archieftoegang 1.04.02, inventarisnummer 1663, pagina 90
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
168 169 Van Macassar onder Dato 4=en Julij A„o 1702: Van Macassar onder Dato 4=en Iulij A:o 1702. getuijgen, dog zoo hy bij ikete ontkennen wil bliven, laet hem sijn geweir, dan maer dragen, ik zal dan bij hem komen, om die zaek met 't geweir te verevenen, dam mabanij die seggen gehoord hebbende gaf 's maendags den ring over aen dain malaba, om die mn ter hand te stellen, dog de neusdoek seijde hij aen sijn moeder gegeven te hebben welken ring tot nu toe nog by mij is berustende, seggende hy dani Malaba tegens mij ik versoek dat gij mij in die zaek niet wilt trecken, het is wel mijn Eygen broeder, maer hy heeft daer een quade zaek aen gedaen, daer ik hem op antwoorde 't is goet maer verneemt nog eens omtrent in broeder, of hij geen brieven haer Sa=eina heeft, en segt hem dat die dog voor my niet verbergt, op den 1=e aug=o wanneer den Coning van bonij om een speel reijsje na maros ging in de negory majannang hebbe ik daii malawa weder by mijn geroepen hem sendende na mijn broeder aron Cajo om met hem all een over die zaek te raedplegen, dog seijde tegens hem dain malaba segt met dat ik u gesonden heb, maer hiet of gij 't beste daer in met u beijden bewerken kuind, en so t wel afloopt en hij dani mabanij mij die twee meijden Siettij en Sontingh die in die zaek gebruijkt zin, wil overgeven, en mij om vergiffeinis wil versoeken, brengt hem dan bij mij ik zal dan sien om die zaek af te doen, en hem sulx vergeven, sijnde hij dain malaba„ bij aroe Cap gegaen, en met hem gesproken hebbende, quam hy my seggen dat hij arou Caijo geseijt hadde 't is goet als min broeder hem dat vergeven wil, maer laet ons liever soo lang wagten dat aron mamalij, en aroubelo, vande mandhar weder te rugge komen om die zaek dan met den anderen ter deegen te overleggen, gevende ik hem dani malaba, daer op ten antwoord dat is dog beter dat de broeders aen weerkanten daer by zyn, dog ik zal aen haer versoeken, dat 't best dat sy daer in doen kunnen, en by haer voor goet gekeurt wierd, ik mij daer na zal voegen, hebbende ik alsoo daer mede gewagt, tot de komst van voorsz aron mamalij en aron belo, die den 13=en october op dingsdag vande mandhar weder thuijs quamen, sonder dat'er met haer wederkomst eenigh gevolg of eenig gesprek over die zaek met gem: syn broeders gehouden wierd, maer deselve als stil wierd gepasseerd en soo Continu„ eerde tot dat aron mamalij den 24=en april op Saturdag na bonij vertrok om de goude gintasol in bonij te brengen agt dagen naer syn mamalys vertrek en siende dat er geen vervolg op quam ging ik die zake den Coning van bonij bekent maken, als ook dat ik— 't selve bevorens aenden Heere gouverneur van thije bekent gemaekt had, met 't bekomen antwoord van syn E. dierwegen, gevende den Coning van bony doen ter tyd op Patingloan wesende op Saturdag den 2„e man mij ten antwoord als 't soo gelegen is, en dain mabanij sulx gedaen heeft, kund hem dan maer doden, want wat voor een — manspersoon kan dat verdragen, dat men sulx met syn vrouw doet waer op daegs daer aen een weijnig na de middag hem dani mabanij hebbe laten om t leven brengen, 's daegs daer aen stuurde mijn broeder arou Caijo na goa by den Coning om mijn vrouw Sa cina van daer te haten, die den Coning met liet volgen, en tegens den afgesondene seijde wagt wat want Sacima is na de Eylanden met mijn vrouw om haer wat te vermaken, en sy is tot nog toe niet weder gekomen, en als zy weder komt sullen wy met onse grooten daer over raeds plegen, en 't genome besluijt als dan aen aron Caijo doen bekent maken, 's daegs daer aen wierd my door bouan Rappan mijn Slavinne Saedja die op Sacina gepast had, weder te ring en'thuijs gesonden na twelke en op den 8=e maij een afgesant vanden Coning van goa bij aron Caijo quam, met een boodschap dat hij saeina niet konlaten volgen, dewijl hy Coning van goa door haer vader by syn leven als volmagt over haer gesteld was, eenigen tyd daer na stuurde arou belo mede na goa om haer sacina vanden Coning te vorderen, dog den selven kreeg ook geen ander bescheijt als 'tgeen hij Coning, en aron Caijo had laten weten, waer na ik tiende dat zy saeina niet uijt goa te krijgen was seijde ik tegens mijn broeder arou Caijo maekt zulx eens aen den Coning van weder goa
Bronvermelding
Nationaal Archief / Rijksarchief Zuid-Holland, archieftoegang 1.04.02, Inventaris van het archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811), inventarisnummer 1663, Heren Zeventien en kamer Amsterdam, INGEKOMEN STUKKEN UIT INDIË, Overgekomen brieven en papieren, Overgekomen brieven en papieren uit Indië aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam, Overgekomen brieven en papieren uit Indië aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam, 1703. RRRRR. Dertiende boek: Batavia's ingekomen brievenboek, deel II: Makassar, Timor, Palembang, Japan, Malakka
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.