archieftoegang 499, inventarisnummer 342, pagina 11
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
in de Waag kon worden geëxposeerd . De zo populaire stijlkamers uit het Stedelijk Muse- um moesten daar bijvoorbeeld achterblijven , en werden zelfs in de jaren zeventig verwij- derd en in het depot gezet . Al voor de Tweede Wereldoorlog , toen bekend werd dat het Burgerweeshuis aan de Kal- verstraat vrij zou komen , ontstonden ideeën om het museum hiernaar toe over te plaatsen . Een commissie , waarin onder andere jhr . Willem Sandberg , toenmalig conservator van de Gemeentemusea , en de historicus prof . dr . Jan Romein zitting hadden , boog zich in 1938 over het vraagstuk van de inrichting van een nieuw Amsterdams Historisch Museum . 10 Het was onder meer de bedoeling om de stijlkamers uit het Stedelijk daar in onder te kun- nen brengen . De Tweede Wereldoorlog maakte voorlopig een eind aan de plannen . Het Amsterdams Historisch Museum werd gesloten en ging eind augustus 1944 voor het eerst na vier jaar weer open met een tentoonstelling over stadspoorten en waaggebouwen . Van de perma- nente tentoonstelling waren slechts enkele objecten te zien , waaronder de beelden van Goliath en David ; het merendeel van de collectie uit de Waag bevond zich nog in de schuilkelders . Pas in december 1945 kon men zich volop bezighouden met de herinrich- ting van het museum . In het begin van de jaren vijftig was het de zakenman en kunstverzamelaar Willem Drees- mann die bij burgemeester A . E . d'Ailly en museumdirecteur Sandberg wederom de aan- dacht vestigde op de onbevredigende presentatie van Amsterdams geschiedenis in de Waag . Hij wees erop dat met behulp van zijn eigen rijke collectie een museum zou kunnen ontstaan dat de kleurrijke geschiedenis van de stad recht zou doen . Dreesmann had een veelzijdige collectie kunstwerken bijeengebracht , die betrekking hadden op Amsterdam . De verzameling was van een dermate hoog niveau dat het Museum Dreesmann , ingericht in zijn voormalig woonhuis aan de Johannes Vermeerstraat , zeer in trek was bij de fijn- proevers . Na het overlijden van Dreesmann in 1954 konden de erfgenamen en de stad Amsterdam echter niet tot overeenstemming komen omtrent het behoud van de collectie in zijn geheel voor de stad . '' Uiteindelijk kwam de collectie in i960 op de veiling en kon een deel ervan voor het Amsterdams Historisch Museum worden gekocht . Vanaf dat jaar raakten de gebeurtenissen in een stroomversnelling . Naar aanleiding van de verwikkelingen omtrent de collectie Dreesmann werd de Stichting tot Bevordering van de Inrichting van een Nieuw Historisch Museum opgericht , en in het jaar daarop kwam in opdracht van b . en w . een rapport gereed bij de afdeling Kunstzaken voor de inrichting van een nieuw historisch museum . Er werd teruggegrepen op het plan van de commissie uit 1938 . Toen vervolgens in 1962 de gemeenteraad het besluit had genomen om de inmiddels leegstaande gebouwen van het Burgerweeshuis aan de Kalverstraat te kopen en deze te bestemmen tot Amsterdams Historisch Museum stond niets de ambiti- euze plannen meer in de weg en in 1963 lag er al een Programma van Eisen . In hetzelfde jaar kreeg het Amsterdams Historisch Museum , dat tot dan toe als een soort historische dépendance van het Stedelijk Museum had gefunctioneerd , voor het eerst een eigen di- recteur , dr . S . H . Levie . Hij kreeg tevens de leiding over Museum Willet-Holthuysen , ter- wijl Museum Fodor onder het Stedelijk Museum bleef ressorteren . Op 27 oktober 1975 3 . Simon Levie overhandigt burgemeester I . Samkalden jaar later het museumrestaurant zou komen , 3 oktober een loden herinneringskoker die hij in zal metselen in de 1967 . Foto Algemeen Rijksarchief/Rijksfotoarchief , eerste kolom links onder de vloer van de ruimte waar twee collectie Anefo , Den Haag . kon het volledig gerestaureerde en gemoderniseerde gebouwencomplex , een meesterstuk van de architecten B . van Kasteel en J . Schipper , door koningin Juliana voor het publiek worden geopend . Voordat het zover was moest de staf van het Amsterdams Historisch Museum voor de inrichting van de permanente tentoonstelling over Amsterdams ge- schiedenis de historische verzameling van de stad als het ware ' in de vingers ' zien te krij- gen . Dit gebeurde in een drietal proeftentoonstellingen , die vanaf 1971 plaatsvonden . 12 Voor het eerst sinds de overdracht van het grote stedelijke bruikleen aan het Rijksmuseum in de jaren tachtig van de negentiende eeuw zouden substantiële delen hiervan door het rijk worden teruggeven , aangevuld met een niet onaanzienlijk bruikleen uit het Rijksmu- seum voor het nieuwe historische museum . Dan waren er natuurlijk de objecten uit het stedelijke bezit die lang in de depots van de Gemeentemusea hadden gestaan , vanwege plaatsgebrek in de Waag . Deze objecten konden worden aangevuld met belangrijke aan- kopen , die vanaf het begin van de jaren zestig in toenemende mate werden gedaan door de Stichting tot Bevordering van de Inrichting van een Nieuw Historisch Museum en door het museum zelf . 16 Jaarboek g3,Amstelodamum [ 2001 ] Jaarboek 93 , Amstelodamum [ 2001 ] 17
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.