Blader door transcripties » Stadsarchief Amsterdam
archieftoegang 499, inventarisnummer 225, pagina 11



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

rode zandsteen , waarschijnlijk afkomstig uit de buurt van Bremen , geelwitte
zerken uit de Zuidelijke Nederlanden , zeer donkere Doornikse zerken , die men
blauwe leien noemde 1 en z.g.n . renelse stenen , waarvan ik niet kon te weten komen
welke steensoort ermee bedoeld werd . Na ongeveer 1350 raakten de rode zand-
steen en de ' blauwe lei ' uit de mode , en de geelwitte zandsteen werd favoriet . 2
Tenslotte hebben de gewone blauwe zerken het gewonnen .
De grafzerken droegen in den regel een merk ; voor lange opschriften en fraai
beeldhouwwerk moeten we wachten tot in de 15de eeuw ; dan is Amsterdam zo
langzamerhand gegroeid tot de eerste koopstad van Holland , en kan men zich op
allerlei gebied meer weelde veroorloven . Vandaar dat er uit de vroege pionierstijd
zo weinig meer overgebleven is , met name boven de grond ; onder de grond is
nog wel wat te vinden .
In die vroege tijd was er nog geen orgel tegen de torenmuur gebouwd , en een
koorhek was er evenmin ; het Hoogaltaar stond opgesteld in een rechthoekige
ruimte , die slechts half zo groot was als het tegenwoordige Hoge Koor . Op de
stoep van dat Hoge Koor zal de priester zijn predikatie hebben gehouden ; een
preekstoel kwam pas later .
De koorknapen zullen hebben gezongen eerst bij een draagbaar orgeltje ( een
portatief ), en later bij een vaststaand orgel , dat men positief noemde . Pas in 1450
wordt het eerst van een orgel melding gemaakt 3
, en dan blijkt nog niet of het een
orgel is dat boven de hoofdingang tegen de toren gebouwd was , dan wel of we
het in de nabijheid van het Hoge Koor moeten zoeken .
In 1334 was de veel te groot geworden parochie in drieën gesplitst : Ouderkerk ,
Amsterdam en Amstelveen . Het heeft er alle schijn van dat de toestand eerst on-
houdbaar had moeten worden voor men tot een reorganisatie overging .
De graaf van Holland had , als opvolger van de heren van Aemstel en van
bisschop Guy van Avesnes voorzover het ' t wereldlijk gebied betrof , het bege-
vingsrecht van de nu gecreëerde pastoorsplaats van Amsterdam , en zo werd heer
Wouter van Drongelen door graaf Willem III voorgedragen aan de aartsdiaken
van Utrecht , en deze bekrachtigde de keuze .
De pastoor van de nieuwe parochie kwam in een onvoltooide kerk terecht .
In het te klein geworden Hoge Koor was het behelpen ; de noorder - en de zuider-
zijbeuk waren terzijde van het Koor afgesloten door een muur die als voorlopig
bedoeld was , maar niettemin door van werkelijkheidszin bezielde bouwers van
een stevige fundering was voorzien . Hun kleinkinderen zouden die provisorische
afsluitingen pas kunnen slopen .
_—._—. 1 - ——
1 Op de breuk ziet deze steensoort eruit als leisteen .
2 Bij de bouw van de Nieuwe Kerk heeft men echter nog gebruik gemaakt van rode zerken , er zijn nogenkele overgebleven .
3
Bij Commelin ; het rekenboek van Huiszittenmeesters , waaruit hij nog kon putten , is sedert verlorengegaan .
Wat voor altaren zullen er in die kerk gestaan hebben ?
Behalve het Hoogaltaar moest er een Maria-altaar zijn aan de noordzijde , en een
Sacramentsaltaar aan de zuidzijde . Verder een altaar gewijd aan de bescherm-
heilige van stad en kerk , Sint Nicolaas , en aan de noordhoek van het Hoge Koor
het Salvator-
altaar ; dat laatste altaar moet tot de oudste behoord hebben , want in
het einde van de 15de eeuw vinden we dat het nieuw wordt opgebouwd ; 1 dan nog
een Sinte Catharina-altaar , blijkens latere gegevens gesticht door de voorouders
van Willem Eggert ; 2 de schutterij is zeker niet in gebreke gebleven om een altaar
ter ere van haar beschermheilige Sint Joris op te richten . Dat zijn dus al zeven
altaren ; er was plaats voor meer , en die zijn er ook gekomen . Er waren ambachts-
gilden en godsdienstige gilden die een altaar stichtten , de Buitenlandvaarders ( de
grote vaart ) blijken later het Sacramentsaltaar onder hun hoede genomen te heb-
ben , en de Binnenlandvaarders ( waaronder de kustvaarders ) bleven niet achter .
Tenslotte zijn ook altaren gesticht door rijke particulieren , die tevens zorgden
voor fondsen waaruit geregelde diensten op hun altaren bekostigd konden wor-
den . 8
Verscheidene van deze altaren zijn reeds behandeld in de jaarboeken van Am-
stelodamum , tegelijk met de geschiedenis van de kapellen waar ze stonden ; enkele
malen werd als het zo te pas kwam een bijzonderheid vermeld omtrent een altaar
uit het middenschip ; hierna wordt de geschiedenis van deze altaren elk afzonderlijk
vermeld , en op de bijgevoegde plattegrond is de plaatsing aangegeven . De plaat-
sing kon worden vastgesteld met behulp van het grafboek van 1523 , het zak-
boekje van Memoriemeesters uit 1522 , de stichtingsbrieven ( voorzover nog be-
waard gebleven ), het visitatieboek van de Haarlemse proost Jacobus Zaffius uit
1571 , de altaarinventarissen uit 1570 en de lij sten van vicariepriesters , samengesteld
door P . M . Grijpink . 4
Eerst echter nog een stukje bouwgeschiedenis .
In 1369 had men het zo ver gebracht , dat de toenmalige pastoor Johan van
Deventer aan de bisschop verlof kon vragen om zich tijdelijk van een draagbaar
hoogaltaar te mogen bedienen wegens verbouwing van het Hoge Koor . De werk-
zaamheden waren voltooid op Sint Jan ( 24 juni ) 1370 , en toen vormde de kerk
eindelijk een harmonisch geheel . Want niet alleen was er een groter koor met
absis gereedgekomen , maar de vloer met de bijbehorende administratie wijst uit
dat ter weerszijden van dat Hoge Koor aan de noordzijde een Mariakapel ( Vrou-
wenkoor zei men toen ) en aan de zuidzijde een Buitenlandvaarderskapel was ver -
1 Zie hierna onder : Salvator-altaar .
2 Ir . J . G . Kam . De vicarie op het S . Catharina altaar in de Oude of S.Nicolaaskerk te Amsterdam
ende nakomelingen van Willem Eggert . In : Jaarboek Amstelodamum LIV ( 1962 ) bl . 35 .
8 Zie ook : Mej . dr . I . H . van Eeghen . De geestelijke en wereldlijke functionarissen verbonden aan de
Oude of S.Nicolaaskerk te Amsterdam ( tot 1578 ). In : Ned . Arch , voor Kerkgesch . XXXVII ( 1949 ),
bl . 65 vvg .
4 P . M . Grijpink . Amstellandia . ( 1928 ) Exemplaar Gem . arch , met aantekeningen B.M . Bijtelaar .
16
17

Bronvermelding

Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 225, AANVULLING 2006, Jaarboeken, nummers 1 - 92, 64, 65 en 66, 1972-1974



 Ga naar de vorige pagina (8) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/