archieftoegang 31375, inventarisnummer 502, pagina 186
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
Volgn. 145 2 VII art. 38 van het Ambtenarenreglement te wijzigen en te lezen als volgt: ‚Art. 38 l. De ingevolge art. 31, eerste lid, ontslagen ambtenaar, die door de daartoe aangewezen geneeskundige ongeschikt, doch door de Pensioenraad niet ongeschikt, dan wel tijdelijk ongeschikt is verklaard voor de verdere waarneming van zijn betrekking en die, indien ook de Pensioenraad hem uit hoofde van ziekten of gebreken ongeschikt zou hebben verklaard voor de verdere waarneming van zijn betrekking op grond van de bepalingen van de Pensioenwet 1922 (Staatsblad no. 240) zou zijn gepensioneerd, heeft, indien de verklaring van de geneeskundige wordt bevestigd door een commissie van drie daartoe aangewezen geneeskundigen, van het tijdstip van ontslag af, aanspraak op een uitkering tot het bedrag, waarop zijn pensioen zou zijn bepaald, indien hij door de Pensioenraad ongeschikt zou zijn verklaard. ij 2. Op dein het eerste lid bedoelde uitkering is het bepaalde in art. 7 der Wachtgeldverordening van overeenkomstige toepassing. 3. | De uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt voor hem die reeds vóór het in werking treden van de Pensioenwet voor de Gemeente- ambtenaren 1913 in dienst der Gemeente was, eventueel verminderd met het bedrag van het pensioen, hetwelk is toegekend krachtens de ge- meentelijke pensioenbepalingen. ï ° 4. De ontslagen ambtenaar, die de in het eerste lid bedoelde uitkering geniet, is verplicht, zich ten aanzien van zijn geschiktheid tot het ver: richten van werkzaamheden te onderwerpen aan de controle van de door Burgemeester en Wethouders aangewezen geneeskundige op de wijze door hen te bepalen en, indien dit van hem wordt verlangd zich aan een hernieuwde keuring voor pensioen te onderwerpen. == 5. De uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt ingetrokken met ingang van de dag, waarop de ontslagen ambtenaar: 2 a aanspraak kan maken op pensioen krachtens de Pensi z ensioenwet 1922 (Staatsblad no. 240); a” 45, lid 4, van het Ambtenarenreglement te wijzigen en te lezen als volgt: 3 Gemeenteblad afd. 3 X in art. 17, lid 5, aanhef en sub a, van het Ambtenarenreglement de woorden: ‚in het belang van de Gemeente” te vervangen door de woor- den: „in het algemeen belang” en art. 45, lid 9, van het Ambtenaren- reglement te doen vervallen; art. 66, leden 4 en 5, van het Ambtenarenreglement te wijzigen en te lezen als volgt: Bij niet-nakoming van deze verplichting vervalt de in het eerste lid bedoelde uitkering. # b weder bij de Gemeente in vaste dienst wordt aangesteld op een be- zoldiging, gelijk aan of hoger dan die, verbonden aan de laatstelijk vóór het ontslag door hem beklede betrekking: na door de daartoe aangewezen geneeskundige(n) geschikt te zijn verklaard, de laatstelijk vóór het ontslag door hem verrichte of andere gelijkwaardige arbeid in dienst der Gemeente te verrichten, een hem aangeboden betrekking bij de Gemeente weigert te aanvaarden.”; ‚4. Burgemeester en Wethouders zijn, respectievelijk de Burge- meester is, bevoegd, in individuele gevallen de ambtenaar geheel of gedeeltelijk te ontheffen van de in het tweede lid genoemde verplichting”; ‚4. Het hoofd van de diensttak is bevoegd, indien hij daartoe termen aanwezig acht, de ambtenaar, die hij voor disciplinaire be- straffing, dan wel voor ontslag, overeenkomstig het bepaalde bij art. 87, lid 3, aanhef en onder k, wenst voor te dragen, of ten aanzien van wie hij de tenuitvoerlegging van een vroeger, overeenkomstig het bepaalde bij art. 67, lid 4, voorwaardelijk opgelegde straf van ontslag wenst voor te stellen, te bevelen de arbeid te staken. art. 39 van het Ambtenarenreglement te doen vervallen en art. 394 te 5. Indien Burgemeester en Wethouders, respectievelijk de Burge- meester, wijl de aard der misdraging, daartoe naar hun, respectievelijk zijn, oordeel aanleiding geeft, de ambtenaar, in afwachting van de hem op te leggen straf of in afwachting van het hem op grond van art. 87, lid 3, aanhef en onder k, te geven ontslag of in afwachting van het bevel tot de tenuitvoerlegging van een vroeger, overeenkomstig het bepaalde bij art. 67, lid 4, voorwaardelijk opgelegde straf van ontslag, voorlopig schorsen, respectievelijk voorlopig schorst, bepalen zij, respectievelijk bepaalt hij, indien naar hun, respectievelijk zijn, oordeel daartoe termen aanwezig zijn, of gedurende de voorlopige schorsing de be- zoldiging voorlopig zal worden doorbetaald, dan wel voorlopig geheel of gedeeltelijk zal worden ingehouden. vernummeren tot 39; Wordt na het opleggen van de voorlopige schorsing besloten tot het opleggen van een straf, tot het geven van ontslag op grond van art. 87, derde lid aanhef en onder k, of tot de tenuitvoerlegging van een vroeger, overeenkomstig het bepaalde bij art. 67, lid 4, voorwaardelijk opgelegde straf van ontslag, dan wordt daarbij tevens een definitieve beslissing genomen omtrent de vraag, of de gehele of gedeeltelijke inhouding van de bezoldiging, gedurende de voorlopige schorsing, terecht is geschied. Burgemeester en Wethouders zijn, respectievelijk de Burgemeester is, bevoegd, gedurende de voorlopige schorsing, de niet ingehouden be- zoldiging of het niet ingehouden gedeelte der bezoldiging betaalbaar te stellen aan een ander dan de voorlopig geschorste ambtenaar. Heeft het hoofd van de diensttak van de in het vierde lid bedoelde bevoegdheid gebruik gemaakt, dan gaat de voorlopige schorsing in op de dag, waarop de arbeid werd gestaakt. Indien Burgemeester en Wethouders besluiten, respectievelijk de Burgemeester besluit, niet tot voorlopige schorsing over te gaan, dan wordt de ambtenaar onmiddellijk wederom te werk gesteld en wordt hij geacht zijn arbeid niet te hebben gestaakt. Indien voorlopige schorsing met gehele of gedeeltelijke inhouding van de bezoldiging heeft plaats gehad en deze voorlopige schorsing alsnog ongedaan wordt gemaakt, zullen op de nog uit te keren bezoldiging worden ingehouden de inkomsten, die de ambtenaar gedurende de termijn van de voorlopige schorsing heeft genoten uit arbeid, beroep of bedrijf, die (dat) hij als gevolg van de voorlopige schorsing heeft kunnen
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 502, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 3, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/