Blader door transcripties » Noord-Hollands Archief
archieftoegang 186.8, inventarisnummer 21, pagina 78



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

De Pachters zijn behalve aan deze bepaling, onderworpen aan den straffen en
boeten bij verordening van wege het Polderbestuur vastgesteld, of later vast te
stellen, waarvoor de borgen mede aansprakelijk zijn.
Art. 15.
De eigenaarslasten, zoowel als het onderhoud der werken, blijven voor rekening
van het Polderbestuur; daarentegen wordt hier uitdrukkelijk bepaald, dat voor de
werken van den Haarlemmermeer-polder, de Pachters zich des gevorderd moeten
laten welgevallen, dat door het aanleggen van nieuwe werken of het onderhoud
van bestaanden, het verhoogen en verzwaren van dijken en kaden met de bermen,
het verveenen en vergraven van landen, als andersints, het genot van sommige
der verpachte perceelen, geheel of gedeeltelijk voor korteren of langeren tijd zal
kunnen ophouden, of zal komen te vervallen.
In die gevallen zal echter bij het eindigen der pacht eene restitutie aan de
Pachters worden uitbetaald voor de aldus ingenomen oppervlakte, ter grootte van
het volle bedrag der pachtsom per bunder, als de inneming geschiedt vóór het
maaijen der eerste snede, of vóór 1 Julij; het twee derde van dat bedrag, als de
inneming geschiedt vóór het maaijen der tweede snede of voor 1 September, en het
een derde van dat bedrag als de inneming geschiedt na het maaijen der tweede
snede of na den 1.o September. Geschiedt de inneming na Kersmis dan bedraagt
de restitutie slechts een achtste deel van de pacht.
Voor zooveel de boven opgenoemde oorzaken, tot vermindering der waarde van
het genot der perceelen reeds mogten hebben bestaan bij het aangaan van de pacht
zullen zij geene reden opleveren tot een geheel of gedeeltelijk ontslag van de pachtsom.
Art. 16.
De Pachters zijn verpligt het gepachtte te houden buiten alle schouwen en keu-
ren, welke daarop door het Polderbestuur gelegd zijn of zullen worden, en moeten
wijders de perceelen herhaaldelijk zuiveren van alle onkruid, en in het bijzonder
de kool, havik, mosterd, distels, pijpenkruid, spekwortel en al het onkruit dat
daarvoor vatbaar is, uit den grond trekken ten einde het zoodoende te vernieti-
gen; zullende hierover jaarlijks twee Schouwen worden gedreven door het Polder-
bestuur, te weten: omstreeks half Julij en half October, of wel zooveel meer als
het bestuur voornoemd raadzaam zal oordeelen, en zal bij bevind van nalatigheid
ten dezen, het verzuimde voor rekening van de Pachters en hunne borgen worden
hersteld. Zij zullen, onverminderd de verpligting tot teruggave der kosten, nog
vervallen in de schadeloosstelling bij art. 14 beschreven.
Art. 17.
De Pachters zijn gehouden de Bermsloot tusschen den Veldweg en den verpach-
ten grond tweemaal's jaars geheel op te halen of te kroozen en de greppels in
eenige perceelen gemaakt, voldoende te onderhouden. Zij zijn mede verpligt gaten
en ongelijkheden in de Ringdijken te digten en gelijk te maken; de grond daartoe
wordt hun door het Polderbestuur aangewezen.
Wanneer die gronden alleen als hooiland gebruikt worden, behoudt het Polder-
bestuur zich de bevoegdheid voor, om die gelijkmaking voor eigene rekening te doen
uitvoeren, als zulks geraden geacht wordt.
Art. 18.
Het is aan de Pachters verboden om de gepachte gronden binnen den afstand
van 40 meters uit het Ringvaartsboord gemeten, te spitten of te ploegen of dien
grond op eenige andere wijze te roeren, zonder schriftelijke vergunning van het
Polderbestuur.
De naar de zijde van den Ringdijk gelegen helft van den Veldweg, voor zoover
die langs de verpachte perceelen loopt, zal door den Pachter kunnen worden ge-
hooid, tenzij het Polderbestuur op eene andere wijze over dien weg beschikt.
De veldwegen en de perceelen dijksgrond, die reeds door of van wege het Pol-
derbestuur zijn gelijk gemaakt en onder profil gebragt, mogen niet worden geroerd.
De terreinen buiten de 40 meters uit het Ringvaartsboord gemeten, moeten mede
gelijk gemaakt en gehouden worden, en wanneer die gespit of geploegd worden
van greppels ter afwatering voorzien zijn. De pachters zijn gehouden hunne ge-
ploegde of gespitte landen na het ontblooten der schoof in klaver op te leveren en ze tot
dat einde te bezaaien met 10 Ned. ponden rood en wit klaverzaad. Het grasgewas
langs de bermen staande mag slechts ter breedte van 1 meter, gemeten uit den kant
van het jaagpad, gemaaid worden. Schadelijke gewassen en mosterzaad mogen op
de dijken niet verbouwd worden.
Art. 19.
De Pachters moeten over hunne perceelen toelaten het vervoer van alle materi-
alen en hulpmiddelen, welke tot uitvoering en onderhouden der werken van den
Polder benoodigd zijn of daarmede in betrekking staan, evenzoo het uitsteken van
grond voor het onderhouden van de Ringvaartsboorden. Zij moeten mede de vrije
passage vergunnen aan de Verpachters, hunne Beambten en het Werkvolk, in dienst
van het Polderbestuur. Wijders moeten de Pachters elkander voor zooveel noodig
en ter beslissing van de Verpachters, in geval van verschil, een overpad vergunner
tot afvoer van hunne producten en tot gebruik van hun perceel, op den voet en de
wijze als het is verpacht; en tevens overtogt verleenen aan de Pachters van zooda-
nige perceelen, binnen of buiten de beringing aan particulieren toebehoorende, aan
welke zoodanige vrije overtogt bij de onteigening en den verkoop der Poldergron-
den is toegezegd, zonder deswegen eenige schadevergoeding te kunnen vorderen.
De Pachters moeten mede gedoogen alle door het Polderbestuur aan derden ver-
leende of nog te verleenen Uitwegen of Voetpaden over de Dijken en verdere
Gronden, daar waar het dit noodig acht, zonder dat daarvoor schadevergoeding aan
de Pachters zal worden toegekend.
Bij de lengte- en dwarswegen blijft eene breedte van 40 meters, ter wederzijden
uit het hart van den weg gemeten, voor oplosplaatsen ter beschikking van het
Polderbestuur.
Het Polderbestuur zal tevens de bevoegdheid hebben tijdelijk het plaatsen van
materialen of producten op den verpachten grond aan derden toe te staan en re-

Bronvermelding

Noord-Hollands Archief, archieftoegang 186.8, Notariële akten van notarissen in de gemeente Haarlemmermeer, kantoor I (Nieuw Notarieel Archief Haarlemmermeer), inventarisnummer 21, Johannes Leonardus van der Moer, Minuutakten, 1861-1886, 1874 akte 1014-1115



Ga naar de volgende pagina (79)  Ga naar de vorige pagina (77) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/