archieftoegang 499, inventarisnummer 224, pagina 11
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
registers dan zijn er geen moeilijkheden en klopt alles precies . Het register van overlevering van 1610 bestaat als al zijn naamgenoten uit drie afdelingen respec- tievelijk gemerkt met de letters A . B . en C . Deel A . draagt als opschrift : Res- tanten van accijnzen enz . waarvan men meent dat weinig of niet sal komen en waarvan de Thesaurieren van 1610 geen ontvang maken sullen zo zij die ont- vangen maar alleenlijk hier royeren , maar werden henluyden als schuld overge- leverd . Men vindt er in opgesomd tal van oninbare , dubieuse inschulden of kwade posten . Dit deel A . leverde een bedrag van ƒ 29208 . — op . Het opschrift van deel B . luidt : Schulden den Thesaurieren van 1610 overgeleverd van dewelke zij uitgaven maken sullen zo zij daaraf niet en werden voldaan zonder van de- zelven ontvang te maken zo zij die recouvreren . De opbrengst van deel B . be- droeg ƒ 58459 .—. Het bevat tal van folio's met opgaven hoeveel Amsterdam nog te vorderen heeft wegens uitgeleend geld , aan voorschotten en inschulden van allerlei colleges . Het derde deel met de letter C . draagt het opschrift : Thesau- rieren van 1609 zijn schuldig tegen de voorgaande letteren A . en B . de volgende partijen die Thesaurieren van 1610 goed doen moeten zonder daarvan uitgaven te maken doch sullen dezelve korten aan de voorz . A . en B . en in ontvang brengen zo zij dezelve innen . Dit gedeelte bevat verrekeningen tussen Thesaurieren en de voornaamste financiële instellingen , verder de inkomsten en uitgaven van de halve stuivers en het oortjes geld . De opbrengst van de eerste bestond uit het aandeel van Amsterdam in de ' rantsoenen ' van de gemenelandsmiddelen , betaald door de pachters daarvan als een soort handgeld . Het ' oortjesgeld ' werd eveneens uit die rantsoenen bijeengebracht en beide werden als een soort armengeld uitgegeven aan kost , inwoning en toelage voor de stads alumni en als subsidies voor liefdadige instellingen zoals diaconieën en gasthuizen . Aangezien in C . een deficit van ƒ 59904 .— overbleef dat , gelijk ge- zegd , moest worden gekort op de totale ontvangst van A . + B . ad ƒ 87667 . — bleef er een bedrag over van ƒ 27763 .—, dat te samen met de gerede penningen in kas van de rekening over 1609 ad ƒ 203826 .— juist het in de laatste post van de extraordinaris uitgaven van de rekening over 1609 genoemde bedrag van ƒ 231589 . — opleverde hetwelk aan Thesaurieren van 1610 werd overgeleverd . Men behoeft daarom helemaal niet zo verbaasd te zijn als destijds Kernkamp toen hij , na geconstateerd te hebben dat ongeveer viervijfde der inkomsten werd gevormd door de grossa getiteld ' Extraordinaris ontvang ', schreef : 1 ' Meer dan viervijfde of 80 % van de inkomsten bestonden dus uit extraordinaris zaken , een zonderlinge toestandl ' Neen , de oorzaak van het grote bedrag dat deze grossa opbracht lag in het feit dat het gehele batig saldo van de rekening van het voor- gaande jaar in het volgende jaar als extraordinaris inkomst is geboekt . Nemen wij b.v . de totale Extraordinaris ontvangst in de rekening van 1609 , deze bedroeg 1 Kernkamp : ' De regeeringe van Amsterdam ' pag . CCXX . 16 ƒ 470.410 . —, maar de overlevering van 1608 was ƒ 446.188 . —, zodat slechts een bedrag van ƒ 24.222 . — aan extraordinaris inkomsten resteerde en dat op een totaal aan inkomsten in dat jaar van ƒ 831.623 .—. Dat is nog geen 3 % daarvan en geen 80 %. Nadat in 1578 de stad de zijde van de Prins had gekozen worden de Thesau- rieren plotseling bij de administratie van al de geconfisceerde kloostergoederenbetrokken . Men ving de gerezen moeilijkheden op den duur op door in 1594 een tweede serie rapiamussen aan te leggen , n.l . het dusgenaamde ' bagijnen- rapiamus ', waarin uitsluitend de inkomsten en uitgaven betreffende deze kloos- tergoederen werden bijgehouden . Het oudste bewaarde exemplaar hiervandateert uit 1603 . In dit register waren alle kloosters opgenomen , ieder met eenblanco bladzijde waarop de inkomsten uit de in beslag genomen kloostergoederenals land- en huishuren e.d . werden opgetekend met daaronder de uitkeringenvoor levensonderhoud voor de voormalige monniken en nonnen benevens deopbrengsten en uitkeringen van de lijfrentebrieven welke het persoonlijk eigen- dom van sommige broeders en zusters waren . De ontvangsten uit deze klooster- goederen bedroegen in genoemd jaar 1603 ƒ 18.849 .—, waartegenover ƒ 7188 . aan alimentatie van de conventualen stond zodat , na aftrek van het salaris van de Thesaurieren ad ƒ 190 .—, een batig saldo van ƒ 11.471 .— overbleef dat op de rapiamus van dat jaar als een extraordinaris ontvangst werd geboekt met de woorden ' als bij Thesaurieren meer ontvangen dan uitgegeven opt bagijnen- rapiamus '. Ook de 16e eeuwse stadsuitbreidingen na de Alteratie d.d . 1584 en 1593 , waar- door de financiële administratie der stad zwaarder werd belast gaven geen aan- leiding om tot een andere wijze van boekhouding over te gaan . Bedroegen de uitgaven ' van dezer stede Fabryck ' ( i.e . Publieke Werken ) door die gebeurte- nissen rond de eeuwwisseling jaarlijks weliswaar nog geen ton , weldra zou daarin verandering komen . Burgemeesteren moesten n.l . tot de erkenning komen dat hun voorgangers bij het maken der uitbreidingsplannen voor de stad te krap hadden gemeten ; niet- tegenstaande het bebouwde stadsoppervlak door de beide vroegere uitleggingen was verdubbeld bleek toch in de eerste jaren der volgende eeuw niet alleen dat dit nieuwe gebied reeds geheel was bezet , maar ook dat er weer druk buiten de wal werd gebouwd hetgeen uit defensief oogpunt bedenkelijk was . In 1610 be- sloot de Vroedschap daarom tot een uitleg waardoor het oppervlak verdrievou- digd zou worden . In grote trekken hield het in dat om de stad de bekende drie- voudige grachtengordel zou worden aangelegd met aan de westzijde daarbuiten een ruim gebied als industrie terrein ( de latere Jordaan ) en dat aan het IJ aan de uiterste Oost en Westzijde elk drie eilanden zouden worden aangeplempt en om het geheel een stadswal met 26 bolwerken zou worden aangelegd . Men besloot echter achteraf voorlopig slechts een derde deel van dit uitbreidingsplan te ver- wezelijken n.l . tot de Leidsegracht . De uitgaven ' der stede Fabryck ' schoten 17
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 224, AANVULLING 2006, Jaarboeken, nummers 1 - 92, 61, 62 en 63, 1969-1971
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.