Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
In het Kasteel de Goede Hoop op 30 juni 1697 vonden de volgende financiële transacties plaats:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4038 / 0763 In het ziekenhuis van het Kasteel de Goede Hoop in 1697 werd besloten dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4038 / 0580 Op het Kasteel de Goede Hoop werd op 12 januari 1697 een lijst gemaakt van de uitgegeven voedselrantsoenen in januari. Deze rantsoenen werden verstrekt aan:
In totaal werd 68,75 mud tarwe verdeeld, waarvan 64,25 mud (10.357 pond) meel als volgt:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4038 / 0789 In Kasteel de Goede Hoop in juni 1697 werd een lijst opgesteld van goederen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4038 / 0831 In het fort de goede hoop in Kaap de Goede Hoop zijn in augustus 1697 de volgende uitgaven gedaan:
Voor de Makassaarse hofgroep werd uit het magazijn van de Compagnie verstrekt:
De totale kosten bedroegen 495 gulden en 12 stuivers.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4038 / 0837 In de maand april 1697 werd in de nederzetting aan de Kaap de Goede Hoop voedsel uitgedeeld aan verschillende groepen mensen. Het ging om:
Ook werd er voedsel verstrekt aan:
Verder werden er rantsoenen uitgedeeld aan belangrijke functionarissen zoals:
Naast meel werden er ook peper, olijven, spek en rijst verdeeld onder de verschillende groepen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4038 / 0810 Dit is een opsomming van uitgaven aan de Kaap de Goede Hoop in februari 1697. Het document vermeldt verschillende toewijzingen van voedsel, drank en andere benodigdheden:
Het totaalbedrag van deze uitgaven was 1889 gulden, 9 stuivers en 8 penningen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4038 / 0797 In het Kasteel de Goede Hoop werden in april 1697 de volgende uitgaven gedaan:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4038 / 0815 In de tijd na de graanoogst van het lopende jaar maakte Pieter Lourensz als landdrost een aanklacht tegen drie beschuldigde personen van de San-bevolking (Varken, Toontje en Ruijter). De aanklacht werd voorgelegd aan president Adriaen Van Kervel en de Raad van Justitie van het gouvernement. De eerste twee werden aangeklaagd voor moord op de slaaf Titus, die eigendom was van landbouwer Adriaen Louw. De derde werd aangeklaagd voor het helpen wegbrengen van de jonge slaaf en het stelen van zijn kleding en bezittingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11011 / 0283 Pieter van Samboua, slaaf van de burger Caerel George Wieser, verscheen voor rechtbankmedewerkers. Hij was ongeveer 40 jaar. Officier van justitie Daniel van Den Henghel vroeg hem om zijn verhaal te vertellen.
Hij vertelde dat 2 maanden geleden, op een zondag, zijn eigenaar hem opdroeg om rommel op te ruimen. Toen Wieser later kwam kijken was er nog niets gebeurd. Wieser sloeg hem toen met een stuk hout. Daarop haalde Pieter van Samboua zijn mes uit zijn zak. Hij scherpte het mes op zijn knieën en viel zijn baas aan. Wieser viel achterover en Pieter van Samboua sprong op hem. Hij stak zijn baas meerdere keren met het mes, maar omdat het mes bot was,
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11011 / 0271 Een vrouw ging naar haar zwager, de burger Jan Colijn (die kort daarvoor samen met de tweede getuige was vertrokken) om te waarschuwen dat een van zijn jongens een zekere Wieser wilde vermoorden. Ze vroeg om hulp. Colijn ging samen met de rietdekker en enkele jongens naar Wieser. Ze vonden hem met een arm uit de kom. Wieser vertelde dat de jongen hem met een mes had aangevallen en had geprobeerd te vermoorden. Deze twee mannen gingen de jongen zoeken. Een van Colijn's jongens vond de dader verstopt in de struiken. De jongen riep naar zijn meester dat hij de dader had gevonden. De dader viel toen met een mes in zijn hand de jongen aan, maar die vluchtte naar zijn meester Colijn. Colijn zei tegen de jongen dat hij rustig moest blijven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11011 / 0251 Op zondag 27 februari gaf de burger Carel George Wieser een verklaring aan de onafhankelijke aanklager Daniel van Den Henghel. Wieser verklaarde dat hij zijn slaaf Pieter van Pamboua had opgedragen om afval op te ruimen. Toen Wieser later ging kijken, had Pieter niets gedaan. Wieser pakte een stok van de grond en sloeg Pieter 3 tot 4 keer. Daarop haalde Pieter een mes uit zijn zak, sleep dit op zijn knie, en viel Wieser aan met het mes ondersteboven in zijn hand. Wieser wilde achteruit gaan maar viel over een touw, waarop Pieter op hem sprong.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11011 / 0267 Een jongen viel zijn meester aan met een mes. Het mes was bot en de meester droeg een dikke jas, waardoor hij niet gewond raakte. De meester kon ontsnappen en vluchtte naar zijn huis om een geweer te halen. De jongen bekende dat hij van plan was zijn meester te achtervolgen, maar kon dit niet doen omdat hij een ketting om zijn benen had. De jongen vluchtte en verstopte zich in de bosjes.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11011 / 0250 Er ontstond een gevecht waarbij Pieter van Samboua, ondanks dat hij een ketting aan zijn been had, met een mes aanviel. Een rietdekker probeerde hem met een stok te slaan, maar raakte zijn schouder in plaats van zijn hoofd. De stok brak, waarop Pieter van Samboua woedend werd. Hij viel de rietdekker aan met een mes. De rietdekker viel achterover op de grond. Pieter van Samboua sprong bovenop de rietdekker en stak twee keer met zijn mes. De steken gleden af tussen de zij en arm van de rietdekker. Daarna werd Pieter van Samboua door omstanders met stokken geslagen op zijn hoofd en lichaam.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11011 / 0260 De lijfheer gaf zijn gevangene de opdracht om iets te verzamelen en weg te brengen. Toen hij later kwam controleren of dit gedaan was, zag hij dat er nog niet aan was begonnen. Hierop pakte de lijfheer volgens hemzelf een dunne stok, maar volgens de gevangene een stuk hout, en sloeg hem daarmee meerdere keren. De gevangene werd hierover zo boos dat hij zijn mes uit zijn zak haalde en het op zijn knie sleep. Hij pakte het mes verkeerd om vast en viel woedend zijn ongewapende lijfheer aan. De lijfheer probeerde achteruit te wijken toen hij de jongen met het mes zag aankomen, maar struikelde over een touw op de werkplaats. Hij viel achterover waarbij zijn linkerarm uit de kom raakte. De jongen zag nu zijn kans om toe te slaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11011 / 0249 De slaaf Pieter van Samboua werd beschuldigd van gewelddadig verzet tegen zijn eigenaar, waarbij hij een mes trok. Als bewijs werden 3 verklaringen ingediend:
Daarnaast legde Pieter van Samboua zelf een bekentenis af. Hierin erkende hij dat hij ongeveer 2 maanden geleden op een zondagochtend van zijn eigenaar de opdracht kreeg om vuil op te ruimen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11011 / 0248 Adriaen Van Kervel en de Raad van Justitie ontvingen een aanklacht van officier van justitie Daniel Van Den Henghel tegen de slaaf Pieter van Pamboua. Deze slaaf was eigendom van burger Carel George Wieser. De aanklacht betrof gewelddadig verzet tegen zijn eigenaar. Voor dit vergrijp werd de doodstraf geëist.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11011 / 0247 De verdachte zou volgens het vonnis naar de plek gebracht moeten worden waar normaal gesproken zware straffen worden uitgevoerd. Daar zou de beul hem zonder genade op een kruis leggen en van onder naar boven zijn ledematen breken. Hij zou daar moeten blijven liggen tot hij dood was. Daarna zou zijn lichaam naar het galgenveld buiten de stad gebracht worden, waar het op een rad gezet zou worden. Het lichaam zou daar moeten blijven tot het door weer en vogels helemaal vergaan zou zijn. Hij zou ook de gerechtskosten moeten betalen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11011 / 0257 Op 8 oktober 1727 voer een schip door de rivier bij Kaap de Goede Hoop. Op 30 oktober regende het 's ochtends. Ze gingen roeien en plaatsten de 5e vlaggenstok aan de oostkant van de rivier.
Om half 7 voeren ze verder. Bij de tweede inham kwam er wind uit het zuidwesten. Rond 9 uur bereikten ze het hoogland van Makandij. Om 11 uur stopten ze bij het dorp van kapitein Howanij.
Howanij werd gevraagd of hij zijn land aan de Compagnie wilde verkopen. Hij wilde dit wel, maar vroeg eerst om een vadem (lengtemaat) wit textiel. Vaandrig Ioannes Monna gaf hem dit. Hij zou daarna naar het fort van Rio de Lagoa komen om met opperhoofd Jan van de Capelle te praten.
Om 3 uur voeren ze verder. Ze passeerden een eiland en verschillende ondieptes:
Om half 7 ankerden ze ten noorden van het Rietbos Eiland waar het 10 voet diep was. Ze bleven daar 's nachts liggen. Op 31 oktober was het windstil en roeiden ze verder met de stroom mee.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2079 / 0347 Op 8 oktober 1727 voer men langs het Riet bossen Eiland aan de westkant van de rivier in Kaap de Goede Hoop. Er waren verschillende dieptes in het water:
Ze ankerden bij een klein dorpje waar de zoon van kapitein van Massegane woonde. Van Massegane zelf kwam langs en wilde wel land verkopen, maar alleen bij zijn dorp. Rond 11 uur voeren ze verder met noordenwind. Ze passeerden:
Ze voeren langs verschillende hoeken en ondieptes, waarbij de waterdiepte varieerde van 2 tot 7 voet. Ze eindigden bij de Portugese nederzetting waar de diepte tussen de 2 en 2,5 vadem was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2079 / 0348 Op 8 oktober 1727 werd in het gebied Zietvelt genaamd de Roveen onderzocht of de grond geschikt was voor indigoteelt. De kleiachtige grond met hoog riet bleek ongeschikt omdat deze regelmatig onderliep met zeewater en te veel zout bevatte. De indigoplanten zouden hierin verstikken. Op 29 oktober werd Capelles dal onderzocht, een vlakte tussen hoog land. Deze locatie bleek ook ongeschikt omdat:
Van 4 tot 8 juni werd het land van Tembi en de zogenaamde Koningsvlakte onderzocht. Deze locatie was ongeschikt omdat:
Het verslag is ondertekend op 11 juni 1727 in het fort de Leijdsaamheit aan de Rio de Lagoa door Arent Tonnemans en D. van Mitskij, en later bevestigd door M. Somer en N. Leij.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2079 / 0355 Op het schip bij Kaap de Goede Hoop op 8 oktober 1727 werd vanwege stilte en tegenstroom vertraging opgelopen bij het eiland Barquene. Om 10 uur kwam er wind en voeren ze verder. Later passeerden ze Bosheuvel Eiland en Vondeling. Bij zonsondergang ankerden ze bij een klein dorpje met 5 huisjes en een veekraal voorbij kapitein Maghaje.
Op 27 oktober voeren ze verder de rivier op en bereikten het gebied van kapitein Massegane. Bij het dorp van Massegane's zoon werd geankerd. De zoon gaf een bokje aan de heer Jan van de Capelle, en vaandrig Joannes Monna gaf hem wit linnen terug. De oude kapitein Massegane kwam om 3 uur langs. Monna vroeg hem over het verkopen van land, waarop Massegane zei eerst zijn onderdanen te willen raadplegen. Later passeerden ze Rietbosse Eiland.
Op 28 oktober voeren ze bij dageraad verder de rivier op.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2079 / 0345 Op 8 oktober 1727 voeren ze de rivier op vanaf Kaap de Goede Hoop. Na ongeveer 4 mijl passeerden ze hutten aan de oostkant. Om ongeveer 7 uur kwamen ze bij de oversteekplaats van hoofdman Madommedom. Ze waren toen ongeveer 4,5 mijl de Wallongannen rivier op gevaren. Hun drinkwater was op en ze moesten water kopen van de lokale bevolking. Het dorp van hoofdman Madommedom lag een kwartier lopen van de rivier.
Op 13 april voeren ze verder. Om 9 uur passeerden ze het dorp van de kleine hoofdman Menheijndoelen, na ongeveer 14 mijl varen. Hier was het water zoet. Om 10 uur moesten ze ankeren vanwege de tegenstroom, bij het gebied van de kleine hoofdman Kouwaan.
Om half 4 voeren ze verder. De zuidkant van de rivier had hoge rotsen, de noordkant was begroeid met riet. Er waren zandbanken met maar 3 tot 4 voet water. Ook stonden er boomstronken in de rivier. Ze passeerden een eilandje aan de zuidkant. De rivier werd smaller met hoog, vlak land aan de oevers. Bij zonsondergang ankerden ze op 6 voet diepte bij een hoge rode oever. Ze schatten dat ze nu 17 mijl de rivier op waren gevaren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2079 / 0352 Op 8 oktober 1727 werd er een verkenningstocht gemaakt op de rivier Jnfolouti vanaf Kaap de Goede Hoop. De bemanning voer de rivier op en zag:
Ze legden voor anker voor de nacht. Op 9 oktober vervolgden ze hun tocht om 7 uur 's ochtends. Ze moesten voorzichtig navigeren tussen het gebroken land en de geulen. Rond 11 uur gingen ze weer voor anker. Na de middag kregen ze noordoostelijke wind en zeilden verder. Na een kwart mijl stuitten ze op een zandbank die de hele rivier blokkeerde. Het water was daar nog maar 1 voet diep. Ze hadden toen in totaal 8¼ mijl afgelegd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2079 / 0350 Op 8 oktober 1727 voeren ze met hun boot de rivier op vanaf de Kaap de Goede Hoop. Ze kwamen bij een splitsing waar de rivier zich in tweeën verdeelde. Een tak liep naar het westzuidwesten, de andere naar het zuidzuidoosten. Ze hadden toen ongeveer 19 mijl afgelegd. Ze kozen eerst de zuidzuidoostelijke tak. Deze werd steeds smaller en had een rotsachtige bodem. Na ongeveer 5 kwartier stuitten ze op een grote stenenbank die over de hele breedte van de rivier lag. Bij hoog water stond hier maar een halve voet water. De lokale bevolking vertelde dat in het regenseizoen het water wel 3 voet hoger kon komen. Ze besloten om te keren en de andere riviertak te verkennen. Rond 2 uur stopten ze bij het gebied van kapitein Lefante. Daar kookten ze wat eten. Na een onweersbui vertrokken ze weer rond 4 uur. Om 5 uur bereikten ze de andere tak die naar het westzuidwesten liep. Ook hier vonden ze na een kwartier varen een stenenbank die bijna helemaal droog lag. Omdat ze geen lokale bevolking aantroffen, besloten ze terug te keren. De volgende ochtend, 15 oktober, roeiden ze de rivier weer af. Om 8 uur passeerden ze de Rode Hoek waar het binnenland hoog was. Om 10 uur kwamen ze langs een eiland. Om 11 uur moesten ze stoppen vanwege de vloed en kookten ze weer eten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2079 / 0353 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/