Blader door transcripties » Stadsarchief Amsterdam
archieftoegang 499, inventarisnummer 222, pagina 10



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

Fig . 1 :
Blik uit bet oosten in het Hoge
Koor van de Oude Kerk tijdens de
opgravingen . In bet midden de
werkput , waarin altaar en koor-
muur uit de 13de eeuw werden ge-
vonden .
oostelijke muurfundering van het noorderzijschip van de latere hallenkerk
( periode in ). Aan de andere zijde hiervan - in de kooromgang ( Snijderskoor ) -
bleek periode i wel een voortzetting te hebben , doch tot de helft versmald en
zonder steunberen . Ook dit , iets lichter gefundeerde muurwerk werd naar het
oosten verder vervolgd ; het bleek tien meter verder rechthoekig aan te sluiten
op een steunbeer van het hallenkerkkoor ( periode ui ). Klaarblijkelijk was dit een
secundaire aanbouw ( sacristie ?), hetgeen dan betekent , dat juistjop de versnij ding van
perioden i en in de noordoosthoek van het schip van periode i was weggebroken .
De vraag bij het begin van de opgraving van het koor was nu of periode i inder-
daad ter hoogte van deze versnijding zijn definitieve begrenzing had óf dat zich
onder het koor nog een oudere koorsluiting bevond , behorend bij de eerste perio-
de . Bovendien was het altijd denkbaar , dat er nog meer bouwperioden waren ge-
weest , waaronder ook oudere dan van de thans bekend geworden noordmuur .
Misschien zouden hiervan sporen onder het lithurgisch belangrijkste gedeelte van
de kerk worden teruggevonden .
Nu was bij de voorbereiding van het onderzoek reeds komen vast te staan , dat
het uitgesloten was , dat één lange sleuf in de as van het Hoge Koor werd getrok-
ken , omdat dit te grote risico's met zich meebracht voor de bestaande funderingen ,
die niet - zoals in de Nieuwe Kerk - van nieuwe betonpalen zijn voorzien . Daarom
moest worden besloten het werk te verdelen in drie etappes , d.w.z . er zouden één
voor één drie werkputten in de as van het koor worden gegraven met de mogelijk-
heid tot uitbreiding naar noord of zuid , maar dan - zo dicht bij de bestaande fun-
deringen -
niet meer tot grote diepte . Het verlies bij een dergelijke wijze van wer-
ken is , dat een duidelijk overzicht aan de hand van blootgelegde vlakken en pro-
fielen niet kan worden bereikt en men alleen kan hopen dit achteraf te verwerven
door het aan elkaar passen van de opgemeten fragmenten . Dit laatste heeft er
niettemin toe geleid , dat wij op grond van hetgeen in drie werkputten ( met een
totaal oppervlak van 80 m 2 ) werd gevonden , toch reeds tot een voorlopige recon-
structie konden komen van de vroegste bouwperioden van de Oude Kerk . Op
andere wijze is nl . de wind toch mee geweest , omdat de oude fundamenten nog
vrijwel geheel intact waren gebleven en dus niet voor begravingen waren wegge-
broken , hetgeen het waarnemen aanzienlijk heeft vereenvoudigd . De omstandig-
heid , dat in 1676 de schepen Cornelis Roch weigerde het familiegraf in het koor
te ontruimen voor het praalgraf van admiraal de Ruyter - dat alleen daarom in de
Nieuwe Kerk is opgericht - is achteraf voor de archeologie een niet onaanzienlijk
winstpunt gebleken . 1 )
Werkput i ( 3.X1I.62 - 3.1.63 )
Op 3.XH.62 werd begonnen met het graven van het middengedeelte van werkput
i ( 5.50 m x 3 m ) tot 0.50 m minus N.A.P .*), waarbij geen funderingen werden
aangetroffen ( er werd tot twee meter onder het opgravingsvlak systematisch
geprikt ). Wel kwam onder het koorhek van 1682 een gedeelte van een funderings-
muur tevoorschijn , waarin twee spaarbogen van kleine steen ( 22 x 12 x 6 cm )
opvielen geflankeerd door zandsteenblokken . Deze bogen schenen te rusten op
een fundament van 14-eeuwse baksteen ( 24 x 12/11 x 6 cm ). Kon zich hieronder
nu nog een oudere fundament ( van grotere baksteen ) van de oostsluiting van
periode i bevinden ? Besloten werd het riskante onderzoek hiervan te laten rusten
tot de overige werkputten waren onderzocht en meer gegevens bekend waren
geworden .
Op 7.XH.62 werd bij het graven van een bouwput voor een brandstoftank
in de Collegekamer van het Onze-Lieve-Vrouwe-Gilde de ( vermoedelijke ) voort-
zetting en tegelijk de afsluiting geconstateerd en ingemeten van het overkluisd
2 li i ^ el ^'. Aems ' els °» db»d of Gedenkwaardigheden van Amsterdam . Deel iv 1861 o 179 e v
stefd^JpCeü ).' V
' 2i , '
n dC matCn f . metefS en de hoogte to
- van het N(°m*al ) A(m -
12
13

Bronvermelding

Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 222, AANVULLING 2006, Jaarboeken, nummers 1 - 92, 55, 56 en 57, 1963-1965



 Ga naar de vorige pagina (7) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/