Het Eerste 81-ad is gisterenoohtend DE GASQUAESTIE. Die concessie van 1846 is verleend door 1!. en W., «lic voor 1831, onder het reglement van 1824, dezelfde rechten hadden als nu «le Gemcentera.ad heeft. En die concessie zou dood zijn? Zij is opgezegil! Aan wien? Aan de heeren De Bruijn en Zn. Weteringschans -42 bij exploot. Dit exploot hebben de heeren gekregen, gelijk blijkt, want hm er zich op. Een nieuwe zou, zijn verleend. En voor «lit argument bestaat niets andere dan. eèn exploot van 18 Oct. 1880; het raadsbesluit beteekent niets in deze. Het exploot is alles. En wat staat daarin ? Dat het exploot «leiopzegging op 19 Dec. 1879 wordt ingetrokken en buiten effect gesteld. Dat is alles. De doode herleefde. Het exploot waarbij de concessie van:lB46 werd vervallen verklaard werd ingetrokken, en mitsdien werd de concessie van 1846 bestendigd. Geen nieuwe concessie werd verleend. Maar gesteld, er war nieuwe, concessie, maar dan is «lic ook ingetrokken bij het exploot van 29 October 1884, want dit spreekt van alle concessiën en vergunningen, en dit werd gedaan aan Weteringschans, N°. 4,2, dat men zegt niet te hebben ontvangen, maar «lat van 1879 wel, aan hetzelfde adres. Doch gesteld het nummer ware onjuist, een vonnis opgenomen in het Magazijn van Handel si-echt heeft uitgemaakt, -dat als de valschheid van liet exploot niet is bewezen, de deurwaarder «igd is, dat hij het exploot heeft gedaan ten kantore van hem, aan wien 't wordt gericht, een verkeerd nummer 't niet ongedaan maakt. Art. 92 B. R. V. geldt hier niet. Er is onderscheid tusschen exploot van dagvaarding eu aanzegging. En «lit exploot was eenvoudig een waarschuwing, dat na een jaar de vergunningen ophielden. De chef de bureau Van Dinteren, nam het exploot aan, en dat hij nog in die betrekking is. bewijst dat op 30 Oct. jl. de heer Van Dinterenin ontvangst nam het exploot omtrent de toepassing van art 180 der Gemeentewet, door den hoofdcommissaris Steenkamp gedaan. Te zeggen: het exploot hebben we niet ontvangen, is een infame leugen. En als dit ontvangen is, houdt alle recht van de heeré- De Bruijn op. Want 't is onjuist dat art. 19 der politieverordening niet van toepassing [zou zijn, want er is ook sprake in van te hebben, niet voor 1882 alleen, maar in het algemeen van te, hebben zonder vergunning. tot w-ilcropzeggens toe. 't Woord concessie komt er zelfs niet in voor. Pleiter handhaaft zijn beweren, dat een e. intract is. De Raad kan alleen publiekrechtelijke handelingen doen; disponeeren over openbare wegen, straten, wateren, kan nooit een civielrechterlijken rechtsband in het leven roepen. Gij moogt niet vernielen «le pijpen. Maar als ik mag wegnemen, moet ik de middelen daartoe aanwenden. Na voorlezing van stukken in het geding overgelegd, wordt te halfacht het onderzoek gesloten verklaard en de uitspraak bepaald denzelfden avond te half tien uur. VONNIS. Te 10.15 werd het vonnis gewezen. Het getal belangstellenden was nu grooter. Bij breed gemotivoerd arrest verklaarde de rechter zich onbeTOeg-Cl, aannemende de door mr. Brugmans opgeworpen eerste exceptie: dat in den stand dezer zaak het bevel tot staking zou zijn eene beslissing len principale, en gezien de bepalingen van art. 289 $. R. V., waarbij uitzonderingen toegelaten in de artt. 604, 72i en 727, benevens van art. 292, eene beslissing ten principale door dezen rechter \niet kan worden gegeven. Door deze beslissing verviel de vraag of het administratief gezag het recht heeft in de toepassing van art. 180 der gemeentewet tusschen beide te treden. Te half elf was de ontknooping geëindigd. Nu volgt het proces op de gronden in het exploot ontwikkeld. Te ruim half vijf werd mr. Foest, procureur van de heeren De Bruijn en Zn., zittende in de Pradtizijn-Sociëteit op het Paleis van Justitie, per telephoon verwittigd, dat de deurwaarder H i 1 m a n zoo even exploot had gedaan in handen van den Burgemeester. Onmiddellijk begaf mr. Foe st zich naar het huis van mr. C. A. Oh» is van Buren, vice-president van de Rechtbank, die zich belast had met het geven van vonnis in deze zaak, hem verzoekende om en référé den advocaat van de heeren De B r u ij n te hooren. De vice-president bepaalde het uur waarop hij van de zaak zou kennis nemen op 5 uur. Op dat uur traden mrs. Van der Breggen, advocaat, en Van der Hans en Foest, procureurs van de heeren D e Brnijn & Zonen, met de heeren mrs. Brugmans en Kuhn, advocaat en procureur van den burgemeester van Amsterdam, optredende voor de gemeente, in toga in de kamer van den President, waar zich tevens bevonden -ar. Simons, substituut-griffier, en de -.carijver van dit verslag, daar mr. Chais V m Buren had bepaald dat de zaak publiek zou worden behandeld. Voorts kwamen -jedurendo de zitting, voornamelijk aan het einde, eenige leden der balie en de officier van. justitie mr. T e 1 d e r s. / Het exploot zoo straks gedaan luidt als volgt: Alles liep voorbeeldig af. Men werkte voorzichtig en bedaard en toen het duister werd, werden in lantaarns kaarsen ontstoken. De geheele zaak was te negen nur geëindigd. De kuilen werden gevuld en met planken overdekt, terwijl, voor alle zekerheid, politie-agenten en brandwachts bleven surveilleeren. Bij de afvoerpijpen in de stad werd de wacht eveneens door brandweer en politie gehouden. De 34 punten waren verdeeld onder elf opzichters. In volkomen orde eindigde dus deze „afsnijding", waarvan men zich wonder wat had voorgesteld. Wel was de menigte vooral aan de zijde van den speeltuin wat onrustig. Men zong de straatliederen, die in den laatsten tqd worden gehoord, en een kleermaker, die over de gasfabriek woont, en bjj het dringen door de menigte een jongen een bloedenden neus bezorgde, liep het gevaar gelyncht te worden. Men wilde hem naar het politiebureau brengen; hij verzette zich, er vielen slagen, en toen het der politie gelukte hem te ontzetten, had zgn hoed een onmogelijken vorm aangenomen en was zgn overjas aan flarden gescheurd. Trouwens bg dit voorval moesten meer personen hunne nieuwsgierigheid met -een gescheurde jas boeten. Naar wg vernemen is een troep jongens, die zich zingende van het terrein door de stad begaven en in de Damstraat met een roode zakdoek en brandenden bezem liepen, door de politie uiteengejaagd. H. IN HET PALEIS VAN JUSTITIE. lang te voren aan het techniscli gasbureau had opgenomen, zoodat men èn de guttapercha blazen èn de proppen èn de hoeden op den rechten maat had. BUITENLAND. Algemeen Overzicht. In den staat van zaken op het Balkanschiereiland komt weinig verandering. Koning Milan heeft de Bulgaarsche grenzen nog niet met zijn soldaten overschreden en het is nog niet voldoende gebleken, dat tusschen Bulgaarsche en Servische troepen reeds werkeljjk een botsing heeft plaats gevonden. De toestand heeft in zoover, gelijk de Köln. Zeit. opmerkt, veel overesnkomst met de Afghaansche grensquaestie, welke Europa onlangs zoo lang in spanning hield. Ook toen wisselden de kansen op vrede en oorlog elkaar eiken dag af, maar ten slotte werd de oorlog vermeden. Ook nu blijft de kans op zulk een gunstigen uitslag nog bestaan, al moet ieder ook erkennen, dat de toestand zeer hachelijk is. De mogend: heden zien blijkbaar geen ander middel dan herstel van den vorigen toestand, maar hoe zij dit zullen doen, i« nog niet gebleken. | van die verordening, op dc wijze als thai | is. vermits in die veronderstelling zelve de pn verordening is in flagranten strijd met een ander voor eischeresse zeker niet min ler gewii sluit — dat van 7 April I waar geacht moet won!. met een verordening; aangezien het préti ber 1884, volgens de eigen voorstelling van leerde, betreft «le intrekking van een van ci-si in 184- re i-l eend e, roin-is-ie tot liet i. in gemeentegrond eu gemeentcn-ater; aangezien zelfs do intrekking d zulks nog bestaanbaar en mogelijk waj legaliier heeft bereikt, en al ware dit ook vv deze intrekking geen inbreuk kan maken op de rechten die «le eischeres, atgesekei len van cessie van 1846 en uit anderen hoof de onoii bezit; aangezien toch de Gemeenteraad ree ls op 2i vember. 1879 besloten heeft de eoneesaic ve Juli 1846 regelmatig per exploot op te ! een daartoe Btrekkend exploot vau K) Dcc« «loor den deurwaarder W. Lecpei aan «•'■■'. beteekend, welk exploot, ondermeer, inhoudt da concessie op den 19 December 1.80 verval!«. geëindigd zal zijn: aangezien na die opzegging van 19 December 1879 en wel op 7 April 1880 door den Gemeenteraad vin Amsterdam besloten is aan de eischeres op n concessie te geven en ter voldoening aan dat Bi besluit vanwege het Stedelijk Bestuur op den 8 April 1880 ap -niciin- concessie is gegeven, welke nienn-e concessie op den 19 December ISSO zou aanvangen en werkelijk is aangevangen; aangezien deze nievn-e concessie aan eisenere-; tot op den huldigen dag niet opgezegil en mitsdien van volle kracht is, weshalve daarop nóch het pr Raadsbesluit van 24 October 1884, nóch ook de weerde opzegging van 24 October 1884 van toepassing -zijn ; aangezien hot onmiddellijk gevolg van een en ander is, dat de maatregel v.m geweld en eigen richting, zoo die .nacht //■ past, ter uitvoering van het pretense Raadsbesluit van 24 October 1884, betrekkelijk de vervallen concessie van I wordt onrechtmatige d toegepast op een vervallen, niet opgezegde concessie van 1880 en dus in strijd met een ander jH_u_dtbe_h.it, te meten dat van 7 April 1880; aangezien uit het vooropgestelde genoegzaam 1/ «lat hier niet eenvoudig sprake is van het nemen van maatregelen, waartoe de administratieve macht met voorbijgang van de verkregen eu nog steels bestaande rechten der eischeres zou mogen overgaan; mitsdien de staking te hooren bevelen van de reeds aangevangen afsnijding der pijp- of bv ding van de eischeres, met executabelverkkirn. het vonnis bij voorraad op de minuut en vo r de registratie en veroordeeling van den gedaagde qq. in de kosten van het rechtsgeding. Mr. Van der Dreggen lichtte kortelijk het bovenstaande toe; zijn pleidooi was een uiteenzetting der daarin aangevoerile ar Aan _':• willendheid zijn we de jui._e bewoordingen verschuldigd, waarin 't exploot is vervat. H_ deed o. a. uitkomen, dat de handen den eigendom der eischeresse, en dat het recht tot die handeling door haar wordt ontkenil. Art. 180 der Gemeentewet toch kan worden toegepast, daar waar geene andere rechtsverhouding bestaat, eene overtreding is. Maar een concessie vn:-.;._ een rechtsband, waarbij plechtig rechten en verplichtingen zijn geregeld, voorwaarden zijn gesteld; een concessie is een overeenkomst, ecu contract. Kn deze concessionnaris heeft het recht om I een object in den grond, een recht dat het pi niet heeft. Niemand mag zonder verlof opbreken, maar als dit in een contract met voorwaarden is geregeld, dan is hij niet strafbaar. Het argument dat de concessie van 1846 nooit is opgezegd, maar vervangen door een concessie . Dec. 1880 werd «loor spr. toegelicht, o.a. Ni bijvoeging dat de concessie van 1846 alléén .van het leggen, van pijpen die van 1880 van het hebben en leggen, dus ook van de eerst in 1846 gelegde pijpen. De concessie van 1846 werd opgezegd 19 Doe. 187» in te gaan een jaar later, maar op 7 April 18* werd die opzegging, ingevolge een Raadsbesluit, ingetrokken en een nieuwe concessie verleend, en die nieuwe concessie is nooit opgezegd, De stad is nu haar eigen rechter geweest en heeft de quaestie gebracht op administratief terrein, waarop ze niet behoort. Het onderzoek of dc concessie van 1880 ol dan niet is opgezegd, behoort bij den rechter. Het i. een geschil. Een vraag van recht tusschen twee personen bij overeenkomst aan elkander verbonden. Of de wederpartij in zulk con zaak hét gezag, de macht in handen heeft, wat doet 't er toe? Welk een onaangename toestand zou dat worden voor hem die recht zoekt l 't Is niet twijfelachtig, zeide pleiter, dat begin van uitvoering is gegeven aan een onrecht, natigc daad. Twee partijen met n tegenover elkander. De harmonie, die gedurende 40 jaar tot op zekere hoogte bestond, is verbroken. Elk is strijdende voor zijn recht. Maar het recht wor t bedreigd als eigendunkelijk dc eigendon. wordt getast. NAMENS DEN BURGEMEESTER. Mr. Brugmans begint met to verklaren dat geen enkel feit, door mr. V_ n de _ B T'e gg c n aangevoerd, ' door hem met bewijzen is gestaaf.l. En 't ls dc vraag of zij dan wel een punt van onderzoek kunnen uitmaken, Spr. wil twee excepticn stellen: Ten eerste is dit een vordering ten principale, en niet bij voorraad, zoodat zij niet en rèfèri kan worden berecht. Art. 289 W. B. R. is duidelijk. Men zie voorts een arrest van het Hof ven Gelderland ran 7 Juli 1858 (Rechtsgeleerd Bijblad 185 S, pag. 480), En waarom is deze vordering ten principale? Omdat men den Burgemeester feitelyk wil verbiedei; 180 der gemeentewet toe te passen. Men v een onbevoegdverklaring van B. en W., om zoo., te handelen als zij hebben besloten. Dit is vordering bij voorraad, maar ten principale. En de bedoeling is de stad in een impasse te brengen. Hadde de stad de eischeresse gedagvaard voor de j rechtbank, dan zou men hebben gezegd: gij hadt art. ■ 180 moeten toepassen. Nu zegt men andera. De - toestand zou dus onmogelijk worden. Ten tweede. De rechterlijke nacht is onbevoegd bevelen te geven aan het administratief gezap-. Nergens wordt die bevoegdheid gegeven. De bergemees: ter handhaaft de politieverordering. Is 'die handhaving onrechtvaardig, men stelle een actie in, maar haar te beletten, te niet te doen, 't kan alleen geschieden door den minister van binnenlandsche zaken ; of door den commissaris des Konings. Men zie Vau j ; Emden, administratieve rechtspraak, en arrest van ; hei hof te Utrecht, W. v. "h. 11. ts'. 208 G. Deze r is «his onbevoegd. Voorls ontkent pleiter dat er een rechtsband bestaat tien «le eischeresse en «le stad. De publieke weg is geen onderwerp van contract; de stad treedt niet op civiel-rechterlijk. In 1846 verzochten de heeren Dc Bruijn re_e'/;/.: «Ie vergunning die hun werd verleend, een rilling van publiekrechterlijke., aard. Die vergunning is vervallen, na een jaar te veren te zijn opgezegd. : toen niet is voldaan aan de aanzegging om te nemen wat «lc eischeresse ingevolge die Inniet meer hebben mocht, heeft de stad art 180 der Ciemeentewet toegepast, omdat art. 19 her t \.o]Hie-i-evavelening is overtreden, evengoed als zij een kar laat verwijderen die zonder vergunning is blijven staan. Cfeon vergunning, dus ii sisg van art. 180. De eischeresse moet bewijzen d_t zij wel vergunning heeft, dat zij niet heeft gehamleld in strijd met de politie-verordening. iI or kent. geen andere concessie dan die van die op 29 October 1884 behoorlijk is opgezegd. e andere concessie is hem totaal onbekend. Daar weet hij niets van. Daar heeft hij nooit van gehoord. o- gesteld zij was er. Dan nog is elke vergunning geëindigd. Want bij exploit van 29 Oct. 1884 is der «ischeresse aangezegd dart haar recht ophoudt buizen to hebben, te leggen of te houden, afgescheiden van eenige concessie. Na nogmaals zijne opvatting over de toepassing van art. 180 te hebben verdedigd, zette pleiter uiteen dat de eischeresse toch zeker bij «leze zaak geen haast en hij dus het brengen daarvan in kort geiling niet begrijpt. De stad heeft haast, niet de heeren liruijn voor wien 't een guestion dargent, een quaestie van schadevergoeding is, doch afgescheiden van dat alles, deze rechter is onbevoegd, de eisch behoort te worden ontzegd, .de eischer is niet-onivarikelijk in zijne vordering. Antwoord van Mr. Van der Breggen. Mr. Van der Breggen zegt, dat de bewijzen voor hetgeen hij aanvoert berusten in de stukken die hij overlegt; en waarvan de voorlezing te lang tijd zou vorderen. Hij treed- daarna in een wederlegging van de neuten van mr. Brugmans. 'tls niet waar «lat 't hier de beslissing eener zaak ten principale Er wordt gevraagd last tot voorloopige staking , op grond van het bestaan eener concessie, die niet ij opgezegd. Dat is alles. Niemand die de zaak kent, zelfs de stad niet. ■;iteert al van 1878; toen reeds werd er van ge-1 om de concessie van 1846 in te trekken; dit liedde 19 December 1879, om in te gaan 19 December 1880, bij exploot. De concessie van 1846 is dus al vijf jaren dood. Daarna werd besloten die concessie opnieuw te nen, nl. tot 31 Aug. 1887 het tijdstip «lat de En:c fabriek ophoudt te werken. En die concessie leeft nog. Het exploot, waarbij zij werd verleend, op 7 April 1880, met intrekking van het exploot, waarbij de concessie van 1846 werd opgezegil, berust op een raadsbesluit, de oude concessie is wel degelijk dood. ,De nieuwe is gegeven op dezelfde voorwaarden als de oude, z. is gecreëerd op 19 December 1880, toen de oude verviel. Zij werd verleend door het stedelijk bestuur, die van 1846 door B. en W. Een doode concessie heeft geen waarde, geen kenis. Maar al zelfs al ware de concessie van 1846 dood, zij zou ook niet zijn opgezegd, want het r der eischeresse is gevestigd Weteringschans JO on het nummer wordt in het exploot aangeduid als 4.1». wik i heb geen politieverordening overtreden, want ik heb een recht, op' grond eener concessie. //Gesteld ik had geen recht, ik heb nooit een exploot igen." üit dc eigen argumentatie der tegenpartij blijkt dat, als de concessie nog bestaat, de vergunning niet kan worden ingetrokken. ei concessie vormt een rechtsband. 't Is een v«rkccrd begrip concessie en vergunning gelyk te stellen; tusschen beide is een hemelsbreed verschil. , De gevolgen van concessiën zijn vergunningen. De concessie is het recht, de vergunning een uitvloeisel. J.n in de\raadszitting van 19 November 1879 noemde dc Burgemeester zelf deze concessie een contract. Concessie is jus in re. Aan eischeresse is ten algemeene nutte het recht verleend, met uitsluiting van anderen, buizen in den openbaren grond te hebben haar daartoe afgestaan. Hoe zulk een geval te vergelijken met een op den openbaren weg zonder vergannisg onbeheerd gevonden karl De vergunning aan eischeresse verleend is een uitvloeisel van het recht der concessie; vergunningen kunnen niet van de concessiën waaruit za voortvloeien worden gescheiilen. Gesteld nu dat allo vergunningen afzonderlijk waren opgezegd, toch bestaat de concessie van 1880 nog. En zou spoedige beslissing in deze voor eischeresse geen belang hebben? De uitspraak is voor haar van veel belang. Nog meer voor de verbruikers, die in donker zitten. Pleiter doet vervolgens uitkomen wat eigenlijk hier • < i-gunningen zijn. Zij betreffen de richting waarin «I • pijpen zullen worden gelegd, evenals bij de tramconcessie voor het leggen der rails vergunning noodig is. Ware er geen concessie, de publiek-rechterlijke tusschenkomst ware mogelijk; nu kan geen andere dan een civiel-rechterlijko worden 'aangenomen. En hoe behandelt men eisehere^e! Als een overtrofter, en dat terwijl eerst heden zijn geëindigil contracten met de gemeente voor verlichting van 32 scholen gesloten. Doch gesteld art. 180 zou hier inderdaad mogen worden toegepast. Wei nu, dan zou mogen worden weggenomen, niet vernietigd. Men zie het arrest van het Hof van Zuid-Holland van 1 April 1873, bevestigd door een arrest van den Hoogen Baad, te vinden in het W. v. h. R. N", 3698. En door deze afsnijding wordt eigendom vernietigd. Ten slotte vraagt pleiter of 't denkbaar is, dat de politieverordening van 1882 terugwerkende kracht hebben op de popen tot dat jaar gelegd. PüPLIEK VAN MR. BRÜOMANS. Mr. Brugmans merkt op dat inderdaad deze zaak niet is een zaak die en reféré kan worden beeld, 't Blijkt door het vele dat daarbij is op:t en ter sprake gebracht. Pleiter houdt yol, dat hier niet een provisionneele uitspraak wordt gevraagd, maar dat men ten principale uitgemaakt wil zien dat de Burgemeester art. 180 niet mocht toepassen, hetgeen do verhouding tusschen partyen zou^ veranderen. Er zou nog een conces-fte z\jn ? En een concessie zou zijrs jus in rel Maar concessie is zelf vergunning. Men lette on de beteekenis van het Fransche woord eon. ,-,-. Men staat toe, men vergunt onder aekere voorwa_rd_n.zekere daden. In de concessi» van 1846 staat dan ook duidelijk: Alle vergunningen enz. geschioden aangezien de vereischten, door art. 180 gesteld, zijn: I°. dat er zij eene verordening; 2°. dat er zij overtreding dier verordening; 3*. dat er iets zij daargesteld, ondernomen of na. gelaten, wat in strijd is met die verordening; aangezien noch het een noch het ander hier het geval is, daar nimmer door den Raad van Amsterdam iets verordend is ten aanzien van de gaspijpen der eischeres en du» evenmin van de wegruiming der gaspijpen of van harejafsnijding, waartoe thans wordt overgegaan; aangezien onder deze omstandigheden, dat is bij het niet bestaan, eener verordening, geen sprake kan zijn van overtreding eener (niet bestaande) verordening, of van het daarstellen, het ondernemen of' het nalaten vah iets, dat in strijd zou zijn met zoodanige (niet bestaande) verordening; aangezien de esscheres gerechtigd is dc rechterlijke tusschenkomst in te roepen, als eenig middel tot handhaving van haar onbetwistbaar recht, in het onderhavige geval; aangezien artikel 180 Gemeentewet alleen is geschreven voor het geval het geldt uitvoering van door den Gemeenteraad, binnen den kring zijner bevoegdheid als wetgevend lichaam vastgestelde wetten; aangezien bovendien uit anderen hoofde, zooals nader blijken zal, art. 180 van de Gemeentewet niet kan toegepast worden, en zulks te minder nu de maatregel van zóó diep ingrüpenden aard is, en niet alleen het eigendomsrecht, maar ook het recht tot uitoefening van der eischeres bedrijf aantast; aangezien, aangenomen zeifs, des neen! dat het besluit, hetwelk heet genomen te zijn in een raadsvergadering van 24 October 1884 zou kunnen worden aangemerkt als een verordening, het dan nog ««-strekt ongeoorloofd zou wezen te ageeren op grond aangezien wel der eischeres ter oore is gekomen, dat het gemeentebestuur zijn bevoegdheid tot die daad — de afsluiting der gaspijpen — meent te vinden in art. 180 der wet van 29 Juni 1851 (Staatsblad N°. 35), doch dat artikel op het onderhavige geval niet van toepassing is of kan zijn ( en dientengevolge het recht tot de ondernomen handeling daaraan niet ontleend kan worden; aangezien toch de bij dat artikel gestelde eischen in casu niet aanwezig zijn, immers daarbij slechts uitsluitend, voor het geval dat die vereischten ondubbelzinnig bestaan, de bevoegdheid gegeven is om over te gaan tot het nemen van de daarin omschreven maatregelen; aangezien door deze daad van geweld aan «le eischeres wordt onmogelijk gemaakt de exploitatie harer gasfabriek en met de levering van gas voort te gaan, gelijk zy, zooals hieronder nader blijken zal, volkomen gcrechtigtl is te doen; aangezien voormelde daail van geweld en eigen richting in geen enkele wet steun vimlt en dus is onrechtmatig; EXPLOOT EN PLEIDOCOI. Aangezien B. en W. van Amsterdam hebben kun. nen goedvinden de hand te slaan of te doen slaan aan de buis- of pijpleiding die, op «le Weteringschans tegenover de Reguliersgracht gelegen, in verbinding staat met de Holl. Gasfabriek, <loor middel van welke leiding de eischeres aan hare contractanten gas levert en welke buis- of pijpleiding krachtens de vereischte vergunningen geleg«l in Gemeentegrond, het eigendom is der eischeres; Betreffende het geschil met Birma seint de correspondent van de Times uit Rangoon, dat alle vreemdelingen te Mandalay tot dusver met rust zijn gelaten. De oorlogstoebereidselen werden er met flver voortgezet. Italiaansche werklieden, in dienst bij koning Theebaw, werkten nacht en dag aan het vervaardigen van riviertorpedo's en bommen. Een Franschman en een Italiaan voerden het bevel over de Birmeeßche troepen, wier aantal op 15,000 wordt geschat. De eenige stoomboot van koning Theebaw, de Bandoola met drie vierponders, zit b^j Mandalay op een zandbank, zoodat de Birmeezen zich alleen kunnen verdedigen door de Irawaddy te versperren en hun stellingen aan de oevers te versterken. Over het ultimatum waa overigens nog niets bekend. Blijkens telegram uit Calcutta is het eerste detachement van het Engelsche expeditiecorps naar Rangoon vertrokken. Sir Henry Drummond Wolff is op plech tige wijze door den Khedive in het Abdin-paleis ontvangen. De Khedive deelde den heer Wolff mede, dat hij de tusschen Engeland en den Sultan getroffen overeenkomst ten zeerste toejuichte. De Times deelt den inhoud der overeenkomst in haar geheel mede. Gelijk men reeds weet behelst __% de benoeming van een Engelschen en Turkschen commissaris, regeling van den toestand in Soedan en reorganisatie van het Egyptische leger en' het bestuur des lands, terwgl ten slotte, wanneer orde en rust geheel zgn hersteld, de ontruiming van Egypte door de Engelsche , troepen zal worden overwogen. De cholera, die in Spanje bijna geheel was verdwenen, heeft zich nu weer vertoond in Biskaje, welke provincie tot dusver van de ziekte verschoond bleef. Er wordt reeds meldiDg gemaakt van 200 ziekte- en 50 sterfgevallen in één week. De toestand op het Balkan-Schiereiland, De berichten uit het Oosten luiden meer tegenstrijdig dan ooit te voren. Terwijl uit Belgrado wordt gemeld dat in Bulgarije groote verbittering heerscht jegens de Serviërs en deze aan allerlei mishandelingen blootstaan, verneemt men tegelijkertijd uit Sofia dat de Serviërs in Bulgarije niets te lijden hebben. Volgens mededeelingen uit Nisch ia de verhouding tusschen Bulgaren en Serviërs aan de grenzen zóó gespannen, dat van weerszijden bevel is gegeven om elke uitbarsting terstond met de wapenen te beantwoorden, doch volgens de Bulgaarsche berichten is alles aan de grenzen volkomen rustig. Tegelijkertijd komt de verklaring van graaf Kalnoky, Oostenrijks minister van buitenlandsche zaken, waaruit bljjkt dat koning Milan, tevreden met de herstelling van den vorigen toestand, zal afwachten, of de mogendheden het statu quo ante werkelijk zullen kunnen handhaven. De Nordd. Allgem. Zelling, die -rfréeds bij haar optimistische beschouwing blijft volharden, laat zich aldus over deze nieuwe verontrustende tijdingen uit: Een viij verontrustend telegram uit N «le verhouding tusschen «le Serviërs en Bulgaren aan de grenzen in een niet zeer gunstig licht stelt, maakt «len indruk, alsof men in zekere kringen het er op aanlegt om hei l.alkan-quaestic te storen en er met de haren «len oorlog wil bü pen, «lic bij «le natuurlijke ontwikkeling «leiniet wil komen. Een andere opvatting is ten minste uit dit telegram niet af te leiden. Evenwel is het ook mogelijk dat de dépêche op haren W(j^ van Nisch naar Berlyn ei den jukten inhoud heeft, verloren, «laar zij handelt over een toestand, welke zoo volgens logische wetten niet verkregen kan worden. Immers het besluit Len Bulgaren wordt toegedacht, om eiken - indringer onmiddellijk neer te schieten, zou de Servische bevelhebbi; bt op hunonderhoorigen kunnen nopen, ln plaats daa meldt hetzelfde telegram, dat «le Seniors be: hebben om een dergelijke //houding' der Bulgaren met de wapenen te beantwoorden. Natuurlijk i voor dit besluit de onderstelling ten grondslag i dat de Serviërs, ondanks de beslissing der Bulgaren, van hunne zijde de grenzen hebben overtredi toen door de Bulgaren op de aangekondigde wijze zijn behandeld, Wanneer men dit overweegt behoeft men zelfs het slot „dat Bulgaarsche vryscharen reeds begonnen zgn om da Servische grenzen te .verontrusten", niet te ontleden om terstond te zien, dat de uitvinders van dit telegram tot eiken prijs gaarne een botsing zouden zien plaats vinden. Deze wenschen zijn echter zoo geheel in strijd met de jongste officieele mededeelingen Servische regeering, dat men in elk geval niet i kan doen dan dit nieuwe alarm-telegram terstond ter snippermand te verwijzen. Even tegenstrijdig luiden de berichten over de aanstaande conferentie te Konstantinopel. De correspondent van Daily Ncivs te Weenen verneemt, dat de conferentie nog niet kan bijeenkomen, omdat er nog ernstig verschil heerscht tusschen de Oostersche en Westersche mogendheden. Daarentegen meldt de Temps uit goede, blikbaar offi- ' cieuse, bron, dat een dergelijke groepeering der mogendheden — Frankrjjk, Engeland en Italië aan de eene, Duitschland, Oostenrijk en Rusland aan de andere zqde — geheel onjuist is. Vooral Frankrgk, zegt het blad, heeft evenals de andere mogendheden geen ander doel dan orde en vrede op het Balkan- Schiereiland te herstellen. Evenwel dient men te weten, dat de conferentie te Konstantinopel zich slechts met een oplapperjj (réplati-age) zal bezighouden, daar elke beslissende oplossing reeds door het programma der conferentie is uitgesloten. De Républigue Eranpaise geeft een uitvoerige beschouwing van den toestand, welke met een conclusie in denzelfden geest eindigt: Wat er van zij, het is in ajlen gevalle niet waarschijnlijk dat de beraadslagingen der conferentie meer dan een voorloopig resultaat zullen opleveren. Handhaving van het statu quo ante is heel mooi, maar om dit te kunnen doen, dient men in staat te zijn de krachten te bedwingen, welke niet naar de bevelen der diplomaten luisteren. Rusland hesft ze indortijd wel kunnen gebruiken, maar kan ze no niet meer met een wachtwoord in bedwang houden. Frankrijk is bereid om in het belang van dea u_epeeschen vrede de sohikking te onderteskenen. welke het gevolg kan zgn van de beraadslagingen der gezanten, maar het maakt zich geen illusies van dea langen duur noch van de verre strekking dezer overeenkomst. Het is zeker reeds iets gewonnen , wanneer men voor het oogenblik de vreeselijke gevolgen vermijdt van een botiing, waarvan men de uitbreiding niet kan voorzien, maar men zou moeten rekenen buiten de onvermijdelijke logica der werkelijkheid, wanneer men 'meende dat ook >oor de toeU wordt gezorgd. Te Parijs heeft men dus ook al geen groote verwachting van den uitslag der beraadslagingen, maar is men van meening, dat de conferentie hoogstens de oplossing der Oostersche^ quaestie voor eeni* gen tijd kan verschuiven. De Deensche Regeering gaat met energie voort op den ingeslagen weg, om te regeeren zonder Fol ket hing. De voorloopige wet over de oprichting eener gendarmerie zal weldra in werking treden. Reeds is een overste der cavalerie tot bevelhebber benoemd en met het aanwerven der manschappen belast. Zoo ging 't zeven malen met zeven buizen. Voegen wg er bq, dat de buizen vaj, verschillende afmetingen waren, die mei Te kwart over drieën werd het terrein door de politie afgezet. Dat had heel wat voeten in de aard, want enkele herbergen in de buurt waren propvol en moesten ontruimd worden. Dit geschiedde niet zonder aanleiding te geven tot een paar arrestatiën. Ter hoogte van den kinderspeeltuin en van de Reguliersgracht werden staketsels opgericht, waarachter de menigte, die als altijd nogal stijf hoofdig was, werd teruggehouden. Intusschen ging alles vrij geregeld in zfln werk en trad de politie met zeer veel beleid op. Op het afgezette terrein was omstreeks dien tijd het geheele Dagelijksch Bestuur, eenige raadsleden en mr. P. A. Brugmans, stadsadvocaat, aanwezig. Alle voorzorgen waren genomen en in de Baangracht lag ook de drijvende stoomspuit „Jan Van der Heyden", stoom op.gereed.Hetgevaarwas trouwens tot een mininium beperkt. De gasreservoirs stonden zeer laag en van de zijde der heeren De Bruijn en Zonen waren voorzorgen genomen ter beperking van gevaar, o. a. deor het sluiten der hoofdgeleidingen. Een achttal pijpen moest worden afgesneden. Drie over den voormaligen winkel van den heer Jan Kl et on, en vijf over de Reguliersgracht. Nadat de voorbereidende werkzaamheden waren afgeloopen, begon men te ongeveer halfvjjf gaten in de pijpen te boren, het eerst in die over de Reguliersgracht. Het werk geschiedde onder opzicht der hoofdambtenaren Schu _ rman en VanNiftrik, die geruimen tijd van te voren de zaak hadden bestudeerd en voorbereidende proeven hadden genomen, door de firma John Aird, gedeeltelijk met Engelsche, maar grootendeels met Hollandsche werklieden. Door de fabriek werd dus geen gas aangevoerd, terwijl het gas dat nog in de buizen door de stad was verzameld een uitweg vond doordien men in 27 zinkers twee openingen had gemaakt en daar pijpen had aangebracht, waardoor het gas kon ontsnappen. Op zeven andere plaatsen waren nog voor het doel enkele pijpen aangebracht. De Hollandsche fabriek had met het gas, dat zij in voorraad had, nog ongeveer anderhalf uur de stad kunnen voorzien. Kort nadat de boringen waren begonnen kwamen de twee jongste firmanten der firma De Bruün <_ Zonen met den heer mr. Van der Breggen op het terrein. Mr. Van der Breggen stelde zijne principalen aan den Burgemeester en de Wethouders voor en een der heeren De Bru ij n vroeg den heer Van Tienhoven of op zijn last de gasbuizen der Hollandsche fabriek worden doorgesneden. De Burgemeester antwoordde daarop, dat het geschiedde op last van den Gemeenteraad, aan wiens hoofd hi_ de eer had te staan. De heer De Bru jj n zei daarop dat er geen gevaar bestond, want dat de kleppen gesloten waren. Beleefde groeten van beide zijden. Vertrek van de heeren De Bruijn met hun rechtsgeleerden raadsman. De boringen worden voorgezet. Ter zelfder tijd bevond de deurwaarder Hilmanzich in de nabijheid der woning van den burgemeester, terwijl zijn bediende in een naburig huis aan de telephoon stond te wachten op het bericht dat men , op last van het hoofd der gemeente begonnen was de geleidingen af te snijden. Toen dit bericht kwam, ging de heer H i Iman oogenblikkelijk naar het huis des heeren Van Tienhoven, doch deze niet te huis vindende, spoedde hij zich naar het terrein, waar hij zijn exploot den Burgemeester overhandigde. Na niet weinig moeite en harde mokerslagen verkregen de arbeiders in de buis een opening van ongeveer drie centimeters middellijn. Men nam blazen van guttapercha, die opgerold in de buis werden gestoken; door eea slag werden zü met een kleine blaasbalg vol lucht geperst, waardoor feitelijk de buis versperd was en het gas zou verhinderd zijn door te stroomen, wanneer de kleppen niet gesloten waren geweest. De opening der blazen werd daarop gesloten. Ongeveer drie voet van deze blaas verwijderd werd een tweede opening gemaakt en ook daardoor een blaas aangebracht en opgevuld. De tusschenruimte Van de buizen, tusschen deze twee blazen werd weggehakt, de twee monden der aldus verbroken geleidingen door een houten prop gesloten, daarover heen een grijzen hoed gezet en de naden dicht - soloeerd. I. OP STRAAT. Zooals te begrijpen is, heerscht e er gisteren heel wat drukte in den omtrek der Hollandsche gasfabriek. Op de plekken waar de afsnijdingen zouden plaats vinden, was omstreeks twee uur de straat reeds opgebroken en honderden nieuwsgierigen stonden er om heen geschaard. De tramlijn Leidscheplein—Plantage had gedeeltelijk den dienst gestaakt. Aan de eene zij da stopten de wagens aan de Vijzelgracht, aan de andere aan de Reguliersgracht. De orde werd gehandhaafd door enkele brigades agenten vaa politie en eenige rechercheurs. N. 17500. Nieuwe Amsterdamsche Courant. A\ 1885. ALGEMEEN HANDELSBLAD. Het Has-dklsblad verscl-vjnt des morgens en des a-ond*, beha.re ep enkele feestdagen. Hoofdagenten: Brussel, A. N. Lbbèoub _ C»., Agence HAVAS en G. Fischeb; Frank. fort af3l., Weenen, Zürich enz. G. L. Daubk «t G».j Hamburg, HAASENSTEIN ie VOQLBB; Maandag 2 November. Ïïitgevcrs-Biiecteureii: GE_.RCEI)EES DIEDERICHS. Bureel: Sf. Z. Voorburgwal (bij den Dam), N°. 236—240. Het K.WAKTAAL kost, met inbegrip van het ZONDAGSBLAD, voor Amsterdam ƒ6.—, voor ac overige plaatsen in Nederland: ƒ 7.— bij afzonderlijke en ƒ 6.— bij gelijktijdige verzending ven Ochtend- en Avondblad. — Elk üfzonderlijk blad/ 0.05. Ai-VERTE-s-Tii.N : I—s regels ƒ 1.25; elke regel meer ƒ 0.25. —Reclames: I—S Regels/2.50, elke regel meer ƒ 0.50. — Aanvrage en vermelding van liefdegiften ƒ 0.15 den regel. Keulen, BüDOLr MosSB; Parijs en Londen, JoHW F. JONBS. Set C-ixteTL-rsrecKt voor den inhoud vam. dit _Blad. wordt -ywz. ■:k.f:rd overeenT-omstig de Wet. van 28 Jrtnt 1881 (Stbl. n°. 1&4). verschenen. DE ONTKNOOPING. TWEEDE BLAD 3 Hovember.
Klik op de afbeelding om de uitgave bij de bron te bekijken
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is automatisch door de computer gemaakt met tekstherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/