Blader door transcripties » Lokale Kronieken uit de Nederlanden 1500-1850
archieftoegang 1792_Brie_Klui_05, pagina 11



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

<88> Op huiden den 15. november 1768 compareerde voor schout en scheepenen van de fortresse Helvoetsluis hier onder genomineert Pieter Keiser, boekhouder, Jan Eduard Gallas, Gerrit van Lind, Willem Hamel, directeurs, Simon Swaan, secretaris, Pieter Ernestus Brugh ende Leendert Takkebos, geadjungeerde directeurs van het contract en reglement van de weduwensocieteit binnen deeze fortresse, op den 28. febr. 1750 opgeregt en op den 7. april desselven jaars bij de Hove van Holland geapprobeert, soo voor haar selven en als geauthoriseerdens van de als nog contribueerende leeden van de gemeld societeit, ter eenre, ende Grietie Kooijman, wed. IJsbrand Verhaagen, Alida Kluit, wed. Leendert de Ruiter, Cornelia Natris, wed. Anthonij van <89> Ameronge, Willemina van Deventer, wed. Jacobus van Herwaarde, den heer Jacobus Rolandus als last en procuratie hebbende van Cornelia Cloribus, wed. Dirk Smits, Maria van Beets, wed. Jan Kortpenning, Levina Elsbroek, wed. Hendrik van den Bergh, en Maria van Batenburg, wed. Nicolaas van den Bos, den Weled. gestr. heer Pieter Ernest Bruch als last en procuratie hebbende van Elisabeth Kraanenburg, wed. Cornelis van der Linden, en Elisabeth Koomans, wed. Albert Willemse, de heer Jan Kluit als last en procuratie hebbende van Cath. Keiser, wed. Jan Ruigrok, en Trijntie Langstraat, wed. Cornelis Bul, sinjeur Teunis Captein als last en pro-<90> curatie hebbende van Johanna Brouwenaar, wed. Leendert Captein, en Sara Libbe, wed. Gerrit Roeloffs, ende Jan Eduard Gallas als last en procuratie hebbende van Elisabeth Goderd Ramboinet, wed. Jan Hendrik Swendler, ende Cornelia Adriana van Casteele, wed. Martin Krijger, alle te saamen trekkende weduwen van voornoemde societeit, ter andere zijde.
Te kennen geevende zij comparanten, dat bij het opregten van de voorn. societeit tot maintien derselve wel was geformeert een behoorlijk reglement, bequaam en geschikt soo als men sig verbeeld had, om de voorn. societeit allesints in staat houden, dat bij het derde lit van het 19. art. van het selve reglement in 't bijsonder om het fonds <91> der societeit des te beeter te conserveeren en te vermeerderen, was vastgesteld, dat de weduwen welke in de eerste vijff jaaren mogten koomen te vallen jaarlijks zoude trekken 150 guldens. Soo dat in de eerste vijff jaaren te reekenen van Paasschen 1750 tot Paasschen 1755 niet meerder dan de voorn. 150 guldens zouden worden bedeelt, dog na Paassch 1755 aan alle weduwe zijdne off komende 250 guldens.
Dan dat de respective leeden en directeurs der voorn. societeit na verloop van eenige jaaren, door de geringheid van het capitaal der voorn. societeit, het klein aantal der contribueerden leeden en de meenigte der weduwen, sig <92> genecessiteert hadden gevonden om daar in verandering te maaken en op den 23. maart 1761 bij alteratie, renovatie en ampliatie van het voorn. reglement met opsigte tot het voorn. derde lid van het 19. art. vandien te resolveeren, dat de jaarlijksche uitdeelinge aan de gemelde weduwen tot Paasschen 1765 zouden blijven tot 150 guldens en dat deselve jaarlijksche uitdeelinge zouden blijven continueeren soo lange als zulks door de omstan-digheeden van het aantal weduwen geweest zijnde off nog weezende, bij de directeurs en present zijnde leeden op het doen der reekening van een van die tusschenjaaren, met een derde van de stemmen zouden worden goetgevonden, met bijvoeging van eenige verder poincten van menagie bij het selve gealtereerde en gerenoveer-<93> de reglement gearresteert.
Dat offschoon men had vertrouwt, dat de voorn. societeit daardoor voor verdere verval zoude zijn gesecureert, egter het getal der weduwen soodanig van tijd tot tijd was vermeerdert, dat het voorn. fonds niet toereikende was geweest om ingevolge van het voorn. gealtereerde reglement aan ijder van deselve weduwen een jaarlijkse uitkeering van 150 guldens te kunnen doen, maar dat men al verder was genootsaakt geweest om de voorn. uitkeeringe te verminderen en deselve bij resolutie van alle de presente leeden in de convocatie op den 24. september 1763 binnen Helvoetsluis gehouden, te bepaalen op de geringe somme van 52 gulden 's jaars.
<94> Dat niettegenstaande de voorn. en andere genome precautien en heilsaame resolutien om, was het mogelijk, de gen. societeit in staat te houden, egter te voorsien was, dat dezelve niet zoude kunnen blijven subsisteeren, gemerkt de geringheid van het fonds, als allenlijk bestaande in een capitaal van tien duisend ses hondert en twintigh guldens in Hollandsche obligatien, waarvan de intressen jaarlijks niet meer bedraagen dan eene somme van 266 guldens. En in het jaarlijks contingent van twee en twintig als nog contribueerende leeden, uit 't welk de voorn. societeit thans alleen bestaat, uitmaakende jaarlijks vijff hondert vijfftig guldens en bedragende het voorn inkoomen jaarlijks te saamen in het geheel niet meer dan 816 guldens, waar jegens de gemelde societeit thans <95> reeds is belast met seventien weduwen, aan welke ingevolge de laastgemelde resolutie jaarlijks ijder 52 guldens en dus te saamen 884 gulden soude moeten wierden uitgekeert, behalve andere kleine maar teffens noodwendige te valle onkosten van verschotten.
Dat gelijk de jaarlijkse uitkeeringen en lasten der voorn. societeit derhalven het voorn. inkoomen reeds surpasseerden, men derhalve al wederom bedagt zouden moeten weesen om de uitkeeringe aan de voorn. weduwen jaarlijks nog al te verminderen, te meer, nadien apparent was, dat derselver getal van tijd tot tijd sal accresseeren, sonder dat sig eenige hoope op doet. dat de voorn. societeit in beeteren staat sal geraaken, vooral <96> ook, dewijl bij anderen geen inclinatie word gevonden om nieuwlings in deselve deel te nemen.
Dat bovendien de voorn. als nog contribueerende twee en twintig leeden door de gemelde omstandigeeden konnende voor uitsien, dat de voorn. societeit binnen korten tijd van self geheel te niete zoude moeten gaan en dus het meeste deel derselve daar door seer ligtlijk kunnende resolveeren om in plaats van een nog onseeekere afwagtinge van zulke geringe jaarlijksche uitdeelinge voor hunne weduwen in der tijd, liever de gemelde societeit geheel en al van nu aff aan te verlaten en hunne jaarlijkse fournissement in te houden, waar door de uitdeelingen aan de voorn. seventien weduwen jaarlijks alleen zouden moeten worden gevonden uit de intressen van het voorn. capitaal van tien duisend ses honderd en twintig gulden in Hollandsche obligatien en alzoo tot <97> eene bijna niet noemenswaardig somma soude worden geredigeert.
De comparante soo ter eenre als andere zijde derhalve hadden geoordeelt het oorbaarste te weesen, dat het voorn. fonds of capitaall onder den andere wierde verdeelt en daar meede de voorn. societeit gedissolveert.
En verklaarden de respective comparanten soo ter eenre als andere zijde met den znderen te zijn overeen gekoomen en geconvinieert,
Dat de comparante ter eenre als regeerende directeurs zullen worden geauthoriseet ende gequalificeert. soo als <98> dezelve geauthoriseert ende gequalificeert worden bij deezen, omme alle de obligatien en effecten, welke tot de voorn. societeit zijn specteerende en gehoornede, en welke zijn bestaande in de naarvolgende als namelijk
een obligatie ten laste van 't gemeneland van Holland en Westvriesland ten comptoire der stad Brielle, groot 1000 gl. ten name van Annetie Arensdr in dato 22. julij 1669, geagg. 21. nov. 1669, Reg. fol. 216-VI,
een dito ten laste en compt. als vooren, groot 620 gl. ten name van 't Weergors in dato den 17. julij 1672, fol.. C-6. geagg. 14 april 1674 Nom. 143 Reg. fol. 235,
een dito ten laste en compt. als vooren, groot 600 gl. ten naame Mr. Herpert Molewater in dato 19. maart 1672 fol. 235 11 geagg. 30. meij 1672 Reg. fol. 228 N. 78,
een dito ten laste en compt. als vooren,. groot 2000 gl. ten naame zijne hoogheid den heere prince van Oranje in dato den 24. maart 1674 fol. 243-b geagg/ 20. october 1674 N. 267 Reg. fol. 249,
<99> een dito ten lasten en compt. als voore groot 1000 gl. ten naame van juffr. Corn. van Son in dato 22. febr. 1696 fol. 269-5 geagg. 14. sept. 1696 Nom. 582 Reg. fol. 299,
een dito ten laste en comptoire als voore groot 500 gl. ten naame van den Grooten Armen van Helvoetsluis in dato den 19. febr. 1697 fol. 276 geagg. 20. meij 1697 Nom. 616 Reg. fol. 303,
een dito ten alst en comp. als voore groot 1500 gl. ten naame van R.B. in dato den 1. aug. 1697 fol. 280-4 geagg. 23. aug. 1697 Nom. 639 Reg. fol. 306,
een dito ten laste en compt. als voore groot 600 gl. ten naame H.W. G.M. in dato den 11. junij 1705 fol. 335-2 geagg. 8. julij 1705 Nom. 980 Reg. fol. 349,
<100> een dito ten laste en compt. als voore groot 1000 gl. ten naame van Johan Timmers en Hend. Bakhuize als voogden van Willem Bastiaanse Brokje in dato 26. novembr 1708 Nom. 1341 Reg. fol. 387,

Bronvermelding

Lokale Kronieken uit de Nederlanden 1500-1850, archieftoegang 1792_Brie_Klui_05, Kluit, Jan. “Historische Jaerboeken Der Stad Briel, Deel 3, 1e Stuk, 1767-1770.” Brielle, 1770. 501, inventarisnummer 5. Streekarchief Voorne-Putten Rozenburg.,



Ga naar de volgende pagina (12)  Ga naar de vorige pagina (10) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/