archieftoegang 499, inventarisnummer 226, pagina 11
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
Het sluitstuk van de geschiedenis was " een ontdekking die tijdens de restauratie van de Sint Sebastiaankapel gedaan werd door de heer H . Janse , toentertijd op- zichter aan de Oude kerk . Hij had reeds nauwkeurig de kap van de Sint Sebas- tiaankapel onderzocht en ging ook de kap van de Doopkapel van binnen bekijken . Hij vond daar zoveel overeenkomst met de gevolgde werkwijze bij de kap van de zuidelijke helft der Sint Sebastiaankapel , dat hij de Doopkapel in dezelfde tijd durfde dateren ; dat zou dus omstreeks 1470 zijn . Het is aannemelijk dat de oude vont in de nieuwgebouwde kapel is gezet , want zo was de gewone gang van zaken : eerst een kapel bouwen , en later , wanneer er weer geld was , de nieuwe ruimte aankleden . Dat stemt overeen met de veronder- stelling van Wagenaar , dat de Doopkapel door de kerkmeesters gesticht was . Uit de tijd waarin de doopvont van de Oude kerk vervaardigd werd , kan men enige exemplaren aanwijzen . Ten eerste de koperen vont van de Sinte Walburg te Zutphen , in 1526/27 gegoten door Gillis van den Eynden te Mechelen . Het gewicht bedraagt 1400 kg , en de vont vertoont nog veel laatgothische elementen . Ten tweede is er de eveneens koperen vont in de Onze Lieve Vrouwekerk te Breda , gegoten in 1541 ; een uitgesproken renaissancekerkmeubel . Ten derde de koperen doopvont van de Sint Quirinuskerk te Halsteren , in 1920 in stukken en brokken opgegraven bij de kerk ; ze dateert uit 1549 en Hjkt een kleinere uitgave van de vont te Breda . 1 Of de doopvont van de Oude kerk laat gothisch was of vroeg renaissance kunnen we met het oog op de bovengenoemde zeer van elkaar verschillende voorbeelden binnen een kort tijdsbestek niet zeggen . Wel kunnen we stellen dat een vroeg renaissance vont niet is uitgesloten , want de renaissance heeft omstreeks 1530 haar intrede gedaan in de Oude kerk met de bouw van het Heilig Graf naast het Noorderportaal . De Doopkapel heeft een stoep van drie treden , en symboliseert aldus de doop- formule : in de naam van de Vader , de Zoon en de Heilige Geest . Of in de Rooms-Katholieke tijd de glazen van de kapel beschilderd waren , is onbekend . Zelfs Arent van Buchell , de Utrechtse genealoog en heraldicus , die in 1612 de Oude kerk bezocht , en zoveel glazen en grafzerken heeft beschreven , deelt niets mede omtrent de Doopkapel . Walich Syvertsz ., apotheker in de Warmoesstraat , en kerkmeester van de Oude kerk , heeft in zijn boekje ' Roomsche Mysteriën ontdeckt ' heel wat verteld ( op zijn gewone spottende manier ) over de gebruiken en de liturgie bij het dopen van kinderen , maar zwijgt over de vont . Op 22 augustus 1566 begonnen de ongeregeldheden in de Oude kerk met een relletje bij de Doopkapel , waar Jacob Jansz . Sael eiste dat zijn petekind op zijn 9Xf doopvonten zie een geïllustreerd artikel van K . L . Schamp , in het weekblad Buiten , jaargang 1920 , bl . 501/502 , en op bl . 559 een artikel door een anonymus over de vont te Halsteren . Afbeel- dingen van de vont te Zutphen zijn er vele . Nederlands gedoopt zou worden , zonder latijn . De atmosfeer was toen al geladen , en de volgende dag brak de beeldenstorm los . Jacob Sael was van beroep droogscheerder ( werkzaam bij de lakenindustrie ) en hij woonde in de Oudezijds Armsteeg . Die zag er toen anders uit dan tegen- woordig , er woonden middenstanders . 1 Sael was onvoorzichtig genoeg om in Amsterdam te blijven na de komst van Alva ; hij begreep blijkbaar niet dat zijn optreden de dag vóór de beeldenstorm kon beschouwd worden als zijnde hij een van de aanleggers ; hij heeft er met zijn leven voor betaald . De dood van Jacob Sael leverde een schadepost voor het klooster van de Oude Nonnen op , want op zijn huis stond een rente van l 1 ^ Engelse nobel , verschij- nende elk jaar op 1 mei . Een zuster tekende erbij aan : ' Maer Jacob Zael die ont- hooft is , die en heeft niet betaelt het jare van ( 15)68 . ' 2 Ja , wat een wonder ! Na de Alteratie in 1578 verdween de vont , waarschijnlijk voor oud koper per pond verkocht . Er is nooit meer iets van teruggevonden , evenmin als van het meeste zilverwerk van de Oude kerk . 3 De Doopkapel stond tientallen jaren leeg , maar aan sloop schijnt niemand ge- dacht te hebben . In het grafboek van 1640 * vinden we achterin opgetekend : ' Den xij decemb . A°1648 heeft de Hr . Cornells de Graeff tegenwoordich president-burgemeester , voor hem end syn nacomelingen van de Kercmeesters gecocht al de graven in de vundt bestaende ende gerekent in vier halve en vier heelen . En daervoor betaelt Een duijsent vijff hondert guldens .' Blijkens het ontvangboek had hij al betaald : ' Den 8 December ontfangen van de Burgemeester Cornells de Graeff voor het vont aen hem vercoft dat gerekent is voor 6 graven a 250 gl . : ƒ 1500 .—.—.' In de Oude kerk was ƒ 250 .— de gewone prijs in die tijd voor een eigen graf ; alleen in het Hoge Koor koste een graf duurder : ƒ 300 .—. Nergens blijkt dat in de Doopkapel ooit begraven was ; wèl bevond er zich een kelder onder , maar die kan gemaakt zijn op kosten van Comelis de Graeff , evenals later de fraaie afslui- ting van de kapel . De Graeff was als voorzittend burgemeester een machtig man , en hij was zeer rijk . Elias 5 vermoedt dat de familie De Graeff afstamt van een doodgraver der Oude kerk , want in het geslachtswapen komt een schop voor , en de 16de eeuwse kerkmeesters waren gewoon om de doodgraver ' onse graef ' te noemen . Een o o o beetje Amsterdamse spot zat er zeker bij . 1 Zie een artikel van dr . Joh . C . Breen : Een zware brand in 1597 . ( Warmoesstraat en Oudezijds Arm- steeg .) Jaarboek Amstelodamum X ( 1912 ) bl . 140 . 2 Mej . dr . I . H . van Eeghen . Vrouwenkloosters en Begijnhof in Amsterdam , bl . 283 . 8 Alleen de grote monstrans van het Hoogaltaar is bewaard gebleven , en is een van de pronkstukken van de Sint Nicolaaskerk te Calcar . 4 Archief Hervormde Gemeente , in het Gemeente-archief van Amsterdam . 5 Dr . Joh . E . Elias . De Vroedschap van Amsterdam , I 64 noot . 16 17
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 226, AANVULLING 2006, Jaarboeken, nummers 1 - 92, 67, 68 en 69, 1975-1977
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.