Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
In juni 1890 werd een aantal pensioenafspraken besproken. Het ging vooral over de volgende zaken:
Daarnaast vroeg P. Vellema toegang tot archiefstukken bij het departement van Koloniën voor het samenstellen van een handboek voor notarissen in Nederlands-Indië. Hiervoor was koninklijke toestemming nodig omdat het om ministeriële stukken ging.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 5773 / 0444 Op 4 mei 1855 kwam er een overzicht binnen van mensen die pensioen ontvingen en in het eerste kwartaal van 1855 in bedelaarsgestichten verbleven. Dit betrof ook de vergoeding voor twee militairen uit West-Indië.
Op 12 mei 1855 werd een uitkering geregeld voor J. Vellema, een voormalige cavalerist die in Nederlands-Indië had gediend. Hij kreeg een jaarlijkse uitkering van 54 gulden.
De Nederlandse consul in Oostende meldde betalingen voor Indische uitkeringen. Een zekere J. Keijler, een voormalige soldaat uit Nederlands-Indië, kreeg zijn uitkering via de commissie voor kleine pensioenen in Deventer.
Een verzoek van militair Z.M. om verhoging van zijn uitkering of een eenmalige tegemoetkoming werd afgewezen voor wat betreft het Departement van Koloniën. Zijn verzoek werd doorgestuurd naar het Departement van Oorlog.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 5664A / 0259 Op 3 januari 1691 verscheen Jan Lijck in Tilburg om een volmacht te geven aan Paulus Rutter, een notaris. Deze volmacht gaf Rutter drie bevoegdheden:
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1739512 / 2 Op 4 januari 1853 heeft Jeltje Sperds de Groot, weduwe van Joeke Franzen Vellema, een huis verkocht aan Leendert Johannes Pheefer, timmerman. Ze woonden beiden in Holwerd. Het betrof een huis met nummer 44 in Holwerd, kadastraal bekend als sectie A nummer 1323, met een oppervlakte van 95 ellen.
De belendende percelen waren:
De verkoopster had het huis eerder gekocht via verkoopaktes van 18 januari en 1 februari 1851. De belangrijkste voorwaarden van de verkoop waren:
Bekijk transcriptie NL-0400410000 / 26 / 002019 / 000145 Op 22 januari 1894 verschenen voor notaris Johannes Willems in Haarlem:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 470 / 0484 Op 12 december 1778 werd voor de stadsbestuurders een schuld vastgelegd die Maria Uiterweer, weduwe van Laurents van Expecum, had bij Carel van Erpe. Het resterende bedrag was 5000 gulden met een rente van 2,5% per jaar. De lening kon op elk moment worden terugbetaald of opgeëist, zolang dit door beide partijen werd aangekondigd.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 2490010 / 322 Voor de notaris Gerardus Wilhelmus Roes uit Heteren verscheen Jan Berends Senior uit Randwijk. Hij verklaarde dat hij met anderen op 12 oktober toestemming had gegeven aan Johannes Tilleman, een tabaksplanter uit Randwijk, om namens hen vastgoed te verkopen. Tilleman had deze taak goed uitgevoerd en had alle inkomsten en uitgaven netjes verantwoord. Berends had een bedrag van 165 gulden en 66 cent ontvangen. Hij verklaarde tevreden te zijn en gaf Tilleman volledige vrijstelling van verdere verantwoordelijkheid.
De akte werd opgesteld in Randwijk in het huis van Johannes Tilleman op 9 augustus 1853.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 3481 / 0489 Dit is een lijst van geestelijken met hun geboorteplaats, functies en overlijdensdata. Ze waren actief in het begin van de 19e eeuw.
Bekijk transcriptie kronieken / 299782 / 336 Op 19 juli 1800 vond er een openbare verkoping plaats in het Proveniershuis in Schiedam. Thomas Bartholomeus Johannes Bremmer, notaris, verklaarde dat hij op 9 juli 1834 om 10 uur 's ochtends de verkoop zou leiden van meubels en inboedel van de erfgenamen van Maria Sonne.
Er werden verschillende items verkocht, waaronder:
De totale opbrengst van de verkoping bedroeg 552 gulden en 69,5 cent. Het document werd ondertekend door J. de Pico en notaris J.B.J. Bremmer.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 3626179 / 85 Er waren verscheidene obligaties:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1845448 / 299 Op 6 juni halen de Fransen 3000 zakken graan op in Ieper uit de armenschool, Sint-Nicolaasschool en huizen van burgers. Ze mengen 2 zakken tarwe met 1 zak rogge om brood te bakken voor hun troepen.
Op 7 juni brengen ze 62 Nederlandse krijgsgevangenen binnen, waaronder 4 gewonden die naar het ziekenhuis worden gebracht. De gevangenen worden op 13 juni naar Rijssel, Atrecht en Kamerijk vervoerd.
Het beleg van Ieper door de Fransen verloopt als volgt:
De schade is groot: het Recollettenklooster, Jezuïetenklooster, de kathedraal en het stadhuis zijn geraakt. 10 burgers zijn omgekomen. Bij de Fransen vallen 4000-5000 doden, bij de verdedigers 3 officieren en 105 soldaten.
Het garnizoen, 3000-4000 Nederlanders onder leiding van generaal Cromstrom en prins Philips van Hessen-Darmstadt, vertrekt naar Breda met wapens en bagage.
Op 8 juni nemen de Fransen 3 handelsschepen op het kanaal van Boezinge en halen nog eens 15000 zakken graan op.
Bekijk transcriptie kronieken / 205851 / 195 Adriaen van Ommen en Mattheus van Heck ondertekenden een document, dat ook werd ondertekend door Intelek Krool op 10 maart 1689. Het document werd later bekrachtigd in Agra door M. V. Heck en in Suiucorijn op 16 januari 1691 door Hoet Ab Duijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9714 / 0182 Dit is een testament uit het verleden waarin een vrouw haar laatste wil vastlegt. Ze benoemt haar man Johannes Willems als enige erfgenaam van al haar bezittingen. Na zijn overlijden moeten de goederen verdeeld worden onder:
Voor de verdeling moet er 50 gulden worden uitbetaald aan haar zwager Peter Cornelissen. Het testament is opgesteld door notaris Wisnand Smits.
Bekijk transcriptie NL-HtBHIC / 7128 / 141 / 0174 Leonard Overes gaf op 3 november 1695 aan Justus Hogenhoek de bevoegdheid om namens hem op te treden.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2320380 / 566
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937014 / 58 Op 7 november 1716 werd voor notaris David Walschaart een contract opgesteld tussen Jannetje Losting (weduwe van Roelof Averes) en Nicolaas van Castel. Ze woonden beiden in dezelfde stad. Het contract regelde een samenwerking voor een koperslagerszaak, waarbij:
Er werden ook afspraken gemaakt voor verschillende situaties:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2320388 / 86 In 1309 werd Lechenich veroverd. In datzelfde jaar was er een strijd in Roermond tegen de Hollanders.
In 1318 vond het eerste beleg van Valkenburg plaats door hertog Jan van Brabant (samen met Sittard). Hij won en liet daarna Wyck bij Maastricht ommuren, dat toen bij het land van Valkenburg hoorde.
In 1325 brandde Stockhem.
In 1327 werden veel mensen uit Maastricht gedood bij IJzeren door een heer van Valkenburg.
In 1329 vond het derde beleg van Valkenburg plaats op Sint Walburgisavond. Het kasteel werd toen verwoest en ingenomen door Johan van Brabant op 9 mei.
Bekijk transcriptie kronieken / 367537 / 2 In 1275, toen Innocentius V paus was, gebeurde er een ongeluk op de brug in Maastricht. Een priester liep met het heilig sacrament over de brug terwijl veel mensen daar aan het dansen en spelen waren. Niemand toonde respect voor het heilig sacrament. Als straf brak de brug en ongeveer 200 mensen verdronken in de Maas. In 1280 werd voor het eerst de Maasbrug in Maastricht gebouwd. In 1295 veroverde hertog Johan het kasteel van Wassenberg en alles wat daarbij hoorde met een groot leger. In 1298 werd in Sittard het klooster gesticht door de kanunniken en een heer van Valkenburg en Born.
Bekijk transcriptie kronieken / 367537 / 1 Op de pastorij van de Hervormde Gemeente van Uithuizen waren aanwezig:
Bekijk transcriptie NL-GnGRA / 85 / 131 / 0403 De tekst beschrijft een boerderij met land in Friesland, inclusief een schuur en karnmolen. Het totale landoppervlak bestaat uit meerdere stukken die aan verschillende eigenaren grenzen:
De huur van de Breedster oude dijk loopt tot midwinter 1813 voor 31 frank en 50 cent (15 gulden). Deze huurinkomsten gaan naar de koper. Er is ook nog een stuk onverdeeld land dat verhuurd wordt voor 4 frank en 20 cent (2 gulden) per jaar. De nieuwe koper moet de huur die op midwinter 1813 vervalt zelf betalen.
Bekijk transcriptie NL-GnGRA / 86 / 5 / 0119 Er wordt een stuk land beschreven van ongeveer 2 hectare te breede. Het stuk grond grenst aan de volgende gebieden:
Er is ook een stuk land bekend als "breedster oude Dyk" dat tot 1813 is verhuurd voor 31 frank en 50 cent per jaar. Een ander stuk land van ongeveer 40 are wordt verhuurd voor 4 frank en 20 cent per jaar, wat gelijk staat aan 2 Hollandse gulden. Deze huur loopt af met Midwinter 1813. De koper neemt deze huurinkomsten over.
Bij de verkoop zijn inbegrepen: een huis, een schuur en een kleine hut met alle bijbehorende gronden.
Bekijk transcriptie NL-GnGRA / 86 / 5 / 0123
Bekijk transcriptie NL-AsnDA / 0114.54 / 19 / 0406 Een omschrijving van een stuk grond met verschillende onderdelen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 189 / 0507 Op 11 september 1747 werd er vanuit Ternate een rapport verstuurd over twee gevangenen, Tissing en Karhat Koelij, in verband met ernstige misdaden van Culla Tuljabo. Men wilde de gevangenen verder verhoren, maar dit was problematisch omdat:
Over de eerste gevangene Tissing werd gemeld dat hij zijn misdaden direct had bekend tijdens het eerste verhoor. Het document dat hierover was opgesteld, werd echter als gebrekkig beschouwd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8117 / 0691 Op 11 september 1747 kwam er een bericht uit Ternaten. Het ging over een moord op een meester door zijn slaaf, die dit meteen bekende toen hij ondervraagd werd door dorpshoofden. Het verhaal gaat verder over een tweede gevangene genaamd kchat koelij. Een van zijn slaven, ansira talo, was samen met een andere slaaf genaamd sonij weggelopen. In december 1744 hoorde koelij van tissing waar deze weggelopen slaven zich verstopten. Hij ging er zelf naartoe, met tissing als gids.
Daar vond hij de weglopers, samen met 2 slaven van andere meesters. Hij vroeg hen om mee terug te gaan naar het dorp. Ze stemden toe, maar vroegen om te wachten tot de volgende dag omdat het al avond was. Koelij ging akkoord, ondanks waarschuwingen van tissing over het gevaar van overnachten in het bos met deze mensen.
Tissing ging terug naar het strand, waar de vrouw en zoon van talo wachtten. De volgende dag, rond het middaguur, gingen tissing en talo's zoon kijken waarom talo nog niet was teruggekomen. Op de plek waar ze de dag ervoor waren geweest, vonden ze niemand meer, maar wel bloedsporen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8117 / 0689 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/