Blader door transcripties » Stadsarchief Amsterdam
archieftoegang 499, inventarisnummer 229, pagina 10



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

gemakkelijk . Hij zou dat pas worden na zijn tweede huwelijk , op 17 maart 1654 ,
daar hij dit toen via zijn vrouw gratis kon krijgen .
Hij had een naamgenoot in de stad , die in 1640 een kind in de Lutherse kerk liet
dopen . Ik neem aan , dat deze Cornelis Stichter identiek is met de ' uyletapper ', die
op 20 september 1641 bij schepenenkennis geld leende . Het nachtelijk tappen
voor een boekdrukker lijkt althans niet waarschijnlijk .
Op 4 september 1649 ging de oudste zoon Jacob in ondertrouw . Hij was toen
als drukkersgezel bij zijn vader werkzaam , maar als huwelijksgift gaf de vader hem
de helft van de drukkerij . Pas op 23 maart 1650 werd dat officieel vastgelegd voor
notaris Jan de Vos . Dan doet Cornelis afstand van de helft van persen , letteren , fi-
guren etc . en gaan vader en zoon voor vier jaar een compagnie aan . Jacob zal de
helft van gedrukte en ongedrukte papieren voor ƒ 350.-
overnemen en ƒ 100 .- per
jaar afbetalen . De compagnie begint met 1 mei en lasten en winsten zullen voor de
helft van ieder komen . Alleen behoudt de vader zich nadrukkelijk het maken van
gemarmerd papier voor . Zelf zou hij niet meer deelnemen aan het drukken , maar
plaatste zijn 12jarige zoon Johannes daarvoor op de drukkerij . Wanneer Johannes
of Jacob ten tijde van deze compagnie zou sterven , dan zou hetzij Cornelis , hetzij
de weduwe van Jacob een knecht in plaats van de overledene in de winkel stellen of
daarvoor 4 gulden per week betalen .
Er kwam al spoedig een kink in de kabel . De moeder Josina Jans van Padden-
burch stierf en werd op 14 april 1650 op het Karthuizer Kerkhof begraven uit de
Druckerije op de Haarlemmerstraat bij de Poort . De weduwnaar troostte zich
merkwaardig snel over dit verlies . Op 30 juni 1650 bewees hij zijn drie jongste
kinderen op de weeskamer als moederlijk erfdeel samen ƒ 750 .—; de zoon Jacob
had dat al binnen en samen met zijn twee ooms van Paddenburch uit Utrecht gaf
hij zijn fiat . Op 2 juli 1650 ging Cornelis Stichter naar het stadhuis om aan te teke-
nen met Marritje Willems , de 35jarige weduwe van de uit Antwerpen geboortige
zangmeester Jan Jansz Goetjaer . Hij verliet het huis in de Haarlemmerstraat om in
te trekken bij zijn vrouw in de Nieuwe Leliestraat . Het huwelijk had waarschijn-
lijk niet de goedkeuring van de kinderen en de bovengenoemde compagnie moet
vrij gauw zijn opgeheven .
Daarover horen we van alles na de dood van Cornelis Stichter uit enkele nota-
riële akten , van 18 augustus 1656 voor not . van Tol en van 24 en 25 augustus 1656
voor notaris Torquinius . Daarbij vindt men ook de inventaris van 15 augustus
1650 , door de overledene opgemaakt om de inbreng bij zijn tweede huwelijk vast
te leggen . De drukkerij , die eerst op ƒ 500 .— was getaxeerd , was door aankoop van
een pers voor f 60 .- en letters voor ƒ 80 .-, nu tot ƒ 640 .- gestegen , waarvan hem
de helft toekwam . Het bedrukte en onbedrukte papier taxeerde hij hier op
ƒ 900 .—, waarvan zijn zoon Jacob hem nog de helft verschuldigd was . Verder was
er huisraad etc , maar twee getuigen verklaarden in 1656 , dat lang niet alles was
verantwoord . O.a . waren de gereedschappen om gemarmerd papier te maken niet
vermeld .
Interessanter voor de drukkerij zijn de verklaringen van twee andere getuigen ,
de 70jarige kramer Carstiaen Evertsen en de 20jarige drukkersgezel Pieter Teis-
sen . Carstiaen placht liedjes en andere boekjes van Cornelis te komen kopen en
het deed er dan niet toe , of het goed gedrukt was vóór de oprichting van de com-
pagnie of erna . Pieter verklaarde , dat hij bij de scheiding van de compagnie alle pa-
pier , bedrukt en onbedrukt , had afgeteld en gewogen en geen onderscheid had ge-
maakt . Bovendien verklaarde hij nog , dat de compagnons ' altoos ' t geit in de ge-
meene laede smeeten ende des avonts gelijckel . deelden '. Er waren ook nog getui-
genverklaringen over andere vorderingen , die Cornelis van zijn broer Jan had
overgenomen en waarvan hij het geld , komende van Willem van Weede te Utrecht
-
ook een slager - had thuisgebracht . Blijkbaar had de compagnie , die door de twee
zonen werd gedreven , Cornelis nogal wat tijd voor andere zaken overgelaten .
Zeker is , dat vader en zoon tenslotte gescheiden moeten hebben gedrukt . Latere
uitgaven van Cornelis Stichter hebben dan ook het adres ( vooraen ) in de Nieuwe
Leliestraat . Het was b.v . in 1653 een almanak en in 1654 een lijvig oblong boekje
in 8 ° ' Amsterdamsche Vreughde-Stroom , bestaande in zoete , vrolycke ende aen-
gename nieuwe deuntjes ende aerdighe toontjes , gevloeyt uyt het breyn van ver-
scheydene min-
lievende gheesten noyt voor desen meer in ' t licht gesien .' In dit
eerste deel komt Cornelis zelf met een opdracht ' aen de soete Amsteldamsche Juf-
fertjes ', waarin hij meedeelt dat hij in lange tijd al het hier gedrukte heeft verza-
meld en als hij merkt , dat het goed wordt ontvangen , met een tweede deel wil ko-
men . Dat gebeurde werkelijk , ook nog in 1654 en dat vertelt ons nog meer over de
stamvader van de vermaarde firma . Men vindt er onder de vele bijdragen van min-
der bekende dichters op p . 35-36 en 166-167 de initialen C.S ., de ene maal onder
een geestelijk vers over de engelen , de andere maal onder een amoureus vers . Het
is waarschijnlijk , dat de drukker zelf ook tot de auteurs behoorde .
In het eerste deel was een enkel maal muziek opgenomen en het lijkt of de wei-
nige drukwerken , die van hem uit de Druckerije in de Haarlemmerstraat en in de
Nieuwe Leliestraat bekend zijn , al de grondslagen legden voor het veelsoortige
drukwerk dat zijn nakomelingen later zouden gaan leveren .
Wanneer Cornelis Jansz Stichter stierf in 1655 , in welk jaar zijn ' Amsterdam-
sche Vreughde-
Stroom ' een nieuwe uitgave beleefde , of in de eerste helft van
1656 , is niet vast te stellen : misschien was hij de begravene van de Haarlemmerdijk
op het Karthuizer Kerkhof op 19 oktober 1655 !
Zeker is , dat zijn zoon Jacob sedert de scheiding van de compagnie een eigen
drukkerij moet hebben gehad . Vermoedelijk bleef hij na het vertrek van zijn vader
in 1649 in diens huis wonen en het is heel goed mogelijk , dat het huis op de Haar-
lemmerdijk vlak bij de Baambrugsteeg - door hem op een executieveihng van 25
januari 1655 voor ƒ 3011 .- verworven - het huis was , waar zijn vader eens de
Druckerije had gehad . Hij bleef daar tot zijn dood in 1672 gevestigd en nam na-
tuurlijk een andere naam ervoor als zijn vader had gehad . Het zal geen toeval zijn
geweest , dat het huis ' t Vergulde ABC ging heten en ook in de gevel kreeg . Het
14
15

Bronvermelding

Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 229, AANVULLING 2006, Jaarboeken, nummers 1 - 92, 74, 75 en 76, 1982-1984



 Ga naar de vorige pagina (8) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/