Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Er werden verschillende obligaties (waardepapieren) verhandeld:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701676 / 537 Dit is een financiële opsomming van verschillende effecten en obligaties uit de 19e eeuw. De belangrijkste posten waren:
Het totaalbedrag van de opgelijste effecten kwam uit op 95.107,31 gulden.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701676 / 538 Deze tekst beschrijft een erfenis en de verdeling daarvan. De totale waarde van de nalatenschap bedroeg 130.554,31 gulden. Dit bedrag werd verdeeld in 7 gelijke delen van 18.650,61 4/7 gulden elk.
De erfgenamen waren:
De nalatenschap bestond onder andere uit:
Ralph Dundas Hooglandt trad op als gemachtigde voor George August Baron Tindal.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701676 / 539 Dit is een verdeling van erfenis of bezittingen tussen Lijdia Cornelia Tindal (echtgenote van Henricus Roijen) en Jonkheer Leonard Jean Tindal (vertegenwoordigd door Abraham Elias Hooglandt). De verdeling bestaat uit:
Het totaalbedrag voor beide partijen was precies gelijk: 18.650 gulden, 61 4/7 cent.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 16 / 0540 Er is een lijst met verschillende waardepapieren en geldbedragen die verdeeld worden tussen een aantal personen:
Het totaalbedrag van 18.650,61 gulden wordt verdeeld tussen:
Dit wordt verdeeld tussen Abraham Elias Hooglandt en Ralph Dundas Hooglandt, waarbij de laatste optreedt als gemachtigde van George August Baron Tindal.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 16 / 0541 In deze erfeniskwestie krijgt mevrouw Marie Louise Tindal, weduwe van Hendrik Jan Willem Pisuisse, verschillende waardepapieren:
Generaal-majoor Henricus Roijen, als gemachtigde van Isaal Stalenhoef, is voogd over de minderjarige kinderen van wijlen Adrianus Vreeswijk en wijlen Julie Françoise Tindal:
Deze kinderen ontvangen:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701676 / 542 De heer Jonkheer Willem Fredrik Tindal kreeg zijn deel van verkochte spullen en verschillende waardepapieren:
Het totaalbedrag kwam uit op 18.650,61 4/7 gulden.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 16 / 0543 Er wordt een geldsom van 18.357,65 gulden overgedragen. Deze bestaat uit:
Dit maakt samen 18.650,61 4/7 gulden. De betrokkenen, zowel privé als in officiële hoedanigheid, verklaren tevreden te zijn met deze verdeling. Ze hebben allemaal hun deel ontvangen. De kantonrechter keurt de verdeling goed omdat de belangen van minderjarigen voldoende zijn beschermd.
De notaris wijst de voogden erop dat geld van minderjarigen moet worden belegd in:
De akte is opgesteld in Haarlem aan het Donkere Spaarne op 21 januari 1858. Als getuigen waren aanwezig Adam van Dort Junior en Jacobus Antonius de Bellefroid. Mevrouw Roijen, geboren Tindal, kon niet tekenen vanwege een verlamde hand.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701676 / 544 Op 22 januari 1858 werd in Haarlem een akte geregistreerd. Er moest belasting betaald worden voor een schuldbekentenis van 3000 gulden en een scheiding. De totale kosten waren 79 gulden en 21 cent. De ontvanger was D.F. Crommelin. Op 15 januari 1858 verscheen voor notaris Matheus Hubert Haenen in Maastricht de George August Baron Tindal, gepensioneerd kapitein ter zee. Hij was mede-erfgenaam van zijn moeder Helena Jeannetta Hartkamp, die op 10 juni 1857 in Haarlem was overleden. Ze was weduwe van Ralph Dundas Baron Tindal, generaal der infanterie. Baron Tindal was ook:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701676 / 545 Deze tekst gaat over de erfenis na het overlijden van Helena Kannetta Hartkamp, weduwe van Raph Dundas Baron Tindal (een generaal der infanterie). Ze woonde aan het Donkere Spaarne in Haarlem waar ze overleed op 10 juni 1857. De erfgenamen waren:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701676 / 535 De notaris Cornelis Gerlings uit Haarlem verklaart dat Helena Jeannette Hartkamp, weduwe van Ralph Dundas Baron Tindal, op 10 juni is overleden in Haarlem. Haar erfgenamen zijn:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701676 / 343 Cornelis Gerlings, notaris uit Haarlem, verklaart dat Helena Jeannette Hartkamp, weduwe van Ralph Dundas Baron Tindal, is overleden in Haarlem op 10 juni. Haar erfgenamen zijn haar kinderen en kleinkinderen:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 16 / 0343 Op de school in Mallabar waren er
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2542 / 0117 Er zijn 3 documenten met verhoren:
Deze documenten zijn geregistreerd en aan de rechtbank voorgelegd in Batavia op 26 mei 1750. Het document is ondertekend door H.Z. van Suchteleen. De kopie is gemaakt in Batavia op 5 maart 1750.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9432 / 0402 Op 24 maart 1750 werd een verzoek ingediend over de brutale daden van een koetsier genaamd Leo, die een slaaf was van de opperkoopman Aart Peeper. Leo had zowel de kinderen als de persoon van de inlandse burger Adam Andriesz aangevallen. De waterfiscaal Henricus Jacobus van Suchtelen, die ook tijdelijk advocaat-fiscaal van India was, verzocht om Leo gevangen te nemen. Dit verzoek werd goedgekeurd en genoteerd in het strafrechtelijke register.
Op 26 maart 1750 overhandigde waterfiscaal Henricus Jacobus van Suchtelen een verklaring aan de raad, samen met verschillende documenten. Deze verklaring was gericht aan de president Reinier Stapel en de andere leden van de rechtbank van het kasteel. Bij de verklaring waren twee getuigenverklaringen gevoegd:
Deze verklaringen waren opgesteld in aanwezigheid van klerk Pieter Brandenburg.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9312 / 0225 In het jaar 1765 vertrok het schip Ietlust van de Kamer Zeeland naar Oost-Indië. Aan boord waren verschillende bemanningsleden, waaronder:
De bemanning bestond uit verschillende rangen zoals matrozen, soldaten, bootslieden, korporaals, ondertimmermannen en bosschieter (kanonnier). Ze kwamen uit verschillende plaatsen waaronder Antwerpen, Veere, Gent, Groningen, Marseille en Canton.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 3002 / 0388 Op 28 augustus 1787 verscheen voor notaris Adrianus van der Most in Schiedam de eerste schipper Sybrand Olssen van het oorlogsschip genaamd Schiegecommandam, dat lag bij Hellevoetsluis. Hij gaf toestemming aan apotheker Jacobus Reijnier Leivis om namens hem geld te innen bij de Admiraliteit op de Maas. Dit geld bestond uit:
Deze machtiging kon alleen ingetrokken worden als eerst alle verschuldigde bedragen aan Leivis waren betaald. De akte werd ondertekend in aanwezigheid van getuigen Jacob de Merre en Simon de Merre.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 2275879 / 10 Op 25 juni 1674 verschenen voor notaris Adriaen Lock in Amsterdam de kooplieden Pieter en Arnout van Uchelen. Ze gaven volmacht aan Francois Elison en Pieter Vootorijn, kooplieden in Londen, om:
Als getuigen waren aanwezig Dirck Jouws, Joannes Boelenen, Pieter van Uchelen, J. Boelensz, Almont van Jeklen en J. Tomo.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965389 / 598 Johan Victoryn, een handelaar uit Londen, verscheen samen met anderen voor notaris Wilhelmus Sylouis op 13, 14 en 29 december 1690 en 24 augustus 1691. Hij was de meerderjarige zoon van Pieter Victoryn en Sara Dalet en erfgenaam van zijn tante Margareta Victoryn (weduwe van Francois Elison).
De volgende personen waren bij deze zaak betrokken als erfgenamen:
Deze erfgenamen hadden allemaal verschillende aandelen in de erfenis van Josina Dirks Backers en Johan Elison.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2320203 / 518 Op 5 januari 1668 ging notaris Adriaen Lock met getuigen naar Elias Sandra de Oude, een koopman in Amsterdam. Hij vroeg namens kooplieden Henri en Charles Gerards om een wisselbrief te accepteren. Deze wisselbrief was gericht aan Elias Sandra de Jonge.
Elias Sandra de Oude weigerde de wisselbrief te accepteren omdat de opsteller van de brief niet aan zijn verplichtingen had voldaan. De notaris maakte hier bezwaar tegen en eiste vergoeding van alle kosten en schade.
De wisselbrief zelf was geschreven in Nantes op 8 december 1667. Melchisedec Sandra vroeg daarin aan Elias Sandra de Jonge om 500 gulden te betalen aan George Rooge.
De getuigen waren Benjamin Clajes Mar Enkel en Dirck Touw.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965449 / 27 Dit is een huwelijkscontract uit Utrecht van 19 juni 1629. Het legt vast dat:
Het contract is ondertekend door Pieter de Kooninck, Geertrut van Berck, Pieter Sabe, Adam van Lexch, G.G. Gemys (notaris), en Catharina Trijntge Visschers (huisvrouw van Adam van Berten).
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 6507213 / 640 Op 19 december 1626 verscheen Hendrick Willemsz voor notaris Valm Anthijsz. Willemsz verklaarde dat hij als oppertimmerman zou varen naar Oost-Indië met het schip Utrecht. Hij gaf volmacht aan Neelthen Cornelis om tijdens zijn afwezigheid:
Als getuigen waren aanwezig Barent Jansz, Jan Jansz en Abel Arentsz (beëdigd makelaar).
Later in het document worden verschillende landeigenaren genoemd bij de Bijlmermeer, waaronder Piet Toll, Marrij Pieters, Willem Cornelisz, Sijmen IJsbrantsz, Claes Cornelisz, Cornelis Corssz, Jan Cornelis, Bruijn Jansz en Dirck Claesz. Deze personen hadden te maken met dijkgraaf Harmen Keulingh van de Bijlmermeer over betalingen voor afgegraven land.
Deze zaak was op 27 april behandeld door advocaat Jan de Witte, Jan van Vlooswijck en Reijer Cornelisz. Het Hof van Holland gaf op 28 oktober een uitspraak, gevolgd door een zitting op 30 oktober onder raadsheer Reijnier van Xsijn.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510866 / 236 Op 14 december 1632 maakte de zieke handelaar Mattheus Huijbrechts uit Amsterdam zijn testament. Hij was nog goed bij verstand. Hij verklaarde het volgende:
Ook bevatte het document huwelijkse voorwaarden tussen Jan Haeghe en Grietgen Hooft. Ze zouden geen gemeenschap van goederen hebben. Als Jan eerst zou overlijden, kreeg Grietgen 12.000 gulden. Dit gold ook voor haar kinderen als zij eerst zou overlijden. Als Grietgen zonder kinderen zou overlijden, kregen haar erfgenamen alleen haar eigen bezittingen en sieraden.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510465 / 284 Op 7 juli 1655 verschenen voor notaris Adriaen Lock twee kooplieden uit Amsterdam:
Zij verklaarden onder ede, op verzoek van koopman Frans Pardicque, dat zij op 24 maart 1655 via makelaar Elias Sandra 50 vaatjes met witte Goudse vijgen hebben verkocht en geleverd. In totaal waren dit dus 100 vaatjes voor een prijs van 9,875 gulden per 100 pond, te betalen binnen 14 dagen met een half procent korting.
De getuigen bij deze verklaring waren notarisklerk Vuis en Hendrick Jaspersz.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965433 / 33 Louis Craijers moet aan Gustavus Smit voor de kost, drank en lesgeld van Melchisedech Cocq elke 6 maanden gedurende 2,5 jaar 60 gulden betalen. Dit moet steeds aan het begin van elk half jaar gebeuren, zoals in het eerste contract staat. Ze beloven dit na te komen volgens de wet. Dit werd vastgelegd in Amsterdam in aanwezigheid van Elias Sandra, de oudoom van Melchisedech Cocq, en de getuigen Claes Mars en Dirck Touw. A. Lock was de notaris.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965450 / 243 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/