Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Magteld van de Caab verklaarde op 17 september 1738 in Kaap de Goede Hoop dat haar getuigenis helemaal waar was. Ze bevestigde dit in het bijzijn van de slaaf Fortuijn van Rio de Lagoa. De verklaring werd afgenomen door raadsleden P.R. de Savoije en H.I. Prehn van de Raad van Justitie. Secretaris J. de Grandpreez ondertekende het document.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0245 De samenvatting gaat over een rechtszaak waarin een slaaf 3 keer gemarteld werd maar niets bekende. De aanklager vindt dat de slaaf toch de doodstraf moet krijgen. Mr Simon van Leeuwen heeft in zijn boek over strafrecht geschreven over marteling. Hij schrijft dat in Nederland en omliggende landen alleen volledig gemarteld mocht worden als er eerst voldoende bewijs was. Hij vraagt zich af of iemand na zo'n marteling zonder bekentenis vrijgesproken zou kunnen worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0203 De slaaf Fortuijn had tegen zijn baas gezegd dat hij hem niet boos moest maken. Hij wist wat hij zou kunnen doen. Daarnaast dreigde Fortuijn de dochter van zijn baas te slaan met een stuk brandhout, enkele dagen nadat drie anderen waren weggelopen.
Dit werd opgetekend op het kantoor van justitie van het kasteel de Goede Hoop in aanwezigheid van de klerken Adriaan Van Schoor en Hendrik Emanuel Blanckenberg als getuigen. Zij hebben dit document samen met de secretaris ondertekend.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0244 De gevangene was van plan om op een avond van het gebergte af te komen om zijn landheer en diens familie te vermoorden. De andere daders hebben dit bekend en zijn hiervoor ter dood veroordeeld. Ze kwamen 's avonds gewapend vanaf het gebergte naar de plaats waar hun landheer aan tafel zat. Tijdens het verhoor in de martelkamer bekende de gevangene dat hij al eerder van plan was zijn baas te vermoorden zodra deze hem kwaad zou maken. Hij bedoelde daarmee dat hij zijn landheer zou doden zodra deze hem ook maar een klein verwijt zou maken. Volgens de aanklager zou dit voornemen alleen al genoeg zijn om de gevangene zwaar te straffen, laat staan alle andere aanklachten tegen hem.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0202 Hij zei dat hij van plan was zijn baas te vermoorden als deze hem boos zou maken. Na 3 martelsessies bleef de beschuldigde volhouden dat hij niets te maken had met de moordenaarsbende en ontkende dat hij had aangeraden zijn werkgever te vermoorden.
De aanklager herhaalt de misdaden waar de beschuldigde zich schuldig aan heeft gemaakt:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0201 Op onbekende datum werd voor Hendrik Swellengrebel, de president van de Raad van Justitie van het bestuur, een aanklacht ingediend door Johannes Needer. Needer was tijdelijk aangesteld als officier van justitie. De aanklacht was tegen Fortuijn, een slaaf uit Rio de Lagoa die eigendom was van boer Andries Hesselbaart. Fortuijn zat op dat moment gevangen. Hij werd beschuldigd van:
De officier eiste de doodstraf tegen Fortuijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0199 Op 25 september werd een gevangene verhoord en gepijnigd. Na het martelen in de raadszaal en daarna zonder pijn of boeien bekende hij dat hij twee dingen eerder ontkend had:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0200 Catharina Creijnouw, een meisje van 14 jaar, heeft een verklaring afgelegd aan Johannes Needer, die tijdelijk werkzaam was als fiscaal. Ze vertelde dat de veewachter van haar stiefvader Andries Hesselbaart, genaamd Fortuijn van Rio de Lagoa, haar ongeveer een maand voor de aanval en verwonding van haar stiefvader door weglopers had verteld dat hij het jammer vond dat haar moeder en broer door weggelopen slaven zouden worden vermoord, maar haar vader en zijzelf niet. Ze had dit aan haar vader verteld. Ze verklaarde dit onder ede aan de Kaap de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0239 J. de Grandpreez, secretaris, en andere leden van de raad van justitie hebben het document samen met de getuige ondertekend, met de secretaris als laatste.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0241 De rechtbank besliste dat Fortuijn van Bengalen ter dood veroordeeld werd. Hij moest naar de gebruikelijke plaats voor executies gebracht worden. Daar zou hij aan de beul worden overgedragen. Hij zou op een kruis worden vastgebonden en zonder genade levend geradbraakt worden. Hij moest op het kruis blijven liggen tot hij zou sterven. Daarna zou zijn lichaam naar de executieplaats buiten de stad worden gesleept.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0493 Op 7 augustus 1738 werd in het Kasteel de Goede Hoop een vonnis uitgesproken. Dit vonnis werd op 9 augustus 1738 uitgevoerd. De veroordeelde werd op een rad gelegd en daar achtergelaten als prooi voor de vogels. De veroordeelde moest ook de gerechtskosten betalen.
Het vonnis werd ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0494 Damon van Nias, die ongeveer 36 jaar oud was en slaaf van de oud-burgerraad Johannes Cruijwaagen, vertelde het volgende aan het gerecht van Kasteel de Goede Hoop:
In mei was hij samen met andere slaven weggelopen van hun eigenaren uit Tijgerberg. Dit waren:
Ze gingen samen naar Plange Hoek bij de boerderij van Hercules du Pree. Daar stalen ze twee schapen uit zijn kudde, terwijl de schaapherder toekeek. De schaapherder zei tegen Thomas dat hij naar zijn baas moest komen voor brood en gezouten vlees. Thomas ging toen die kant op.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0495 Hij stond op nadat hij het meisje misbruikt had. Hij dreigde haar te vermoorden als ze aan haar werkgever zou vertellen wat hij had gedaan. Hij zei ook dat ze haar met bloed bevlekte kleren moest wassen. Daarna ging hij weg zonder nog naar haar om te kijken. Het kind bleef helemaal bebloed en verzwakt liggen vanaf de middag tot de avond. Haar moeder, die haar was gaan zoeken omdat ze niet thuis kwam, vond haar in deze toestand en bracht haar naar huis. Omdat zulke verschrikkelijke daden in een land met rechtspraak niet onbestraft kunnen blijven, maar juist streng bestraft moeten worden om anderen af te schrikken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0492 De slaaf Fortuijn van Bengalen, eigendom van burger Bernardus Van Biljon, ongeveer 30 jaar oud, heeft zonder dwang bekend dat hij op 1 juli van zijn meester's huis in Stellenbosch wegging om brandhout te zoeken. Bij een plankenbrug niet ver van Stellenbosch ontmoette hij een slavenmeisje genaamd Lea, eigendom van boer Pieter Venters. Lea was daar de paarden van haar meester aan het hoeden. Het meisje was tussen de 8 en 9 jaar oud. Fortuijn zei tegen haar dat ze met hem mee moest gaan in de bosjes om met hem te slapen. Toen ze weigerde, greep hij haar bij de armen, trok haar de bosjes in en verkrachtte haar op gewelddadige wijze, ondanks haar geschreeuw.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0491 Op 17 juli 1738 werd in het Kasteel de Goede Hoop een document opgesteld door raadsleden P R de Savoije en H O Eksteen. Het document werd ondertekend door de ondervraagde persoon en de secretaris J de Grandpreez.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0489 Op 16 juli 1738 werd in het Kasteel de Goede Kaap een verhoor afgenomen van slaaf Fortuijn uit Bengalen. Het verhoor werd gedaan door raadsleden P.R. de Savoije en H.O. Eksteen. Het verhoor werd in het Nederlands gedaan, wat de beklaagde redelijk goed sprak en begreep. Na voorlezing van de vragen en antwoorden verklaarde Fortuijn dat hij bij zijn verklaringen bleef en dat er niets aan toegevoegd of vanaf gehaald hoefde te worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0488 Het meisje Lea verloor veel bloed uit haar onderlijf waarmee haar kleding besmeurd was. Die kleding moest worden uitgewassen. Vervolgens is haar aanrander weggelopen en heeft haar gewond en hulpeloos achtergelaten. Hij is naar het huis van zijn baas gegaan met wat hout dat hij verzameld had. Toen hem werd gevraagd naar deze gebeurtenis ontkende hij dwang te hebben gebruikt. Hij beweerde dat zij het zelf wilde. Hij gaf wel toe dat hij zich schaamde over deze afschuwelijke misdaad tegen zo'n jong en onschuldig meisje.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0487 De geachte raad heeft samen met de aanwezige bestuursleden en secretaris Johannes de Grandpreez het document ondertekend en de secretaris heeft dit bevestigd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0482 Anton Jansen bekende dat wanneer het meisje hard schreeuwde tijdens zijn gewelddadige aanval, hij toch doorging met de verkrachting. Hij ontkende dat hij het meisje bedreigde om niets tegen haar baas te zeggen. Hij had gezien dat haar kleren gescheurd waren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0486 De slavin Sanna uit Ternate verscheen voor de Raad van Justitie van het Kasteel de Goede Hoop. Ze sprak Nederlands. Haar eerdere verklaring werd haar voorgelezen. Ze bevestigde dat ze bij haar verklaring bleef en dat er niets aan toegevoegd of verwijderd hoefde te worden. In aanwezigheid van de slaaf Fortuijn verklaarde ze dat alles de waarheid was. Dit werd vastgelegd in het Kasteel de Goede Hoop op 16 juli 1738. Bij de verklaring waren aanwezig de raadsleden P.R. de Savoije en Hendrik Oostwald Eksteen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0481 Een slaafgemaakte vrouw genaamd Lea werd verkracht. De dader bekende dat hij haar tegen haar wil naar de bosjes had gesleept. Hij gooide haar op haar rug op de grond terwijl ze hard schreeuwde. Hij dwong haar benen uit elkaar en heeft haar daarna aangerand. Na de verkrachting is hij weggegaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0485 Een moeder keek naar haar gewonde dochtertje en vroeg wat er aan de hand was. Het dochtertje vertelde dat een slaaf genaamd Fortuijn, in dienst van de zadelmaker Bernardus Van Biljon, haar rond het middaguur naar de bosjes had gesleept. Daar had hij haar kwaad gedaan en seksueel misbruikt. De moeder onderzocht haar dochter en zag dat ze gewond en bloedend was. De moeder bracht haar dochter naar huis en meldde het voorval bij haar werkgever.
De verklaring werd afgelegd op de rechtbank van het kasteel in De Goede Hoop, in aanwezigheid van de klerken Adriaan Van Schoor en Hendrik Emanuel Blankenberg.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0480
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0478 Lea van de Kaap, die de Nederlandse taal machtig was, legde een verklaring af op de rechtbank van het kasteel De Goede Hoop op 15 juli 1738. Dit gebeurde in het bijzijn van klerken Adriaan Van Schoor en Hendrik Emanuel Blankenberg als getuigen. De verklaring ging over iets dat ze in de bosjes had gevonden en naar huis had gebracht. Ze beloofde dat ze haar verklaring later nog verder kon toelichten als dat nodig was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0477 Hij heeft haar op de grond gegooid en haar benen uit elkaar getrokken. Daarna is hij op haar gaan liggen en heeft hij haar verkracht. Ze schreeuwde en huilde maar hij bleef doorgaan. Na een tijdje stond hij op en zei tegen haar dat ze niets tegen haar baas mocht zeggen anders zou hij haar vermoorden. Ze moest haar bebloede kleren wassen. Hij liep weg en liet haar machteloos en gewond achter. Tegen de avond vond haar moeder haar in de bosjes.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0476 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/