archieftoegang 31375, inventarisnummer 502, pagina 156
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
Volgn. 126 2 2 Vreemdelingen, die niet in Nederland hun domicilie hebben en in het bezit zijn van een voor Nederland geldig paspoort, dan wel een als zodanig dienend document, worden voor de toepassing dezer verordening geacht in het bezit te zijn van een geldige kampkaart of een geldig kampeerpaspoort. Art. 4 Burgemeester en Wethouders kunnen aan de in de art. 2 bedoelde ver- gunningen voorwaarden verbinden. Elke vergunning wordt schriftelijk verleend. Indien de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet worden in acht ge- nomen, wordt de houder der vergunning geacht te hebben gehandeld zonder vergunning. die belast zijn met het opsporen van overtredingen dezer verordening, aan dezen ter inzage worden gegeven. Art. 5 De vergunning, bedoeld in art. 2, onder 6, moet door de rechthebbende schriftelijk aan Burgemeester en Wethouders worden aangevraagd. Bij deze aanvraag moet worden overgelegd: a een opgave van naam en adres van de persoon, door wie de inrichting zal worden beheerd; een situatie-tekening in drievoud met kadastrale omschrijving van het De aanvrager van een vergunning kan bij de Gemeenteraad in beroep komen tegen een besluit van Burgemeester en Wethouders, waarbij de vergunning, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, is geweigerd of ingetrokken. Dit beroep moet worden ingediend binnen 30 dagen na dag- tekening van het besluit van Burgemeester en Wethouders. 8 juli 1936, no. 365, door de bij dat reglement ingestelde vaste commissie, als bedoeld in art. 60, lid 1, der Gemeentewet. Art. 6 Onverminderd het bepaalde in art. 141 van het Wetboek van Strafvorde- ring, worden met het opsporen van overtredingen van deze verordening belast de hoofdinspecteurs, de inspecteurs, de adjunct-inspecteurs, de adjudanten, de brigadiers, de hoofdagenten en agenten der gemeentepolitie, zomede de nader door Burgemeester en Wethouders aan te wijzen ambte- naren in dienst van de Gemeente. 5 Gemeenteblad afd. 3 2 Aan hen, die met het opsporen van overtredingen dezer verordening zijn belast, wordt de last verstrekt, tot verzekering van de nakoming van de bepalingen dezer verordening, te allen tijde de woningen, lokalen en al dan niet afgesloten ruimten, ondanks de wil van de bewoners of eigenaars, binnen te treden of te betreden, voor zover woningen betreft met inacht- neming van de bepalingen van de Wet van 31 augustus 1853 (Staatsblad no. 83). Art. 7 Behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel wordt over- treding van de bepalingen dezer verordening gestraft met geldboete van ten hoogste driehonderd gulden of hechtenis van ten hoogste twee maanden. Overtreding van het bepaalde in art. 2, onder a, wordt gestraft met geld- boete van ten hoogste vijf en zeventig gulden of hechtenis van ten hoogste twaalf dagen. Art. 8 De voorwerpen, door middel van overtreding verkregen, of waarmede de overtreding is gepleegd, kunnen worden verbeurd verklaard, voor zover deze aan de veroordeelde toebehoren. Art. 9 Indien een bij deze verordening strafbaar gesteld feit wordt begaan door of vanwege een rechtspersoon, een vennootschap, enige andere Sie van personen of een doelvermogen, wordt de strafvervolging ingesteld en op de straf uitgesproken, hetzij tegen die rechtspersoon, die gee * vereniging of dat doelvermogen, hetzij tegen hen, die tot het feit op pi t hebben gegeven of die feitelijk leiding hebben gehad bij het verboden handelen of nalaten, hetzij tegen beiden. Art. 10 Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam: „Kampeer- verordening”. Art. 11 Deze verordening treedt in werking op de dag na haar afkondiging. Zijnde deze verordening aan Gedeputeerde Staten van Noordholland, vol- gens hun bericht van 22 mei 1957, afd. 1, no. 174, in afschrift medegedeeld en afgekondigd de 3de juni 1957. Burgemeester en Wethouders voornoemd, A. de Roos, Weth. de Secretaris, J. C. van den Berg, /.s. Verschenen 25 juni 1957. De vergunning moet door de houder op de eerste vordering van hen, terrein op schaal niet kleiner dan 1 op 1000, waarop aangegeven de De voorbereiding van de behandeling van het in het vorige lid vermelde beroep geschiedt volgens het reglement, vastgesteld bij raadsbesluit van plaats van de bestaande en/of op te richten gebouwen, en tevens aan- gevende de indeling van het terrein, waaruit voldoende duidelijk blijkt, dat aan de voorwaarden, bedoeld in art. 4, eerste lid, is voldaan. Burgemeester en Wethouders kunnen bij een met redenen omkleed besluit de vergunning weigeren of intrekken.
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 502, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 3, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/