met Antoni (van Abraham de Clercq), Alexander, Jacob en anderen op 4 januari bij de ruïne van kapitein Berg zijn geweest om te stelen. Ze hebben op verschillende plekken naar eten gezocht. Dit gebeurde tijdens het slechte moessonseizoen van het vorige jaar, 's avonds tijdens het melken. De hele groep was aanwezig, behalve Antoni (slaaf van Van de Westhuijsen), de slavin Leena, Scipio van de heren, en Christoffel en Joseph.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10999 / 0044 Op 2 juli hebben verschillende slaven spullen meegenomen en zijn ze richting de Piquetberg vertrokken. Een slaaf genaamd Alexander nam zijn kooigoed mee, Salamat een geweer en tabak, en Augustus ging met 2 anderen mee en nam ook spullen mee.
Onderweg sloten zich bij hen aan:
Hun leider Augustus, de slaaf van Nicolaas Gockelius, stelde voor om naar de Grote Namaqua Hottentotten te gaan. Na 2 tot 3 weken bij de Piquetberg hebben ze voedsel gestolen uit de tuin van de meester van de eerste gevangene bij de Paardeberg en uit de tuin van meneer Bergh bij de Piquetberg.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10999 / 0008 Nicolaas van den Heuvel, de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, klaagde twee slaven aan. Het ging om Jan van de Kust Coromandel, slaaf van Steven ter Blanche, en Jan van Batavia, slaaf van Paul Roux. De zaak werd voorgelegd aan gouverneur Maurits Pasques de Chavonnes en de Raad van Justitie. De landdrost stelde dat diefstal, vooral met geweld, een van de zwaarste misdaden was omdat het de veiligheid bedreigde.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0251 Savonge, een slaaf uit Madagascar, werd berecht. Dit proces ging tegen Javonge Lehova die ook uit Madagascar kwam en een lijfeigene was van de VOC.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0250 Op 20 februari 1716 werd in het kasteel van de Kaap de Goede Hoop een vonnis uitgesproken. De eerste veroordeelde werd met een koord aan de galg opgehangen tot de dood erop volgde. Zijn lichaam werd naar het buitengerecht gebracht en daar opnieuw opgehangen tot het door weer en vogels zou zijn vergaan. De tweede veroordeelde, Lehova, werd aan een paal vastgebonden en kreeg met een roede strenge zweepslagen op zijn blote rug. Beiden moesten de proceskosten betalen.
Het vonnis werd ondertekend door:
Het vonnis werd uitgevoerd op 22 februari 1716.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0249 Lehova vroeg de tweede gedaagde om hem te helpen bij een inbraak en op de uitkijk te staan. Hoewel niet bewezen kan worden dat de tweede gedaagde een medeplichtige was aan de inbraak en diefstal, is het wel duidelijk dat hij met Lehova meeging van het nieuwe Land om geld te halen. Hij verliet hierbij zijn aangewezen plek zonder dat zijn opzichters dit wisten. De tweede gedaagde was bereid om te helpen bij deze daad, want als hij niet van het plan had geweten, zou hij zich niet in de bosjes bij de schuur hebben verstopt. Ook ging hij naar binnen nadat Lehova de deuren had opengemaakt. Toen de slavin Lijs binnenkwam en Lehova in de kamer aantrof, vroeg ze wat hij daar deed. Lehova antwoordde dat hij kwam slopen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0210 Bij een ondervraging heeft hij verklaard dat toen een slavin genaamd Lijs in het huis kwam, hij haar heeft tegengehouden in de keuken. Hij heeft niet gehoord wat Pijs tegen Savonge heeft gezegd over wat ze in het huis deed, maar zij antwoordde dat ze als slavin kwam om te slapen.
Hij verklaarde dat ze daarna met z'n tweeën daar weggingen en samen naar 't Nieuwe Zand zijn gegaan. De ondervraagde heeft ontkend zelf te hebben meegespeeld bij 't Nieuwe Land, maar was er wel bij toen Savonge, Simangiva, Accanje en Casper speelden. Hij weet niet wie het meeste geld won omdat hij tijdens het spelen is gaan slapen.
Voor zijn aandeel in het gestolen geld heeft hij 1 schelling en 10 stuivers gekregen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0229 De rechtbank van het bestuur onderzocht een strafzaak. De onafhankelijke aanklager Cornelis Van Beaumont had een aanklacht ingediend tegen twee gevangenen uit Madagascar: Savonge en Lehovr. Na het bekijken van de bekentenissen van de gevangenen en andere documenten, deed de rechtbank uitspraak namens de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De rechtbank veroordeelde beide gevangenen. Ze moesten naar de gebruikelijke plaats worden gebracht waar straffen werden uitgevoerd en daar aan de beul worden overgedragen. Savonge zou worden...
[NB: De tekst eindigt midden in een zin, dus de samenvatting kan niet worden afgemaakt.]
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0248 De tekst gaat over een slavenknecht genaamd Jan van Batavia, die eigendom was van Paul Roux. Jan van Batavia werkte samen met een andere persoon om een misdaad te plegen. Hij heeft:
Op diefstal met inbraak of geweld stond volgens het recht van Carpzov de doodstraf door ophanging.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0255 Volgens de rechtsgeleerden Damhouder en Simon van Leeuwen vormen een bekentenis samen met bewijs van de daad voldoende grond voor veroordeling. Op basis hiervan eist de aanklager dat verdachte Savonge door de rechtbank veroordeeld wordt tot de doodstraf door ophanging, uit te voeren op de gebruikelijke plaats waar terechtstellingen plaatsvinden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0213 De twee verdachten kwamen bij de schuur aan. De eerste verdachte klom bij zonsondergang op het dak van het huis. Hij beweert dat hij een gat in het dak vond, dit met zijn voet groter maakte en zo naar binnen ging. De tweede verdachte bleef in de bosjes zitten terwijl de eerste naar binnen brak. Hij zegt niet gezien te hebben hoe de eerste door het dak brak. Eenmaal binnen maakte de eerste verdachte de deur open om de tweede verdachte binnen te laten. Samen forceerden ze volgens de eerste verdachte de kamerdeur en maakten deze open.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0205 N. Swartsen was onlangs in opdracht naar het Nieuwe Land gegaan. Hij riep daar een tweede persoon, waarna hij zei naar de schuur te willen gaan om zijn geld te halen. De tweede persoon was het daar meteen mee eens. Daarna gingen beiden van het Nieuwe Land naar de schuur van de Compagnie, samen met een slaaf van de Compagnie die ervan beschuldigd werd medeplichtig te zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0204 In een rechtszaak heeft Cornelis van Beaumont, als onafhankelijk aanklager van het gouvernement, een eis ingediend bij Abraham Douglas (Eerste Raad en Directeur-Generaal van Nederlands-Indië en Admiraal) en Maurits Edo Pasques Chavonnes (buitengewoon raadslid van Nederlands-Indië en gouverneur). De zaak betrof een diefstal met inbraak door iemand van Madagascar.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0203 Cornelia van de Caab verklaarde dat alles wat hiervoor staat de zuivere waarheid is. Ze weet dit omdat ze er zelf bij was. Dit werd vastgelegd in het kasteel de Goede Hoop. Als getuigen waren aanwezig Francois Martinus Berg en Poulle. Het document werd ondertekend door Cornelia van de Caab (met een merkteken), de secretaris Thibaut, en de getuigen Berg en Poulle.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0059 De getuige zag Augustijn op de grond vallen en bleef daar stil liggen. Ze vroeg toen aan Marcel waarom hij zijn man niet opraapte. Marcel, die dronken was, antwoordde dat het haar niks aanging en dat ze naar haar kamer moest gaan waar ze haar geld had vergokt. Na een half uur kwam de getuige terug in de kamer van Augustijn. Hij lag er nog steeds. Ze vroeg Marcel weer waarom hij zijn man niet opraapte. Marcel zei opnieuw dat het haar niks aanging en dat hij vanzelf wel zou opstaan. Toen de getuige Augustijn bij zijn arm pakte om hem op te helpen, merkte ze dat hij koud en dood was. Ze zei tegen Marcel dat Augustijn dood was en dat hij de buren moest roepen. Marcel deed dit en kort daarna kwamen er buren het huis binnen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0058 De schieman Heedrik Davidsz kwam aan bij de bottelarij (opslagplaats voor drank en proviand op een schip). De opperstuurman ondervroeg hem over wie hem daar had neergezet. Later haalde de schieman een stuk touw. Daarna kwam de derdewaak Pieter langs die vroeg wat hij daar deed bij de bottelarij. De schieman haalde iemand uit zijn kooi om te helpen met het verplaatsen van ballast.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0050 Arend Iason van Amsterdam is ondervraagd door Cornelis van den Beaumont namens de Raad van Justitie over zijn werk op het schip Nederhoven. Iason was:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0049 Arent Jason werd ondervraagd en bekende dat hij op Jutphaas en Utrecht heeft gereisd en verblijf heeft gehouden. Hij heeft zijn degen laten herstellen in Utrecht en daarna teruggekregen van de zwaardveger (degenhersteller). Op die plek heeft hij met zijn degen op de grond getekend. De degen is nu nog bij hem thuis en werd door de rechtbank opgehaald.
Hij bekende ook dat hij tegen Jan Arisse heeft gezegd dat hij in Utrecht naar het huis van een vrouw met een schortsteen (schootsvel) is geweest. Hij verklaarde verder dat hij samen met Jan de Leeuw op Schalkwijk is geweest, waar Jan de Leeuw de weg wist. Hij zei dat hij op de terugweg over IJsselstein is gereisd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0056 Een slavin genaamd Lijs had de deur met sleutels geopend. Toen Zehova binnenkwam, vroeg ze hem wat hij kwam doen. Hij antwoordde dat hij kwam slapen. Daarna zijn hij en Pehova naar het Nieuwe Land vertrokken. Daar hebben ze 's nachts samen met Simangiva, Occange en Casper gespeeld met gestolen geld. De volgende dag speelden ze in het huisje van Jonas samen met Jacob spelletjes, waaronder 'toppen'. De wagenrijder Jan Bijlaard vond hem in het huisje van houtsnijder Jonas, waar hij zat te spelen met Jacob de houtsnijder.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0219 Op 27 februari 1717 rond 19:00 uur werd de schrijver door een slavin van burger Isacq Scheepers opgeroepen. Bij Scheepers aangekomen vroeg deze wat fiscaal Wijn had gezegd. De schrijver antwoordde dat hij alleen naar huis moest gaan. Scheepers vroeg welk verslag de schrijver aan de fiscaal had gedaan. Scheepers gaf aan dat hij twee getuigen had: zijn vrouw en Van Bochem. De schrijver antwoordde dat hij alleen had verteld wat Scheepers hem had gezegd, volgens zijn eed en plicht. Scheepers eiste toen een kopie van het vonnis. De schrijver zei dat Scheepers dat eerder had moeten vragen, dan had hij het aan de fiscaal kunnen melden. Scheepers antwoordde dat hij niets met de fiscaal te maken had, en dat als hij de schrijver ergens heen stuurde, hij hem naar de gouverneur zou sturen. Scheepers droeg de schrijver op naar secretaris Thibault te gaan om een kopie van het vonnis of arrest te vragen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0543 Hij verklaarde dat hij bij zijn eerdere verklaring bleef en dat er niets aan toegevoegd of weggehaald moest worden. Hij bekende wel dat hij tegen de slaaf Zehova bij het Nieuwe Land had gezegd om mee naar de schuur te gaan omdat hij zijn geld ging halen. Door zijn dronkenschap wist hij niet meer of hij Zehova 1 of 2 schellingen van het gestolen geld had gegeven. Hij gaf toe dat hij samen met Zehova de deur van de kamer in het huis had opengebroken. Hij was de kamer binnengegaan terwijl Zehova in de keuken bleef. Hij werd later betrapt in de kamer van de baas door een slavin genaamd Lijs, zonder dat hij de deur met een sleutel had geopend zoals hij eerder beweerde. Hij wist niet of Zehova had meegespeeld maar die was wel aanwezig bij het spelen. De lessenaar van Swartsenburg had geen slot maar stond open.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0223 Een slavin, genaamd Lijs, kwam het huis binnen. Ze vroeg de eerste verdachte wat hij daar deed, waarop hij antwoordde dat hij er kwam om te slapen. Daarna zijn ze samen met het gestolen geld gevlucht naar het Nieuwe Land. Daar aangekomen heeft de eerste verdachte zich de volgende ochtend in het huisje van houthakker Jonas Roelofs samen met Jacob en 4 slaven aan het dobbelen (gokken) gezet. De tweede verdachte verklaarde dat hij wel aanwezig was bij het gokken maar niet meespeelde. Dit werd later ook bevestigd door de eerste verdachte die zei dat hij niet zeker wist of Lehova had meegespeeld. De wagenrijder Jan Bijland heeft de eerste verdachte aangetroffen terwijl die zat te dobbelen in het huisje van houthakker Jonas.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0207 Damhouder schrijft in zijn handleiding over strafrecht dat medeplichtigen dezelfde straf verdienen als de hoofddaders, of een lichtere straf als ze niet hebben aangezet tot de misdaad of geholpen hebben. Dit is van toepassing op de tweede verdachte, die niet aan de slavin Lijs vertelde dat de eerste verdachte geld kwam halen. De tweede verdachte, Loehova, verstopte zich in de keuken en kreeg een schelling voor zijn aandeel, wat suggereert dat hij vooraf al met de eerste verdachte had samengespannen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0212 Op 10 december 1715 verscheen voor Daniel Thibault, secretaris van de rechtbank in het gouvernement, de vrijgemaakte donkere vrouw Cornelia van de Kaap. Op verzoek van de onafhankelijke officier van justitie Cornelis van Beaumont verklaarde zij het volgende:
Zij woonde in een huisje naast de burger Jacob Vogel. Daar woonde ook de onlangs overleden vrijgemaakte donkere man Augustijn met zijn slavin Marcel. Op zaterdag 7 december tussen 15:00 en 16:00 uur kregen Augustijn en Marcel ruzie waarbij:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0057 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/