Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De bandiet Jan Hansen van Elsevelde werd op 3 juli 1765 ondervraagd aan de Kaap de Goede Hoop. Een hottentot genaamd Africaner en Jan Planszen waren ook bij deze zaak betrokken. De zaak werd behandeld door de raad van justitie van het gouvernement, waaronder Jan Willem Cloppenburg (de onafhankelijke officier van justitie), A.V. Schoor, D. Moller en secretaris L.L. Neethling. Een persoon genaamd Cupido heeft zijn handtekening gezet als merk.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0625  


De onafhankelijke aanklager Jan Willem Cleppenburg diende een eis in bij de rechtbank onder leiding van president Pieter van Reede van Oudshoorn. De aanklacht was tegen twee matrozen:

Deze matrozen werkten op het schip Blijswijk dat recent naar Batavia was vertrokken. Ze werden gevangen genomen omdat ze probeerden te vluchten met een van de Engelse schepen die in de haven lag.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0199  


De slaaf April van Mandhaar, die eigendom was van smid Jan Hendrik Kruger, verscheen voor de raad van justitie. Hij was ongeveer 30 jaar oud. Op verzoek van de officier van justitie Jan Willem Cloppenburg verklaarde hij het volgende:

Ongeveer 2 maanden geleden was hij op een veiling verkocht door zijn vorige eigenaar Pieter Nellen, die van plan was terug te keren naar het vaderland. April vertelde dat hij het bij zijn nieuwe eigenaar niet kon uithouden vanwege de slechte behandeling. Dit speelde ongeveer een maand geleden.

Deze verklaring werd vastgelegd op 19 januari 1765 in aanwezigheid van klerk L.S. Faber en bevestigd door D.D. Hillij en commissaris Zingh. De slaaf Niel heeft zijn merk gezet als bevestiging.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0192  


Op 19 januari 1765 werd in Kaap de Goede Hoop een verslag opgemaakt over een incident met waterdragers. Iemand die al een halve aam (oude inhoudsmaat) water had gedragen, weigerde een tweede keer water te dragen. De persoon verklaarde dit niet uit onwil te doen, maar omdat een slaaf genaamd Januari had gezegd dat hij thuis kon blijven terwijl Januari het water voor hem zou halen. Het document werd ondertekend door de beëdigde klerk L.S. Faber in aanwezigheid van commissarissen E. Jillij, D.E. Haszingh en J.F. Laber.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0196  


April voelde zich ziek en ging naar dokter van Nierop voor hulp. Een andere slaaf, Januari, had van hun eigenaar de opdracht gekregen om water te halen voor April, zodat deze thuis kon blijven. Echter deed Januari dit niet. De dag voordat April wegliep, klaagde hij over buikpijn. Hij ging 's avonds naar dokter van Nierop en was al naar bed gegaan toen de dokter terugkwam. De volgende dag zou hij weer naar van Nierop gaan, maar toen liep hij weg. De eigenaar had opdracht gegeven dat wanneer April op zolder ziek lag en om theewater vroeg, hij gortwater moest krijgen dat al voor hem was klaargemaakt. De eigenaar had April niet geweigerd te drinken en had ook niet gezegd dat April naar beneden moest komen om water uit de goot over het plein te drinken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0191  


In april werd een man ernstig mishandeld door zijn baas. De man werd flink in elkaar geslagen, waardoor zijn hele lichaam pijnlijk en opgezwollen was. Hij is naar de dokter in Wierop gegaan. Toen de man 's avonds thuis kwam, hoorde hij zijn baas tegen diens vrouw zeggen dat hij de man zou ophangen in de schoorsteen als deze zou zeggen dat hij ziek was geworden van de slagen. Uit angst voor zijn baas is de man de volgende ochtend weggelopen toen hij weer naar de dokter zou gaan. Later heeft hij zichzelf verwond uit wanhoop. De man verklaart ook dat hij zowel 's ochtends als 's avonds door zijn baas is geslagen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0195  


Een getuige verklaarde dat een jongen genaamd April werd gevraagd of hij zeewater wilde drinken, waarop hij nee antwoordde. Toen hem werd gevraagd waarom hij zichzelf verwond had, antwoordde April in het Portugees dat zijn baas had gedreigd hem in de schoorsteen op te hangen. April zei daarom van plan te zijn geweest om man, vrouw en kinderen te vermoorden. Omdat hij dit niet kon uitvoeren, had hij zichzelf verwond. Deze verklaring werd afgelegd op het secretariaat van justitie in het kasteel De Goede Hoop in het Portugees, in aanwezigheid van klerken Jochem Hendrik Borgweedel en Johan Adolph Kuuhl. De verklaring werd ondertekend door de getuige, de klerken en secretaris Heethling.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0189  


De heer des huizes liet die maandag, of de dag voor zijn vlucht, de chirurgijn van Nierep roepen. April had moeten komen. Na zijn vertrek vertelde April 's avonds om 10 uur, toen de heer des huizes naar bed wilde gaan, dat er te veel mensen bij de chirurgijn waren, waardoor hij niet geholpen kon worden. Hij zou de volgende dag teruggaan. Toen April de volgende dag rond 10 uur nog niet was teruggekeerd, stuurde de heer des huizes iemand naar Nierop om te vragen of April daar was geweest. Ze ontdekten dat hij er niet was geweest maar waarschijnlijk was weggelopen, wat later werd bevestigd. De verdere gebeurtenissen verliepen zoals eerder beschreven.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0187  


Claasz uit Bengalen kwam voor de raad van justitie. De tekst werd aan haar voorgelezen en ze bevestigde deze, met twee toevoegingen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0186  


De assistent heeft verklaard dat de slaaf April op zijn kooi rechtop was gaan zitten en met grote ogen vertelde dat zijn meester had gezegd hem in de schoorsteen te willen ophangen. April had daarom besloten zijn meester, diens vrouw, kinderen en andere slaven te vermoorden. Toen dit niet lukte, had hij zichzelf iets aangedaan (zonder succes). De assistent was door deze uitspraken en de blik van April bang geworden, was van de zolder naar beneden gegaan en had dit aan zijn werkgevers gemeld.

De verklaring werd afgelegd op het secretariaat van justitie van het kasteel, in aanwezigheid van klerken Jochem Hendrik Bergweedel en Pieter Caspar Broedersz. Het document werd ondertekend door de assistent, de klerken en secretaris C.L. Neethling.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0185  


De getuigen verklaarden dat de gevangene had gezegd dat hij een man, vrouw, kinderen en slaven had gezocht. In dit soort zaken werd het normaal gevonden om ook getuigen te accepteren die normaal gesproken niet mochten getuigen. De gevangene was bovendien iemand die verdacht kon worden op basis van zijn eerdere gedrag. Er was een gezegde: wie zichzelf niet spaart, zal een ander ook niet sparen.

De gevangene gaf toe dat hij het bij zijn meester niet kon uithouden. Dit liet zijn ware aard zien, ook al probeerde hij het te verbergen. De aanklager kan daarom niet anders concluderen dan dat de gevangene deze woorden inderdaad heeft gezegd, zoals de getuigen verklaarden.

Maar omdat deze dreigementen alleen in woorden bestonden en de gevangene deze pas uitsprak nadat hij zichzelf verwond had, en omdat niet bewezen is dat hij ook echt iets heeft proberen uit te voeren, vindt de aanklager dat deze uitspraken willekeurig bestraft moeten worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0182  


Uit de verklaringen en onderzoeken blijkt dat een slaaf probeerde zelfmoord te plegen. Tegen de dienstmeid Dorinde zei hij, in aanwezigheid van de jonge slaaf Niel, dat hij eigenlijk zijn eigenaar (lijfheer), diens vrouw, kinderen en andere slaven had willen aanvallen. Omdat dit plan niet was gelukt, had hij zichzelf verwond. Later, toen Dorinde hem vroeg waarom hij zichzelf had verwond, zei hij dat hij het niet meer kon uithouden bij zijn eigenaar.

Hoewel de beschuldigde slaaf dit nu ontkent, zijn er meerdere getuigenverklaringen. Er wordt opgemerkt dat deze getuigen ook slaven zijn, waardoor hun getuigenis mogelijk minder rechtsgeldig is. Hun 'ja' weegt juridisch even zwaar als de ontkenning ('nee') van de beschuldigde.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0181  


Ongeveer 3 weken geleden kreeg een slaaf 's ochtends slaag van zijn eigenaar omdat hij een boodschap niet goed had overgebracht. Die avond vluchtte hij omdat hij geen water had gehaald zoals hem was opgedragen. Hij verstopte zich in een sloot tussen de tuin van de Oost-Indische Compagnie en de tuin genaamd Vreed en Iurg. Daar bracht hij zichzelf uit wanhoop verwondingen toe met een mes: een snee in zijn hals en twee steken in zijn lichaam. In zijn bekentenis verklaarde de gevangene dat hij naar de dokter was gestuurd nadat hij had geklaagd over pijn en zwelling door de slagen van zijn eigenaar. Bij zijn late thuiskomst, toen zijn eigenaar naar bed wilde gaan, hoorde hij deze tegen zijn vrouw zeggen dat hij de slaaf in de schoorsteen zou ophangen als hij zou klagen dat hij ziek was geworden van de slagen. De volgende dag, toen de slaaf weer naar de dokter moest, was hij bang geworden door deze dreigende woorden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0180  


Op het document stonden de volgende ondertekeningen aanwezig:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0178  


In het document gaat het over Van Mandhar, die een lijfeigene was van burger Jan en Hendrik Kruger. Van Mandhar zat op dat moment gevangen omdat hij zichzelf wilde doden en gevaarlijke bedreigingen had geuit. Het document werd geschreven voor Pieter van Reede van Oudshoorn, die president was van de Raad van Justitie. De zaak werd ingediend door onafhankelijk fiscaal Jan Willem Cloppenburg op 4 april. Bij het document hoorden 3 bijlagen (A, B en C) met daarin verklaringen en een bekentenis van de gevangene.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0179  


De slaaf Cupido van de Crab heeft op het Nederlands bestuurskantoor in Kaap de Goede Hoop op 17 januari 1765 een bekentenis afgelegd. Deze werd afgenomen door twee leden van de Raad van Justitie: David D Hillij en Jan KasJingh. De secretaris C.L. Neethling heeft dit vastgelegd. De volgende dag, op 18 januari 1765, werd de bekentenis aan Cupido voorgelezen en hij bevestigde dat alles correct was opgeschreven zonder dat er iets aan toegevoegd of verwijderd moest worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0177  


De beschuldigde had een mes laten vallen en omdat hij vastgebonden was, kon hij het niet oppakken. Hij had toen een ander mes - een oud mes met een punt - van de hoge vuurkaard gepakt. De andere gevangenen waren verdwenen en hij zag ze niet meer in huis. Toen de beschuldigde dit tweede mes had, ging hij het huis uit. Hij zag zijn meester rechts bij de deur in de kamer staan. Buiten probeerde hij al rennend het touw door te snijden met het mes. Dit lukte pas bij het huis van burger Jan Marten Vogel. Bij de hoek van de Diaconijshuizen werd hij door enkele mensen gepakt. Een jongen nam zijn mes af en daarna werd hij naar de gevangenis gebracht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0176  


April van Alandhar werd veroordeeld omdat hij probeerde zelfmoord te plegen. Volgens Mr. Van Hogendorp in zijn vertaling moest iemand die zichzelf probeerde te doden maar werd tegengehouden, gestraft worden. De straf die werd geëist was dat April van Alandhar:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0183  


De tekst gaat over de berechting van een slaaf. De slaaf was onhandelbaar, wrede daden geneigd en erg brutaal. Dit bleek uit de volgende punten:

Volgens de wetten van Nederlands-Indië en het besluit van september 1754 moest een slaaf of slavin die de hand ophief tegen eigenaar of eigenaresse met de dood gestraft worden. De aanklager eiste deze straf om een voorbeeld te stellen voor anderen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0640  


Een slaaf weigerde een baadje (een rok) en voering terug te geven aan een slavin. Zijn meesteres gaf hem op 4 augustus opdracht om het kledingstuk aan de slavin terug te geven. Hij weigerde dit en beweerde dat het zijn eigendom was. Hij zei brutaal tegen zijn meesteres dat als zij de voering wilde hebben, zij die moest betalen. De eigenaar (lijfheer) hoorde dit op zolder en kwam naar beneden. Hij gaf de slaaf opdracht om de kleding tevoorschijn te brengen en gaf hem daarbij twee klappen tegen zijn hoofd. Hierop draaide de slaaf zich om en gooide een ijzeren steen naar zijn eigenaar.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0669  


In augustus heeft de slavin van Jacobsz Wiid problemen veroorzaakt toen ze een set kleding moest teruggeven. Ze had deze spullen van een andere slavin genomen. Toen haar meesteres vroeg om de kleding terug te geven, weigerde ze brutaal. Ze beweerde dat het haar eigen spullen waren die ze zelf had betaald. Ze zei ook dat als haar meesteres de voering wilde hebben, ze die zou betalen.

Toen de eigenaar, die in Zor was, dit hoorde, kwam hij naar beneden. Hij gaf de slavin opdracht om de spullen terug te geven en sloeg haar een paar keer tegen het hoofd. In plaats van te gehoorzamen, draaide de slavin zich om en zei brutaal tegen haar eigenaar dat hij haar niet moest slaan. Toen hij haar nog een paar keer sloeg, schold ze hem in het Portugees uit met de woorden "Na mis ti dali promi" (wat betekent "je moet mij niet slaan").

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0634  


Een slaaf uit Padang verscheen voor de rechtbank. Zijn eerdere verklaring werd hem voorgelezen. Hij wilde daar alleen aan toevoegen dat hij op de vraag van de slavin Dorinde waarom hij April Tig had verwond, alleen had geantwoord dat zijn baas had gedreigd hem in de schoorsteen op te hangen. Daarom had hij de man, zijn vrouw, kinderen en slaven gezocht. Hij gaf aan dat het hem speet dat hij ze niet te pakken had gekregen, maar ontkende het woord "vermoorden" gebruikt te hebben. Hij verklaarde ook dat April 8 dagen voor zijn vlucht 's ochtends was geslagen omdat hij geen geld had meegebracht na een boodschap aan de jongen van burger Abraham Leever over 3 dagen werkloon. Diezelfde avond was April volgens geruchten opnieuw geslagen omdat hij weigerde water te halen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0190  


Siewert Jacob was een leider van slaven. Salon van Maleije was een slaaf van ongeveer 35 jaar oud. Hij deed werk als koelie (sjouwer). Hij had een stuk voorchits (bedrukte katoen) gekocht om een rok en jak (jasje) van te maken voor zijn medeslavin Catharina. Het kledingstuk werd later door een koksmeid afgenomen en verstopt in een huis bij het Kasteel.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0661  


Op zondag 4 augustus was er een incident tussen de slaaf Absalom van Timer en zijn eigenaar Siewert Jacobsz. Absalom was 's ochtends weggegaan en kwam rond half 12 terug. De vrouw des huizes vroeg hem naar een jasje en rok van Catharina van Bengal, een slavin, die door Absalom waren meegenomen. Absalom reageerde brutaal en zei dat de spullen van hem waren omdat hij ervoor betaald had. Hij zei ook dat hij in staat was om ze te betalen. De vrouw waarschuwde hem niet zo brutaal te zijn. Siewert Jacobsz, die zich op zolder bevond, hoorde dit brutale antwoord. Hij kwam naar beneden en gaf Absalom opdracht de spullen direct terug te brengen. In het voorbijgaan gaf hij Absalom een of twee klappen tegen het hoofd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 0642  


De stuurman had geprobeerd om kapitein Nicolaas Vis te vergiftigen door kwik in zijn bierfles te doen. De kapitein stierf hier niet aan maar bleef wel altijd ziek. Toen het schip in Noorwegen aankwam, is de stuurman van boord gevlucht.

Na een periode van slechte gedachten besloot hij om willekeurige mensen te vermoorden. Op donderdag 17 oktober had hij een touw klaargemaakt om slavin Regina te vermoorden. Regina was eigendom van de overleden voogd Jan Harmen Reedeling. Ze deed de was voor hem en ze hadden een seksuele relatie, hoewel ze hem nooit kwaad had gedaan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10965 / 1286  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/