Blader door transcripties » AlleGroningers
archieftoegang 86, inventarisnummer 53, pagina 30



Transcriptie

Op de twee en twintigste en
drie en twintigste regel dezer
bladzyde, van boven af, vier
voorden doorgehaald, te ver
anderen in: vyftien koppen
best wit Klaverzaad en vy„
koppen best rooi
goedgekeurd.
C I B SLoot
HJ.d.
W:KB
AMG
Ot
de maaijing vóór den eersten July moeten geschieden,
en daarna weiden, wanneer het land niet te nat is.
De perceelen een, twee, drie en vier zyn gelegen te
Polwert.
Perceel vyf. Ongeveer Een bunder dertig roeden zes Ellen pastory land
van Marsum, thans nog ongescheiden liggende in een bunder drie en
vyftig roeden vyftig ellen land, gelegen onder Holwierde, voor het ge„
„heel voorkomende op het kadaster van de Gemeente Bierum in
sectie D. nummer drie honderd vyf en twintig; in gebruik geweest
by Willem Alberts Zaagman en Cornelis Jans Bos, Landbouwers, beide
wonende te Marsum; om te bouwen; De huurders van dit perceel moe„
ten hetzelve in dit, het eerste huurjaar, zomervolgen, de slooten gra„
„ven, en woelen waar zulks noodig is, ten einde dit land eene goede
afwatering verkrijge; voorts zes of zevenmaal naar behooren
ploegen en eggen, en voorts onder het toezigt van den verhuurder, na
daarvan vooraf aan denzelven kennis te hebben gegeven, te bemes„
ten met zestig goede overen mest, en dan te bezaaijen met koolzaad;
het tweede jaar, wanneer de oogst van het Koolzaad mogt mis„
„lukken, moet de huurder weder doorbouwen, en dit perceel met
haver bezaaijen; in het najaar naar behooren te ploegen en eg
„gen, en daarna het gehuurde te bezaaijen met rogge; in de madni
April van het derde jaar moet de huurder twintig koppen best
uit Klaverzaad onder de vrucht zaaijen, en mag hy, na het in
„oogsten der rogge, het gehuurde weiden, doch mag het weiden
niet plaats hebben bij natte tijden; - het vierde jaar kan hetzelve
gehoord worden, de huurder mag echter niet later dan den vyfden
July maaijen; - het vyfde jaar moet dit perceel worden geweid,
zullende de huurder verpligt zijn voor den eersten Augustus de
Stykels en misgewassen, op het gehuurde zich bevindende, af te
zichten; - het zesde of laatste jaar kan hetzelve gehooid worden,
terwijl de huurder niet later dan den vyftienden July mag maaijen,
Voorts moet de huurder van dit als nog ongescheiden perceel, ge„
„dogen, dat door hetzelve, ter afscheiding van de thans verhuurd wor„
„dende ongeveer een bunder dertig roeden en zes ellen, eene sloot wor
„de gegraven; dat die sloot voor de halfscheid van het verhuurde
worde afgegraven en dat de daaruit komende aarde op het ge
huurde worde geworpen.
Perceel zes. Een bunder vier en zeventig roeden zestig ellen land, ge„
„legen onder Holwierde, in gebruik geweest by wollem Alberts
Zaagman en Cornelis Jans Bos, beide voornoemd, voorkomende op het
kadaster van de Gemeente Bierum in Sectie D. nummer drie honderd
zes en twintig, om te bouwen. De huurders van dit perceel moeten
hetzelve, in dit, zynde het eerste, huurjaar bebouwen met haver
boonen, erwten of aardappels, ter hunner keuze; - voorts in het tweede
jaar zomervalgen, de slooten graven, woelen, en de meend goot op„
graven, alles zoo als zulks behoort gedaan te worden; voorts zes of
Zevenmaal goed te ploegen en eggen, wyders - na vooraf gegevene ken
nisgeving aan en onder het toezigt van den verhuurder - te bemesten
met zeventig goede voeren mest, en daarna dit perceel te be„
„zaaijen met Koolzaad; - het derde jaar, ingeval de oogst van het
koot
Op den vyfden regel dezer
bladzyde, van boven af, zes
woorden doorgehaald; te ve
„anderen in: twintig kopper
best wit Klaverzaad en vyf
koppen best rood
goedgekeurd
J: J: P: Sthort
J MJ.d
N.116
AM G
Dee
n
7
Koolzaad mogt mislukken, zal de huurder moeten doorbouwen,
en dit perceel met haver bezaaijen; in het najaar hetzelve naar
behooren te beploegen en eggen; en daarna te bezaaijen met rogge„
in de maand April van het vierde jaar moet de huurder onder
de vrucht vyfen twintig koppen best wit Klaverzaad Zaaijen, en na
het inoogsten der rogge, dit perceel te weiden; echter mag het
weiden in natte tyden niet geschieden, — in het vyfde jaar kan dit
perceel worden gehooid-, doch moet het maaijen geschied zyn voor
den vyfden Juli; — het zesde of laatste huurjaar moet het gehuurde
worden geweid en zal de huurder de stykels en andere misgewassen
van hetzelve vóór den eersten Augustus, moeten afzichten:
De perceelen vyf en zes zyn bezwaard met overvaart en voetpad
en wordt het vyfde perceel daarenboven bezwaard met een over„
„vaart van en naar het perceel groot ongeveer drie en twintig roeden
vier en veertig ellen, hetwelk van het als nog ongescheiden vyfde
perceel, voor het geheel gemeten op Een bunder drie en vyftig roeden vyftig
ellen, zal worden afgegraven.
De voorwaarden van verhuring, door den Heer Comparant aan ons
opgegeven, bestaan in de volgende Artikelen
Artikel een. Bovenstaande landeryen worden verhuurd zoo goed
en kwaad, groot en klein, als in derzelver einden zyn gelegen, wil
„lende de verhuurder niet gehouden zyn voor misstelling van de
„zelve, noch wegens mindermaat van het land, als wordende het
Gerekend, dat de bieders en huurders ten vollen met het gepre
„senteerde bekend zyn en geene nadere aanduiding begeeren,
met lusten, regten, voorregten, lasten, zwarigheden en erfdienst
„baarheden, zigtbare en onzigtbare, heerschende en lydende,
daarop liggende of nog te leggen, zonder eenige uitzondering
hoe ook genaamd. De huurders mogen van de landeryen
geen ander gebruik maken dan waartoe dezelve verhuurd
zyn; zullende de huurders, indien zy tegens deze bepaling ha„
„delen, de schade daardoor veroorzaakt, ter tavatie van twee goe„
„de mannen, door den verhuurder te benoemen, moeten vergoeden,
en tevens verstoken zin van het verder gebruik; zullende zy
moeten gedogen, dat het gehuurde op hunne schade weder pu„
„bliek wordt verhuurd, ten ware de verhuurder mogt verkiezen
hetzelve weder tot zich te nemen. Ingeval van wederverhuring
zullen de eerste huurders geen voordeel hebben vande meerdere
opbrengst.
Artikel twee. Deze verharing geschiedt; ten aanzien der perceelen
één, twee en drie, voor drie achtereenvolgende jaren, om te aanvaarden
de landerijen op den twaalfden Maart eerstkomende, en te verlate
op den twaalfden Maart Achttien honderd acht en veertig,
en, voor zoo veel betreft de perceelen vier, vyf en zes, voor zes achter„
„eenvolgende jaren, om te aanvaarden de landen op den twaalfden
Maart aanstaande, en te verlaten op den twaalfden Maart Acht„
tien honderd een en vyftig.
Artikel drie. De hooilanden zullen slechts eenmaal in het
jaar gemaaid mogen worden, en wel telkens- voor zoo verre zulk
niet reeds bi de perceelen vier, vyf en zes hiervoren vermeld, is opge
„geven - vóór den vyftienden July, op eene boete van twee Gulden overel
he

Bronvermelding

AlleGroningers, archieftoegang 86, Notarissen te Appingedam (standplaats 2), 1812-1922, inventarisnummer 53, Archief van notaris mr. Albertus Muntinghe Cleveringa, Minuten van akten, 1841 - 1874, 1845, nummers 1-87



Ga naar de volgende pagina (31)  Ga naar de vorige pagina (29) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/