archieftoegang 31375, inventarisnummer 502, pagina 42
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
Volgn. 29 2 „Ik zweer (beloof) trouw aan de Grondwet en aan de overige wetten des Rijks. Art. 3 Het bepaalde in deze regeling is niet van toepassing op ambtenaren, van wie krachtens wet of Koninklijk Besluit een eed of belofte wordt gevorderd. Art. 4 Waar in deze regeling wordt gesproken van ambtenaren worden daar- onder verstaan zij op wie het Ambtenarenreglement van toepassing is. Overgangsbepaling. Art. 5 Zij die op de dag, voorafgaande aan die van inwerkingtreding van deze regeling, ambtenaar waren en als zodanig reeds een eed of belofte hebben afgelegd, worden, indien zij, zonder dat hun dienstverband onderbroken is geweest, na die datum gaan behoren tot de categorieën, bedoeld in art. 1, eerste lid, niet opnieuw beëdigd; TT de onder II genoemde regeling van overeenkomstige toepassing te verklaren op de werknemers op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht; IV de onder II genoemde regeling op te nemen als Regeling no. 25A in de Bun- del van Regelingen, behorende bij het Ambtenarenreglement; Vin de Bundel van Regelingen, behorende bij het Arbeidsovereenkomsten- besluit, onderstaande regeling op te nemen als Regeling no. 3 a. „Art. 22 A.O.B. Regeling no. 3a. Regeling in zake beëdiging. Burgemeester en Wethouders hebben bij hun besluit van 16 november 1956, no. 558/1c Arb. 1956, onder III besloten, dat de „Regeling in zake de beëdiging van ambtenaren”, vastgesteld onder II van hun evengenoemd besluit, op werk- nemers, werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, eveneens van toepassing is.”’. Burgemeester en Wethouders voornoemd, A. de Roos, Weth. de Secretaris, G. C. Spruijt Verschenen 22 januari 1957. 1957 GEMEENTEBLAD Afdeling 3 Y Zi Volgn. 30 GES ND VASTSTELLING OMVANG GENEESKUNDIGE HULP AAN INWONE PERSONEEL, IN VASTE OF IN TIJDELIJKE DIENST. lgemene kennis Burgemeester en Wethouders van Amsterdam brengen ter alg \ dat zij bij hun besluit van 26 oktober 1956, no. 754/16 Arb. 1956, hebben besloten: met ingang van 1 januari 1957: I vast te stellen de volgende regelen: Regelen met betrekking tot het verlenen van geneeskundige hulp aan de ambtenaren in vaste en tijdelijke dienst, aan wie, op grond van het bepaalde in art. 61, lid 7, van het Ambtenarenreglement, de verplichting tot inwoning is opgelegd. A De Gemeente verstrekt aan de ambtenaren, op wier salaris een bedrag wordt ingehouden wegens het genot van onder meer geneeskundige hulp c.q. aan wie een emolument geneeskundige hulp is toegekend, genees- kundige hulp naar inhoud en omvang gelijk aan die, waarop de verzeker- den, bedoeld in art. 3 van het Ziekenfondsenbesluit, krachtens het bepaalde in art. 14 van het Tweede Uitvoeringsbesluit van de Secretaris- Generaal van het Departement van Sociale Zaken, ingevolge het Ziekenfondsenbesluit recht hebben, zoals die verstrekkingen golden op 31 december 1951 en van die datum af door de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid naar inhoud en omvang nader zijn of zullen worden vastgesteld. Op de onder A bedoelde geneeskundige hulp bestaat aanspraak: 1 gedurende het dienstverband; | Tandheelkundige hulp wordt verstrekt, mits de ambtenaar een gesaneerd gebit heeft; Ik zweer (verklaar), dat ik, om in mijn betrekking te worden benoemd, geen geschenken, op welke wijze en in welke vorm ook, aan iemand heb gegeven of beloofd. 2 gedurende de tijd, dat de ambtenaar, op grond van bet Ambtenaren- reglement, tijdens ziekte, na ontslag, nog geacht wordt in dienst te zijn. 2 Indien het gebit niet gesaneerd is, vindt tandheelkundige hulp plaats tegen vergoeding van de kostende prijs van de behandeling, voor zover deze boven die, waarop de verplicht verzekerden aanspraak hebben, uitgaat, Ik zweer (beloof), dat ik mij in deze betrekking eerlijk, getrouw en nauwgezet zal gedragen en de belangen der Gemeente, zoveel in mijn ver- mogen is, zal behartigen, mij verbindende geheim te houden al hetgeen mij in verband met deze werkzaamheden onder de plicht van geheimhouding is toevertrouwd of waarvan ik het vertrouwelijk karakter moet begrijpen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat verklaar en beloof ik)!”. Bij de verstrekking wordt het volgende in acht genomen:
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 502, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 3, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/