Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Op het Kasteel van de Goede Kaap werd een vonnis uitgesproken op 20 april 1722. Het vonnis bepaalde dat een persoon ter dood gebracht moest worden. Het lichaam moest daarna naar buiten gebracht worden en opnieuw opgehangen worden. Het moest daar blijven hangen tot de lucht en vogels het lichaam hadden verteerd.

Het vonnis werd ondertekend door:

Het vonnis werd uitgevoerd op 2 mei 1722. Dit werd bevestigd door secretaris Sibault.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11000 / 0178  


De rechters hebben een gevangene schuldig bevonden aan vluchten, geweld, veediefstal, plundering en tuinroverij. Dit zijn ernstige misdaden die in een land waar eerlijke rechtspraak bestaat, niet getolereerd kunnen worden. De rechters willen een afschrikwekkend voorbeeld stellen voor anderen. De landrechter Martinus Bergh heeft de zaak onderzocht en een strafeis ingediend. De gevangene heeft ook zelf bekend. Na alles zorgvuldig te hebben overwogen, hebben de rechters namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden besloten dat de gevangene:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11000 / 0177  


Een veldwachter stuurde de verdachte en Scipio weg met slechte bedoelingen. Steven Niel had hen eigenlijk aan justitie moeten overleveren. De verdachte bleef 5 maanden thuis onder de naam Jantje. Daarna vluchtte hij met Scipio omdat zijn baas hem naar Kaap de Goede Hoop wilde brengen. De verdachte was eerder vastgebonden maar had zich weten te bevrijden. Tijdens hun vlucht hielden ze zich op bij de plaats van de verdachtes meester. Ze leefden van twee dode schapen die ze van de schaapherder kregen. Terwijl ze het schaap aan het braden waren, werden ze betrapt door de knecht van de meester. De verdachte vluchtte naar de Tijgerbergen en naar de plaats van landbouwer Claas van de Westhuijsen. Daar ontmoette hij een dienstmeid met wie hij eerder was gevlucht en ging met haar in gesprek.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11000 / 0155  


Op de 3e dag 's avonds wachtte een groep mensen tot een schaapherder hen zou waarschuwen wanneer Abraham de Clercq aan tafel zat te eten. De schaapherder hield zich aan de afspraak en informeerde de verdachte en zijn medeplichtigen zodra De Clercq aan tafel zat. Ze gingen toen naar het huis, waar Augustus, Juli en Salamath als eersten naar binnen gingen. Volgens de verdachte werd er door Abraham de Clercq gevraagd wie ze waren. Ze antwoordden dat ze slaven waren van Jan Olivier en op weg waren naar Tijgerburgh om in de wijngaard te werken. Ze vroegen om een slaapplaats. Daarna kwamen nog meer leden van hun groep binnen. Na een korte tijd overvielen ze Abraham de Clercq en bonden hem vast. Later maakten ze hem weer los en riep Daron de verdachte en de overige slaven binnen om spullen weg te halen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11000 / 0152  


De tekst is nauwelijks te interpreteren. Wat duidelijk is: het gaat om een juridisch document van
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11000 / 0149  


De tekst beschrijft dat op 31 maart 1722 Jan Kochem van Vleersing, die kwartiermeester was op het schip Strijkebolle, een verklaring aflegde. Dit gebeurde voor de secretaris Daniel Thibault van de Raad van Justitie. Het was een verklaring voor de officier van justitie Cornelis van Beaumont.

Op 24 maart stuurde stuurman Rijnder Lub hem naar bootsman Isaacq Berg van Maasterland met de vraag om naar een pomp te kijken die niet werkte. De bootsman reageerde dat:

Later die dag vroeg Kochem of hij het schip mocht laten schoonspoelen, zoals gebruikelijk was. De bootsman zei opnieuw dat men hem niets meer moest vragen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11000 / 0145  


Een groep van 13 weggelopen personen, waaronder de gedaagde en twee metgezellen, stond onder leiding van kapitein Augustus. Deze Augustus stelde voor om naar het land van de Namaqua te gaan, omdat de Namaqua-kapitein hem had teruggestuurd om meer mensen en wapens te halen. De hele groep stemde in met dit plan. Toen ze in de buurt van de Vogelvallei kwamen, troffen ze de schaapherder van Abraham de Clercq aan. Ze overlegden met deze herder en besloten samen om de boerderij van zijn meester te overvallen. Ze wachtten 3 dagen voordat ze hun slechte plan uitvoerden. In die tussentijd overlegden ze dagelijks met de schaapherder, die hen elke dag een schaap gaf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11000 / 0151  


Ongeveer 2 jaar geleden is de aangeklaagde voor het eerst met zijn 2 mede-slaven Januarij en Scipio gevlucht. Ze hebben eerst de kelder van hun eigenaar opengebroken en daar een mud meel gestolen. Met het meel en twee broden plus hun beddengoed zijn ze naar de zogenaamde Porseleynberg gevlucht. Daar troffen ze enkele weggelopen slaven die hen de dag voor hun vlucht hadden benaderd. Dit waren:

Later kwamen daar nog bij:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11000 / 0150  


Een groep criminelen heeft zich met geweld toegang verschaft tot een huis. De daders stalen daar:

Voordat ze vertrokken stalen ze ook 6 schapen uit de kraal. Daarna gingen ze naar de boerderij van burger Gockelius bij de Vleesbank. Daar stalen enkele van hen een half rund. Ze bleven 2 dagen bij de rivier en gingen toen naar de boerderij van Hans Jes bij de Honingbergen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11000 / 0153  


In de tekst wordt een verhaal beschreven over een aantal slaven die op de vlucht slaan. Toen ze onder weg waren hebben ze drie schapen gestolen samen met een herder genaamd Alexander. Drie slaven genaamd Augustus, Casjo en Aron worden doodgeschoten door Europeanen die hen achtervolgden.

De overgebleven slaven vluchten naar de Piketbergen. Ze plunderen tuinen in de omgeving en zwerven rond bij de Bergrivier. Door gebrek aan eten raakt de groep uit elkaar. De hoofdpersoon keert terug naar zijn meester Steven Niel, waar hij slaag krijgt.

Kort daarna keert ook Schipio terug. De meester geeft hen nieuwe namen om herkenning te voorkomen:

Ze krijgen de instructie deze nieuwe namen te gebruiken als een veldwachter hen komt halen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11000 / 0154  


De slavin is weer naar huis gegaan. Daarna is de beschuldigde door een kleermaker op haar aanwijzing gearresteerd en aan de aanklager overgedragen. De beschuldigde heeft een bekentenis afgelegd tijdens verhoor, maar deze lijkt niet helemaal eerlijk te zijn. Bij vragen over het vastbinden van Abraham de Clercq beweert hij pas binnengekomen te zijn nadat De Clercq was losgemaakt. Eerder had hij echter bekend dat ze samen naar binnen waren gegaan na een waarschuwing van de schaapherder. De aanklager stelt daarom dat de beschuldigde, ook al heeft hij zelf niemand vastgebonden, wel aanwezig was bij deze gebeurtenis. De aanklager laat het aan het oordeel van de rechters over of de beschuldigde zich om andere redenen dan het opstoken van slaven naar de Tijgerbergen heeft begeven, hoewel de beschuldigde dit ontkent.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11000 / 0156  


De aanklager vertelt dat de verdachte met een slavin had gesproken en zich daarna op dezelfde plek schuil hield. De verdachte was eerder al samen met deze vrouw gevlucht. De aanklager vindt dat hij hiermee voldoende heeft aangetoond dat de verdachte betrokken was bij een criminele groep die zich bezighield met geweld, roof en veediefstal.

De aanklager verwijst naar het werk van Simon van Leeuwen over het Romeins-Hollands recht en naar de geschriften van [Damhouder]. Op basis hiervan eist hij de doodstraf. Hij verwijst ook naar eerdere medeplichtigen die op 2 januari 1721 en 18 juli 1720 ter dood zijn gebracht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11000 / 0157  


Een veldwachter kwam naar de voortvluchtige slaaf op zoek. Deze slaaf was 5 à 6 maanden bij zijn meester gebleven. Daarna was hij samen met Sapio opnieuw gevlucht. De meester had hem vastgebonden om hem naar Kaap de Goede Hoop te brengen, maar hij wist zijn boeien los te maken en vluchtte. Bij de plaats van zijn meester hielden ze zich schuil met 2 schapen die ze van de schaapherder van hun meester hadden gekregen. Toen ze die aan het braden waren, werden ze gestoord door de knecht van zijn meester. De gevangene vluchtte toen naar de Tijgerbergen, naar de boerderij van landbouwer Claasz de Westhuijsen. Daar ontmoette hij een slavin met wie hij eerder was gevlucht. Na een gesprek ging zij terug naar huis en vertelde dat hij daar was. Een kleermaker die daar was arresteerde hem en leverde hem uit aan justitie.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11000 / 0176  


De zaak werd geregistreerd en ondertekend door Jacob Voet in de kantlijn. Het document werd voorgelegd aan de rechtbank op 18 juli 1720. Dit werd bevestigd door Sibault Senet, die een ondergeschikte rol had.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10999 / 0081  


Augustus gooide een bediende op de grond en gaf zijn vrienden het bevel om die goed vast te binden. Hij zei daarbij: "Jullie moeten hem goed vastbinden, hij hoeft niet bang te zijn, ik zal het verantwoorden bij de Compagnie." Hierop nam Jacob een touw van een ander over en bond daarmee de weerloze man vast. Tijdens het vastbinden zei hij tegen het slachtoffer dat hij hem dit betaald zou zetten omdat het slachtoffer hem eerder had laten vastbinden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10999 / 0075  


Jacob van Madagascar, een slaaf van Alleta Verweij van ongeveer 20 jaar, Juli van Batavia, eigendom van Arij van Jaarsvelt van 33 jaar, Alexander van Batavia, slaaf van Hans Jes van ongeveer 30 jaar, Salamat van Maccasser, eigendom van landbouwer Claas Prinsloo van ongeveer 34 jaar, Polacq van Atchin, slaaf van Jan Carstensz van ongeveer 40 jaar, en Augustus van Bengalen, eigendom van Abraham de Clercq van ongeveer 24 jaar, waren gevangenen.

Deze gevangenen hebben vrijwillig bekend, zonder marteling of dwang, dat zij ongeveer een jaar geleden zijn weggelopen van hun eigenaren. Ze vluchtten samen met:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10999 / 0007  


Ongeveer een jaar geleden zijn 6 gevangenen van hun meesters weggelopen. De volgende personen zijn gevlucht:

Ze hebben verschillende spullen meegenomen:

Ze zijn naar de Piketberg gevlucht. Onderweg sloten zich bij hen aan:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10999 / 0070  


De slaaf Alexander verscheen voor de Raad van Justitie van het gouvernement. Hij werd ondervraagd door landvoogd Jacob Voet. Alexander was eigendom van landbouwer Hansjes.

Alexander vertelde dat hij:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10999 / 0035  


Een groep weggelopen slaven werd ondervraagd over hun activiteiten. Het betrof slaven van verschillende eigenaren:

Bij verhoor verklaarde Aaron dat hij met Antoni (van Abraham de Clercq), Alexander, Jacob en anderen op 4 januari bij de ruïne van kapitein Berg zijn geweest om te stelen. Ze hebben op verschillende plekken naar eten gezocht. Dit gebeurde tijdens het slechte moessonseizoen van het vorige jaar, 's avonds tijdens het melken. De hele groep was aanwezig, behalve Antoni (slaaf van Van de Westhuijsen), de slavin Leena, Scipio van de heren, en Christoffel en Joseph.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10999 / 0044  


Op 2 juli hebben verschillende slaven spullen meegenomen en zijn ze richting de Piquetberg vertrokken. Een slaaf genaamd Alexander nam zijn kooigoed mee, Salamat een geweer en tabak, en Augustus ging met 2 anderen mee en nam ook spullen mee.

Onderweg sloten zich bij hen aan:

Hun leider Augustus, de slaaf van Nicolaas Gockelius, stelde voor om naar de Grote Namaqua Hottentotten te gaan. Na 2 tot 3 weken bij de Piquetberg hebben ze voedsel gestolen uit de tuin van de meester van de eerste gevangene bij de Paardeberg en uit de tuin van meneer Bergh bij de Piquetberg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10999 / 0008  


Nicolaas van den Heuvel, de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, klaagde twee slaven aan. Het ging om Jan van de Kust Coromandel, slaaf van Steven ter Blanche, en Jan van Batavia, slaaf van Paul Roux. De zaak werd voorgelegd aan gouverneur Maurits Pasques de Chavonnes en de Raad van Justitie. De landdrost stelde dat diefstal, vooral met geweld, een van de zwaarste misdaden was omdat het de veiligheid bedreigde.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0251  


Savonge, een slaaf uit Madagascar, werd berecht. Dit proces ging tegen Javonge Lehova die ook uit Madagascar kwam en een lijfeigene was van de VOC.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0250  


Op 20 februari 1716 werd in het kasteel van de Kaap de Goede Hoop een vonnis uitgesproken. De eerste veroordeelde werd met een koord aan de galg opgehangen tot de dood erop volgde. Zijn lichaam werd naar het buitengerecht gebracht en daar opnieuw opgehangen tot het door weer en vogels zou zijn vergaan. De tweede veroordeelde, Lehova, werd aan een paal vastgebonden en kreeg met een roede strenge zweepslagen op zijn blote rug. Beiden moesten de proceskosten betalen.

Het vonnis werd ondertekend door:

Het vonnis werd uitgevoerd op 22 februari 1716.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0249  


Lehova vroeg de tweede gedaagde om hem te helpen bij een inbraak en op de uitkijk te staan. Hoewel niet bewezen kan worden dat de tweede gedaagde een medeplichtige was aan de inbraak en diefstal, is het wel duidelijk dat hij met Lehova meeging van het nieuwe Land om geld te halen. Hij verliet hierbij zijn aangewezen plek zonder dat zijn opzichters dit wisten. De tweede gedaagde was bereid om te helpen bij deze daad, want als hij niet van het plan had geweten, zou hij zich niet in de bosjes bij de schuur hebben verstopt. Ook ging hij naar binnen nadat Lehova de deuren had opengemaakt. Toen de slavin Lijs binnenkwam en Lehova in de kamer aantrof, vroeg ze wat hij daar deed. Lehova antwoordde dat hij kwam slopen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0210  


Bij een ondervraging heeft hij verklaard dat toen een slavin genaamd Lijs in het huis kwam, hij haar heeft tegengehouden in de keuken. Hij heeft niet gehoord wat Pijs tegen Savonge heeft gezegd over wat ze in het huis deed, maar zij antwoordde dat ze als slavin kwam om te slapen.

Hij verklaarde dat ze daarna met z'n tweeën daar weggingen en samen naar 't Nieuwe Zand zijn gegaan. De ondervraagde heeft ontkend zelf te hebben meegespeeld bij 't Nieuwe Land, maar was er wel bij toen Savonge, Simangiva, Accanje en Casper speelden. Hij weet niet wie het meeste geld won omdat hij tijdens het spelen is gaan slapen.

Voor zijn aandeel in het gestolen geld heeft hij 1 schelling en 10 stuivers gekregen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10998 / 0229  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/