Blader door transcripties » Stadsarchief Amsterdam
archieftoegang 499, inventarisnummer 230, pagina 10



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

gaerde te bekennen .
Wanneer men heel goed op de plattegrond kijkt , ontdekt men ter rechter zijde
langs de waterkant van de N.Z . Houttuinen — thans het begin van de Prins Hen-
drikkade
-
houtstapels . De hele wallekant lag in die dagen vol met houtopslag .
Meer naar het oosten toe aan de linkerkant op de tekening is de Lastage met de
scheepstimmerwerven te vinden . Dit alles is nog veel beter waar te nemen op de
bekende stadsplattegrond door Cornelis Anthoniszn uit 1544 . Voor het bouwen
van schepen was heel wat hout nodig . Wanneer wij ons hierbij bovendien nog re-
aliseren dat een groot deel van de huizen binnen Amsterdam uit hout werd opge-
trokken
-
behoudens de verplicht gestelde stenen scheidsmuren — dan moeten wij
ons toch wel gaan afvragen waar al dat benodigde hout voor de bouw vandaan
kwam ? Niet uit het Amsterdamse achterland , dat eens in de vroege middeleeuwen
zo rijk aan bossen was geweest .
De bomen waren in Holland reeds lang geleden omgehaald en het land was er
ontgonnen en in cultuur gebracht . Aanvankelijk had men er koren op verbouwd ,
maar in de loop der tijden was de opbrengst ervan zeer teruggelopen , waarna het
bouwland vrijwel overal in weilanden was omgezet . In de zestiende eeuw graasde
er vee , dat naast melk in flinke hoeveelheden boter , kaas en vlees leverde . Maar
Vondel weet ons in 1655 te vertellen :
Geen koejenujer maeckt de steen en dorpen rijck :
De Zeevaert bouwtze , en brengt eerst zoden aan den dijck .
De vissers haalden met hun boten de nodige vis uit zee . Echter , vóór de introduc-
tie van de aardappel vormde het graan nog het hoofdbestanddeel van het dagelijkse
voedingspakket . Waar kwam dat benodigde graan , toen men het zelf niet meer
verbouwde , vandaan om een bevolking van 40.000 zielen te kunnen voeden ? Dat
graan werd door de Amsterdammers samen met het hout in grote hoeveelheden
ingekocht in het Oostzeegebied , waar zij in de voorgaande eeuw de Hanze-koop-
lieden uit hun monopolieposities hadden weten te verdringen . Het was voor hen
een zeer winstgevende vrachtvaart in massagoederen geworden die met eigen Hol-
landse schepen werd bedreven . Het was echter noodzakelijk om aan de Amstel
voorraden aan te leggen , waaruit de Amsterdamse kooplieden bij vraag onmiddel-
lijk konden leveren , want de handelsvloten met de begeerde koopwaren deden
nogal onregelmatig de Amsterdamse haven aan . Vandaar de houtopslag in de
houttuinen langs het IJ . In de zestiende eeuw was de ontwikkeling van Amster-
dam tot korenschuur van Europa in volle gang . Het zal wel geen toeval zijn dat het
Amsterdamse woord voor pakhuis : spijker werd afgeleid van het Latijnse woord
spicarium , dat korenschuur betekent .
Op Van den Wyngaerde kan men heel goed zien dat Amsterdam in een soort
moerasdelta is gelegen . De weke , slappe , venige grond liet er slechts lichte hout-
bouw toe , waardoor de huizen er laag waren gebleven . Zelfs de meest licht uitge-
voerde houten huizen zakten er na verloop van enige tijd in de bodem weg . Uit ar-
cheologisch onderzoek is gebleken dat de houten huisjes langs de Amstel regelma -
tig werden opgekrikt , wanneer de grond opnieuw met zoden moest worden opge-
hoogd ; de zoden , waarover Vondel het hiervoor in zijn dichtregels had . Voor gro-
tere en zwaardere huizen met steen waren meer geavanceerde bouwtechnieken
noodzakelijk . Dat maakte bouwen in Amsterdam tot een dure zaak . Aanvankelijk
werden er slechts eenvoudige heiprocedures toegepast , waarvoor els - en berken-
hout werd gebruikt dat in de omgeving van de stad werd gevonden . De palen van
deze houtsoorten hadden over het algemeen een lengte tussen de drie en negen
meter . Maar , doordat men daarmee nog lang niet de zandplaat op ± 12 meter be-
neden N.A.P . kon bereiken , bleven de mogelijkheden voor de bouw nog steeds
beperkt . Pas de invoer van het veel langere sparrenhout uit het Oostzeegebied ,
maar vooral ook de goedkopere soorten uit Noorwegen , gaf aanzienlijk meer mo-
gelijkheden . Een houtkoper aan de N.Z . Voorburgwal noemde zelfs zijn huis aan
het eind van de zestiende eeuw ' t Noordse Bosch ' ! Van toen af aan werd het inhei-
en van masten op stuit tot op de stevige zandplaat - de zogenaamde ' Amsterdamse
fundering ' — toegepast en kon de verstening van de stad worden doorgezet . Het
begin van deze manier van funderen zullen wij even na het midden van de zestien-
de eeuw moeten zoeken , toen de renaissance bouwstijl haar intrede aan de Amstel
deed . Aan het einde van de eeuw werd het heien van sparren reeds volop toege-
past . De bouw van het nieuwe Stadhuis op de Dam - het ' Achtste Wereldwonder ',
thans het Koninklijk Paleis - met zijn 13.659 palen zou een eeuw vroeger niet tot
de technische mogelijkheden hebben behoord .
In de zestiende eeuw meenden sommigen dat er vóór 1300 een kasteel van de
Heren van Aemstel in de stad had gestaan . Had Leiden niet zijn burcht en Haar-
lem niet zijn stenen huis van de graaf ? Men meende zelfs in 1564 achter het huidige
Damrak nr 50 de bouwfragmenten van dit kasteel te hebben teruggevonden . Hoe-
wel Pontanus in de eerste stadsbeschrijving van Amsterdam uit 1611 nogal scep-
tisch tegenover deze mededelingen stond , bleef de ' herinnering ' aan het kasteel
zeer lang levend . Vooral door Vondel's ' Ghijsbrecht van Aemstel ' dat sedert 1637
jaarlijks op de planken van de Schouwburg werd vertoond . Het is pas een halve
eeuw geleden dat de archivaris Oldewelt definitief een einde aan deze legende
maakte ! Wij weten nu , dat een kasteel als het Muiderslot in de eerste eeuw van
Amsterdams bestaan er technisch niet uitvoerbaar was . Het grafelijk steen van
Haarlem
— tegenwoordig het Stadhuis — stond daar heel veel betekenend op ' t
Zand . Een kasteel geeft prestige aan de historie van een stad , zoals adellijke voor-
ouders aan een burger . In Amsterdam had men noch een slot , nog enige adel bin-
nen de muren !
Amsterdam was in de zestiende eeuw nog een zeer jonge stad , waar het kooplie-
den-patriciaat de toon aangaf . Sedert het begin van de eeuw regeerde er een oligar-
chie uit hun midden , onder wie Andries Boelen ( 1455-1519 ) de meest invloedrijke
man was . Hij was koopman in de Warmoesstraat en onder andere eigenaar van een
houttuin aan de wallekant . Vijftien maal regeerde hij in het hoogste ambt van bur-
gemeester de stad . Dat vele malen terugkeren op het Stadhuis als regerend burge -
14
15

Bronvermelding

Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 230, AANVULLING 2006, Jaarboeken, nummers 1 - 92, 77, 78 en 79, 1985-1987



 Ga naar de vorige pagina (8) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/