Stadsarchief Amsterdam,
archieftoegang 342, Archief van de Gasthuizen,
inventarisnummer 10, HET ARCHIEF VAN HET OUDE-, H. GEEST-OF S. ELISABETHS-GASTHUIS, EIGENDOMMEN, SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN, Voor Heyman Peterszoon en Vechter Baerntszoon, schepenen van Amsterdam, sticht heer Egbert Symonszoon, priester, met Dirc Janszoon zijn voogd, en met goedkeuring van zijn zwagers, Eemont Heinricxzoon en Dirc Janszoon, een eeuwigdurend officium van 6 missen in de kapel van het gasthuis van de Heilige Geest voor zijn eigen zielenheil en dat van zijn ouders, broeders, zusters, vrienden en verwanten. Daartoe draagt hij over aan het gasthuis de helft van een stuk land dat Jan Pontenland is geheten, gelegen achter het Kartuizerklooster, en dat hij samen met Nelle Dirc Janszoons weduwe bezit, met een jaarlijkse huur van 4 Rijnse guldens. Ook doet hij 2 schepenbrieven over aan het gasthuis. Eén van 2 gouden Rijnse guldens per jaar aan eeuwige rente op Lemmens huis en erf, gelegen achter de Oude Kerk, en de ander van 2 gouden Rijnse guldens per jaar aan eeuwige rente op Symon Dragers huis en erf op de Zeedijk. Tevens schenkt Egbert het gasthuis 100 Rijnse gulden en een missaal van 20 Rijnse gulden. Zijn zwager, Eemont Heinrixzoon, schenkt 150 Rijnse gulden. De provisoren van het gasthuis, Jan Meliszoon, Vrederic Joest, Baernt Baerntszoon en Ysbrant Janszoon, beloven dit officium te onderhouden en te doen bedienen door een goede priester. Tot zijn dood zal Egbert zelf twee à drie maal de mis opvoeren. Na zijn dood dient de mis te worden opgevoerd door een priester uit zijn eigen familie, of, bij gebrek daaraan, door een andere devote priester. Na de mis dient de priester het graf van Egberts ouders te bezoeken en daar voor het zielenheil van zijn ouders, broeders en zusters te bidden. De priester zal hiertoe jaarlijks 18 Rijnse gulden ontvangen, of wat de inkomsten uit de pachten en renten toestaan. Het gasthuis draagt tot in de eeuwigheid zorg voor alle benodigdheden voor de missen: de kosten, een kelk, boek, ornamenten, was, licht, wijn en brood. Op het door het gasthuis verzaken van de afspraken staat een poenaliteit waarbij de opbrengsten van de geschonken stukken land en het geschonken geldbedrag overgaan op de kerkmeesters van de Onze-Lieve-Vrouweparochiekerk, de Huiszittende armen van de Onze-Lieve-Vrouweparochie en Het Sint-Geertruidenconvent., 1475