Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
20 februari: er gebeurde niets bijzonders.
21 februari: er gebeurde niets bijzonders.
22 februari: er gebeurde niets bijzonders.
23 februari: er gebeurde niets bijzonders.
25 februari: er gebeurde niets bijzonders.
26 februari: er gebeurde niets bijzonders.
27 februari: 's middags om 4 uur gingen de gezanten volgens het vroegere gebruik 2 heren die van het hof kwamen tegemoet. Deze heren heetten Attapattoe Ranajakare Mohotiaar en Hoelangamoewe Mohandiram. Zij werden vervolgens naar de verblijfplaats gebracht en daar werden dezelfde vragen aan hen gesteld als op 19 februari was gebeurd. Deze heren antwoordden uitgebreid dat de maand februari niet alleen onmatig heet is, maar dat er ook wegens enkele verhinderingen aan het hof de gezanten tot nu toe niet voor audiëntie hadden kunnen worden gebracht. Namens de koning gaven zij de gezanten, de schrijver, de persoon zelf en de tolk die was meegegaan om te vertalen, ieder afzonderlijk 1 pakket met betels, arrak, nagels, noten, foelie en tabak. Hiervoor bedankten zij Zijne Majesteit zeer. Deze heren verzochten de koninklijke brief en geschenken te mogen bekijken, wat door de gezanten werd toegestaan. Nadat zij deze bekeken hadden en een poosje gezeten hadden, werden zij met arrak onthaald en bij hun vertrek verzochten de gezanten hen om een goede dienst.
24 februari: er gebeurde niets bijzonders.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0789 31 mei 1730. De mohotiaar Dorenagame Mohandirum werd door de Nederlandse gezanten in het logement ontvangen. De eerste gezant, de mohotiaar, vertelde dat de koning hem en zijn collega had gestuurd om te informeren naar de gezondheid van de Nederlandse gezanten. Ook wilde hij weten of de brief van de koning en de geschenken goed waren aangekomen en of de Nederlandse ambassadeurs en hun gezelschap goed waren voorzien van alles wat nodig was. Verder liet hij weten dat zij op deze plek alleen bleven om bepaalde zaken aan het hof af te handelen. De Nederlandse gezanten antwoordden hierop op de juiste manier en bedankten de koning op zeer onderdanige wijze voor zijn belangstelling. De 2 heren boden namens de koning 40 potten met honing aan de Nederlandse gezanten aan. De Nederlandse gezanten toonden grote blijdschap en vroegen of hun dankbaarheid voor dit kostbare geschenk bij een goede gelegenheid aan de koning kon worden overgebracht. De 2 heren namen deze nederige betuigingen van de Nederlandse gezanten aan en beloofden alles zonder enig gebrek bekend te maken. Vervolgens werden ze tijdens een gesprek getrakteerd op beetels en arrak, en bij hun vertrek besprenkeld met geurig water volgens de gebruikelijke gewoonte.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0788 Vanuit Ceylon meldde men 31 mei 1730 dat de koning hun had laten weten dat hun vorst de mohandirum padibare herrew had gestuurd om in plaats van de meedenhandirum dorne game als gezant te blijven, en dat de laatste zich volgens orders naar het hof moest begeven. De gezanten hadden hierover grote blijdschap getoond.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0787 Vanuit Ceylon hadden ze 31 mei 1730 laten weten dat ze bij een goede gelegenheid hun dankbaarheid wilden tonen aan hun hoogheid. Dit werd door hun hoogheid graag aanvaard en zou zo uitgevoerd worden. De gezanten werden bij hun vertrek besprenkeld met water en volgens oud gebruik naar de veerplaats van de rivier gebracht. De adigaar en de andere hoofdpersonen vertrokken daar met veel tevredenheid.
Kort daarna kwamen de gezanten en de hoofdpersonen die bij hen verbleven terug in hun verblijf. Daar werden namens zijn majesteit aan de gezanten en hun gezelschap geschenken aangeboden: verschillende potten met inlands suikergebak. De gezanten accepteerden dit met veel blijdschap en lieten zijn majesteit nederig bedanken voor dit aangename geschenk dat door zijn grote goedheid hierheen gezonden was.
Zaterdag 1 februari stuurden de afgezanten een brief naar uw edele grootachtbare en zonden die af. Diezelfde dag rond 3 uur 's middags verscheen een gabedenaal of dispensier bij het verblijf van de gezanten. Deze overhandigde namens de koning aan de ambassadeurs enkele zeldzaamheden van inlands suikergebak als geschenk. De gezanten lieten hun nederige dankbaarheid kenbaar maken voor datgene wat door de gunst van zijn majesteit hierheen was gesonden.
's Avonds, nadat de hoofdpersonen in het verblijf van de gezanten gekomen waren, werd gecommuniceerd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0786 30 mei 1730 kwamen gezanten van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in Ceylon aan bij het verblijf van Ganoeroewe. Ze werden vergezeld door 4 dragers met swiepen, 1 grote en 2 kleine vaandels, en een groep Lascorijns met hun pieken. Bij aankomst werden 12 saluutschoten afgevuurd en alle hoofden kwamen bij elkaar. Eerst wisselden beide partijen volgens oud gebruik beleefdheidsbegroetingen uit over elkaars gezondheid.
Daarna vertelde de tweede rijksbestuurder Hoelangamoewe Ralehanij dat de gezanten enige dagen in Attapitte hadden moeten verblijven omdat er aan het Candia-hof een groot feest was gehouden. De ambassadeurs zouden echter binnenkort in audiëntie worden toegelaten. Hij zei dat het bevel van Zijne Majesteit was dat de volgende 7 heren de gezanten van het nodige zouden voorzien tijdens hun verblijf:
De overige hoofden moesten zich naar het hof begeven. De gezanten toonden hierover grote blijdschap en deden vervolgens een verzoek.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0785
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0784 Op 31 mei 1730 waren de Nederlandse gezanten uit Ceylon vrijgesproken. De koning had de dessave (gouverneur) samen met zijn medewerkers speciaal deze kant op gestuurd om de koninklijke brief en geschenken, samen met de gezanten, bij gunstige gelegenheid met goede zorg naar de laatste rustplaats Gan-oeroende te begeleiden. Toen de gezanten deze nieuws hoorden, toonden zij grote vreugde en bedankten zij de heren zeer beleefd. Daarna bekeken die heren de koninklijke brief en de geschenken en toonden zich daar zeer tevreden over. Tijdens het zitten werden zij voorzien van betel en arrak. Vervolgens zeiden zij dat ze moe waren van de reis, stonden op en gingen naar hun verblijfplaats. Diezelfde dag stuurden de gezanten een brief naar uwel Edel grootachtbaar af.
9 februari 's morgens hoorden zij dat er op donderdag een vergadering werd gehouden voor het vertrek. De gezanten en hun gevolg maakten zich klaar om de reis te ondernemen. Rond 8 uur kwam de dessave van Matule bij het verblijf van de gezanten en zei dat men vandaag het vertrek zou beginnen, om die avond in Wal Gouagodde te zijn en de volgende dag Gan-oeroewe te bereiken. De gezanten stuurden toen een brief naar uwel Edel grootachtbaar in Colombo. Vervolgens begonnen zij 's middags rond 11 uur, samen met de koninklijke brief en geschenken en alle gezamenlijke hoofden, de reis, waarbij er 12 schoten met sprinkhaangeschut werden gelost.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0783 Op woensdag 8 februari 's middags, toen de 5 hoofden die al aanwezig waren zich bij de deur van het logement van de gezanten lieten zien, gingen de ambassadeurs en hun gezelschap naar de gebruikelijke plaats om de aankomende hofleden tegemoet te gaan. Na een korte wachttijd verschenen daar de volgende 3 heren:
Zij brachten mee: 13 legervaandels, waarvan 2 grote en 5 kleine, 17 soldaten met geweren, 30 lascorins met pieken en 10 boogschutters. Deze 3 heren werden door de gezanten begroet, met rozenwater besprenkeld en naar binnen begeleid naar het logement bij het briefhuisje. Eerst werden de gebruikelijke wederzijdse beleefdheidsbetuigingen afgelegd, zoals volgens eerder gebruik. Daarna verklaarde de dessave van Mature namens de koning dat zijn koninklijke majesteit in goede gezondheid rustig doende was en zolang het zou duren zijn rijk zou regeren. Ook vertelde hij dat de gezanten hier hadden moeten verblijven omdat aan het hof een zeer noodzakelijk groot feest was geweest en ze daarom niet opgehaald hadden kunnen worden, en dat dit feest nu was afgelopen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0782 Op 31 mei 1730 stuurden de gezanten vanuit Ceylon een bericht. Ze boden nederige dank aan en lieten weten dat ze bereid waren om de koning alle onderdanige diensten te brengen. Ook wilden ze de voorname hofedelen aan het hof namens hen groeten. Dit werd door hen zonder fouten uitgevoerd en geaccepteerd. Vervolgens werden ze getrakteerd op betels en arreek en bij hun vertrek besprenkeld met reukwater. Daarna werden ze door de gezanten uitgeleide gedaan. Hierna stuurden de ambassadeurs een brief aan uwel Ede grootagt.
Van donderdag 26 januari tot en met woensdag 2 februari was er niets voorgevallen dat het vermelden waard was, behalve dat de koninklijke brief en de schenkgoederen dagelijks werden gecontroleerd.
Op dinsdag 7 februari verschenen de gezamenlijke hoofden bij de rustplaats van de gezanten. De dessave van de 4 Corles vertelde dat enkele voorname heren vandaag van het hof naar herrew waren vertrokken en dat zij morgen in de middag zouden aankomen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0781 31 mei 1730 werd vanuit Ceylon gemeld dat de dessave van de Oedepalate meedeelde dat hij samen met zijn collega door zijn koninklijke majesteit speciaal was aangewezen en hierheen gestuurd om naar de toestand van de koninklijke brief en geschenkgoederen te informeren en ook naar de gezondheid van de gezanten te vragen. Verder liet hij weten dat binnen enkele dagen een groot feest aan het hof gevierd zou worden, waardoor de gezanten nog enkele dagen daar zouden moeten blijven. Ook vertelde hij dat na de viering van dat feest zijn koninklijke majesteit andere voorname heren daarheen zou sturen om de koninklijke brief en geschenkgoederen samen met de gezanten verder te begeleiden. Hierop bedankte de ambassadeur de koninklijke majesteit zeer nederig voor deze mededeling en verklaarde verder dat zij ten dienste van zijn koninklijke majesteit nog gezond waren. Daarop toonden zij hun blijdschap, bekeken de koninklijke brief en geschenkgoederen, gingen verder zitten en voerden onder het genot van wat betel en arak een gesprek. Nadat ze te kennen hadden gegeven dat ze vermoeid waren van de reis, stonden ze op en gingen naar hun logement.
Woensdag 25 januari kwamen 's ochtends de gezamenlijke hofedelen bij het logement van de gezanten om te laten weten dat de 2 hoofden die gisteren van het hof gekomen waren meteen weer terug zouden keren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0780 Op 31 mei 1730 kwam er bericht uit Ceylon. De gezanten werden op regelmatige wijze behandeld, met rozenwater besprengd en een eindje buiten hun verblijf uitgeleide gedaan. Ook werd hen een behouden reis toegewenst.
Op dinsdag 17 januari, woensdag 19, donderdag, vrijdag 20, zaterdag 21, zondag 22 en maandag 23 viel er niets bijzonders voor.
Op dinsdag 24 verschenen 's ochtends alle hoofden bij het verblijf van de ambassadeurs. De dessave van de 4 Corles liet weten dat de 2 hoge heren van het hof vertrokken waren en nu onderweg waren. Daarom begaven de gezanten zich samen met de genoemde hoofden 's middags een eindje buiten het verblijf naar de gebruikelijke plaatsen. Daar aangekomen ontmoetten ze de volgende 2 heren:
Deze 2 hoge heren brachten een aantal musketiers en pikeniers mee. Ze werden door de gezanten ontvangen, met rozenwater besprengd en rond 18:00 uur 's avonds naar binnen in het verblijf geleid. Eerst werden de gebruikelijke wederzijdse complimenten uitgewisseld, waarna de eerstgenoemde...
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0779 Op 31 mei 1730 werd vanuit Ceylon (het huidige Sri Lanka) bericht dat er wachten moesten worden opgesteld en dat de gezanten van het nodige moesten worden voorzien. De gezanten zouden hier verblijven totdat de koning binnen korte tijd andere voorname heren zou sturen om de gezanten met veel respect verder te begeleiden.
De volgende 9 heren moesten zich naar het hof begeven om aan de koning verslag te doen over de aankomst van de gezanten op Attapittij met de koninklijke brief en geschenken:
Over dit aangename bericht toonden de gezanten grote vreugde.
Op maandag 16 januari 's morgens kwamen alle hoofden bij het logement van de gezanten. De dessave van de 3 en 7 Corles deelde mee dat de genoemde hoofden die naar het hof moesten vertrekken, de reis meteen zouden ondernemen. De gezanten verzochten hen om hun onderdanige dankbaarheid bij goede gelegenheid aan de koning over te brengen en om hen namens de gezanten beleefd te groeten. De hoofden stemden hiermee in en beloofden dit te zullen doen. De gezanten gaven hen betel en arrak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0778 31 mei 1730 arriveerden de gezanten vanuit Ceylon aldaar en stuurden zij een brief aan hun hooggeplaatste superieuren om hen hiervan op de hoogte te stellen.
Zaterdag 14 januari was er niets bijzonders gebeurd.
Zondag 15 januari rond 15:00 uur 's middags liet de dessave van de 4 corles de gezanten weten dat er enkele hovelingen van het hof onderweg waren. Daarom begaven de gezanten zich samen met alle hoofden naar buiten, bij het logement. Nadat ze daar even hadden gewacht, kwamen de volgende 3 hovelingen aan:
Deze werden begeleid door 12 musketiers, 10 soldaten met pieken en 3 boogschutters. De gezanten begroetten hen 3 keer en besprenkelden hen met rozenwater. 's Avonds rond 18:00 uur arriveerden ze binnen in het logement. De Koeroewe Mohotiaar zei toen het volgende: namens de wederzijdse gezondheid, zoals eerder op 30 december laatstleden in Bitavaque was gebeurd, was vernomen dat volgens bevel van zijn koninklijke majesteit de volgende heren zouden komen, namelijk de dessave van de 4 corles, Ballegalle Padicare Mohotiaars, Heendenie Coerewe, Dornegamme en Mohandiram Koditoak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0777 De gezanten vertrokken 's voormiddags omstreeks half twaalf uur onder begeleiding van trommelaars, trompettisten, schermers en tamboerijnspelers, met vaandels en 33 saluutschoten. Onderweg ontmoetten ze de dessave (bestuurder) van de 3 en 7 Corles. Ze kwamen 's middags om 4 uur aan in Roeawelle met 22 saluutschoten, zonder problemen.
Woensdag 11 januari vertrokken ze 's ochtends om 10 uur opnieuw met 22 saluutschoten en arriveerden 's middags omstreeks half uur in Kebellegaharoepje met 18 saluutschoten.
Donderdag 12 januari 's morgens omstreeks 11 uur vertrokken ze met 18 saluutschoten van die rustplaats. De dessave van de 3 en 7 Corles bleef achter om de goederen van de gezanten te verzenden en hen daarna te volgen. Ze passeerden een moeilijke weg en kwamen 's middags omstreeks 2 uur aan in Hittemoelen met 18 saluutschoten, waar ze de nacht doorbrachten.
Vrijdag 13 januari 's morgens om 10 uur vervolgden ze de reis met 18 saluutschoten en kwamen 's middags om 4 uur zonder enig oponthoud aan in Attapittij met hetzelfde aantal saluutschoten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0776 Op 31 mei 1730 waren er schepen vanuit Ceylon gestuurd om samen met de koninklijke brief en geschenken de gezanten op te halen. De ambassadeurs toonden zich hier verheugd over en zeiden dat zij zich klaar zouden houden om te vertrekken wanneer het hen gelegen kwam. Daarna bekeken zij de koninklijke brief, de geschenken en paarden, het dier, en vogels. Ze waren daar tevreden over en nuttigden vervolgens betelnoten en arak. Na een tijdje zitten en wat gesprekken te hebben gevoerd, gaven ze te kennen dat ze moe waren van de reis. Daarop verlieten hun edelen en de gezanten leidden hen volgens het gebruikelijke gebruik een eindje buiten het logement. Op diezelfde dag werd er een brief aan uw edele grootachtbare gestuurd.
Op 10 januari 's morgens om 8 uur kwamen de 3e maandag en 7 Corlsen dessave naar het logement van de edele afgevaardigden om te zeggen dat men van plan was die dag te vertrekken en dat het dus goed zou zijn als de edele gezanten zich daar ook op voorbereidden. De edele ambassadeurs toonden hun blijdschap en antwoordden dat zij en hun gezelschap zich zonder mankement gereed zouden houden voor vertrek. Daarop werden de geschenken met de nodige eerbied vooruit gezonden, samen met de olifanten en laskorynen. Verder stuurden de edele gezanten een brief aan uw edele grootachtbare af. De dessave, de 3e en 7e Corles bleven op Sitavaque.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0775 Op 31 mei 1730 arriveerden vanuit Ceylon de doembere ratte rale hanni dessarve van de 4 Corles, Joseph De Orta (dessave van Bintinne, Attepattoe en Nanajakar Einchotiaen), koditoak en mohandirams padikane. Zij hadden bij zich:
Deze heren werden ontvangen door de ambassadeurs en besprenkeld met rozenwater. Omstreeks 5 uur 's middags werden zij naar het logement gebracht. De dessave van de 4 Corles vroeg, nadat de gebruikelijke complimenten waren uitgewisseld, of de koninklijke brief en de geschenken met goede zorg waren overgebracht en hier op Sitavaque opgeladen waren. De gezanten antwoordden dat de geschenken en de koninklijke brief, die hierheen gebracht waren om aan Zijne Majesteit te presenteren, met alle goede zorg en zonder enig gebrek de rivier waren overgebracht. De brief was behoorlijk opgeborgen in het briefhuis en de geschenken in de vertrekken. Daarop uitten de voornoemde hoofden hun blijdschap hierover. De voornoemde dessave gaf vervolgens te kennen dat hij samen met zijn metgezellen door Zijne Koninklijke Majesteit was aangesteld en hierheen gestuurd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0774 31 mei 1730 werd vanuit Ceylon gemeld dat een dessave grote vreugde en lof toonde over het opsturen van 4 varkens in plaats van de gevraagde 2. De dessave maakte bekend dat de varkens namens de autoriteiten aan de koning zouden worden gepresenteerd. De gezanten toonden hierover grote blijdschap en gaven aan dat zij hierover naar Colombo zouden schrijven. Dezelfde dag stuurden zij ook een brief.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0773 Op woensdag 31 mei 1730 werden de gasten onthaald op betel en arrak. De dessave (een bestuurder) van de 3 en 7 Corles vertelde dat de koning erg tevreden was over de eer die de ambtenaar aan de Kandiaanse hofelingen had bewezen. De koning vond dat de heer gouverneur De Rumpf en de heer Isaac Augustin veel respect hadden getoond aan de Kandiaanse edelen die onlangs als ambassadeurs in Colombo waren geweest. Ook was de koning tevreden omdat er 2 mooie paarden waren opgestuurd. De ambassadeurs antwoordden dat de ambtenaar de beste paarden van de stal in Colombo had laten uitkiezen en deze ter vermaak van de koning had gestuurd. De dessave toonde zich hier erg blij over.
Op dinsdag 3 januari gebeurde er overdag niets bijzonders. 's Middags rond 16:00 uur werden er samen met een brief van de ambtenaar 4 varkens gebracht. Hiervan werd de dessave van de 3 en 7 Corles op de hoogte gebracht. Hij liet daarop door de mohotiaar (een functionaris) van de 3 Corles aan de gezanten doorgeven dat dit een groot bewijs was van de oprechte genegenheid van de ambtenaar.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0772 28 november 1844 werd in 's Gravenhage een brief ontvangen. De brief werd 29 november ter uitvoering ontvangen.
De directeur van het Kabinet van de Koning had een brief gestuurd van 9 oktober. Er werd verwezen naar een verslag van 5 augustus.
Er werd goedgekeurd en besloten om te schrijven aan de vice-resident, die optrad als gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Een Indisch bericht van 29 april 1843 meldde dat de gevraagde begrotingsteksten over het jaar pas in november 1843 zouden worden ingestuurd. Dit was te laat om de beslissing van de koning over die begroting nog te kunnen gebruiken voor het samenstellen van de Indische begroting.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 1603 / 0406
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0771 31 mei 1730 stuurde de mohotiaar (een lokale bestuurder) van de 3 en 7 Corles in Cretes op Ceylon een bericht. Hij liet weten dat er voor dienst aan de koning 2 witte vaderlandse varkens nodig waren. Hij vroeg of de gezanten deze varkens konden regelen en met een schip laten overbrengen. De varkens moesten vóór het vertrek van de ambassadeurs uit Sitavaque worden overgedragen. Dit zou een heel goede zaak zijn. Dit verzoek werd door de schrijver meteen doorgegeven aan de ambassadeurs.
Zaterdag 31 december in de ochtend kwamen alle hoofden naar de rustplaats van de gezanten. Dit gebeurde nadat de gezanten een brief hadden gestuurd. De gezanten bekeken daar de koninklijke brief, de geschenken, het dier, paarden en vogels. Daarna hadden zij een persoonlijk gesprek.
De dessave (bestuurder) van de 3 en 7 Corles zei dat de 2 mohandirums (functionarissen) die de vorige avond waren aangewezen om naar het hof te vertrekken, meteen de reis daarheen zouden ondernemen. De gezanten vroegen hen om bij een goede gelegenheid, met hulp van de voorname mensen aan het hof, de keizer zeer nederig te bedanken. Ook moesten zij meedelen dat de gezanten er naar verlangden om de koning spoedig in goede gezondheid te kunnen ontmoeten, net zoals de koning zelf was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0770 31 mei 1730 ontving men bericht uit Ceylon. Er werd gevraagd naar de gezondheid van de aanwezige hoofden en de hoofden die aan het hof waren. De dessave van de 3 en 7 Corles antwoordde dat hij en de andere heren die de monarch dienden het nog goed maakten. Toen de gezanten dit bericht kregen, toonden zij hun vreugde. Vervolgens vroegen de heren of zij de koninklijke brief en de geschenken mochten bekijken. De gezanten stemden hier graag mee in. Daarna werden de koninklijke brief en de geschenken naar binnen gebracht en werden de paarden gestald. Na deze handelingen bekeken de heren de koninklijke brief en de geschenken. Zij vonden dat alles goed verpakt was en waren daar tevreden over. Ondertussen hadden de heren een tijdje gepraat en hadden zij wat betels, arack en reukende kruiden genuttigd. Daarna lieten zij weten dat zij moe waren van de reis en naar hun verblijfplaatsen wilden gaan. Toen zij vertrokken, brachten de gezanten hen volgens de gewoonte een eindje buiten de rustplaats. Die avond om 21:00 uur had een dessave van de 3 en 7 Corles dezelfde dag nog door Jani
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0769 31 mei 1730 werd vanuit Ceylon aan zijn koninklijke majesteit gemeld dat de mensen nog welvarend waren. Door de goede regeling van de koning had het niets ontbroken aan de ontvangen eer. De koning werd nederig bedankt voor de grote gunst die hij had bewezen door deze mededeling te doen. De heren toonden hierover hun grote blijdschap en maakten bekend dat zolang de koning andere voorname hoofden kwam afzenden om de gezanten met groot respect op te halen, de heren holangamoeween, midenie en mohandirams na het bekijken van de koninklijke brief en geschenkgoederen de volgende morgen naar het hof mochten terugkeren om de koning hiervan verslag te doen. Intussen zouden de overige 6 hoofden volgens bevel van de koning de gezanten gezelschap houden en van het nodige voorzien. De gezanten bedankten de koning ten hoogste en informeerden namens de hoge autoriteiten met alle eerbied naar de volkomen staat van de koninklijke gezondheid. Daarop werd geantwoord dat hun vorst 100.000 jaar zijn rijk mocht regeren en om aan de getrouwe Hollandse heren en de onderdanen van de koning zonder enig onderscheid vele gunsten te bewijzen in een perfecte staat van gezondheid op zijn gouden troon zat. Op dit bericht uitten de ambassadeurs hun overgrote vreugde en betuigden dat wanneer de hoge autoriteiten dit heugelijke nieuws zouden vernemen...
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0768 Op 31 mei 1730 arriveerde een groep vanuit Ceylon. Ze werden welkom geheten met reukwater en werden 's avonds rond half 7 naar het logement bij het briefhuis gebracht onder een overkapping, zoals gebruikelijk was. De hoofden van de 3 en 7 Corles en andere hoofdmannen hadden zich daar verzameld en namen het woord. Ze zeiden dat zijn majesteit via enkele panwidekacas (functionarissen) van de 3 Corles had gehoord over de komst van de gezanten en de geschenken met brieven die in het gebied van de koning waren aangekomen. Daarom had de koning hen gestuurd om namens hem aan de gezanten te vragen of de gouverneur, die de koning als trouw en oprecht beschouwde, nog in goede gezondheid verkeerde. De ambassadeurs antwoordden beleefd dat de gouverneur, die er alles aan deed om de koning op aangename en trouwe wijze te dienen, in uitstekende gezondheid was. De functionarissen toonden hun blijdschap hierover en vroegen vervolgens naar de gezondheid van de politieke raadsleden. Ook dat werd op dezelfde manier beantwoord door de gezanten. Daarna vroegen ze niet alleen of de ambassadeurs zelf ook nog gezond waren, maar ook of ze sinds hun aankomst in het land van de koning de passende eer zonder enig tekort hadden ontvangen. Hierop antwoordden de ambassadeurs dat ze
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0767 Vrijdag 30 december 's namiddags kwam het bericht dat de edelen van het hof deze rustplaats naderden. De gezant ging met zijn gevolg buiten het logement ongeveer een kwartier uur lopen naar de gebruikelijke plaats, waar de edelen volgens oud gebruik even stopten. Daar verschenen de volgende 8 heren:
Zij brachten mee als gevolg: 20 sprinkhaandragers, 148 musketiers, 1 grote en 10 kleine vaandels, 7 vaandeldragers, 144 lascorins met hun pieken, enkele trommelslagers en hoornblazers. Deze heren werden door de ambassadeurs beleefd verwelkomd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0766 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/