Lewe en Johannes Kardas; thans in gebruik by Alber„
tus Regter& om in dezer voege te moeten worden gebruikt,
als: in Achttien honderd vyf en veertig te bezaaijen met haver,
in achttien honderd zes en veertig, naar behooren te moe„
ten zomervalgen;- in achttien honderd zeven en veertig
te bezaaijen met Koolzaad; - in achttien honderd acht en veertig met
rogge te bezaaijen, in achttien honderd negen en veertig groen te ge„
bruiken, om te hooijen; en in achttien honderd vyftig groen te moeten
weiden. De huurder moet in de zes huurjaren al de slooten rondom
de beide stukken land, voor zooveel aan den verhuurder toebehooren
„de, laten graven, en de aarde naar behooren over het land laten brengen,
In het jaar, dat het land gezomervalgd wordt, kan de verhuurder,
naar zijn verkiezen, en voor zyne rekening laten graven, en woelen,
alsmede een nieuwe sloot door het land; en de aarde zoowel van de
woelen als van de sloot, moet de huurder over het land brengen, en
naar behooren in hetzelve bewerken, voorts zal de huurder in dat
jaar zestig behoorlyke voeren mest over het land moeten leveren,
doch zoodra het groen blyft liggen, zal de verhuurder hetzelve met
wit klaverzaad laten bezaaijen. - De akkers zullen eene behoor„
„lyke breedte moeten hebben zoo als voor goed groenland geschikt is,
en de beide laatste huurjaren zal de huurder moeten zorgen, dat by
nat weder het land niet worde vertrapt, om hetzelve als effen en goed
groenland aan den verhuurder te kunnen overleveren.
De perceelen twee tot en met achttien, hiervoren vermeld, zyn gelegen onder
Appingedam, Tjamsweer en Jakwert.
Op de navolgende voorwaarden, door den Heer Comparant aan
ons opgegeven, en welke bestaan in de volgende artikelen:
Artikel een. De voorschrevene Behuizinge en landerijen worden verhuurd
zoo goed en kwaad, groot en klein, als dezelve in hunne einden en zwetter
zyn gelegen, willende de verhuurder niet gehouden zyn, wegens on„
„dermaat van het land, noch tot eenig nader aanwys van zwetten, als
anders, als wordende ieder bieder gerekend, genoeg met het gepresen
teerde bekend te zyn, en geene nadere aanwyzing te legeeren, met
lusten, regten, voorregten, lasten, zwarigheden en erfdienstbaarheden,
zigtbare en onzigtbare, heerschende en lydende, daarop liggende, of
nog te leggen, zonder eenige uitzondering hae ook genaamd. De
huurder van het eerste perceel moet de behuizinge deur en venster
digt houden, en dezelve behoorlyk bewonen.
Artikel twee. De aanvaarding zal plaats hebben van de behuizinge
op den eersten mei aanstaande, en van het heemstede, de tuin en de lan„
„derien op den veertienden Maart eerstkomende, en wederom wezen
geeindigd, zonder dat de verhuurder gehouden wil zyn daarvan
nadere opzage of aanzegging te doen, van de behuizinge op den eerste
Mei achttien honderd zes en veertig, het heemstede, de tuin en van groen„
„landen, onder de perceelen een tot en met een en dertig vermeld, op den Eer
„sten December Achttien honderd vyf en veertig; en van de landen onder perceel
twee en dertig omschreven, op den Eersten December Achttien honderd en
vyftig
—
Artikel drie. De huurders moeten hunne eigene schade schutten, en zullen
het gehuurde niet laten dan den tienden July eerstkomende, mogen
maaijen, bij verbeurte van twee Gulden van ieder bunder voor elken dag
la.
1 00
later maaijen; te betalen aan de Armen der Hervormden waar
onder het land behoort; en hetzelve aan geen ander, hetzy geheel,
of ten deele, mogen overdoen of verhuren, zonder schriftelyke
toestemming van den verhuurder, alsmede om geene reden vermin=
„dering van huurpenningen kunnen of mogen pretenderen,
waarvan de huurders gerekend worden wel expresselyk te
hebben gerenuncieerd.
Artikel vier. De huurpenningen moeten betaald worden in
goed gangbaar geld, klinkende munt en niet anders, in handen en ten
kantore van mij Notaris, en wel van de perceelen een tot en met een en
dertig, op den eersten November eerstkomende, en van het perceel
twee en dertig jaarlijks, mede op den eersten November, met by
betaling van vyf ten honderd, zonder eenige korting, als worden
„de de huurders belast met alle noodvallen, zoowel voorziene
als onvoorziene. - voor te late betaling der huurpenningen zul
„len de huurders rente moeten voldoen naar vyf Gulden ten honderd
in het jaar; en, wanneer de huurders van perceel twee en dertig
in gebreke mogten blijven om de op den eersten November van eenig
huurjaar verschenen huur en opgelden te voldoen, zullen zy moe„
ten gedogen, dat het gehuurde dadelyk na eene vruchteloze
aanmaning tot betaling, op hunne schade, voor den overigen
huurtyd weder publiek verhuurd wordt, terwyl zy van de meerder
opbrengst geen voordeel zullen hebben; ten ware de verhuurder
mogt verkiezen het gehuarde weder tot zich te nemen.
Artikel vyf. De verhuurder houdt voor zyne rekening de vaste huur
en alle belastingen; echter moet de huurder van het eerste perceel,
de personele belasting van af den eersten Mei Achttien honderd
vyf en veertig, dragen. Het maken van den weg, moet zonder ee„
„nige vergoeding geschieden door de huurders van de perceelen
bylangs den weg liggende.
Artikel zes. Des gevraagd is ieder bieder verpligt om dadelyk op zy
„ne kosten, eene voldoende zelfschuldige borg te stellen, ten genoegen
van den verhuurder, welke zich hoofdelyk met hem verbindt voor
de betaling der huurpenningen en verdere nakoming dezer voor„
„waarden, zullende, bi gebreke van dien, de verhuurder kunnen
terugtasten op de voorgaande bieders, welke allen nog een uur
na afloop der laatste veiling voor hunne gedane botten moeten
instaan. — Het bot van perceel twee en dertig geschiedt voor den
huurprys van ieder jaar.
Artikel Zeven. twee of meerder personen te zamen huurders worden
„de, zal ieder hunner hoofdelyk voor de geheele huarprys aan„
spraakbaar zyn.
Artikel acht. De verhuurder houdt aan zich het regt en de vry„
„heid tot aan den vyftienden April aanstaande, om de aardwallen
over het land dat niet gehoord en voor een jaar verhuurd wordt,
te doen brengen, en na den eersten November daaraanvolgen„
„de - echter met uitzondering van perceel twee en dertig voormeld-
over al de gepresenteerd wordende landen, alsmede om het dan
te mogen laten grappen en de wring by de Jukwerderweg te mo„
„gen sluiten; wyders houdt de verhuurder nog de vryheid om de sloo„
„ten te laten graven, en de daaruit komende aarde op de wallen te
doen werpen.
Bronvermelding
AlleGroningers, archieftoegang 86, Notarissen te Appingedam (standplaats 2), 1812-1922, inventarisnummer 53, Archief van notaris mr. Albertus Muntinghe Cleveringa, Minuten van akten, 1841 - 1874, 1845, nummers 1-87
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.