archieftoegang 281, inventarisnummer 366, pagina 110
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
elkander overeenkomen, terwijl in allen gevalle ieder der aanblijvende deelhebbers gehouden zal zijn om al datgene te doen of te helpen verrigten, wat de wet als dan zal vorderen om van die voortzetting naar regten te doen blijken.- Zij, die tot het besluit der meerderheid tot voortzet ting niet hebben medegewerkt en dus de vennoor„ schap bij het einde van den in het Eerste lid van artikel één bepaalden termijn verlangen te ver„ laten, zullen daartoe het regt hebben, mits zij zich deswege op dezelfde vergadering, indien zij aldaar tegenwoordig zyn, en anders binnen één maand na ontvangen kennisgeving schrif. telijk verklaren. De zoodanigen zullen alsdan insgelijk zich moeten vergenoegen met eene uitkeering in geld van de waarde huns aandeels blijkens de laatste, ingevolge artikeltwintig twintig opgemaakte balans, terwijl alle goederen, vorderingen, regten en andere bezittingen, evenzeer als in het geval bij het derde lid van artikel zevenendertig voor zien, het eigendom zullen blijven van hen, die de zaak voortzetten. — De aftredenden zullen tevens verpligt zijn om zich, zoowel persoonlijk als door tusschenkomst van anderen, gedurende twee jaar, van allen gist„ handel en andere voor de vennootschap nadee lige verrigtingen te onthouden op eene boete van twee duizend gulden, voor elke brandery van den overtreden, zullende ook te dezen opzigte de bedoelde tusschenkomst geacht worden plaats te hebben zoo dikwijls één of meer der personen, bij het eerste li„ van artikel dertig dezer overeenkomst aange„ wezen, in strijd met het zoo even bepaalde heeft gehandeld. - Het zal echter den deelgenooten geoorloofd zijn zich van de voormelde verpligting te bevrijden door de betaling eener gelijke som van tweeduizend gul„ den per branderij dadelijk bij hunne aftreding.- Onder den voorschreven verboden handel is niet begrepen de levering der gist in hunne branderijen vervaardigd, aan wien ook, noch ook nochook de deelneming in eene vereeniging van branders, als de onderwerpelijke, en ten tijde van de exporatie deze overeenkomst reeds bestaande.— Artikel veertig. Alle werkzaamheden der vennootschap zullen, ten zij in geval van volstrekte noodzakelijkheid waaromtrent de meerderheid van het bestuur beslissen zal, gedurende den zondag stilstaan, en geender deelgenooten, in welke betrekking ook, zal genoodzaakt kunnen worden om op dien dag of op andere kerkelyke feestdagen zijner ge zindte, waarop hij uit dien hoofde zijne branderij doet stilstaan, werkzaam te zijn of te doen werken Artikel één en veertig.- De overtreding der bepalingen dezer overeenkomst, waar op geene bijzondere straf gesteld is, zullen door de verga dering gestraft worden, met eene boete van tien tot vyfhonderd gulden.— — Artikel twee en veertig. Alle geschillen, welke tusschen de vennooten, als zoodanig of tusschen de leden van het bestuur on derling, of tusschen het bestuur en een of meer vennooten mogten ontstaan, zullen bij een besluit der vergadering van deelgenooten beslist worden Die daarentegen, welke, het zij zulk een besluit het„ zij iets anders bij deze overeenkomst niet voorzien betreffen, zullen onderworpen worden aan de beslis fing van drie onzijdige scheidsmannen, door de partijen met onderling goedvinden, of, bij gebreke daar„ van, door den Kantonregter te Schiedam, op verzoek van de meest gereede partij benoemd en die, na, op de wijze, door hen voor te schrijven, van de geding voerenden de noodige bewijzen en inlichtingen bekomen te hebben, als goede mannen, naar bil lijkheid, zonder vorm van proces en in het hoor ste ressort uitspraak zullen doen. Artikel drie en veertig. Ieder vennoot is verpligt aan het bestuur der vennoor„ schap binnen acht dagen na de onderteekening dezer acte schriftelijk opgave te doen van eene woonplaats binnen deze gemeente, waar, des gevorderd, de kennis„ „gevingen bij artikel twee en dertig en drieendertig bedoeld, aan hem kunnen geschieden.— Ter zake van al hetgeen overigens voorschreven is, verkiezen de comparanten woonplaats ten kantore van mij Notaris, en, bij ontstentenis daarvan, ten kantore van den jongsten Notaris in rang te Schiedam gevestigd.— Nadat het vorenstaande aldus was vastgesteld heb ben de comparanten mij vóór het verlijden dezer aen nog doen blijken, dat zij voor het loopende dienstjaar behoorlijk aangifte tot het verkrijgen van patent, het welk echter nog niet is afgegeven, hadden gedaan, en voor het laatstverloopen dienstjaar waren gepatenteerd ge
Bronvermelding
Gemeentearchief Schiedam, archieftoegang 281, Notaris Karel Arnold Poortman, 1837-1886, inventarisnummer 366, Minuutakten, 1861, akten 4367-4426
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.