Blader door transcripties » Stadsarchief Amsterdam
archieftoegang 499, inventarisnummer 266, pagina 44



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

Hij had een sleutel van de poort van het Hof en ging kennelijk mee voor
het geval er moeilijkheden zouden worden gemaakt .
Tussen 1607 en 1613 speelt zich een nieuwe verstoring van de rust op
het Hof af . Een rekwest van de Begijnen vertelt ons het voorgevallene .
De Begijnen en andere bewoonsters hadden de kerk ongestoord kunnen
gebruiken totdat die aan de Engelsen werd afgestaan . Ze waren gewoon ge-
weest daar ' gebeden aen Godt almachtich openbaerlyc te storten ', zoals
het rekwest zegt . Het verzoek van de Engelsen om ook de sacristie te
krijgen werd afgewezen , daar deze aan de begijnen werd gelaten voor hun
godsdienstoefening . Maar die was klein en daarom kwamen ze ook samen
in een huis . Zo waren ze ' s morgens vroeg op Allerzielen - dit werd doorge-
haald en vervangen door 2 november - daar samen om te bidden . En dan
gaat het rekwest voort , ' dat Mijn Heer de Schout sonder de rechte poort
in te coomen ( dewelcke nimmer meer gegrendelt wert ende daarvan sijn
E de sloetel heeft ), hebbende de waterpoort neffens de kercke doen op-
breecken , onversiens ingecoomen is , ende de supplicanten tot haerluyder
groote verschrickinghe in haerl . gebeden beloopen heeft , sonder datter
nochtans eenich mensch buyten het Hoff woonende , ende veel min eenich
pryester off eenich manspersoon bij geweest is '. Twee aanzienlijke katho-
lieken , Jasper van Diemen en Pieter van Zeil moesten borg staan voor het
betalen van de boete en werden daarvoor zelfs op de schoutsrol gedaagd .
De Begijnen vroegen nu de burgemeesteren als hun voogden en voor-
standers om deze te verlossen van de betaling . Hoe de zaak afliep , blijkt
niet . Zeker is , dat Pieter Martensz van ( der ) Zeil op 24 mei 1613 in de
Nieuwe Kerk werd begraven en dat de schout alweer Willem van der Does
was .
Er is dan nog tweemaal sprake van een werkelijke bedreiging van het
Hof . In 1638 wü men een huis daar bij executie laten verkopen en kan het
zo in vreemde niet-katholieke handen over gaan . In 1646 komen de schout
Hasselaer en de fiscaal Graswinckel de administratie van het Hof opeisen .
Pastoor Marius treedt dan op en uit zijn aantekeningen blijkt o.a ., dat bur-
gemeesteren ook sleutels van het Hof hebben .
Na afloop van de oorlog in 1648 wordt alles gemakkelijker . Het gilde
van de timmerlieden had uiteindelijk de sacristie als gildekamer toegewezen
gekregen , maar maakte in 1665 plaats voor de ijkers van de maten , die de
overheden van de zijreders bij zich in kregen . Toen deze op de kelder onder
de sacristie , die de Begijnen nog als washuis in bezit hadden , een nieuw slot
lieten aanbrengen , protesteerde de advocaat Laurens van der Hem met suc-
ces . Daniel Stalpaert inspecteerde ter plaatse en op " 9 maart 1674 werd ten
gunste van de Begijnen beslist .
Ik neem aan , dat de schout Willem van der Does , die niet alleen de En-
gelsen binnen voerde , maar ook enige jaren later de waterpoort openbrak
en de gemeenschappelijke gebeden verstoorde , op het Hof wel de meest
gehate schout geweest zal zijn . Welke waterpoort dat was , is niet zeker . De
lezers moeten uit het volgende artikel zelf maar een keuze doen .
I . H . v . E .
DE BEKEN OP HET BEGIJNHOF
In het voorjaar van 1979 zijn de werkzaamheden begonnen voor een nieuw
rioleringssysteem op het Begijnhof . Om het laaggelegen hof te verlossen
van de enorme wateroverlast bij hevige regenbuien heeft men nu een pomp-
put aangebracht , waardoor het water in het hoofdriool gepompt kan worden .
Bij het maken van deze betonnen put op het bleekveld zijn enige vond-
sten gedaan die de moeite waard zijn om , tezamen met oudere vondsten ,
vastgelegd te worden .
Konklusies kunnen er nu nog niet direkt uit worden getrokken . Hope-
lijk kunnen de vragen die nu opgeworpen worden later door nieuwe vond-
sten beantwoord worden . Bij het graven van de pompput kwam een ge-
deelte van een schoeiing of damwand te voorschijn ( zie A fig . 1 ).
Het betrof hier een aantal eikehouten planken waarvan bij enkele de
ronde kanten van de boom nog zichtbaar waren , de z.g . schaaldelen . Ze
waren bevestigd op vierkant gehakte eikehouten palen (± 12 X 12 cm ).
Op het eerste gezicht was er sprake van een schoeiing langs een sloot ,
waarbij de sloot aan de oostzijde liep . Op ongeveer 3 m beneden maaiveld
vond men aan de westzijde van de schoeiing twee sterk samengeperste
rietlagen boven elkaar van ongeveer 6 cm dikte . Daartussen bevonden zich
bundeltjes ingeheide berkenstammetjes van 7 a 8 cm . diameter . Later vond
men ongeveer 25 cm dieper ook aan de oostzijde een rietlaag met paaltjes .
De eerste gedachte ging uit naar één van de beken ( of sloten ) die op het
Begijnhof geweest zijn .
In 1974 werd de restauratie uitgevoerd van Begijnhof 22 . Dit huis stond
op het hof bekend als ' het huis op de beek '.
Tijdens het funderingsherstel kwamen resten te voorschijn van een
overbrugging of overkluizing . Het was al spoedig duidelijk dat het oor-
spronkelijke huis gebouwd was op een overkluizing van een beek of
grachtje . De wanden van deze overkluizing bestonden uit Gobertange
steen . Van de overkluizing zelf waren nog enkele gedeelten over , die be-
stonden uit twee anderhalfsteens bogen boven elkaar . De maat van de
baksteen was 21,5 x 4,7 x 11 cm . Bakstenen van een formaat van 29 x 6,3
X 14 cm werden als losse exemplaren in de bouwput aangetroffen . De
breedte van de beek was omstreeks 3,20 m , dus smaller dan het huidige
pand . Bij de bouw van het huidige pand in 1736 ( datasteen in de halsgevel )
heeft men de oorspronkelijke fundering van de rechter bouwmuur ( dus
ook de rechter kademuur ) niet meer gebruikt en heeft men ingebalkt in
het buurhuis . Hierdoor kon het huis breder worden . De oude rooster-
fundering van deze kade - en bouwmuur bevond zich nog in de grond .
Een van de beken van het hof mondde ter plaatse van nummer 22 uit in
de N.Z . Voorburgwal . De grote vraag is hoe deze beek verder over het
hof liep en waar hij uitkwam in de Begijnesloot .
Tussen de huizen Begijnhof 5 en 6 was van oorsprong een gang . Bij
de restauratie van nr . 6 is deze gang volgebouwd .
Het vermoeden bestond dat één van de beken van het hof door deze
74
75

Bronvermelding

Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 266, AANVULLING 2006, Maandbladen, jaargangen 1 - 87, 67-69, 1980-1982



Ga naar de volgende pagina (45)  Ga naar de vorige pagina (43) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/