Blader door transcripties » Noord-Hollands Archief
archieftoegang 1972, inventarisnummer 581, pagina 10



Transcriptie

5
ƒ
derd een en zettig, groot vyftien francs, teeu 5524
nammer 7 - volgens verteekening in de nalatenschap ge
vonden behoort in dit premielot de helft aan Meejuf
frouw Geertje van Helder te Amsterdam
— Verklaringen van den Comparant=
De aangeven verklaarde:

1: dat bij het overlijden de erflaatsten ten Hteefhuize en
kontat geld voorhanden was. twee en twintig, gulden
22. 80
tachtig cents
was uit
dat sedert het overlijden ontvangen
een begrafenisbas, de som van honderd twee
50
192
negentig gulden vyftig cents
samen de som van twee honderd vyftien gulden
ƒ215
30
dertig cents.
dat hurven door hem zijn betaald voor legret
feniskosten aan Adrianus Cassie te Bloemen„
daal, de som van Zes en negentig gulden tien
10
9t

Cents
zoodat thans bij hem in kas in de som van
20
119
Honderd negentien gulden twintig cents.
21. dat hij vermeent, dat de nalatenschap tot
den sterfdag ten goede komt een vordering wegens en
aan de erflaatster vermaakte lyfrente, doen zich voor
behoert hieromtrent een nader onderzoch in te stelben
voorts dat de nalatenschap van neemend iets te

heeft
vorderen
3. dat de nalatenschap verschuldigd is:
aan de fermia Francé Menderen van der Elst te Haar
lem vieren veertig gulden vijf en tachtig en een halve
Cent
aan Yde Raaij te randpoort, vijf gulden negen en vijf
tig cents
aan Poeter Bakken te Bloemendaal, drie gulden ze„
ventig cents
aan de Wed: H. Raderen zoon te Amsterdam, vieren
vyftig gulden zeven cents
aan Everts. waschgelt, na overlijden acht gulden
en verder wegens tenshuin en huistuudelyke zaken
een bedrag, dat hem tot heden niet bekend is en al
hier wordt vermeld voor Memorie.
Men is met deze vacatie bezig geweest tot des na„
middags ongeveen twee een en niets meer bevonden
zynde om in deze beschryving te worden opgenomen
zoo heeft de aangeven in handen van mij notaris den
eed afgelegd van niets te hebben verdersterd, noem
gezien te hebben, noen te weten, dat iets is verduisterd
geworden van alhetgeen tot de nalatenschap der erf
laatster behoort.
Alhetgee beschreven werd is gebleven onder bewa„
ring van den aangeven
Waarven akte, verleden ten tyde en ter plaatse, in het
hoofd dezer akte vermeld; in tegenwoordigheid van
den Heer Venderikus Gerardus Lendeman, notaris Klerk
en Antonius Brinkmans, Schoenmaker, beiden wo„

nende te Haarlem, als getuigen
Na voorlezing hebben de Comparant en de genoemd
getuigen met mij notaris deze minurt onderteekend
P:J. Langesr
A Brinkmans
J. Bruijn P
HG. Kennen
Notaris
16.2.7.
b. A. 12 pag
J Mei
N.o 677.
1897.
Boedelscheiding.
Voor mij Pieter Bruijn Pieterszoon, notaris, ter stana
plaats de gemeente Haarlem, arrondissement Haarlem
zijn, ter voldoening aan het bepaalde bij Artikel 1121
van het Burgerlijk Wetboek, in tegenwoordigheid
van den Edel Achtbaren Heer Meester Arnold Adri„
aan van der Mersch, Kantonrechter, te Haarlem,
zoomede in tegenwoordigheid van de na te noemen
mij bekende getuigen, verschenen:
Ten Eerste: Elisabeth van der Mij, weduwe van Floris
van der Schinkel, zonder beroep, wonende te Zand„
voort, uit eigen hoofde.
Ten Tweede: Willem van der Schinkel, arbeider, wo
nende te Zandvoort, uit eigen hoofde.
Ten Derde: Cornelis Barnhoorn, boschwachter
wonende in de gemeente Velsen, weduwnaar van
Petronella van der Schinkel, uit eigen hoofde
Ten Vierde: Maria van der Schinkel, meerderja
rig, ongehuwd en zonder beroep, wonende te Zand„
voort, uit eigen hoofde.
En ten Vijfde: Genoemde Willem van der Schinke
als toeziende voogd over Johanna-, Martinus
Slorentius-, Johannes-, Elisabeth., Jacoba., en Hen
drik van der Schinkel; tot welke betrekking hi
is benoemd en beëedigd door den heer Kanton„
rechter te Haarlem blijkens proces verbaal van den
Zesden November Achttien honderd zes ennegentig
De belangen dier minderjarigen worden door hem
in deze waargenomen, aangezien zij geacht kunnen
worden in tweestrijd te zijn met die van hun moeder
en wettelijke voogdesse, de eerstgenoemde comparante
De comparanten zijn mij notaris bekend.
zij verklaarden heden, onder goedkeuring van den
heer Kantonrechter, ten overstaan van mij notaris
te zullen overgaan tot de boedelscheiding van al„
les wat behoort tot:
a. de wettelijke algeheele gemeenschap van goederen,
welke bestaan heeft tusschen de echtelieden Floris
van der Schinkel en Elisabeth van der Mij;
en b. tot de nalatenschap van eerstgenoemde.
Ten einde daartoe te geraken, werd door de comparan
ten het volgende verklaard:
Floris van der Schinkel en Elisabeth van der Mij wa
ren met elkander onder de tegenwoordige Nederland
sche Burgerlijke Wetgeving, zonder huwelijks voor
waarden en dus in wettelijke algeheele gemeenscha„
van goederen gehuwd

Bronvermelding

Noord-Hollands Archief, archieftoegang 1972, Notariële akten van notarissen te Haarlem (Nieuw Notarieel Archief Haarlem), inventarisnummer 581, Bruijn Pzn, Pieter, Akten, 1897; nummers 671-780



Ga naar de volgende pagina (10)  Ga naar de vorige pagina (9) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/