Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
In deze rechtszaak gaf de burger Van Leij antwoord op een aanklacht bij de president Rijk Tulbagh en de Raad van Justitie. Dit was in een zaak tegen de openbaar aanklager Daniel van den Henghel. De zaak werd behandeld op 19 mei. Van Leij werd aangeklaagd voor het mishandelen van zijn dienstmeid. Hij gaf aan erg verbaasd te zijn over deze aanklacht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0511 De getuige vertelt dat Maij naar zijn kamer was gekomen om te melden dat Olier al dood was. De getuige ging toen meteen naar de keuken en zag dat dit waar was - de dode dienstmeid lag dwars voor het vuur. Hij luidde de klok om iedereen bij elkaar te roepen. Toen er geen slaven kwamen opdagen, verliet hij stilletjes de boerderij zonder zijn baas te waarschuwen.
Bij de boerderij van Jan Hendrik van Helsdingen, boven de zogenaamde Silver Meijn, trof hij 6 jongens van zijn baas aan:
Hij vroeg hen waar ze heen gingen en of ze niet met hem terug wilden naar de boerderij. Ze antwoordden dat ze naar Kaap gingen en niet terug wilden. De getuige is toen ook met hen meegegaan naar Kaap. Op bevel van de vrouw van zijn meester ging hij vrijdag's nachts weer terug naar de boerderij. Bij aankomst zag hij zijn meester alleen op de andere boerderij rijden. Hij verklaart verder dat hij nooit ruzie met hem heeft gehad.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0508 Jan Pietersz uit Fredrikstad, die als knecht werkte voor Jan Leij, vertelde het volgende aan openbaar aanklager Daniel van den Henghel: Op donderdag 6 april tussen 9 en 10 uur 's ochtends werd een slavin genaamd Olier gestraft omdat ze specerijen en andere spullen had gestolen. Dit gebeurde op de plaats Houtbai in het voorhuis. De jongens Maij en Marcus sloegen haar met kleine messen op bevel van hun baas, terwijl de jongens Philip februarij, Pedro en December haar vasthielden. De slavin vluchtte daarna de tuin in waar ze tot zonsondergang in de regen en wind bleef liggen. Na een melding van Philip vond Jan Pietersz haar onder een citroenboom. Hij liet haar door Philip en Aron naar het slavenhuis brengen, waar ze tot tussen 1 en 2 uur 's nachts bleef liggen. Toen Olier zei dat ze het koud had, liet Jan Pietersz haar door Maij en Aron naar de keuken dragen. Hij gaf hun opdracht om een vuur te maken zodat ze zich kon opwarmen. Voor hij naar zijn kamer ging, vroeg de slavin om water, maar dat wilde hij haar niet geven. Ongeveer een uur later, rond 3 uur 's nachts, kwam de jongen Maij.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0507 Op 11 april 1748 bevestigde notaris W.V. Schoor aan de Kaap de Goede Hoop dat een kat of hond een deel van een vinger van een overledene had afgeknaagd. De verklaring werd mede ondertekend door secretaris Harnspek.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0504 Op verzoek van de onafhankelijke officier van justitie Daniel van den Henghel verklaart de eerste dokter van het bestuur dat hij op 9 december samen met raadsleden Abraham Decker en Jan Hop in de Houtbaai op het terrein van burger Jan Leij diens overleden slavin Olier van Niaf heeft onderzocht. De slavin was:
De dokter concludeerde dat de brandwonden op zich niet direct dodelijk waren maar wel tot de dood konden leiden omdat de bloedtoevoer werd belemmerd waardoor het weefsel kon afsterven. Ook werd nog opgemerkt dat de rechterpink was verwond.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0503 Voor de rechtbank van Kaap de Goede Hoop op 25 april 1740 werden vragen gesteld door rechters P.s R.s de Savoije en Jan Hendrik Hoop. Een verdachte werd ondervraagd over:
De verdachte ontkende schuld en beweerde alleen te hebben gedaan wat redelijk was. Het document werd ondertekend door de rechters, de ondervraagde en een secretaris.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0498 Johannes Leij verklaarde dat alle vragen aan hem duidelijk zijn voorgelezen en dat zijn antwoorden correct zijn opgeschreven. Hij wilde niets meer toevoegen of weghalen. Dit werd vastgelegd in Kaap de Goede Hoop op 29 april 1740 door P.R. de Savoije en I.H. Hop, leden van de Raad. Het document werd ondertekend door hen en door secretaris D.G. Carnspek.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0499 De knecht Antij waarschuwde dat de slavin in de tuin zat en erg koud had. Hij kreeg opdracht haar naar het slavenhuis te brengen. Antus zei tegen de knecht dat hij maar weg moest gaan. Er wordt gevraagd waarmee ze is geslagen, met een stok of met zweepjes. Er wordt ook gevraagd of de knecht de volgende dag op donderdag heeft gemeld dat genoemde slavin Plavin Ohier weer in het slavenhuis was. Ze was daar gebracht door de slaven Philip en Aron vanuit de boomgaard, en het ging heel slecht met haar.
Toen de knecht dit kwam vertellen werd hij boos weggestuurd met de woorden dat dit niet waar kon zijn omdat ze niet veel slagen had gehad. De vraag is of de knecht toen is weggejaagd. Later, rond middernacht, toen er lawaai was in het slavenhuis door slavin Ohier, gaf hij opdracht aan een slaaf om met een lantaarn naar het slavenhuis te gaan kijken wat er aan de hand was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0493 De slaaf Mey droeg een lantaarn toen hij met zijn meester naar het slavenhuis ging. Dit gebeurde op een donderdagnacht. De meester liet alle slaven wakker maken. Hij vond ook de slavin Olier die lag te slapen en maakte haar wakker. Er werd later onderzoek gedaan naar:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0484 De slaaf vertelt dat zijn eigenaar en een andere slaaf een dienstmeid genaamd Olier mishandelden. Ze hadden haar vastgebonden aan handen en voeten en ongeveer een uur lang om de beurt met een stok geslagen. Een jonge slaaf genaamd Pedro, die in de keuken werkte, sloeg haar ook. Later kwam er een jonge vrouw naar buiten die zei dat de dienstmeid al dood was. De eigenaar had het slachtoffer voor het vuur neergelegd.
De eigenaar beval de jonge vrouw om meer hout te halen voor het vuur, maar zij kwam niet meer terug. Toen vluchtte de verteller samen met de timmerman Februarij met het plan om naar Kaap te gaan en dit bij de autoriteiten te melden. Ze gingen eerst naar hun huis om het aan hun mevrouw te vertellen. Zij vroeg hen om thuis te blijven, maar de verteller sloop weg en meldde de zaak alsnog.
Een knecht was aanwezig toen de dienstmeid de eerste dag werd geslagen, maar niet op de tweede dag toen ze bij het vuur werd gelegd. Hij bleef toen in zijn kamer.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0465 's Nachts werden alle slaven naar het slavenhuis gebracht en naar bed gestuurd. Hun eigenaar stak wat vuur aan om het wat warmer te maken. Later in de nacht stond de eigenaar op en kwam naar het slavenhuis. Hij maakte iedereen wakker en riep om de timmerman in februari. Deze timmerman vluchtte meteen weg. De eigenaar gaf de andere slaven opdracht om de timmerman te vangen. In plaats daarvan vluchtten zij ook en verstopten zich achter een hek bij het slavenhuis, tegenover de deur. Vanaf daar kon de verteller duidelijk zien dat zijn eigenaar een vrouwelijke slaaf die op een slaapplaats lag wakker maakte en haar samen met de jonge May hard sloeg met een stok. De eigenaar beval May om deze vrouw naar de keuken in het grote huis te dragen, wat hij ook deed. De eigenaar gaf May opdracht om de keukendeur dicht te doen. De verteller en de andere slaven slopen toen van achter het hek naar de keukendeur, waarin een scheur zat waardoor ze één voor één konden kijken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0464 Een 60-jarige persoon die eerst geslagen werd, werd vervolgens koud door een natte kous en daarna nog een keer geslagen. Van deze slagen, die een jong en gezond lichaam gemakkelijk zou verdragen, kan een ouder persoon overlijden. Bij het straffen moet vooral gelet worden op de kracht en leeftijd van degene die gestraft wordt. Zulke gevallen zijn in Nederlands-Indië meestal met een geldboete bestraft, tenzij het misdrijf zo erg was dat er geen verzachtende omstandigheden mogelijk waren.
Om dit soort mishandelingen en ongelukken te voorkomen, eist de aanklager:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0458 Het juridische verzoek is ingediend door D. van D. Henghel en voorgelegd aan de rechtbank op 19 mei 1740. Het document is officieel bevestigd door de secretaris Harnsper.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0459 Isaac de Vries, sergeant van de burgerwacht, kreeg op 4 deze maand rond 8 uur 's avonds te horen dat er overlast was bij een buurvrouw genaamd Theure. Hij gaf opdracht aan Johannes van der Schijff, die korporaal was, om met 4 man op onderzoek uit te gaan. Toen ze bij het huis aankwamen zagen ze dat de deuren en ramen open stonden en er geen licht brandde. De korporaal liet een lantaarn halen bij de buren. Ze ontdekten dat de ramen ingeslagen waren, met scherven op de grond. Ze vonden vrouw Theure liggend op de grond in een gang bij de huizen op het plein.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0041 Op 3 maart 1740 aan Kaap de Goede Hoop bekende een man dat hij een jonge vrouw, Flora, had vermoord. Hij had haar gevraagd om weer bij hem terug te komen en een goed woordje voor hem te doen bij zijn baas. Flora reageerde alleen maar met scheldwoorden en dreigde het aan andere jongens te vertellen om hem te beschamen. Na drie keer vragen hield hij zijn mes achter zijn rug. Toen ze bleef schelden, besloot hij haar liever te vermoorden dan te zien dat ze met een ander zou blijven. Hij stak haar drie keer in de borst met zijn mes, waardoor ze direct dood neerviel. Hij sleepte haar lichaam van het wagenpad het veld in en vluchtte. Later werd hij opgepakt door de jongens van oud-burgerraad P. Guilliam Heems en aan justitie overgedragen. Hij gaf toe dat hij voor deze moord de doodstraf verdiende. De bekentenis werd afgenomen voor raadsleden P. Rs. de Savoije en Jacob de Henrion.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0031 De bestuurders van de Kaap de Goede Hoop hebben namens de Staten-Generaal van de Nederlandse Republiek de gevangene Alexander van Bengalen veroordeeld. Hij moest naar de gebruikelijke plaats voor het uitvoeren van straffen worden gebracht. Daar zou hij aan de beul worden overgedragen. Hij werd vastgebonden op een kruis en zonder genade van onder naar boven levend geradbraakt tot de dood erop volgde. Zijn lichaam werd daarna naar buiten gesleept en op een rad gezet, waar het moest blijven liggen als prooi voor de vogels.
Dit vonnis werd uitgesproken in het kasteel De Goede Hoop op 31 maart 1746 en uitgevoerd op 2 april 1746.
Het vonnis werd ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0040 's Ochtends werd de jonge arbeider door zijn meester met een zweep geslagen. Die dag moest hij ook nog zonder eten in de wijngaard werken. Omdat hij dit niet kon verdragen, besloot hij naar de bergen te vluchten. Na 2 dagen kwam hij 's nachts stiekem terug naar het terrein van zijn meester. Een van de andere knechten waarschuwde de meester, die naar het slavenhuis ging en de arbeider weer sloeg met een zweep. De meester gaf opdracht om de volgende ochtend alle visspullen klaar te maken. Terwijl de arbeider bezig was met het maken van een ontbrekend onderdeel, hoorde hij een klein Hottentots jongetje stilletjes alle jongens roepen. Hij dacht dat zijn meester hem weer wilde laten slaan en vluchtte opnieuw. Hij bleef in de bergen tot zijn meester naar de visplaats vertrok. 's Nachts kwam hij weer terug en ontmoette Flora bij de schaapskooi. Zij vroeg hem of hij met haar wilde slapen. Hij weigerde omdat hij dacht dat zij een relatie had met de jonge September. Zij vertelde dat ze vroeg moest slapen omdat ze de volgende ochtend een boodschap moest doen in Constantia voor haar mevrouw. Hij ging terug naar de bergen en kwam er 's ochtends vanaf om Flora op te wachten op de weg naar Constantia. Rond 7 uur zag hij haar op het wagenpad aankomen en ging naar haar toe.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0030 Een slaaf heeft zijn geliefde, de slavin Flora, vermoord omdat ze hem niet meer wilde en hij haar liever dood zag dan met een ander. Hij stak haar 3 keer met een mes in haar borst en andere plekken. Na de moord legde hij haar lichaam naast een wagenpad en vluchtte. Na enige tijd werd hij gevangen genomen door slaven van oudraadslid Guilliam Heems en naar Kaap de Goede Hoop gebracht.
De vermoorde Flora was volgens de eerste en tweede chirurg van het gouvernement 4 tot 5 maanden zwanger. De rechter, Daniel Van den Henghel, heeft de zaak bekeken en de bekentenis van de gevangene gehoord. In een land waar recht wordt gesproken moet zo'n ernstige misdaad streng worden bestraft om anderen af te schrikken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0039 Alexander van Bengalen, slaaf van landbouwer Jan Hendrik van Helsdingen, heeft bij de rechters een verklaring afgelegd op verzoek van officier van justitie Daniel van den Henghel. Hij vertelde het volgende:
In Witte Boomen in februari (precieze datum onbekend) was de vrouw des huizes alleen thuis terwijl zijn eigenaar in Kaap was. De vrouw gaf alle slaven een glas wijn. Alexander weigerde omdat hij ziek was. De andere slaven werden dronken. Een slaaf genaamd September en een andere slaaf genaamd Coffij zochten ruzie met Alexander en sloegen hem. Toen Alexander dit wilde melden bij zijn meesteres, werd hij tegengehouden door deze twee slaven. Ze sleepten hem over het erf achter het slavenhuis. Later kwam hij bij de deur van het huis. Toen hij klopte, hoorde zijn meesteres hem. Zij zei dat hij maar moest gaan slapen omdat het nacht was. Hij zei dat hij dat niet kon. Daarop lieten twee slaven hem in opdracht van zijn meesteres naar het slavenhuis brengen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0029 De getuige meldt dat toen de gevangen slaaf Alexander was opgepakt, deze in aanwezigheid van Pr. Heems en anderen had bekend dat hij Meergene Flora met meerdere steken had gedood. De getuige is bereid dit indien nodig nogmaals te bevestigen. Dit werd opgetekend op het secretariaat van het Kasteel de Goede Hoop op 21 maart 1746, in het bijzijn van klerken Adriaan van Schoor en Hendrik Emanuel Blanckenberg als getuigen.
Later verscheen burger Jan Hendrik van Helsdingen voor de Raad van Justitie. Na het voorlezen van zijn verklaring bevestigde hij dat deze volledig klopte. Hij wilde er niets aan toevoegen of vanaf halen. Hij bevestigde in aanwezigheid van de slaaf Alexander van Bengalen dat dit de waarheid was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0027 Alexander stond op en liep naar het slaaphuis. De volgende dag bleef Alexander op zijn bed liggen. De vrouw van de eigenaar wilde hem door burger Nicolaas Mulder laten ophalen. Toen Alexander dit merkte, ging hij meteen aan het werk tot ongeveer 11 uur. Daarna ging hij weg, maar om 12 uur lag hij alweer in zijn bed. De eigenaar haalde Alexander eruit en gaf hem medicijnen. Hij droeg hem op zich klaar te maken om de volgende ochtend naar het strand te gaan. Alexander maakte twee wagens klaar. Hij moest naar burger Jan Colijn gaan om drie jongens te vragen om mee te gaan vissen. De wagens vertrokken met enkele slaven naar het strand, gevolgd door de eigenaar te paard. De eigenaar vond Alexander daar niet. Toen hij de volgende dag thuiskwam, hoorde hij dat Alexander een slavin genaamd Flora van de Kaap had vermoord op het pad tussen Constantia en zijn plaats. Alexander kwam niet meer thuis, maar werd op 18 februari gevangen genomen door Willem, een slaaf van oud-burgerraad P. Guilliam Heems, samen met enkele anderen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0026 De aanklager vindt dat de beschuldigde volgens goddelijke en wereldlijke wetten de doodstraf verdient. Hij hoeft hiervoor geen wetten aan te halen omdat hij dit eerder al heeft gedaan. De precieze manier van executie laat hij over aan het oordeel van de rechters.
De aanklager eist dat de beschuldigde veroordeeld wordt tot:
Deze eis is ondertekend door D. van den Henghel en ingediend bij de rechtbank op 31 maart 1740. Bevestigd door secretaris Harnsper.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0024 Een slaafgemaakte kreeg ruzie met Flora, een slaafgemaakte vrouw. Flora zei dat ze vroeg moest slapen omdat ze de volgende ochtend een boodschap naar Constantie moest brengen voor haar meesteres. De man ging toen naar de bergen en wachtte daar tot de volgende morgen. Rond 7 uur 's ochtends zag hij Flora aankomen op het pad naar Constantie. Hij vroeg haar vriendelijk waarom ze met de jonge September omging en of ze niet weer met hem verder wilde gaan. Hij vroeg ook of ze een goed woordje voor hem wilde doen bij zijn baas. Flora antwoordde alleen maar met scheldwoorden en dreigde hem te schande te maken bij andere jongens. Na drie keer vragen en steeds gescheld te krijgen, pakte hij zijn mes. Hij hield het achter zijn rug en vroeg haar voor de laatste keer of ze bij hem terug wilde komen. Toen ze bleef schelden, besloot hij haar te doden in plaats van te zien hoe ze met een ander zou blijven. Hij stak haar drie keer met zijn mes in haar borst en lichaam, waardoor ze direct dood neerviel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0022 2 jongens werden naar het slavenhuis gebracht. In opdracht van hun vrouwelijke eigenaar werden ze 's ochtends door de jonge Coffij met een zweep wakker geslagen. Ze moesten die hele dag zonder eten in de wijngaard werken. Omdat hij dit niet kon verdragen, ging hij 's ochtends naar het gebergte om te vluchten. Dit verhaal verschilt van wat eerder gezegd werd, namelijk dat hij na de slagen in opdracht van zijn eigenares 's ochtends tot 11 uur 's middags moest werken. Daarna was hij afwezig tot ongeveer 12 uur 's nachts, toen hij door zijn eigenaar op zijn slaapplek werd gevonden. Deze gaf hem enkele zweepslagen en droeg hem op om de volgende ochtend alle visspullen klaar te maken. Terwijl hij bezig was een onderdeel van een juk te maken, hoorde hij een klein Hottentots jongetje stilletjes alle jongens roepen. Hij vermoedde dat zijn eigenaar hem weer wilde laten slaan en vluchtte het gebergte in. Hij bleef daar tot zijn eigenaar naar de visplaats vertrok. 's Nachts kwam hij terug naar de plaats van zijn eigenaar. Bij de schaapskooi ontmoette hij de meid Flora, die vroeg of hij met haar wilde slapen. Hij weigerde omdat zij volgens hem een relatie had met de jonge September.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0021 In februari is er een incident geweest waarbij een vrouw des huizes wijn gaf aan haar slaven. De verdachte weigerde dit omdat hij ziek was. De andere slaven werden volgens de verdachte dronken. De aanklager gelooft dit verhaal niet omdat één glas wijn niet genoeg is om slaven die zwaar werk doen dronken te maken. Ook zou een eigenaar zijn slaven niet dronken voeren omdat dit problemen kan veroorzaken. De verdachte zegt dat twee slaven, genaamd September en Coffi, ruzie met hem zochten en hem sloegen. Hij wilde dit melden bij zijn meesteres maar werd tegengehouden door deze twee jongens die hem over het erf achter het slavenhuis sleepten. Later kwam hij toch bij de deur van het huis. Toen zijn meesteres hem hoorde kloppen, zei ze dat hij maar moest gaan slapen omdat het nacht was. Hij zei dat hij dat niet kon doen. Daarna werd hij op bevel van zijn meesteres door twee anderen weggebracht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11015 / 0020 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/